Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Sultanaat Oman inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden

Type Verdrag
Publication 1997-12-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Sultanaat Oman;

Partijen zijnde bij het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld;

Geleid door de wens een aanvullende Overeenkomst bij dat Verdrag te sluiten, met het doel luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden in te stellen;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt, tenzij uit het zinsverband anders blijkt:

Artikel 2. Verlening van rechten
1.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten met het doel geregelde internationale luchtdiensten in te stellen en te exploiteren op de routes, omschreven in de ter uitvoering van deze Overeenkomst opgestelde Routetabellen. Deze luchtdiensten en routes worden hierna onderscheidenlijk „de overeengekomen luchtdiensten” en ,,de omschreven routes” genoemd. Door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij geniet de volgende rechten:

2.

Geen van de bepalingen in het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij het recht te geven tot het opnemen, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, van passagiers, vracht of post, vervoerd tegen beloning of vergoeding en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Voor de coördinatie van commerciële en technische aangelegenheden betreffende de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten verleent elk der Overeenkomstsluitende Partijen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht vertegenwoordigers op het grondgebied van de eerstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij te stationeren. Op aanvraag worden de vereiste arbeidsvergunningen verleend, met inachtneming van het bepaalde in de wetgeving betreffende de immigratie en het verrichten van arbeid.

Artikel 3. Aanwijzing van luchtvaartmaatschappijen
1.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht, in een schriftelijke mededeling, gericht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, één luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

2.

Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, onverminderd het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunningen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij.

3.

De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen verlangen dat een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij tot hun genoegen aantoont te voldoen aan de eisen voor de exploitatie van internationale luchtdiensten, gesteld bij de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze door deze autoriteiten worden toegepast overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag.

4.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunningen niet te verlenen of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij, wanneer niet ten genoegen van genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het feitelijke toezicht op deze luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, of bij haar onderdanen.

5.

De aangewezen luchtvaartmaatschappij aan wie de vergunning is verleend, kan op elk gewenst tijdstip een aanvang maken met de exploitatie van de overgekomen luchtdiensten, mits met betrekking tot deze diensten een overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief van kracht is.

Artikel 4. Intrekking of opschorting van een exploitatievergunning
1.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door een luchtvaartmaatschappij die door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen, op te schorten of aan de uitoefening van deze rechten de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden, indien:

2.

Tenzij onmiddellijke intrekking of opschorting of het onmiddellijk stellen van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorwaarden noodzakelijk is ter voorkoming van verdere inbreuken op wetten of voorschriften, wordt zulk een recht slechts uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Ingeval een der Overeenkomstsluitende Partijen gebruik maakt van haar rechten krachtens dit artikel, blijven de in artikel 13 toegekende rechten van de andere Overeenkomstsluitende Partij onverlet.

Artikel 5. Douanerechten en andere heffingen
1.

Luchtvaartuigen die door de door een der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij op internationale luchtdiensten worden gebruikt, alsmede voorraden motorbrandstof, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en andere voorraden (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen), ingevoerd op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of aan boord genomen van een luchtvaartuig op dat grondgebied en uitsluitend bedoeld voor gebruik door of in de luchtvaartuigen van deze luchtvaartmaatschappij, zijn op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten of heffingen, zelfs indien deze voorraden door deze luchtvaartuigen worden gebruikt op vluchten binnen dit grondgebied.

2.

Voorraden motorbrandstof, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en andere voorraden (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord van een luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij bevinden, zijn op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten of heffingen, zelfs indien deze voorraden door deze luchtvaartuigen worden gebruikt op vluchten binnen dit grondgebied. Zodanig vrijgestelde goederen kunnen slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Goederen die opnieuw worden uitgevoerd, dienen in entrepot te worden bewaard tot het tijdstip van wederuitvoer onder toezicht van de douaneautoriteiten.

3.

De kosten die een van de Overeenkomstsluitende Partijen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij mag berekenen of doen berekenen voor het gebruik van luchthavens en andere onder haar toezicht staande voorzieningen, mogen niet hoger zijn dan die welke dienen te worden betaald voor het gebruik van zodanige luchthavens en voorzieningen door de nationale luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partij die soortgelijke internationale luchtdiensten uitvoeren.

Artikel 6. Toepasselijkheid van wetten en voorschriften
1.

De wetten en voorschriften van de ene Overeenkomstsluitende Partij zijn van toepassing op het vliegen met en de exploitatie van de luchtvaartuigen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij gedurende het binnenkomen van, het verblijf binnen, het verlaten van en de vlucht over het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.

2.

De wetten en voorschriften van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende de aankomst op of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanningen en vracht, en in het bijzonder de voorschriften betreffende paspoorten, douane, valuta, medische en quarantaine aangelegenheden zijn van toepassing op passagiers, bemanningen en vracht bij het binnenkomen op of het verlaten van het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij in luchtvaartuigen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij.

Artikel 7. Beginselen inzake de exploitatie van overeengekomen diensten
1.

De door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen worden op billijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld de overeengekomen diensten op de omschreven routes te exploiteren.

2.

Bij de exploitatie van de overeengekomen diensten houdt de door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij rekening met de belangen van de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zodat de diensten die de laatstgenoemde luchtvaartmaatschappij op dezelfde routes of een deel daarvan onderhoudt, niet op onredelijke wijze worden getroffen.

3.

De overeengekomen luchtdiensten die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen worden onderhouden, dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de vervoersbehoeften van het publiek op de omschreven routes en hebben als voornaamste doel het verschaffen, bij een redelijke bezettingsgraad, van capaciteit die beantwoordt aan de huidige en redelijkerwijze te verwachten behoefte aan vervoer van passagiers en vracht, met inbegrip van post, naar en van het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen. In het vervoer van passagiers en vracht, met inbegrip van post, zowel aan boord genomen als afgezet op punten van de omschreven routes op het grondgebied van andere Staten dan de Staat die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, wordt voorzien overeenkomstig de algemene beginselen volgens welke de capaciteit dient te zijn afgestemd op:

Artikel 8. Goedkeuring dienstregelingen

De aangewezen luchtvaartmaatschappij van elke Overeenkomstsluitende Partij legt uiterlijk dertig (30) dagen vóór de aanvang van de luchtdiensten op de omschreven routes de dienstregelingen met inbegrip van de te gebruiken typen luchtvaartuigen ter goedkeuring voor aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Dit is eveneens van toepasssing op latere wijzigingen. In bijzondere gevallen kan deze termijn worden verkort met toestemming van de bovengenoemde autoriteiten.

Artikel 9. Tarieven
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „tarief” verstaan een door de luchtvaartmaatschappijen, rechtstreeks of via hun vertegenwoordigers, van een persoon of rechtspersoon geheven of te heffen bedrag voor het vervoer van passagiers (met hun bagage) en vracht (met uitzondering van post), met inbegrip van:

2.

De tarieven die door de luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij worden geheven voor het vervoer naar of van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, worden op een redelijk niveau vastgesteld, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen.

3.

De in het tweede lid van dit artikel bedoelde tarieven worden, indien mogelijk, in onderlinge overeenstemming vastgesteld door de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen in overleg met de andere luchtvaartmaatschappijen die de route of een deel daarvan exploiteren. Deze overeenstemming dient, indien mogelijk, te worden bereikt met gebruikmaking van de procedures van de Internationale Luchtvervoersvereniging of een soortgelijke internationaal erkende bedrijfsorganisatie.

4.

De aldus overeengekomen tarieven worden aan de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen ter goedkeuring voorgelegd ten minste vijfenveertig (45) dagen vóór de voorgestelde datum van invoering. In bijzondere gevallen kan dit tijdvak worden verkort, indien de genoemde autoriteiten zulks overeenkomen.

5.

Deze goedkeuring kan uitdrukkelijk worden verleend. Indien de luchtvaartautoriteiten niet binnen dertig (30) dagen, te rekenen van de datum waarop deze tarieven in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel zijn voorgelegd, te kennen hebben gegeven deze niet goed te keuren, worden zij geacht te zijn goedgekeurd. Ingeval het tijdvak van voorlegging is verkort, zoals voorzien in het vierde lid, kunnen de luchtvaartautoriteiten onderling overeenkomen dat het tijdvak waarbinnen de kennisgeving moet worden gedaan dat niet tot goedkeuring wordt overgegaan, korter is dan dertig (30) dagen.

6.

Indien gedurende het overeenkomstig het vijfde lid van dit artikel van toepassing zijnde tijdvak de luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij hun goedkeuring onthouden aan een door of namens de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij overeenkomstig de bepalingen van het vierde lid van dit artikel aan hen voorgelegd tarief, trachten de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen, op verzoek van een van hen, het tarief in onderlinge overeenstemming vast te stellen en doen al het mogelijke om deze overeenstemming ten uitvoer te brengen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.