← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor de exploitatie van meteorologische satellieten "EUMETSAT"

Geldende tekst a fecha 2000-11-19

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,

Overwegend dat

de veiligheid van de mensheid en de doeltreffende uitvoering van talloze menselijke activiteiten mede afhangen van meteorologische gegevens en dat betrouwbaardere en snellere weersvoorspellingen noodzakelijk zijn;

de mogelijkheid tot verbetering van de weersvoorspellingen grotendeels bepaald wordt door de beschikbaarheid van meteorologische waarnemingen, zowel plaatselijk als mondiaal, met inbegrip van die welke betrekking hebben op afgelegen gebieden en woestijnen;

meteorologische satellieten hun geschiktheid en buitengewone mogelijkheden hebben bewezen om als aanvulling te dienen op de waarnemingssystemen op de grond, in het bijzonder met betrekking tot de permanente bewaking van het weer en de uitvoering van waarnemingen, alsmede de snelle verzameling van gegevens daarvan, boven de ontoegankelijkste gebieden van het aardoppervlak;

meteorologische satellieten, dankzij de hoeveelheid gegevens die zij kunnen verzamelen en hun bijzondere toepassingsgebieden, mondiale gegevens over lange termijn verschaffen die van wezenlijk belang zijn voor het observeren van de aarde en het klimaat, in het bijzonder van belang voor het constateren van veranderingen op wereldwijde schaal;

Constaterend dat

de Wereld Meteorologische Organisatie haar leden heeft aanbevolen de bestanden van meteorologische gegevens te verbeteren, en krachtige steun heeft verleend aan plannen voor de ontwikkeling en exploitatie van een wereldomvattend waarnemingssysteem door middel van satellieten, ten einde aan haar programma's bij te dragen;

de ontwikkeling van METEOSAT-satellieten door het Europese Ruimte Agentschap geslaagd is;

het operationele METEOSAT programma (MOP) dat door EUMETSAT wordt uitgevoerd, heeft aangetoond dat Europa in staat is zijn deel van de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van een wereldomvattend waarnemingssysteem met behulp van satellieten te dragen;

Beseffend dat:

geen enkele andere nationale of internationale organisatie Europa alle gegevens van meteorologische satellieten verschaft die met betrekking tot de voor dit werelddeel van belang zijnde gebieden noodzakelijk zijn;

voor de activiteiten in de ruimte zodanig personeel en zodanige technische en financiële hulpbronnen nodig zijn, dat de afzonderlijke Europese landen niet bij machte zijn daaraan te voldoen;

het wenselijk is de Europese meteorologische organisaties een kader voor samenwerking te verschaffen waarin zij gezamenlijk activiteiten kunnen ondernemen en daarbij gebruik maken van ruimtetechnologieën die van toepassing zijn op meteorologisch onderzoek en weersvoorspelling;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Oprichting van EUMETSAT
1.

Een Europese Organisatie voor de Exploitatie van Meteorologische Satellieten, hierna te noemen: „EUMETSAT”, wordt hierbij opgericht.

2.

De leden van EUMETSAT, hierna te noemen: „de Lid-Staten”, zijn de Staten die Partij bij dit Verdrag zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 16.2 en 16.3.

3.

EUMETSAT bezit rechtspersoonlijkheid. Zij is in het bijzonder bevoegd overeenkomsten aan te gaan, roerende en onroerende goederen te kopen en te verkopen en zich partij te stellen in een geding.

4.

De organen van EUMETSAT worden gevormd door de Raad en de Directeur-Generaal.

5.

De zetel van EUMETS AT wordt gevestigd te Darmstadt, Bondsrepubliek Duitsland, tenzij hierover door de Raad anders wordt beslist overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.2(b)(v).

6.

De officiële talen van EUMETSAT zijn het Engels en het Frans.

Artikel 2. Doelstellingen, werkzaamheden en programma 's
1.

Het hoofddoel van EUMETSAT is de totstandbrenging, het onderhoud en de exploitatie van Europese stelsels van operationele meteorologische satellieten, daarbij zoveel mogelijk rekening houdend met de aanbevelingen van de Wereld Meteorologische Organisatie.

Voorts heeft EUMETSAT tot doel bij te dragen aan de operationele observatie van het klimaat en het constateren van klimaatveranderingen op wereldwijde schaal.

2.

Het aanvankelijke stelsel wordt omschreven in Bijlage I; verdere stelsels zullen tot stand worden gebracht zoals omschreven in artikel 3.

3.

Bij de uitvoering van haar doeleinden zal EUMETSAT:

4.

Ten behoeve van de verwezenlijking van haar doelstellingen werkt EUMETSAT zoveel mogelijk en overeenkomstig de meteorologische traditie samen met de Regeringen en de nationale organisaties van de Lid-Staten, alsmede met de Staten die geen lid zijn, en de gouvernementele en niet-gouvernementele internationale wetenschappelijke en technische organisaties wier werkzaamheden verband houden met haar doelstellingen. EUMETSAT kan daartoe overeenkomsten sluiten.

5.

De Algemene Begroting omvat werkzaamheden die niet met een specifiek programma samenhangen. Hiertoe behoren de technische en administratieve basisinfrastrucuur van EUMETSAT, met inbegrip van vaste medewerkers, gebouwen en apparatuur, alsmede door de Raad toegestane voorbereidende werkzaamheden voor toekomstige programma's die nog niet zijn goedgekeurd.

6.

De programma's van EUMETSAT omvatten verplichte programma's, waaraan alle Lid-Staten deelnemen, en facultatieve programma's, waaraan Lid-Staten deelnemen als zij hiermee instemmen.

7.

Verplichte programma's zijn:

8.

Facultatieve programma's zijn programma's die stroken met de doelstellingen van EUMETSAT, en als zodanig door de Raad zijn erkend.

9.

EUMETSAT kan, naast de in de leden 6, 7 en 8 hierboven bedoelde programma's, werkzaamheden verrichten op verzoek van derde partijen, mits deze niet in strijd zijn met de doelstellingen van EUMETSAT en mits zij zijn goedgekeurd door de Raad in overeenstemming met artikel 5.2(a). De kosten van die werkzaamheden worden gedragen door de betrokken derde partij.

Artikel 3. Aanneming van programma 's en de algemene begroting
1.

De verplichte programma's en de Algemene Begroting worden vastgesteld door het aannemen van een Programmaresolutie door de Raad in overeenstemming met artikel 5.2(a), welke resolutie vergezeld gaat van een gedetailleerde Programmabeschrijving, waarin alle nodige programmatische, technische, financiële, contractuele, juridische en andere punten zijn opgenomen.

2.

De facultatieve programma's worden vastgesteld door het aannemen van een Programmaverklaring door de belangstellende Lid-Staten in overeenstemming met artikel 5.3(a), welke verklaring vergezeld gaat van een gedetailleerde Programmabeschrijving, waarin alle nodige programmatische, technische, financiële, contractuele, juridische en andere punten zijn opgenomen. Facultatieve programma's moeten stroken met de doelstellingen van EUMETSAT, en stroken met het algemene kader van het Verdrag en de door de Raad overeengekomen voorschriften voor de toepassing ervan. De Programmaverklaring moet door de Raad worden goedgekeurd door middel van een Machtigingsresolutie overeenkomstig artikel 5.2(d)(iii).

Iedere Lid-Staat wordt in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan de opstelling van een ontwerp-Programmaverklaring, en kan binnen de in de Programmaverklaring genoemde termijn Deelnemer aan het facultatieve programma worden.

Facultatieve programma's worden van kracht zodra ten minste een derde van alle Lid-Staten van EUMETSAT heeft verklaard eraan deel te nemen door ondertekening van de Verklaring binnen de gestelde termijn, en zodra de bijdragen van deze Deelnemers 90% van het totale financiële kader hebben bereikt.

Artikel 4. De Raad
1.

Van elke Lid-Staat hebben ten hoogste twee vertegenwoordigers zitting in de Raad, van wie de ene een afgevaardigde van de meteorologische dienst van dat land dient te zijn. De vertegenwoordigers kunnen tijdens de bijeenkomsten van de Raad worden bijgestaan door adviseurs.

2.

Uit zijn leden kiest de Raad een Voorzitter en een Vice-Voorzitter, die twee jaar in functie blijven en slechts éénmaal kunnen worden herkozen. De Voorzitter leidt de discussies van de Raad en bezit niet de hoedanigheid van vertegenwoordiger van een Lid-Staat.

3.

De Raad komt ten minste éénmaal per jaar in gewone zitting bijeen. De Raad kan in buitengewone zitting bijeenkomen op verzoek van de Voorzitter of van éénderde van de Lid-Staten. De Raad komt bijeen in het hoofdkantoor van EUMETSAT, tenzij de Raad anderszins beslist.

4.

De Raad kan hulporganen en werkgroepen instellen, indien zulks noodzakelijk geacht wordt voor de verwezenlijking van de doelstellingen en programma's van EUMETSAT.

5.

De Raad stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast.

Artikel 5. Functie van de Raad
1.

De Raad heeft de bevoegdheid alle maatregelen te treffen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit Verdrag.

2.

De Raad heeft in het bijzonder de bevoegdheid:

3.

Voor facultatieve programma's gelden de volgende specifieke voorschriften:

4.

Elke Lid-Staat brengt één stem uit in de Raad. Een Lid-Staat heeft echter geen stemrecht in de Raad indien het achterstallig bedrag van zijn bijdragen groter is dan het vastgestelde bedrag van zijn bijdragen voor het lopende boekjaar. In dat geval kan de betrokken Lid-Staat niettemin worden gemachtigd zijn stem uit te brengen indien een tweederde meerderheid van alle stemgerechtigde Lid-Staten van oordeel is dat het achterwege-blijven van betaling te wijten is aan omstandigheden buiten zijn schuld. Ten behoeve van de vaststelling van de eenparigheid dan wel de meerderheid van stemmen, zoals bepaald in dit Verdrag, blijft een Lid-Staat die niet gerechtigd is zijn stem uit te brengen, buiten beschouwing. Bovenstaande voorschriften zijn mutatis mutandisvan toepassing op facultatieve programma's.

De uitdrukking „aanwezige en hun stem uitbrengende Lid-Staten” dient te worden opgevat als de Lid-Staten die voor- of tegenstemmen. Lid-Staten die zich van stemming onthouden, worden geacht niet aan de stemming te hebben deelgenomen.

5.

De aanwezigheid van vertegenwoordigers van een meerderheid van alle Lid-Staten die gerechtigd zijn hun stem uit te brengen, is noodzakelijk om een quorum te vormen. Dit voorschrift geldt mutatis mutandisvoor facultatieve programma's. Beslissingen van de Raad met betrekking tot dringende aangelegenheden kunnen worden verkregen door middel van een schriftelijke procedure tussen twee zittingen van de Raad in.

Artikel 6. De Directeur-Generaal
1.

De Directeur-Generaal is verantwoordelijk voor de uitvoering van de beslissingen die door de Raad zijn genomen, en voor de uitvoering van de taken die aan EUMETSAT zijn opgedragen. Hij is de wettelijke vertegenwoordiger van EUMETSAT en als zodanig ondertekent hij de door de Raad goedgekeurde overeenkomsten, alsmede contracten.

2.

De Directeur-Generaal handelt volgens de aanwijzingen van de Raad. In het bijzonder zal hij

3.

De Directeur-Generaal wordt bijgestaan door een Secretariaat.

Artikel 7. Personeel van het Secretariaat
1.

Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is op het personeel van het Secretariaat het personeelsreglement van toepassing dat door de Raad overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.2(b) is vastgesteld. In gevallen waarin de arbeidsvoorwaarden van een personeelslid niet worden geregeld door het personeelsreglement van het Secretariaat, geldt met betrekking daarop de toepasbare wet van het land waar de betrokkene zijn werkzaamheden verricht.

2.

De leden van het personeel worden gerekruteerd op grond van hun bekwaamheden, waarbij rekening wordt gehouden met het internationale karakter van EUMETSAT. Geen enkele functie mag worden gereserveerd voor onderdanen van een bepaalde Lid-Staat.

3.

Personeelsleden van nationale organen van de Lid-Staten kunnen voor een bepaalde termijn door EUMETSAT worden aangesteld en door de nationale organen ter beschikking van EUMETSAT worden gesteld ten einde werkzaamheden voor haar te verrichten.

4.

De Raad verleent, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.2(e) zijn goedkeuring aan de benoeming of het ontslag van hogere functionarissen, zoals omschreven in het personeelsreglement. De overige personeelsleden worden benoemd of ontslagen door de Directeur-Generaal, die handelt ingevolge de hem door de Raad verleende bevoegdheid. De Directeur-Generaal is belast met het gezag over het gehele personeel van het Secretariaat.

5.

De Lid-Staten respecteren het internationale karakter van de verantwoordelijkheden van de Directeur-Generaal en het personeel van het Secretaat. Bij de uitoefening van hun werkzaamheden onthouden de Directeur-Generaal en de personeelsleden van het Secretariaat zich ervan instructies te vragen aan of te aanvaarden van een Regering of een gezagsorgaan buiten EUMETSAT.

Artikel 8. Eigendom en verspreiding van satellietgegevens
1.

EUMETSAT is over de gehele wereld exclusief eigenares van alle gegevens die worden verkregen met behulp van de satellieten of instrumenten onder beheer van EUMETSAT.

2.

EUMETSAT stelt door de Raad, goedgekeurde pakketten gegevens beschikbaar aan de nationale meteorologische diensten van Lid-Staten van de Wereld Meteorologische Organisatie.

3.

Het verspreidingsbeleid betreffende satellietgegevens wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 5.2(b) en 5.3(b) vervatte voorschriften voor respectievelijk verplichte en facultatieve programma's. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit beleid berust bij EUMETSAT, door tussenkomst van het Secretariaat, en bij de Lid-Staten.

Artikel 9. Aansprakelijkheid
1.

EUMETSAT stelt zich niet garant voor de overeenkomstig dit Verdrag geleverde of te leveren diensten en produkten.

EUMETSAT, de Lid-Staten en hun ambtenaren of werknemers, handelend in de uitoefening van hun functies en binnen de grenzen van hun bevoegdheid, alsmede elke vertegenwoordiger in vergaderingen van EUMETSAT, zijn niet aansprakelijk ten opzichte van een Lid-Staat of EUMETSAT met betrekking tot schade of letsel, voortvloeiend uit onderbreking, vertraging of slechte functionering van de diensten die worden verleend.

3.

Geen enkele Lid-Staat is aansprakelijk voor de handelingen of verplichtingen van EUMETSAT die verband houden met de totstandbrenging van de ruimtesector van EUMETSAT, behoudens het geval waarin deze aansprakelijkheid voortvloeit uit een verdrag waarbij deze Lid-Staat en de Staat die schadevergoeding vordert, beide partij zijn. In dat geval stelt EUMETSAT de betrokken Lid-Staat schadeloos met betrekking tot elke zodanige aansprakelijkheid, tenzij deze Lid-Staat uitdrukkelijk op zich heeft genomen deze aansprakelijkheid alleen te dragen. De Raad stelt de procedures vast voor de toepassing van het bepaalde in dit lid.

Artikel 10. Grondslagen van de financiering
1.

De uitgaven van EUMETSAT worden gedekt door de financiële bijdragen van de Lid-Staten en door alle overige inkomsten van EUMETSAT.

2.

Elke Lid-Staat betaalt aan EUMETSAT een jaarlijkse bijdrage aan de Algemene Begroting en aan de verplichte programma's (met uitzondering van het MOP) op basis van het gemiddelde Bruto Nationaal Produkt (BNP) van elke Lid-Staat over de laatste drie jaren waarover statistieken beschikbaar zijn.

De statistieken worden elke drie jaar bijgewerkt.

Voor het MOP betaalt elke Lid-Staat aan EUMETSAT een jaarlijkse bijdrage gebaseerd op de in Bijlage II opgenomen contributieschaal.

3.

Lid-Staten zijn verplicht hun bijdragen aan de verplichte programma's (met uitzondering van het MOP) te betalen tot ten hoogste 110 % indien een beslissing wordt genomen overeenkomstig art. 5.2(c)(ii).

4.

Voor facultatieve programma's betaalt elke deelnemende Lid-Staat aan EUMETSAT een jaarlijkse bijdrage gebaseerd op de voor het desbetreffende programma overeengekomen schaal.

5.

Indien een facultatief programma niet binnen een jaar na de datum waarop het in overeenstemming met artikel 3.2 van kracht is geworden, is voltekend, zijn de bestaande deelnemers verplicht een nieuwe contributieschaal te aanvaarden, waarbij het tekort naar evenredigheid wordt gedeeld, tenzij zij met eenparigheid van stemmen een andere oplossing overeenkomen.

6.

Alle bijdragen worden betaald in Europese Valuta-Eenheden (ECU), zoals omschreven door de Europese Gemeenschappen. Bijdragen voor het MOP kunnen ook worden betaald in iedere inwisselbare valuta.

7.

De wijze van betaling van de bijdragen en de methoden voor het bijwerken van de statistieken betreffende het BNP worden in de Financiële Voorschriften vastgesteld.

8.

In de financiële voorschriften wordt omschreven welke procedure van toepassing is ingeval een Lid-Staat zijn bijdragen niet betaalt, en welke extra kosten verschuldigd zijn door de Lid-Staat die een achterstand heeft in de betaling van zijn bijdragen.

9.

De Raad kan vrijwillige bijdragen aanvaarden, hetzij in geld of anderszins, mits deze bestemd zijn voor doelen die verenigbaar zijn met de doeleinden, werkzaamheden en gedragslijnen van EUMETSAT.

Artikel 11. Begrotingen
1.

Begrotingen worden uitgedrukt in ECU.

2.

Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

3.

De begrotingen van EUMETSAT wordt voor elk boekjaar opgesteld vóór het begin van dat jaar met inachtneming van de in de financiële voorschriften vastgestelde voorwaarden. De in de begroting vermelde inkomsten en uitgaven dienen in evenwicht te zijn.

4.

De Raad hecht, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 5.2(b) en (c), zijn goedkeuring aan de begroting voor het MOP, de Algemene Begroting en de begrotingen voor de verplichte programma's voor elk boekjaar, alsmede aan aanvullende en gewijzigde begrotingen. Lid-Staten die deelnemen aan facultatieve programma's hechten hun goedkeuring aan de begrotingen voor deze programma's in overeenstemming met artikel 5.3(b).

5.

De goedkeuring van de begrotingen vormt

6.

Indien de begroting niet is goedgekeurd aan het begin van een boekjaar, kan de Directeur-Generaal met betrekking tot elk hoofdstuk van de begroting maandelijks verplichtingen aangaan en betalingen verrichten tot ééntwaalfde gedeelte van de toegestane gelden op de begroting van het voorgaande boekjaar, met dien verstande dat hij niet kan beschikken over een groter bedrag dan ééntwaalfde gedeelte van de aangevraagde gelden in de ontwerp-begroting.

7.

De Lid-Staten betalen elke maand, op voorlopige grondslag en in overeenstemming met de contributieschaal, de bedragen die nodig zijn voor de uitvoering van het bepaalde in lid 6 van dit artikel.

8.

De uitwerkingen van de financiële regelingen en boekhoudkundige procedures zijn opgenomen in de financiële voorschriften die door de Paad overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.2(b) zijn goedgekeurd.

Artikel 12. Het nazien van de rekeningen
1.

De boekingen van alle op de begrotingen vermelde inkomsten en uitgaven, alsmede de balans van de activa en de passiva van EUMETSAT, worden jaarlijks nagezien aan de hand van de in de financiële voorschriften vastgestelde voorwaarden. De accountants leggen elk jaar een rapport inzake de rekeningen over aan de Raad.

2.

De Directeur-Generaal verschaft de accountants alle informatie en hulp die zij nodig hebben voor de uitvoering van hun taak.

3.

De verdere uitwerkingen van de financiële controle worden door de Raad vastgesteld.

Artikel 13. Voorrechten en immuniteiten

EUMETSAT geniet de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitvoering van haar officiële werkzaamheden, overeenkomstig een later op te stellen Protocol.

Artikel 14. Niet-nakoming van verplichtingen
1.

Een Lid-Staat die niet aan zijn verplichtingen krachtens dit Verdrag voldoet, houdt op lid van EUMETSAT te zijn, indien de Raad in overeenstemming met het bepaalde in artikel 5.2(b) zulks beslist, waarbij de betrokken Staat niet aan de stemming over deze kwestie deelneemt. De beslissing wordt van kracht op een door de Raad te bepalen datum.

2.

Indien een Lid-Staat van het Verdrag wordt uitgesloten, worden de contributieschalen voor de Algemene Begroting en voor de verplichte programma's aangepast in overeenstemming met het bepaalde in artikel 10.2. De Deelnemers beslissen, in overeenstemming met de in de Programmaverklaring vervatte voorschriften, omtrent aanpassingen van contributieschalen na uitsluiting van deelneming aan facultatieve programma's.

Artikel 15. Geschillen
1.

Alle geschillen die tussen twee of meer Lid-Staten of tussen één of meer Lid-Staten en EUMETSAT rijzen met betrekking tot de uitleg of de toepassing van het bepaalde in dit Verdrag of in de Bijlagen daarbij en die niet door of door bemiddeling van de Raad kunnen worden geregeld, worden, op verzoek van een partij bij het geschil, voorgelegd aan een scheidsgerecht, tenzij de partijen overeenkomen het geschil op andere wijze te regelen.

2.

Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden. Elke partij bij het geschil wijst één lid van het scheidsgerecht aan binnen een termijn van twee maanden, te rekenen van de datum van ontvangst van het in het eerste lid hierboven bedoelde verzoek. Binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de aanwijzing van het tweede lid van het scheidsgerecht, wijzen de eerste twee leden van het scheidsgerecht het derde lid van het scheidsgerecht aan, die als voorzitter van het scheidsgerecht optreedt en die geen onderdaan mag zijn van een Staat die partij bij het geschil is. Indien één van de twee leden van het scheidsgerecht niet is aangewezen binnen de vereiste termijn, wordt hij, op verzoek van één van beide partijen, aangewezen door de President van het Internationale Gerechtshof of, indien er geen overeenstemming bestaat tussen de partijen inzake een zodanig verzoek tot bemiddeling, door de Secretaris-Generaal van het Permanente Hof van Arbitrage. Dezelfde procedure wordt gevolgd, indien de voorzitter van het scheidsgerecht niet binnen de vereiste termijn is aangewezen.

3.

Het scheidsgerecht bepaalt zelf de plaats van zijn zitting en stelt zijn eigen procedureregels vast.

4.

Elke partij draagt de kosten met betrekking tot het lid van het scheidsgerecht voor wiens aanwijzing zij verantwoordelijk is, alsmede de kosten van vertegenwoordiging voor het scheidsgerecht. De uitgaven met betrekking tot de voorzitter van het scheidsgerecht worden gelijkelijk gedeeld door de partijen bij het geschil.

5.

De uitspraak van het scheidsgerecht dient namens een meerderheid van zijn leden te worden gedaan, die zich niet van stemming mogen onthouden. Deze uitspraak is definitief en bindend voor alle partijen bij het geschil en is niet voor beroep vatbaar. De partijen geven onverwijld uitvoering aan de uitspraak. In geval van een geschil over de uitleg of de draagwijdte van de uitspraak wordt deze op verzoek van een partij bij het geschil door het scheidsgerecht toegelicht.

Artikel 16. Ondertekening, bekrachtiging en toetreding
1.

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Staten die hebben deelgenomen aan de Conferentie van Gevolmachtigden inzake de oprichting van een Europese Organisatie voor de Exploitatie van Meteorologische Satellieten.

2.

De bedoelde Staten kunnen Partij bij dit Verdrag worden, hetzij

3.

Vanaf de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag kan elke Staat die niet heeft deelgenomen aan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde Conferentie van Gevolmachtigden, daartoe toetreden na een overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.2(a) genomen besluit van de Raad. Een Staat die tot dit Verdrag wenst toe te treden, geeft daarvan kennis aan de Directeur-Generaal, die de Lid-Staten verwittigt van het verzoek ten minste drie maanden voordat het ter beslissing aan de Raad wordt voorgelegd. De Raad stelt de voorwaarden voor de toetreding van de desbetreffende Staat vast overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.2(a).

4.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding worden nedergelegd bij de Regering van de Zwitserse Bondsstaat, hierna te noemen: „de Depositaris”.

5.

Toetreding tot het EUMETSAT-Verdrag betekent ten minste deelneming in de Algemene Begroting en aan alle verplichte programma's. Deelneming aan facultatieve programma's is afhankelijk van een beslissing van de Deelnemers in overeenstemming met artikel 5.3(c). Elke Staat die Partij bij het Verdrag wordt, betaalt een apart bedrag voor de reeds gedane investeringen, rekening houdend met de verplichte en facultatieve programma's waaraan, die Staat zal deelnemen. Het te betalen bedrag wordt vastgesteld in overeenstemming met artikel 5.2(a)(i) wat betreft de verplichte programma's en in overeenstemming met artikel 5.3(c) wat betreft de facultatieve programma's.

6.

Indien een Staat toetreedt tot het Verdrag, wordt de contributieschaal voor de Algemene Begroting en voor de verplichte programma's door de Raad aangepast. Bij toetreding tot een facultatief programma beslissen de Deelnemers omtrent eventuele aanpassing van de contributieschalen.

Artikel 17. Inwerkingtreding
1.

Dit Verdrag treedt in werking zestig dagen na de datum waarop het aantal Staten dat volgens de contributieschaal in Bijlage II gezamenlijk ten minste 85% van het totale bedrag aan bijdragen voor zijn rekening neemt, Partij bij dit Verdrag is geworden ter uitvoering van het bepaalde in artikel 16.2.

2.

Indien niet aan de voorwaarden voor de inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is voldaan twee jaar na de datum waarop het Verdrag werd opengesteld voor ondertekening, roept de Depositaris zo spoedig mogelijk de Regeringen van de Staten bijeen die het Verdrag hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring of die een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hebben nedergelegd. Deze Regeringen kunnen dan besluiten dat, ondanks de in het eerste lid gestelde voorwaarden, het Verdrag voor hen in werking treedt. Bij het nemen van dit besluit komen deze Regeringen de datum van inwerkingtreding overeen, alsmede een herziening van de in Bijlage II bedoelde contributieschaal.

3.

Na de inwerkingtreding van dit Verdrag ingevolge het bepaalde in het eerste of het tweede lid van dit artikel en hangende de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring kan een Staat die dit Verdrag heeft ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, deelnemen aan de bijeenkomsten van EUMETSAT, doch zonder het recht te hebben zijn stem uit te brengen.

4.

Voor een Staat die, na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, ingevolge het bepaalde in het eerste of het tweede lid van dit artikel, dit Verdrag ondertekent zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring nederlegt, alsmede voor een Staat die tot dit Verdrag toetreedt, treedt dit Verdrag in werking op de datum van ondertekening door de bedoelde Staat of op de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, al naar gelang het geval is.

Artikel 18. Wijzigingen
1.

Elke Lid-Staat mag wijzigingen in dit Verdrag voorstellen. De voorstellen tot wijziging dienen aan de Directeur-Generaal te worden toegezonden, die deze ter kennis van de overige Lid-Staten brengt ten minste drie maanden vóór het onderzoek daarvan door de Raad. De Raad onderzoekt de bedoelde voorstellen en kan, door middel van een overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.2(d)(v) genomen besluit, de Lid-Staten aanbevelen de voorgestelde wijzigingen te aanvaarden.

2.

De door de Raad aanbevolen wijzigingen worden van kracht dertig dagen nadat de Depositaris van dit Verdrag de schriftelijke kennisgevingen van aanvaarding heeft ontvangen van alle Lid-Staten.

3.

De Raad kan, door middel van een in overeenstemming met artikel 5.2(a) genomen besluit, de Bijlagen bij dit Verdrag wijzigen, mits deze wijziging niet in strijd is met de inhoud van dit Verdrag, en daarbij tevens de datum van van-kracht-wording voor alle Lid-Staten vaststellen.

Artikel 19. Opzegging
1.

Nadat dit Verdrag zes jaar van kracht is geweest, kan een Lid-Staat het Verdrag opzeggen door middel van een kennisgeving aan de depositaris van het Verdrag, waarbij die Staat zich terugtrekt uit de Algemene Begroting en de verplichte en facultatieve programma's. De opzegging wordt ten aanzien van de Algemene Begroting van kracht na het verstrijken van het tijdvak van vijfjaar waarvoor het financiële plafond was vastgesteld, en voor de verplichte of facultatieve programma's op het tijdstip waarop die programma's aflopen.

2.

De betrokken Staat behoudt de rechten die deze heeft verkregen tot de datum waarop de opzegging van kracht wordt ten aanzien van de verschillende programma's waaraan die Staat heeft deelgenomen.

3.

Indien een Lid-Staat ophoudt partij bij het Verdrag te zijn, wordt de contributieschaal voor de Algemene Begroting aangepast in overeenstemming met artikel 10.2 voor het tijdvak van vijfjaar dat volgt op het tijdvak waarin de betrokken Staat het Verdrag heeft opgezegd.

Artikel 20. Ontbinding
1.

EUMETSAT kan op elk tijdstip worden ontbonden door de Raad krachtens een overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.2(a) genomen besluit.

2.

Tenzij de Raad anders beslist, wordt EUMETSAT ontbonden indien, als gevolg van een opzegging van dit Verdrag door één of meer Lid-Staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 19.1, of als gevolg van een uitsluiting ingevolge artikel 14.1, de contributiebedragen van elk van de overige Lid-Staten voor de Algemene Begroting en de verplichte programma's worden verhoogd met meer dan éénvijfde.

De beslissing omtrent de ontbinding wordt genomen door de Raad in overeenstemming met artikel 5.2(a), waarbij Lid-Staten die het Verdrag hebben opgezegd of die zijn uitgesloten, niet deelnemen aan de stemming over deze kwestie.

3.

In de in het eerste en het tweede lid bedoelde gevallen stelt de Raad een liquidatieorgaan in.

4.

De activa worden verdeeld onder de Staten die Lid zijn van EUMETSAT op het tijdstip van haar ontbinding, naar evenredigheid van de werkelijk door hen betaalde bijdragen vanaf het tijdstip waarop zij Partij bij dit Verdrag zijn geworden. Een eventueel tekort wordt aangezuiverd door dezelfde Staten naar evenredigheid van de voor het lopende boekjaar vastgestelde bijdragen.

Artikel 21. Kennisgevingen

De Depositaris geeft de Staten die dit Verdrag hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden, kennis van:

Artikel 22. Registratie

Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit Verdrag en van eventuele wijzigingen daarop laat de depositaris deze registreren bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

1. Algemeen

Het Europese stelsel van meteorologische satellieten is de voortzetting van het preoperationele programma voor geostationaire satellieten (METEOSAT). De beoogde positie van de satelliet is boven de nulmeridiaan. Het stelsel omvat een ruimtegedeelte en een grondgedeelte. Het ontwerp van de satelliet wordt gebaseerd op dat van het preoperationele programma voor meteorologische satellieten. Van de ervaring die is verkregen met het preoperationele programma voor meteorologische satellieten (METEOSAT), wordt tevens gebruik gemaakt bij het grondgedeelte, dat zal voorzien in het volgen en het bedienen van de satelliet en de centrale verwerking van de gegevens.

2. Beschrijving van de functies

2.1. Ruimtegedeelte

De satelliet wordt uitgerust voor de volgende functies:

2.2. Grondgedeelte

Het grondgedeelte vervult de volgende functies, waarvan de meeste nagenoeg onmiddellijk dienen te worden verricht, ten einde te voldoen aan de meteorologische eisen:

3. Technische prestaties

3.1. Ruimtegedeelte

De gedetailleerde specificatie inzake de technische prestaties van de satelliet wordt door de Raad vastgesteld, maar deze mag niet van lager niveau zijn dan de specificatie voor de preoperationele meteorologische satellieten (METEOSAT), met dien verstande evenwel dat de mogelijk heid om gegevens te vragen aan meetstations op aarde via een speciale verbinding, is weggelaten.

De volgende verbeteringen worden voorzien:

3.2. Grondgedeelte

De technische prestaties met betrekking tot de in 2.2 genoemde functies dienen ten minste gelijk te zijn aan die van het preoperationele systeem. Het systeem wordt echter gemoderniseerd ten einde de betrouwbaarheid ervan te vergroten en de operationele kosten te verminderen.

4. Overgangswerkzaamheden

De exploitatie van het huidige systeem, met inbegrip van de meteorologische satellieten Fl en F2 en de satelliet P2 (indien deze is gelanceerd in het kader van het preoperationele programma), wordt eveneens in het operationele programma opgenomen met ingang van 24 november 1983.

5. Lanceringsschema

5.1. Het operationele programma omvat het verkrijgen van onderdelen en de bouw van samenstellende delen, nodig voor drie nieuwe vluchtmodellen (M01, M02, M03) en één reservevluchtmodel.

Er wordt gebruik gemaakt van slechts één assemblageploeg en de satellieten worden stuk voor stuk geassembleerd.

De M01 wordt, zodra deze gereed is, gelanceerd in principe in de eerste helft van 1987.

De M02 wordt ongeveer IV2 jaar later gelanceerd, in principe in de tweede helft van 1988.

De M03 wordt in principe gelanceerd in de tweede helft van 1990.

De datum van deze lancering kan eventueel worden verschoven, afhankelijk van de voortgang van het programma en de beschikbaarheid van draagraketten op het tijdstip van de beslissing.

De lanceringen van de M01 en de M02 worden door een verzekering gedekt, ten einde de assemblering en de lancering van het reservevluchtmodel mogelijk te maken.

5.2. Het in Bijlage II bedoelde maximumbedrag is gebaseerd op de veronderstelling dat alle lanceringen met behulp van de draagraket Ariane worden uitgevoerd als dubbele lanceringen. De Raad kan met eenparigheid van stemmen besluiten tot enkelvoudige lanceringen, indien het programma dit vereist.

6. Duur van het programma

De verwachte gezamenlijke gebruiksduur van de operationele satellieten is volgens het voorlopige schema 8½ jaar, te rekenen vanaf de lancering van de M01 in 1986/7. Voorts is er een overbruggingsperiode waarbij bestaande en beschikbare satellieten (Fl, F2, P2) worden gebruikt tijdens de periode van 24 november 1983 tot de lancering van de M01 in 1986/7. De verwachte totale duur van het programma is 12½ jaar, te rekenen vanaf begin 1983 tot medio 1995.

I. Financieel raam

Het totale bedrag van het financiële raam voor het in Bijlage I beschreven aanvankelijke systeem wordt geraamd op 400 miljoen rekeneenheden (tegen het prijspeil van medio 1982 en de omrekeningskoers van 1983) over het tijdvak 1983-1995, gespecificeerd als volgt:

- Maximumbedrag van de uitgaven van het Agentschap : 378 miljoen r.e.
- Secretariaat van EUMETSAT (10½ jaar) : 10 miljoen r.e.
- Onvoorziene uitgaven van EUMETSAT : 12 miljoen r.e.
II. Contributieschaal

De Lid-Staten dragen bij in de resterende uitgaven van het Meteosat Operationele Programma, met inbegrip van kosten van het Secretariaat verbonden aan dit Programma en onvoorziene uitgaven in verband met dit Programma, met ingang van 1 januari 1987 in overeenstemming met de volgende contributieschaal:

Lid Staten % bijdragen
België 4,4
Denemarken 0,5
Finland 0,35
Frankrijk 25,60
Duitsland 26,39
Griekenland 0,30
Ierland 0,11
Italië 12,00
Nederland 3,00
Noorwegen 0,50
Portugal 0,30
Spanje 5,24
Zweden 0,93
Zwitserland 3,03
Turkije 0,50
het Verenigd Koninkrijk 16,76
Nog niet in voorzien 0,09

IN WITNESS WHEREOF the undersigned Plenipotentiaries, having been duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Geneva, on the twenty fourth day of May nineteen hundred and eigthy three in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single original which will be deposited in the archives of the Government of the Swiss Confederation, which shall transmit certified copies to all signatory and acceding States.