Overeenkomst inzake technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek India, geleid door de wens de banden van vriendschap tussen de beide landen en hun volken te verstevigen door middel van de ontwikkeling van de technische samenwerking, zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
Beide Regeringen zullen, op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, de uitvoering van projecten inzake technische samenwerking bevorderen en vergemakkelijken, in overeenstemming met hun beleid voor economische en sociale ontwikkeling.
Artikel 2
De bevoegde autoriteiten van beide Regeringen kunnen, binnen het kader van de technische samenwerking zoals beoogd in artikel 1, besluiten tot het uitvoeren van projecten inzake technische samenwerking op het gebied van economische of sociale ontwikkeling. Indien de onderscheiden bevoegde autoriteiten de uitvoering van een project inzake technische samenwerking overeenkomen, zullen specifieke akkoorden worden opgesteld, overeenkomstig de in deze Overeenkomst vervatte beginselen, waarin de Nederlandse en Indiase bijdragen aan het project en de wijze waarop het project dient te worden uitgevoerd, nader zullen worden aangegeven.
Artikel 3
De door Nederland voorgestelde of voorgedragen deskundigen dienen de instemming te bezitten van de Regering van India. De door Nederland ter beschikking gestelde deskundigen eerbiedigen de in India geldende wetten en voorschriften en vervullen een adviserende functie, in overeenstemming met zowel de bepalingen van deze Overeenkomst als de specifieke akkoorden, overeengekomen voor afzonderlijke projecten. Na overleg met de Regering van Nederland kan de Regering van India verzoeken om terugroeping of vervanging van iedere ingevolge deze Overeenkomst ter beschikking gestelde deskundige, wiens werk of persoonlijk gedrag onbevredigend blijkt. De Regering van Nederland heeft het recht te allen tijde, na overleg met de Regering van India, iedere ingevolge deze Overeenkomst ter beschikking gestelde deskundige terug te roepen. Indien dit door beide Regeringen noodzakelijk wordt geacht, wordt de teruggeroepen deskundige zo spoedig mogelijk vervangen.
Artikel 4
De Regering van India verleent de hulp, de voorrechten en de belastingvrijstellingen, zoals genoemd in de Bijlage bij deze Overeenkomst, aan alle deskundigen, die geen in India woonachtige Indiase onderdanen zijn, die door Nederland ter beschikking gesteld of gefinancierd worden ingevolge deze Overeenkomst.
Artikel 5
De Regering van India is aansprakelijk voor eventuele schade, waaronder schade aan derden, veroorzaakt door een deskundige tijdens de verrichting van de hem/haar opgedragen taak. In zoverre is elke vordering tegen deze deskundige of de Regering van Nederland uitgesloten.
De Regering van India mag geen eis tot schadevergoeding tegen genoemde deskundige indienen, ongeacht of deze eis gewettigd zou zijn, behalve in geval van opzet of grove nalatigheid; in dit geval dient de Regering van Nederland alle mogelijke administratieve bijstand te verlenen aan de Indiase autoriteiten die bevoegd zijn de eis tot schadevergoeding in te stellen en ten uitvoer te leggen.
Artikel 6
Uitrusting en andere voorraden door de Regering van Nederland ter beschikking gesteld voor een project dat overeengekomen is ingevolge deze Overeenkomst, worden het eigendom van de Regering van India bij aankomst op Indiaas grondgebied en zullen slechts voor dergelijke projecten worden gebruikt, tenzij beide partijen anderszins overeengekomen zijn. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zal geen belastingen, rechten en fiscale heffingen, die in India op dergelijke uitrusting en voorraden worden geheven, behoeven te betalen.
Artikel 7
Indien beide Regeringen zulks noodzakelijk achten, komen hun vertegenwoordigers bijeen om de resultaten van de ingevolge deze Overeenkomst ondernomen werkzaamheden te bestuderen en om, met wederzijdse instemming, alle aangelegenheden betreffende de uitvoering van deze Overeenkomst aan een onderzoek te onderwerpen.
Artikel 8
Deze Overeenkomst, met inbegrip van de Bijlage, treedt in werking op de datum waarop de beide Regeringen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de vereiste procedures is voldaan. Deze Overeenkomst kan gewijzigd worden door middel van een diplomatieke notawisseling tussen beide Regeringen; de wijziging wordt van kracht op de datum waarop de beide Regeringen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de vereiste procedures is voldaan.
Deze Overeenkomst blijft van kracht voor een tijdvak van 5 jaar en wordt daarna telkens automatisch voor een tijdvak van 3 jaar verlengd, tenzij één der Regeringen ten minste zes maanden vóór het verstrijken van de geldigheidsduur schriftelijk de wens te kennen geeft de Overeenkomst te beëindigen. In geval van een dergelijke beëindiging dienen de beide Regeringen in wederzijds overleg te beslissen omtrent de voltooiing van de ingevolge deze Overeenkomst ondernomen projecten.
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa.
DONE at New Delhi on 13th December, 1983 in two originals each in English and Hindi, both the texts being equally authentic. In the event of differences in interpretation of this Agreement, the English text shall prevail.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands,
(sd.) E. SCHOO
(Eegje Schoo)
Minister for Development Cooperation Government of the Netherlands
(sd.) A. VAN DER WILLIGEN
(A. van der Willigen)
Ambassador
For the the Government of the Republic of India,
(sd.) P. MUKHERJEE
(Prahab Mukherjee)
Minister of Finance Government of India
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.