Verdrag inzake de vertegenwoordiging bij de internationale koop van roerende zaken

Type Verdrag
Publication 1983-02-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,

Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende de vertegenwoordiging bij de internationale koop van roerende zaken,

Indachtig de doelstellingen van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken,

Overwegend dat de ontwikkeling van de internationale handel op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel een belangrijke rol speelt bij het bevorderen van vriendschappelijke betrekkingen tussen Staten, indachtig de Nieuwe Internationale Economische Orde,

Van oordeel zijnd dat de aanneming van eenvormige regels die van toepassing zijn op de vertegenwoordiging bij de internationale koop van roerende zaken en waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende sociale, economische en juridische stelsels, zou bijdragen tot het wegnemen van juridische belemmeringen in de internationale handel en de ontwikkeling van de internationale handel zou bevorderen,

Zijn overeengekomen als volgt:

HOOFDSTUK I. TOEPASSINGSGEBIED EN ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1
1.

Dit Verdrag is van toepassing wanneer een persoon, de vertegenwoordiger, bevoegdheid heeft of voorgeeft bevoegdheid te hebben voor rekening van een andere persoon, de vertegenwoordigde, met een derde een overeenkomst te sluiten voor de koop van roerende zaken.

2.

Dit Verdrag betreft niet alleen de totstandkoming van een zodanige overeenkomst door de vertegenwoordiger, maar ook alle door hem verrichte handelingen met het oog op de totstandkoming van die overeenkomst of in verband met de uitvoering ervan.

3.

Dit Verdrag betreft alleen de betrekkingen tussen de vertegenwoordigde of de vertegenwoordiger enerzijds en de derde anderzijds.

4.

Het is van toepassing ongeacht of de vertegenwoordiger handelt in eigen naam of in die van de vertegenwoordigde.

Artikel 2
1.

Dit Verdrag is alleen van toepassing wanneer de vertegenwoordigde en de derde hun vestiging in verschillende Staten hebben en:

2.

Wanneer, op het tijdstip van de totstandkoming van de overeenkomst, de derde niet wist noch had behoren te weten dat de vertegenwoordiger als vertegenwoordiger handelde, is het Verdrag alleen van toepassing indien de vertegenwoordiger en de derde hun vestiging hadden in verschillende Staten en indien aan de voorwaarden van het eerste lid is voldaan.

3.

Voor de toepasselijkheid van dit Verdrag is zonder belang welke nationaliteit de partijen hebben, of zij kooplieden zijn en of de koopovereenkomst burgerrechtelijk dan wel handelsrechtelijk van aard is.

Artikel 3
1.

Dit Verdrag is niet van toepassing op:

2.

Dit Verdrag doet geen afbreuk aan de rechtsregels ter bescherming van consumenten.

Artikel 4

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 5

De vertegenwoordigde, of een vertegenwoordiger handelend in overeenstemming met de uitdrukkelijke of stilzwijgende opdracht van de vertegenwoordigde, kan met de derde overeenkomen de toepassing van dit Verdrag uit te sluiten of, onverminderd het bij artikel 11 bepaalde, af te wijken van elk van de bepalingen hiervan, dan wel het gevolg daarvan te wijzigen.

Artikel 6
1.

Bij de uitleg van dit Verdrag dient rekening te worden gehouden met het internationale karakter ervan en met de noodzaak eenvormigheid in de toepassing ervan en naleving van de goede trouw in de internationale handel te bevorderen.

2.

Vragen betreffende de door dit Verdrag geregelde onderwerpen die hierin niet uitdrukkelijk zijn beslist, worden opgelost aan de hand van de algemene beginselen waarop dit Verdrag berust, of bij ontstentenis van zodanige beginselen, in overeenstemming met het krachtens de regels van internationaal privaatrecht toepasselijke recht.

Artikel 7
1.

De vertegenwoordigde of de vertegenwoordiger enerzijds en de derde anderzijds zijn gebonden door elke gewoonte waarmede zij hebben ingestemd en door alle handelwijzen die tussen hen gebruikelijk zijn.

2.

Tenzij anders is overeengekomen, worden zij geacht op hun betrekkingen stilzwijgend toepasselijk te hebben verklaard iedere gewoonte waarmee zij bekend waren of behoorden te zijn en die in de internationale handel op grote schaal bekend is aan, en regelmatig wordt nageleefd door partijen bij betrekkingen waarbij sprake is van vertegenwoordiging van dezelfde soort in de desbetreffende handelsbranche.

Artikel 8

Voor de toepassing van dit Verdrag:

HOOFDSTUK II. TOTSTANDKOMING EN REIKWIJDTE VAN DE VERTEGENWOORDIGINGSBEVOEGDHEID VAN DE VERTEGENWOORDIGER

Artikel 9
1.

De verlening van de vertegenwoordigingsbevoegdheid door de vertegenwoordigde aan de vertegenwoordiger kan uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden.

2.

De vertegenwoordiger heeft de bevoegdheid alle onder de omstandigheden noodzakelijke handelingen te verrichten ter uitvoering van zijn taak waarvoor de vertegenwoordigingsbevoegdheid werd verleend.

Artikel 10

De vertegenwoordigingsbevoegdheid behoeft niet schriftelijk te worden verleend of bewezen en is aan geen enkel ander vormvereiste onderworpen. Zij kan worden bewezen met alle middelen, waaronder getuigen.

Artikel 11

Enigerlei bepaling van artikel 10, artikel 15 of Hoofdstuk IV krachtens welke het is toegestaan op andere wijze dan door middel van een geschrift een verlening, een bekrachtiging of een beëindiging van een vertegenwoordigingsbevoegdheid te verrichten, is niet van toepassing wanneer de vertegenwoordigde of de vertegenwoordiger zijn vestiging heeft in een Verdragsluitende Staat die een verklaring ingevolge artikel 27 heeft afgelegd. Partijen mogen niet afwijken van dit artikel of de gevolgen daarvan wijzigen.

HOOFDSTUK III. RECHTSGEVOLGEN VAN DOOR DE VERTEGENWOORDIGER VERRICHTE HANDELINGEN

Artikel 12

Wanneer een vertegenwoordiger handelt voor rekening van een vertegenwoordigde binnen zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid en de derde wist of had behoren te weten dat de vertegenwoordiger handelde als vertegenwoordiger, binden de handelingen van de vertegenwoordiger de vertegenwoordigde en de derde rechtstreeks jegens elkaar, tenzij uit de omstandigheden van het geval, bijvoorbeeld door een verwijzing naar een commissie-overeenkomst, blijkt dat de vertegenwoordiger de bedoeling had alleen zichzelf te binden.

Artikel 13
1.

Wanneer de vertegenwoordiger handelt voor rekening van een vertegenwoordigde binnen zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid, binden zijn handelingen de vertegenwoordiger en de derde alleen indien:

2.

Niettemin:

3.

De rechten ingevolge het tweede lid kunnen alleen worden uitgeoefend indien kennisgeving van het voornemen daartoe is gedaan aan de vertegenwoordiger en de derde of de vertegenwoordigde, al naargelang het geval. Zodra de derde of de vertegenwoordigde een zodanige kennisgeving heeft ontvangen, kan hij zich niet langer bevrijden van zijn verplichtingen door met de vertegenwoordiger te handelen.

4.

Wanneer de vertegenwoordiger zijn verplichtingen jegens de derde niet nakomt of niet in staat is deze na te komen omdat de vertegenwoordigde de zijne niet nakomt, deelt de vertegenwoordiger de naam van de vertegenwoordigde mede aan de derde.

5.

Wanneer de derde zijn verplichtingen ingevolge de overeenkomst jegens de vertegenwoordiger niet nakomt, deelt de vertegenwoordiger de naam van de derde mede aan de vertegenwoordigde.

6.

De vertegenwoordigde mag de namens hem door de vertegenwoordiger verworven rechten niet jegens de derde uitoefenen, indien uit de omstandigheden van het geval blijkt dat de derde, als hij de identiteit van de vertegenwoordigde had geweten, de overeenkomst niet zou zijn aangegaan.

7.

Een vertegenwoordiger kan, in overeenstemming met de uitdrukkelijke of stilzwijgende opdracht van de vertegenwoordigde, met de derde overeenkomen af te wijken van het bepaalde in het tweede lid of de gevolgen daarvan te wijzigen.

Artikel 14
1.

Wanneer een vertegenwoordiger zonder bevoegdheid of buiten zijn bevoegdheid handelt, binden zijn handelingen de vertegenwoordigde en de derde niet jegens elkaar.

2.

Niettemin kan de vertegenwoordigde, wanneer het gedrag van de vertegenwoordigde de derde ertoe leidt redelijkerwijze en te goeder trouw te geloven dat de vertegenwoordiger de bevoegdheid heeft om namens de vertegenwoordigde te handelen en dat de vertegenwoordiger handelt binnen zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid, niet jegens de derde het ontbreken van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vertegenwoordiger inroepen.

Artikel 15
1.

Een handeling van een vertegenwoordiger die zonder bevoegdheid of buiten zijn bevoegdheid handelt, kan door de vertegenwoordigde worden bekrachtigd. Bij bekrachtiging van de handeling heeft deze dezelfde gevolgen als wanneer zij oorspronkelijk met vertegenwoordigingsbevoegdheid was verricht.

2.

Wanneer de derde, ten tijde van de handeling van de vertegenwoordiger, het ontbreken van een vertegenwoordigingsbevoegdheid niet kende of had behoren te kennen, is hij jegens de vertegenwoordigde niet aansprakelijk indien hij te eniger tijd voor de bekrachtiging kennisgeving doet van zijn weigering door een bekrachtiging te worden gebonden. Wanneer de vertegenwoordigde de handeling bekrachtigt, maar zulks niet binnen een redelijke tijd doet, kan de derde weigeren door de bekrachtiging te worden gebonden, indien hij de vertegenwoordigde onverwijld daarvan kennisgeving doet.

3.

Wanneer evenwel de derde het ontbreken van de bevoegdheid van de vertegenwoordiger wist of had behoren te weten, kan de derde niet weigeren door een bekrachtiging te worden gebonden voor het verstrijken van een voor bekrachtiging overeengekomen termijn of, bij gebreke van overeenstemming, van een door de derde te bepalen redelijke termijn.

4.

De derde kan weigeren een gedeeltelijke bekrachtiging te aanvaarden.

5.

De bekrachtiging wordt rechtsgeldig wanneer de kennisgeving daarvan de derde bereikt of deze er anderszins kennis van neemt. Als zij eenmaal rechtsgeldig is, kan zij niet worden herroepen.

6.

De bekrachtiging geldt ook indien de handeling zelf niet daadwerkelijk zou kunnen zijn verricht op het tijdstip van bekrachtiging.

7.

Wanneer de handeling is verricht namens een onderneming of andere rechtspersoon voordat deze is opgericht, geldt de bekrachtiging slechts indien zij is toegestaan bij de wet van de Staat die van toepassing is op de oprichting.

8.

De bekrachtiging behoeft niet aan enig vormvereiste te voldoen. Zij kan uitdrukkelijk geschieden of worden afgeleid uit het gedrag van de vertegenwoordigde.

Artikel 16
1.

Een vertegenwoordiger die zonder bevoegdheid of buiten zijn bevoegdheid handelt, is bij gebreke van bekrachtiging aansprakelijk voor betaling aan de derde van een zodanige schadevergoeding, dat de derde zich in dezelfde positie bevindt als hij zou zijn geweest indien de vertegenwoordiger met vertegenwoordigingsbevoegdheid en binnen de reikwijdte daarvan zou hebben gehandeld.

2.

De vertegenwoordiger is evenwel niet aansprakelijk, indien de derde wist of had behoren te weten dat de vertegenwoordiger geen vertegenwoordigingsbevoegdheid had of handelde buiten de reikwijdte van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid.

HOOFDSTUK IV. EINDE VAN DE VERTEGENWOORDIGINGSBEVOEGDHEID VAN DE VERTEGENWOORDIGER

Artikel 17

De vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vertegenwoordiger eindigt:

Artikel 18

De vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vertegenwoordiger eindigt eveneens wanneer de toepasselijke wet zulks bepaalt.

Artikel 19

Het einde van de vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft geen gevolgen voor de derde, tenzij hij wist of had behoren te weten van het einde of van de feiten die daar aan ten grondslag liggen.

Artikel 20

Niettegenstaande het einde van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid blijft de vertegenwoordiger gemachtigd namens de vertegenwoordigde of diens rechtsopvolgers de handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat hun belangen worden geschaad.

HOOFDSTUK V. SLOTBEPALINGEN

Artikel 21

De Regering van Zwitserland wordt hierbij aangewezen als depositaris van dit Verdrag.

Artikel 22
1.

Dit Verdrag staat open voor ondertekening op de slotzitting van de Diplomatieke Conferentie inzake de vertegenwoordiging bij internationale koop van roerende zaken en blijft tot 31 december 1984 te Bern openstaan voor ondertekening door alle Staten.

2.

Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de ondertekenende Staten.

3.

Dit Verdrag staat vanaf de datum waarop het open staat voor ondertekening open voor toetreding door alle Staten die geen ondertekenende Staten zijn.

4.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Regering van Zwitserland.

Artikel 23

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.