Verdrag inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband
De Partijen bij dit Verdrag,
Zich bewust van het verband tussen economische bedrijvigheid en de gevolgen daarvan voor het milieu,
Bevestigend dat het noodzakelijk is vanuit het oogpunt van het milieu verantwoorde en duurzame ontwikkeling te verzekeren,
Vastbesloten de internationale samenwerking bij milieu-effectrapportage, met name in grensoverschrijdend verband, uit te breiden,
Indachtig de noodzaak en het belang van het ontwikkelen van anticiperend beleid, en van het voorkomen, verminderen en controleren van belangrijke nadelige milieu-effecten in het algemeen en meer in het bijzonder in grensoverschrijdend verband,
Herinnerend aan de desbetreffende bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de Verklaring van de Conferentie inzake het menselijk leefmilieu te Stockholm, de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) en de Slotdocumenten van de Bijeenkomsten te Madrid en te Wenen van vertegenwoordigers van de Staten die deelnemen aan de CVSE,
Verheugd over de voortdurende inzet van Staten om, door middel van hun nationale wettelijke en bestuurlijke bepalingen en hun nationale beleid, de toepassing van milieu-effectrapportage te verzekeren,
Zich bewust van de noodzaak in een vroeg stadium van het besluitvormingsproces expliciete aandacht aan milieufactoren te schenken door de toepassing van milieu-effectrapportage, op alle betrokken bestuurlijke niveaus, als noodzakelijk instrument voor het verbeteren van de kwaliteit van de informatie die wordt aangeboden aan degenen die besluiten moeten nemen, opdat vanuit het oogpunt van het milieu verantwoorde besluiten kunnen worden genomen, waarbij er zorgvuldig naar wordt gestreefd belangrijke nadelige effecten, met name in grensoverschrijdend verband, tot het minimum te beperken;
Indachtig de inspanningen van internationale organisaties ter bevordering van de toepassing van milieu-effectrapportage op zowel nationaal als internationaal niveau, en rekening houdend met het werk op het gebied van de milieu-effectrapportage dat wordt verricht onder de auspiciën van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, met name de resultaten die zijn bereikt door het Seminar inzake milieu-effectrapportage (september 1987, Warschau, Polen), alsmede gelet op de Doeleinden en Beginselen inzake milieueffectrapportage, aangenomen door de Beheersraad van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties, en de Ministeriële Verklaring inzake duurzame ontwikkeling (mei 1990, Bergen, Noorwegen),
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- i. „Partijen”: de Partijen bij dit Verdrag, tenzij het zinsverband anders vereist;
- ii. „Partij van herkomst”: de Partij of Partijen bij dit Verdrag onder wier rechtsmacht er sprake is van een voorgenomen activiteit;
- iii. „Mogelijk benadeelde Partij”: de Partij of Partijen bij dit Verdrag die het grensoverschrijdende effect van een voorgenomen activiteit mogelijk raakt;
- iv. „Betrokken Partijen”: de Partij van herkomst en de mogelijk benadeelde Partij die deelnemen aan een milieu-effectrapportageprocedure ingevolge dit Verdrag;
- v. „Voorgenomen activiteit”: een activiteit of een ingrijpende wijziging van een activiteit die volgens een van toepassing zijnde nationale procedure onderworpen is aan een door een bevoegde autoriteit te nemen besluit;
- vi. „Milieu-effectrapportage”: een nationale procedure voor het beoordelen van het effect dat een voorgenomen activiteit mogelijk heeft op het milieu;
- vii. „Effect”: ieder door een voorgenomen activiteit teweeggebracht gevolg voor het milieu, met inbegrip van de gezondheid en veiligheid van de mens, de flora, de fauna, de bodem, de lucht, het water, het klimaat, het landschap en historische monumenten of andere fysieke structuren, of op de samenhang tussen deze aspecten; ook worden bedoeld gevolgen voor het culturele erfgoed of voor de sociaal-economische omstandigheden voortvloeiend uit veranderingen in die aspecten;
- viii. „Grensoverschrijdend effect”: ieder effect, niet uitsluitend van mondiale aard, dat binnen een gebied onder de rechtsmacht van een Partij wordt teweeggebracht door een voorgenomen activiteit die geheel of gedeeltelijk zou plaatsvinden binnen het gebied onder de rechtsmacht van een andere Partij;
- ix. „Bevoegde autoriteit”: de nationale autoriteit of autoriteiten die een Partij belast met de uitvoering van de in dit Verdrag vervatte taken en/of de autoriteit of autoriteiten aan welke een Partij de beslissingsbevoegdheid ten aanzien van een voorgenomen activiteit heeft opgedragen;
- x. „Het publiek”: een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen en, in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, hun verenigingen, organisaties of groepen.
Artikel 2. Algemene bepalingen
De Partijen nemen, afzonderlijk of gezamenlijk, alle passende en doeltreffende maatregelen ter voorkoming, beperking en beheersing van belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieu-effecten van voorgenomen activiteiten.
Elke Partij neemt de nodige wettelijke, bestuurlijke of andere maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag; onder meer stelt zij ten aanzien van in Aanhangsel I genoemde voorgenomen activiteiten die mogelijk een belangrijk nadelig grensoverschrijdend effect hebben, een milieu-effectrapportageprocedure vast, die deelneming door het publiek toelaat en voorziet in het opstellen van het in Aanhangsel II nader omschreven milieu-effectrapport.
De Partij van herkomst draagt er zorg voor dat in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag milieu-effectrapportage plaatsvindt vóór een besluit tot machtiging of uitvoering van een in Aanhangsel I genoemde voorgenomen activiteit die mogelijk een belangrijk nadelig grensoverschrijdend effect heeft.
De Partij van herkomst draagt er overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag zorg voor dat de mogelijk benadeelde Partijen in kennis worden gesteld van het feit dat er sprake is van een in Aanhangsel I genoemde voorgenomen activiteit die mogelijk een belangrijk nadelig grensoverschrijdend effect heeft.
Betrokken Partijen bespreken, op initiatief van een van hen, of een niet in Aanhangsel I genoemde voorgenomen activiteit mogelijk een belangrijk nadelig grensoverschrijdend effect heeft, en of zij derhalve moet worden behandeld alsof zij wel als zodanig wordt genoemd. Indien de Partijen dit overeenkomen, wordt deze activiteit als zodanig behandeld. Algemene richtsnoeren voor het kiezen van criteria om te bepalen of er al dan niet sprake is van een belangrijk nadelig grensoverschrijdend effect, worden gegeven in Aanhangsel III.
De Partij van herkomst biedt, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, het publiek in de gebieden die het effect mogelijk raakt, de gelegenheid deel te nemen aan desbetreffende milieu-effectrapportageprocedures ten aanzien van voorgenomen activiteiten, en draagt er zorg voor dat de gelegenheid die wordt geboden aan het publiek van de mogelijk benadeelde Partij gelijkwaardig is aan die welke wordt geboden aan het publiek in de Partij van herkomst.
Milieu-effectrapportage als voorgeschreven door dit Verdrag vindt ten minste plaats op projectniveau. Voor zover relevant trachten de Partijen de beginselen van milieu-effectrapportage eveneens toe te passen op beleidsvoornemens, plannen en programma's.
De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan het recht van Partijen nationale wetten, regelingen, bestuurlijke bepalingen of algemeen aanvaarde rechtspraktijken toe te passen ter bescherming van informatie, waarvan de verschaffing schadelijk zou zijn voor industriële geheimen en handelsgeheimen, of voor de nationale veiligheid.
De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan het recht van Partijen om, eventueel door bilaterale of multilaterale regelingen, strengere maatregelen toe te passen dan voorzien in dit Verdrag.
De bepalingen van dit Verdrag laten iedere verplichting die de Partijen krachtens het internationale recht hebben ten aanzien van activiteiten die (mogelijk) een grensoverschrijdend effect hebben, onverlet.
Indien de Partij van herkomst van plan is een procedure uit te voeren om de inhoud van de documentatie inzake de milieu-effectrapportage vast te stellen, dient de mogelijk benadeelde Partij voor zover van toepassing in de gelegenheid te worden gesteld aan deze procedure deel te nemen.
Artikel 3. Kennisgeving
Indien er sprake is van een in Aanhangsel I genoemde voorgenomen activiteit die mogelijk een belangrijk nadelig grensoverschrijdend effect heeft, doet de Partij van herkomst hiervan, met het oog op voldoende en doeltreffend overleg zoals bedoeld in artikel 5, in een zo vroeg mogelijk stadium en niet later dan het tijdstip waarop zij haar eigen publiek over de voorgenomen activiteit informeert, kennisgeving aan iedere Partij die zij als mogelijk benadeelde Partij beschouwt.
Deze kennisgeving bevat onder meer:
- a. informatie over de voorgenomen activiteit, met inbegrip van alle beschikbare informatie over het mogelijke grensoverschrijdende effect ervan;
- b. een omschrijving van de aard van het te nemen besluit; en
- c. de vermelding van een redelijke termijn waarbinnen een antwoord krachtens het derde lid van dit artikel vereist is, de aard van de voorgestelde activiteit in aanmerking genomen;
en kan tevens de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde informatie bevatten.
De mogelijk benadeelde Partij zendt de Partij van herkomst haar antwoord binnen de in de kennisgeving vermelde termijn; zij bevestigt de ontvangst van de kennisgeving en geeft aan of zij al dan niet voornemens is deel te nemen aan de milieu-effectrapportageprocedure.
Indien de mogelijk benadeelde Partij aangeeft dat zij niet voornemens is deel te nemen aan de milieu-effectrapportageprocedure, of indien zij niet binnen de in de kennisgeving aangeduide termijn een antwoord zendt, zijn de bepalingen van het vijfde, zesde, zevende en achtste lid van dit artikel en van de artikelen 4 tot en met 7 niet van toepassing. In deze omstandigheden blijft het recht van een Partij van herkomst om te bepalen of, op grond van haar nationale recht en praktijk, milieu-effectrapportage al dan niet moet plaatsvinden, onverminderd bestaan.
Zodra de Partij van herkomst van de mogelijk benadeelde Partij een antwoord ontvangt waarin deze aangeeft te willen deelnemen aan de milieu-effectrapportageprocedure, verstrekt de Partij van herkomst de mogelijk benadeelde Partij, indien zij dit niet reeds heeft gedaan:
- a. relevante informatie over de milieu-effectrapportageprocedure, waarin mede de termijn voor het indienen van commentaar wordt vermeld;
- b. relevante informatie over de voorgenomen activiteit en over het mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende effect ervan.
Een mogelijk benadeelde Partij verstrekt de Partij van herkomst, indien deze daarom verzoekt, informatie, mits redelijkerwijs verkrijgbaar, over het mogelijk benadeelde milieu onder de rechtsmacht van de mogelijk benadeelde Partij, indien deze informatie vereist is voor het opstellen van het milieu-effectrapport. De informatie wordt onverwijld verstrekt, eventueel door tussenkomst van een gezamenlijk lichaam.
Wanneer een Partij van mening is dat zij een belangrijk nadelig grensoverschrijdend effect zou kunnen ondervinden van een in Aanhangsel I genoemde voorgenomen activiteit, en indien geen kennisgeving is gedaan in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel, wisselen de betrokken Partijen, op verzoek van de mogelijk benadeelde Partij, voldoende informatie uit voor het houden van besprekingen over de vraag of er mogelijk een belangrijk nadelig grensoverschrijdend effect zal optreden. Indien die Partijen overeenkomen dat deze mogelijkheid aanwezig is, zijn de bepalingen van dit Verdrag dienovereenkomstig van toepassing. Indien de Partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of er mogelijk een belangrijk nadelig grensoverschrijdend effect zal optreden, kan elk van die Partijen deze vraag in overeenstemming met de bepalingen van Aanhangsel IV voorleggen aan een onderzoekscommissie, met het verzoek om advies over de mogelijkheid dat een belangrijk nadelig grensoverschrijdend effect zal optreden, tenzij de Partijen een andere methode overeenkomen voor het oplossen van deze vraag.
De betrokken Partijen dragen er zorg voor dat het publiek van de mogelijk benadeelde Partij in de gebieden die het grensoverschrijdende effect mogelijk raakt, wordt geïnformeerd over de voorgenomen activiteit, en de gelegenheid wordt geboden commentaar te geven op of bezwaar te maken tegen de voorgenomen activiteit, en dit commentaar of bezwaar, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de Partij van herkomst, te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van de Partij van herkomst.
Artikel 4. Het opstellen van het milieu-effectrapport
Het milieu-effectrapport dat bij de bevoegde autoriteit van de Partij van herkomst moet worden ingediend, omvat ten minste de in Aanhangsel II omschreven informatie.
De Partij van herkomst zendt de mogelijk benadeelde Partij, eventueel door tussenkomst van een gezamenlijk lichaam, het milieueffectrapport toe. De betrokken Partijen dragen zorg voor de toezending van het milieu-effectrapport aan de autoriteiten en het publiek van de mogelijk benadeelde Partij in de gebieden die het grensoverschrijdende effect mogelijk raakt, en bieden een redelijke termijn voor het indienen van commentaar bij de bevoegde autoriteit van de Partij van herkomst, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de Partij van herkomst, voordat het definitieve besluit over de voorgenomen activiteit wordt genomen.
Artikel 5. Overleg op basis van het milieu-effectrapport
Na de voltooiing van het milieu-effectrapport treedt de Partij van herkomst, zonder onnodige vertraging, met de mogelijk benadeelde Partij in overleg over onder meer het mogelijke grensoverschrijdende effect van de voorgenomen activiteit en over maatregelen om dit effect te beperken of uit te sluiten. In dit overleg kunnen de volgende zaken aan de orde komen:
- a. mogelijke alternatieven voor de voorgenomen activiteit, met inbegrip van de keuze geen activiteit te doen plaatsvinden (het nulalternatief), en mogelijke maatregelen om het belangrijke nadelige grensoverschrijdende effect te verminderen en, op kosten van de Partij van herkomst, het effect van die maatregelen te controleren;
- b. andere vormen van mogelijke onderlinge bijstand bij het beperken van belangrijke nadelige grensoverschrijdende effecten van de voorgenomen activiteit; en
- c. alle andere met de voorgenomen activiteit verband houdende zaken.
De Partijen komen bij aanvang van het overleg een redelijk tijdsbestek voor de duur ervan overeen. Het overleg kan eventueel worden gevoerd door tussenkomst van een gezamenlijk lichaam.
Artikel 6. Het definitieve besluit
De Partijen dragen er zorg voor dat bij het nemen van het definitieve besluit over de voorgenomen activiteit gepast rekening wordt gehouden met het resultaat van de milieu-effectrapportage, met inbegrip van het milieu-effectrapport, alsook met het commentaar daarop dat is ontvangen ingevolge artikel 3, achtste lid, en artikel 4, tweede lid, en met het resultaat van het in artikel 5 bedoelde overleg.
De Partij van herkomst deelt de mogelijk benadeelde Partij het definitieve besluit over de voorgenomen activiteit mede, alsmede de redenen en overwegingen waarop het is gebaseerd.
Indien een betrokken Partij, voordat de uitvoering van een voorgenomen activiteit wordt aangevangen, de beschikking krijgt over bijkomende informatie over het belangrijke nadelige grensoverschrijdende effect van die activiteit, welke informatie niet beschikbaar was op het tijdstip waarop het besluit over die activiteit werd genomen, en die het besluit inhoudelijk zou kunnen hebben beïnvloed, deelt die Partij dit onmiddellijk mede aan de andere betrokken Partij of Partijen. Indien een van de betrokken Partijen hierom verzoekt, wordt overleg gepleegd over de vraag of het besluit moet worden herzien.
Artikel 7. Evaluatie
De betrokken Partijen besluiten, indien een van hen daarom verzoekt, of, en zo ja, in welke mate, een evaluatie wordt verricht, rekening houdend met het oog op het mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende effect van de activiteit ten aanzien waarvan milieu-effectrapportage heeft plaatsgevonden ingevolge dit Verdrag. Evaluatie behelst met name toezicht op de activiteit en vaststelling van eventuele nadelige grensoverschrijdende effecten. Dit toezicht en deze vaststelling kunnen plaatsvinden met het oog op de verwezenlijking van de in Aanhangsel V genoemde doeleinden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.