Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek inzake het verblijf van Nederlandse strijdkrachten in Frankrijk
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, en
de Regering van de Franse Republiek, hier na genoemd „de Partijen”,
gelet op het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, ondertekend te Londen op 19 juni 1951,
zijn de volgende bepalingen overeengekomen:
Artikel 1
In deze Overeenkomst worden de voorwaarden vastgesteld voor het verblijf van Nederlandse eenheden in de Franse legerplaatsen.
In administratieve regelingen die voor ieder afzonderlijk geval worden gesloten tussen de bevoegde autoriteiten van de beide Partijen, worden voor zover de Franse legerplaatsen voor gebruik beschikbaar zijn de praktische modaliteiten voor het verblijf vastgesteld.
In deze administratieve regelingen worden de gegevens vermeld bedoeld in de bijlage bij deze Overeenkomst, welke bijlage hiervan een integrerend deel vormt.
Zowel de aankomst van de eenheden op hun terrein van legering als hun terugreis worden vooraf medegedeeld.
Artikel 2
Het contact tussen de Franse militaire, of eventueel civiele, instanties en de in de legerplaatsen verblijvende Nederlandse eenheden worden verzorgd door een Frans liaisondetachement onder bevel van een officier die tot taak heeft de Nederlandse wensen aan de bevoegde instanties voor te leggen.
Binnen de Nederlandse eenheden is een ondersteuningsdetachement, onder bevel van een officier, te zamen met het Franse detachement, belast met de regeling van de formaliteiten verband houdende met de materiële levensbehoeften van de Nederlandse eenheden.
Artikel 3
De organisatie van de verplaatsingen over land geschiedt door de Generale Staf van de landmacht, afdeling logistiek, in overleg met de Nederlandse militaire instanties.
Verplaatsingen over de weg worden, onder leiding van deze Generale Staf, geregeld door de generaal die het bevel voert over de desbetreffende militaire regio. Eenheden van de Koninklijke Marechaussee, die alleen gezag hebben over de Nederlandse strijdkrachten, worden ingezet ter aanvulling van de Franse verkeersdetachementen. De voertuigen zijn voorzien van een nationaliteitskenteken, kenteken, volgnummers en colonnevlaggen die door het Franse commando zijn voorgeschreven.
Verplaatsingen per spoor worden geregeld in overleg met de Nederlandse en Belgische spoorwegen enerzijds en de SNCF anderzijds, zodat de continuïteit van de verplaatsingen op Frans grondgebied wordt gewaarborgd. Het stuwen van het vervoerde materieel geschiedt door de Nederlandse strijdkrachten overeenkomstig de door de SNCF gestelde voorwaarden.
De convooien kunnen radioverbinding tot stand brengen met de commandoposten in Nederland overeenkomstig de bondgenootschappelijke regelingen.
Artikel 4
De Nederlandse strijdkrachten kunnen hun uitrusting en redelijke hoeveelheden voorraden, materieel en andere goederen, uitsluitend bestemd voor hun eigen gebruik, vrij van rechten in Frankrijk invoeren.
De invoer van uitrustingen, voorraden, materieel en andere goederen, meegevoerd met de zich verplaatsende eenheden, is van alle formaliteiten vrijgesteld, mits de aard en de omvang van deze invoer overeenkomen met de normale behoeften van deze eenheden.
Wanneer een colonne de grens overschrijdt, verstrekt de colonnecommandant aan de grenspost een nauwkeurige sterktestaat van het personeel alsmede een naar categorieën gerangschikte staat betreffende de vervoerde voertuigen, uitrustingen, voorraden en materieel. De grensoverschrijding op de terugweg geschiedt onder dezelfde voorwaarden.
Vrije invoer in Frankrijk van materieel en goederen los van militaire colonnes kan slechts geschieden onder overlegging bij het desbetreffende douanekantoor van een aangifteformulier, model 302, ondertekend door de hiertoe bevoegde Nederlandse militaire instantie.
Artikel 5
Bij zijn aankomst meldt de commandant van het ondersteuningsdetachement zich bij de commandant van de legerplaats, die hem de gebouwen, installaties, terreinen en schietbanen aanwijst, die ter beschikking van de Nederlandse eenheden worden gesteld. Deze eenheden maken hiervan gebruik op dezelfde voorwaarden als de Franse eenheden die hier verblijven, zulks overeenkomstig de geldende orders.
Aan het begin en aan het einde van het verblijf worden opgemaakt een beschrijving van de door de Nederlandse eenheden gebruikte gebouwen en installaties, een inventarislijst van het materieel dat hun ter beschikking is gesteld, alsmede een proces-verbaal van de toestand van het wegennet in en rond de legerplaatsen waarvan de Nederlandse troepen tijdens hun oefeningen gebruik zouden kunnen maken. Deze stukken worden ondertekend zowel door het hoofd van het ondersteuningsdetachement of een door hem aangewezen militair als door de vertegenwoordiger van de bevoegde Franse diensten. Verlies en beschadiging van materieel en schade aan de installaties, te wijten aan het niet in acht nemen van de orders, worden in rekening gebracht aan de Nederlandse autoriteiten.
Artikel 6
De Franse commandant van de legerplaats is garnizoenscommandant.
Hij licht de commandant van de Nederlandse eenheid in over de orders die deze moet doen toepassen.
Tijdens het verblijf van de Nederlandse troepen blijft het territoriale commando over de legerplaats gehandhaafd. De vlaggen van de Franse Republiek en van het Koninkrijk der Nederlanden worden gezamenlijk gehesen.
In de legerplaats berust de handhaving van de tucht en orde binnen de Nederlandse eenheid bij de Nederlandse commandant.
Het Franse commando bepaalt op welke voorwaarden Nederlands personeel toestemming kan worden verleend zich groepsgewijs of individueel buiten de legerplaats op te houden, in of buiten dienstverband.
Excursies van sportieve of toeristische aard kunnen buiten de legerplaats plaatsvinden. Hiervoor moet van tevoren toestemming worden verleend door het Franse commando ter plaatse.
Eenheden van de Koninklijke Marechaussee treden buiten de legerplaats niet op eigen initiatief op, maar hun medewerking kan worden ingeroepen door de Franse gendarmerie, uitsluitend om onder de leden van het Nederlandse detachement de tucht en orde te handhaven.
Artikel 7
De door de Nederlandse eenheid te houden grote en kleine oefeningen en schietoefeningen dienen plaats te vinden overeenkomstig de vaste orders van de desbetreffende legerplaats en overeenkomstig de in vredestijd geldende veiligheidsmaatregelen voor grond-grond artillerieschietoefeningen.
Wanneer bij een gebeurtenis waarbij personeel dan wel materieel is betrokken dat toebehoort aan het Nederlandse detachement, iemand lichamelijk gewond is geraakt, of materiële schade aan derden is toegebracht, maken de Nederlandse militairen van het detachement hiervan zo spoedig mogelijk melding:
- -. rechtstreeks aan de dichtstbijzijnde gendarmeriebrigade, indien de gebeurtenis heeft plaatsgevonden buiten de legerplaats;
- -. of anders aan de commandant van de legerplaats. Deze autoriteit dient dan zo spoedig mogelijk de bevoegde gendarmeriebrigade te waarschuwen.
In geval van schade veroorzaakt tijdens of bij grote oefeningen of verplaatsingen stellen de Franse en Nederlandse autoriteiten elkaar hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. Met inachtneming van de bijzondere bepalingen genoemd in artikel 5, laatste zin hierboven, geschiedt de schaderegeling overeenkomstig artikel VIII van het Verdrag dat op 19 juni 1951 te Londen is ondertekend.
Artikel 8
Elke aanvraag ter bevoorrading in grote hoeveelheden (brandstof, levensmiddelen, diverse benodigdheden) moet normaliter twee maanden tevoren worden ingediend bij de bevoegde Franse diensten.
De Franse diensten dragen zorg voor:
- -. de bevoorrading met levensmiddelen tegen tarieven die gelden voor de Franse onderdelen wat betreft de gangbare levensmiddelen en tegen kostprijs wat betreft alle andere levensmiddelen;
- -. de levering van elektriciteit, verwarming en verlichting, normaliter berekend volgens de verbruikte hoeveelheden tegen tarieven die gelden voor de Franse onderdelen, dan wel tegen een forfaitair bedrag dat wordt vastgesteld volgens de regeling genoemd in artikel 1 voor de aanwezige personeelssterkte in de legerplaats, indien het niet mogelijk is de verbruikte hoeveelheden te berekenen;
- -. de levering van water tegen een forfaitair bedrag dat wordt vastgesteld volgens de regeling genoemd in artikel 1 en dat van toepassing is op de personeelssterkte die in de legerplaats heeft verbleven;
- -. de verstrekking van slaapgarnituren, kampementsgoederen, meubilair en de bewassing der slaapgarnituren tegen een forfaitair bedrag dat wordt vastgesteld volgens de regeling genoemd in artikel 1, en dat van toepassing is op de personeelssterkte die in de legerplaats heeft verbleven, in welk tarief de verstrekking van lakens is inbegrepen;
- -. de bewassing van persoonlijke kleding en de verstrekking van onderhouds- en reinigingsmiddelen voor zover de Nederlandse eenheid hierom verzoekt en op dezelfde voorwaarden als voor de Franse eenheden.
De „Service des Essences des Armées” levert brandstof, vloeibare brandstof en smeermiddelen1)Bedoeld zijn Klasse III/IIIa goederen.voor voertuigen tegen afgifte van zogeheten bonnen model 19 met de vermelding: „MCLAAA/HOLLAND.MANOEU”. Laatstgenoemde dienst draagt er zorg voor dat de bonboekjes die nodig zijn voor leveranties aan de Nederlandse eenheden tijdens het verblijf in de legerplaats en tijdens verplaatsingen, alsmede in voorkomend geval aan de Franse verkeersdetachementen, tijdig in het bezit zijn van de leverende instanties. De geleverde hoeveelheden worden in rekening gebracht tegen de verkoopprijs, exclusief douanerechten en -heffingen.
Er kunnen uiteenlopende diensten worden verleend in de rustplaatsen bedoeld in de regeling genoemd in artikel 1. De eenheid van ontvangst stelt voor de uitgaven facturen op die zij door het hoofd van het Nederlandse detachement voor gezien laten tekenen.
Wanneer aan aanvragen ter bevoorrading niet kan worden voldaan door de Franse diensten en er door particuliere leveranciers in de behoeften wordt voorzien, worden dezen hiervoor betaald in Franse franks door de betaalmeesters van de Nederlandse eenheden.
Artikel 9
Het is de Nederlandse strijdkrachten toegestaan voor verzending van post naar Nederland gebruik te maken van hun eigen diensten.
Zij kunnen eveneens gebruik maken van de Franse posterijen tegen tarieven overeenkomstig de bepalingen in het Algemeen Postverdrag dat op 26 oktober 1979 te Rio de Janeiro is ondertekend.
De voor de Nederlandse eenheid bestemde open post wordt bezorgd bij het postkantoor waaronder de legerplaats ressorteert. Zij wordt in ontvangst genomen hetzij door de betaalmeester van de legerplaats hetzij door de betaalmeester van de Nederlandse troepen die daartoe aan dit bureau is toegevoegd. De door leden van de Nederlandse strijdkrachten aan de Franse posterijen aangeboden briefstukken behoren te zijn gefrankeerd met Franse postzegels tegen de voor het binnenland c.q. het buitenland vastgestelde tarieven afhankelijk van de bestemming.
Artikel 10
De Nederlandse strijdkrachten mogen van de telefoonfaciliteiten van de legerplaats gebruik maken onder dezelfde voorwaarden als de Franse troepen. Uitgaande telefoongesprekken kunnen worden aangevraagd door tussenkomst van de militaire telefooncentrale onder de voorwaarden vastgelegd in de orders. In voorkomende gevallen worden de frequenties voor de oefeningen toegewezen door de ”Direction Centrale des Transmissions” en tijdig medegedeeld aan de Nederlandse strijdkrachten.
Artikel 11
Ten aanzien van de Nederlandse militaire vliegtuigen die worden gebruikt bij het verblijf van de Nederlandse eenheden, moeten overvlucht- en landingsaanvragen tijdig door de Nederlandse Landmacht- en Luchtmachtattaché te Parijs worden ingediend volgens de geldende procedure.
Artikel 12
Voor de duur van het verblijf kan zowel voor Nederlandse officieren als Nederlandse onderofficieren een mess worden ingericht. Dit personeel wordt in voorkomend geval evenwel ook toegelaten tot de Franse officiersmess en onderofficiersmess.
In de legerplaats kunnen een of meer verkooppunten van Nederlandse produkten worden geopend, uitsluitend voor het gebruik door Nederlands militair personeel. Bovendien is het Nederlandse personeel gerechtigd aankopen te doen in de Franse kantine. De betaling van deze aankopen geschiedt uitsluitend in Franse franks.
Artikel 13
De Nederlandse eenheid verricht bergings- en herstelwerkzaamheden aan haar materieel gewoonlijk met behulp van eigen uitrusting en monteurs.
Indien nodig kan zij een beroep doen op de technische dienst van de Franse landmacht. Deze dienst levert geen Verbindingsploegen ter begeleiding van de Nederlandse colonnes, en zijn hulp moet worden ingeroepen door tussenkomst van de gendarmerie en de Franse verkeersdetachementen. Onklaar geraakt Nederlands materieel wordt eventueel overgebracht naar door het Franse commando aan te wijzen werkplaatsen van de Franse technische dienst, ten einde het per spoor naar Nederland af te voeren op kosten van het Nederlandse leger, of het ter plaatse te doen afhalen door het Nederlandse leger.
Voor herstelwerkzaamheden kunnen de werkplaatsen van de Franse technische dienst de Nederlandse strijdkrachten kosteloos de noodzakelijke middelen ter beschikking stellen, zoals zwaar gereedschap of hijsapparatuur, maar zij verstrekken geen reserveonderdelen.
Gedurende het verblijf in de legerplaatsen kan het Nederlandse leger voor herstelwerkzaamheden gebruik maken van de bestaande installaties die de commandant van de legerplaats ter beschikking stelt.
Artikel 14
De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het personeel en het materieel van de Nederlandse eenheden binnen de legerplaats berust bij de Nederlandse strijdkrachten overeenkomstig de voorschriften die van toepassing zijn binnen het Franse leger.
Het plaatselijk commando stelt de Nederlandse eenheden wapenmagazijnen ter beschikking voor de opslag van wapens en gevoelig materieel. Deze magazijnen worden bewaakt door het Nederlandse personeel. Het toezicht op de parkeerplaatsen bestemd voor voertuigen en tanks kan worden verricht door ongewapend personeel. Indien een van deze magazijnen of parkeerplaatsen wordt bedreigd of aangevallen, treden uitsluitend de Franse strijdkrachten op.
Ten aanzien van het vervoer van Nederlandse munitie gelden de voorschriften met betrekking tot het vervoer van bondgenootschappelijk militair materieel en het vervoer van gevaarlijke stoffen.
De voorwaarden voor opslag en behandeling van munitie in verpakking die geschikt is voor vervoer, moeten in overeenstemming zijn met de ter zake geldende Franse voorschriften.
De munitie wordt opgeslagen in de hiervoor door de plaatselijke autoriteiten aangewezen opslagplaatsen, waarvan de bewaking in beginsel berust bij de Franse strijdkrachten. Evenwel kan aan de Nederlandse strijdkrachten, op hun verzoek en volgens met de plaatselijke autoriteiten overeengekomen regelingen, de bewaking van een tijdelijke opslagplaats worden toevertrouwd, waarin slechts hun eigen munitie is opgeslagen.
Artikel 15
Tijdens de verplaatsing of tijdens het verblijf in de legerplaatsen worden ernstig zieke of zwaar gewonde Nederlandse militairen verzorgd in het ziekenverblijf van de legerplaats of overgebracht naar militaire hospitalen of ziekenhuizen voor burgers en militairen, dan wel openbare ziekenhuizen. Zij worden dan tegen betaling behandeld onder dezelfde voorwaarden als de Franse militairen. De verzoeken om opname dienen te worden gericht aan de MCLAAA/DSF, die deze ter aanvaarding doorzendt aan de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Parijs.
Nederlandse militairen die tijdens hun verblijf een lichte ziekte of een lichte verwonding oplopen, worden verzorgd in de ziekenverblijven van de desbetreffende legerplaats die door de Nederlandse militaire geneeskundige dienst met personeel en geneesmiddelen worden uitgerust.
De Franse militaire geneeskundige dienst verstrekt de Nederlandse eenheid, tegen betaling, geneesmiddelen en hulpmiddelen voor zover zij daaraan behoefte hebben.
Artikel 16
In geval van overlijden van een lid van de Nederlandse strijdkrachten op Frans grondgebied tijdens of in verband met oefeningen in Frankrijk, moet het overlijden worden aangegeven bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waarin dit heeft plaatsgevonden. De dood wordt vastgesteld door een bevoegde Franse arts, die de overlijdensakte opmaakt.
Indien de Franse gerechtelijke autoriteit lijkschouwing gelast, wordt deze gezamenlijk verricht door een Franse arts aangewezen door de gerechtelijke autoriteit en door een Nederlandse militaire arts aangewezen door de Nederlandse militaire instanties, op een tijdstip en plaats zoals bepaald door de gerechtelijke autoriteit.
De Nederlandse militaire instanties mogen over het stoffelijk overschot beschikken zodra hun toestemming is verleend door de Franse militaire instantie.
De overbrenging van het stoffelijk overschot uit Frankrijk geschiedt overeenkomstig de van kracht zijnde Franse Wetgeving op dit gebied.
De Nederlandse militaire instanties verplichten zich ertoe de Franse autoriteiten, op hun verzoek, alle gegevens over de overbrenging te verstrekken.
Artikel 17
Als aandeel in de onderhouds- en bedrijfskosten van de legerplaats enerzijds en in de buitengewone uitgaven van de Franse Regering anderzijds, betaalt de Nederlandse Regering een globale forfaitaire bijdrage waarvan de hoogte wordt bepaald in de regeling genoemd in artikel 1, voor het personeel dat heeft verbleven in de legerplaatsen. De berekening van deze bijdrage geschiedt op basis van de dagelijkse sterkte-opgave, die door de commandant van het Nederlandse detachement wordt gewaarmerkt en wordt ingediend bij de Franse liaisonofficier.
Artikel 18
De Nederlandse Regering verricht de betalingen in Franse franks, opgenomen van een rekening voor niet-ingezetenen of afkomstig van de verkoop van deviezen op de wisselmarkt, per cheque ten name van de „Trésor public” of door overboeking ten gunste van de „Agent comptable central du Trésor public”, van de volgende kosten:
- -. de prijs van de leveringen en diensten overeenkomstig artikel 8,
- -. de prijs van de door de „Service des Essences des Armées” geleverde brandstoffen en smeermiddelen1)Bedoeld zijn Klasse III/III A goederen.ingevolge artikel 8,
- -. de telefoonkosten ingevolge artikel 10,
- -. de kosten van de diensten verleend door de Franse militaire geneeskundige dienst, bedoeld in artikel 15,
- -. het bedrag van de bijdrage bedoeld in artikel 17,
- -. meer in het algemeen, alle andere uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeiende uitgaven, verband houdend bijv. met schade aan of het teloorgaan van de installaties, roerende goederen en materieel (artikel 5), de diensten verricht door de materieeldienst (artikel 13).
Nadat de dienst is verleend, worden aanbetalingen gestort, waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van de omvang en de aard van de toegezegde diensten.
Op een later tijdstip wordt overgegaan tot betaling van het restant van de verschuldigde bedragen, en wel binnen drie maanden nadat de „Direction des services financiers du ministère de la Défense” (DSF) hiertoe een verzoek heeft ingediend bij de Landmacht- en Luchtmachtattaché bij de Nederlandse ambassade te Parijs.
Het verzoek om betaling omvat een overzicht van de verschuldigde bedragen. Bij dit overzicht worden hetzij afrekeningsstaten, hetzij facturen of memoranda gevoegd.
Deze door de DSF centraal verzamelde bewijsstukken zijn gewoonlijk voorzien van de door de Nederlandse Partij gestelde aantekening dat de dienst is verleend of de levering heeft plaatsgevonden, bij welke aantekening de namen en rang van de ondertekenaar worden genoemd.
Diensten van individuele aard, zoals bijv. het gebruik van maaltijden in de mess, consumpties aan de bar en in de kantine, en privé-telefoongesprekken dienen rechtstreeks door de betrokkenen in Franse franks te worden betaald.
Artikel 19
Ten aanzien van de Franse deviezenvoorschriften worden de leden van de Nederlandse strijdkrachten beschouwd als niet-ingezetenen; dit geldt zowel voor de bepalingen met betrekking tot reizigers als voor alle onder bedoelde voorschriften vallende transacties.
De betaalmeester van de Nederlandse strijdkrachten mag, evenals elke niet-ingezetene, houder zijn van een rekening in franks voor niet-ingezetenen.
Deze rekening kan met name worden gecrediteerd voor de opbrengst van de verkoop van alle soorten deviezen op de officiële wisselmarkt te Parijs of door overmaking vanaf een andere rekening in franks voor niet-ingezetenen, en kan worden gedebiteerd voor alle in franks of in buitenlandse valuta opgenomen bedragen of elke overschrijving naar het buitenland, gedaan op de officiële wisselmarkt. Deze transacties kunnen vrijelijk worden uitgevoerd.
De leden van de Nederlandse strijdkrachten kunnen zonder beperking franks of buitenlandse deviezen in- of uitvoeren. Door de douane wordt aan de grens een verklaring vereist wanneer het bedrag hoger is dan de tegenwaarde van 50.000 franks. Deze wisselvoorschriften kunnen echter worden gewijzigd, rekening houdend met de geldende deviezenvoorschriften.
Artikel 20
Deze Overeenkomst wordt voorlopig toegepast met ingang van de dag van ondertekening en treedt in werking op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis stellen dat aan de daartoe vereiste grondwettelijke procedures is voldaan.
Artikel 21
Deze Overeenkomst is alleen van toepassing op het metropolitaine gebied van beide Partijen.
Artikel 22
Deze Overeenkomst kan te allen tijde worden herzien bij schriftelijke overeenstemming tussen de Partijen en kan te allen tijde worden opgezegd met een opzegtermijn van een jaar.
EN FOI DE QUOI les représentants des deux Gouvernements, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent accord.
FAIT à Paris, le 16 septembre 1988, en deux exemplaires originaux, en langue française.
Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas
S. Exe. Jonkheer Max Vegelin van Claerbergen, Ambassadeur Extraordinaire et Plénipotentiaire
(s.) VEGELIN VAN CLAERBERGEN
Pour le Gouvernement de la République française
Le Conseiller des Affaires étrangères,
P. A. Guyomard, Chef de la mission centrale de liaison pour l'assistance aux armées alliées
(s.) P. A. GUYOMARD