Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van het Koninkrijk Noorwegen,
De wens koesterende een nieuwe overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen,
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. REIKWIJDTE VAN DE OVEREENKOMST
Artikel 1. Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is
Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.
Artikel 2. Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is
Deze Overeenkomst is van toepassing op belastingen naar het inkomen die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven ten behoeve van een van de Staten of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan.
Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, of naar bestanddelen van het inkomen, waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende goederen, belastingen naar het totaalbedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsmede belastingen naar waardevermeerdering.
De bestaande belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is, zijn met name:
- a. in Noorwegen: (hierna te noemen „Noorse belasting”);
- –. de nationale inkomstenbelasting (inntektsskatt til staten),
- –. de provinciale inkomstenbelasting (inntektsskatt til fylkeskommunen),
- –. de gemeentelijke inkomstenbelasting (inntektsskatt til kommunen),
- –. de nationale belasting betrekking hebbend op inkomsten uit de exploratie en exploitatie van onderzeese oliebronnen en uit werkzaamheden en bedrijvigheden die daarmede verband houden, daaronder begrepen het vervoer per pijpleiding van geproduceerde olie (skatt til staten verdrørende inntekt i forbindelse med undersøkelse etter og utnyttelse av undersjøiske petroleumsforekomster og dertil knyttet virksomhet og arbeid, herunder rørledningstransport av utvunnet petroleum),
- –. de nationale belasting op beloningen van niet-ingezeten artiesten (skatt til staten på honorar til utenlandske artister),
- b. in Nederland: (hierna te noemen: „Nederlandse belasting”).
- –. de inkomstenbelasting;
- –. de loonbelasting;
- –. de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de regering in de nettowinsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnbouwwet;
- –. de dividendbelasting;
De Overeenkomst is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van de Overeenkomst naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun onderscheiden belastingwetgevingen zijn aangebracht.
HOOFDSTUK II. BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 3. Algemene begripsbepalingen
Voor de toepassing van deze Overeenkomst, tenzij de context anders vereist:
- a. betekent de uitdrukking „Staat” Noorwegen of Nederland, al naar de context vereist; betekent de uitdrukking „Staten” Noorwegen en Nederland;
- b. betekent de uitdrukking „Noorwegen” het Koninkrijk Noorwegen, daaronder begrepen elk gebied buiten de territoriale wateren van het Koninkrijk Noorwegen waar het Koninkrijk Noorwegen, in overeenstemming met de Noorse wetgeving en in overeenstemming met het internationale recht, zijn rechten met betrekking tot de zeebodem en de ondergrond alsmede de natuurlijke rijkdommen daarvan kan uitoefenen; de uitdrukking omvat niet Svalbard (Spitsbergen), Jan Mayen en de van Noorwegen afhankelijke gebieden („biland”);
- c. betekent de uitdrukking „Nederland” het Europese deel van Nederland, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee waarin het Koninkrijk der Nederlanden, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent;
- d. betekent de uitdrukking „onderdaan”:
-
- elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van een van de Staten bezit;
-
- elke rechtspersoon, vennootschap en vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in een van de Staten van kracht is;
- e. omvat de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere vereniging van personen;
- f. betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- g. heeft de uitdrukking „onderneming” betrekking op het uitoefenen van een bedrijf;
- h. betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een van de Staten” en „onderneming van de andere Staat” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een van de Staten en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Staat;
- i. betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of een luchtvaartuig, geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van de werkelijke leiding in een van de Staten is gelegen, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in de andere Staat zijn gelegen;
- j. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:
-
- in Noorwegen, de Minister van Financiën of de bevoegde vertegenwoordiger van de Minister;
-
- in Nederland de Minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger.
- k. omvat de uitdrukking „uitoefenen van een bedrijf” mede het uitoefenen van een vrij beroep en het verrichten van andere werkzaamheden van zelfstandige aard;
- l. betekent de uitdrukking „een pensioenfonds” ieder lichaam dat:
- i. inwoner is van een van de Staten; en
- ii. voornamelijk wordt geëxploiteerd voor het beheren of verstrekken van pensioenen; en
- iii.
- a. in het geval van Nederland: erkend is en onder toezicht staat van De Nederlandsche Bank en van de Autoriteit Financiële Markten overeenkomstig de bepalingen van de Pensioenwet;
- b. in het geval van Noorwegen: een vergunning heeft om pensioenovereenkomsten aan te gaan in overeenstemming met de bepalingen betreffende het toezicht van de Financiële Toezichthoudende Autoriteit van Noorwegen (Finanstilsynet).
Voor de toepassing van de Overeenkomst door een van de Staten heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is.
Artikel 4. Inwoner
Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „inwoner van een van de Staten” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die Staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid en omvat tevens die Staat zelf en elk staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan. Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat.
Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is, wordt zijn positie als volgt bepaald:
- a. hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);
- b. indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft, of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij gewoonlijk verblijft;
- c. indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is;
- d. indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide, regelen de bevoegde autoriteiten van de Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming.
Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen.
Artikel 5. Vaste inrichting
Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „vaste inrichting” een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.
De uitdrukking „vaste inrichting” omvat in het bijzonder:
- a. een plaats waar leiding wordt gegeven;
- b. een filiaal;
- c. een kantoor;
- d. een fabriek;
- e. een werkplaats; en
- f. een mijn, een olie- of gasbron, een steengroeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen.
Een bouwwerk alsmede constructie-, montage- of installatiewerkzaamheden vormen alleen dan een vaste inrichting indien de duur ervan 12 maanden overschrijdt.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste, tweede en derde lid, worden, waar een onderneming van een van de Staten diensten verricht in de andere Staat
- a. door middel van een natuurlijke persoon die in de andere Staat aanwezig is gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die een totaal van 183 dagen te boven gaat of gaan in een tijdvak van twaalf maanden en meer dan 50 percent van de bruto ontvangsten die aan bedrijfsmatige activiteiten van de onderneming gedurende dat tijdvak of die tijdvakken toegerekend kunnen worden afkomstig zijn van de diensten die door middel van die natuurlijke persoon in de andere Staat verricht worden, of
- b. gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden een totaal van 183 dagen te boven gaat of gaan en deze diensten worden verricht voor hetzelfde project of met elkaar verbonden projecten door middel van een of meer natuurlijke personen die in de andere Staat aanwezig zijn en deze diensten verrichten,
de in de andere Staat in het kader van deze diensten verrichte activiteiten geacht te worden verricht door middel van een vaste inrichting van de in de andere Staat gevestigde onderneming, tenzij deze diensten beperkt zijn tot die welke zijn vermeld in het vijfde lid, die, indien zij zouden worden verricht door een vaste bedrijfsinrichting, deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken. Voor de toepassing van dit lid worden diensten namens een onderneming verricht door een natuurlijke persoon niet geacht door middel van die natuurlijke persoon te zijn verricht door een andere onderneming, tenzij die andere onderneming toezicht houdt op, aanwijzingen geeft voor of leiding geeft aan de wijze waarop de diensten door de natuurlijke persoon worden verricht.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking „vaste inrichting” niet geacht te omvatten:
- a. het gebruik maken van inrichtingen, uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
- b. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor de opslag, uitstalling of aflevering;
- c. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming;
- d. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen;
- e. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft;
- f. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend voor een combinatie van de in de onderdelen a) tot en met e) genoemde werkzaamheden, mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft.
Indien een persoon - niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zevende lid van toepassing is - voor een onderneming werkzaam is, en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een van de Staten gewoonlijk uitoefent, wordt die onderneming, niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid, geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht, tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vijfde lid, die, indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting, deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken.
Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een van de Staten te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar, commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger, mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen.
Alleen de omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een van de Staten, een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Staat of dat in die andere Staat zaken doet (hetzij door middel van een vaste inrichting, hetzij op andere wijze), stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere.
HOOFDSTUK III. BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN
Artikel 6. Inkomsten uit onroerende goederen
Inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten uit onroerende goederen (waaronder begrepen voordelen uit landbouw- of bosbedrijven) die in de andere Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast.
De uitdrukking „onroerende goederen” heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Staat waarin de desbetreffende goederen zijn gelegen. De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren, levende en dode have van landbouw- en bosbedrijven, rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn, vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie, of concessie tot exploitatie, van minerale aardlagen, bronnen en andere natuurlijke rijkdommen; schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd.
De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie, uit het verhuren of verpachten, of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen.
De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende goederen van een onderneming.
Artikel 7. Winst uit onderneming
De voordelen van een onderneming van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar, tenzij de onderneming in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting. Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent, mogen de voordelen die in overeenstemming met de bepalingen van het tweede lid aan de vaste inrichting kunnen worden toegerekend in die andere Staat worden belast.
Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 23 zijn de voordelen die in elk van de Staten aan de vaste inrichting bedoeld in het eerste lid kunnen worden toegerekend de voordelen die zij naar verwachting zou behalen, in het bijzonder via haar handelen met andere onderdelen van de onderneming, indien zij een afzonderlijke en zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden, rekening houdend met de door de onderneming via de vaste inrichting en andere onderdelen van de onderneming uitgeoefende werkzaamheden, gebruikte vermogensbestanddelen en genomen risico’s.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.