Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Bahrein inzake diensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden

Type Verdrag
Publication 2013-06-25
State In force
Source BWB
artikelen 23
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Koninkrijk Bahrein,

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld,

Geleid door de wens bij te dragen aan de vooruitgang van de internationale burgerluchtvaart,

Geleid door de wens een overeenkomst te sluiten met het doel luchtdiensten in te stellen tussen en via hun onderscheiden grondgebieden,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Tenzij het zinsverband anders vereist, hebben in deze Overeenkomst en de Bijlage de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:

Artikel 2. Verleende rechten

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij in de Bijlage anders is bepaald, de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij:

2.

Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij het recht te geven tot deelneming aan luchtvervoer tussen punten gelegen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 3. Aanwijzing en verlening van vergunningen

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht twee luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van internationale luchtdiensten op de in de Bijlage omschreven routes en een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij of eerder aangewezen luchtvaartmaatschappijen te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij of andere luchtvaartmaatschappijen. De andere Overeenkomstsluitende Partij wordt langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis gesteld van een dergelijke aanwijzing.

2.

Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij de desbetreffende vergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, mits:

Artikel 4. Intrekking en opschorting van vergunningen

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan de exploitatievergunning of technische vergunningen van door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen intrekken, opschorten of beperken, wanneer:

2.

Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op het eerste lid van dit artikel, worden de in dit artikel vastgestelde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij. Tenzij anders overeengekomen door de Overeenkomstsluitende Partijen, vangt dergelijk overleg aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek.

3.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de rechten van de Overeenkomstsluitende Partijen de exploitatievergunning van een of meerdere luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij in overeenstemming met artikel 13 (Veiligheid) te weigeren, in te trekken, te beperken of hieraan voorwaarden te verbinden.

Artikel 5. PRIJZEN

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij staat toe dat elke aangewezen luchtvaartmaatschappij op basis van commerciële marktoverwegingen prijzen voor luchtvervoer vaststelt.

Het ingrijpen door de Overeenkomstsluitende Partijen is beperkt tot:

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan verlangen dat haar luchtvaartautoriteiten in kennis worden gesteld van in rekening te brengen prijzen voor vluchten van of naar haar grondgebied door luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Geen van de Overeenkomstsluitende Partijen neemt eenzijdige maatregelen ter voorkoming van de invoering of handhaving van een prijs die wordt berekend of voorgesteld door (a) een luchtvaartmaatschappij van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen voor internationaal luchtvervoer tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen, of door (b) een luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij voor internationaal luchtvervoer tussen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en een ander land.

Wanneer een Overeenkomstsluitende Partij van mening is dat een dergelijke prijs onverenigbaar is met de overwegingen vervat in het eerste lid van dit artikel, verzoekt zij om overleg en stelt zij de andere Overeenkomstsluitende Partij zo spoedig mogelijk in kennis van de redenen voor haar afkeuring. Dit overleg vindt plaats uiterlijk dertig (30) dagen na ontvangst van het verzoek, en de Overeenkomstsluitende Partijen werken samen om de gegevens te verkrijgen die nodig zijn voor een redelijke oplossing van de zaak. Wanneer de Overeenkomstsluitende Partijen overeenstemming bereiken over een prijs waarover een kennisgeving van afkeuring is gedaan, stelt elke Overeenkomstsluitende Partij al het mogelijke in het werk om deze overeenkomst uit te voeren. Bij gebreke van een dergelijke wederzijdse overeenstemming wordt of blijft de prijs van kracht.

4.

Niettegenstaande de bepalingen van dit artikel is op de prijzen die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk Bahrein voor vervoer dat geheel binnen de Europese Unie plaatsvindt in rekening dienen te worden gebracht het recht van de Europese Unie van toepassing.

Artikel 6. Commerciële activiteiten

1.

Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen toegestaan om:

2.

Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij toegestaan om haar in verband met het verzorgen van luchtvervoer benodigde leidinggevend, commercieel, operationeel en technisch personeel te zenden naar en te doen verblijven op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

3.

In deze behoeften aan personeel kan naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden voorzien door haar eigen personeel of door gebruikmaking van diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die werkzaam is op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en die gemachtigd is dergelijke diensten te verlenen op het grondgebied van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.

4.

Bovenvermelde activiteiten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

5.

Niettegenstaande andere bepalingen van deze Overeenkomst, is het aangewezen luchtvaartmaatschappijen en indirecte aanbieders van luchtvervoer van beide Overeenkomstsluitende Partijen onverminderd toegestaan ten behoeve van internationaal luchtvervoer gebruik te maken van vervoer over land en/of zee voor passagiers, vracht en post naar of vanuit punten op de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen of in derde landen, met inbegrip van vervoer naar en vanaf alle luchthavens met douanevoorzieningen en waar van toepassing met inbegrip van het recht vracht en post onder douanetoezicht met inachtneming van de toepasselijke wetten en voorschriften te vervoeren. Deze passagiers, vracht en post, ongeacht of deze over land en/of zee of door de lucht wordt vervoerd, worden toegelaten tot de douaneafhandeling en douanevoorzieningen op de luchthaven. Aangewezen luchtvaartmaatschappijen kunnen ervoor kiezen zelf hun vervoer over land en/of zee te verrichten of door middel van regelingen met andere vervoerders over land en/of zee, met inbegrip van vervoer over land en/of zee geëxploiteerd door andere luchtvaartmaatschappijen en indirecte aanbieders van vrachtvervoer door de lucht. Deze intermodale vervoersdiensten kunnen worden aangeboden tegen een allesomvattende prijs voor het vervoer door de lucht en over land en/of zee tezamen, mits de passagiers en vervoerders niet worden misleid ten aanzien van de feiten aangaande dergelijk vervoer.

Artikel 7. Eerlijke concurrentie

1.

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Partijen worden op billijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan het internationale luchtvervoer dat door deze Overeenkomst wordt beheerst.

2.

Elke Partij treft alle passende maatregelen binnen haar rechtsmacht ter bestrijding van alle vormen van discriminatie of oneerlijke concurrentiepraktijken die de concurrentiepositie van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij nadelig beïnvloeden.

Artikel 8. Dienstregeling

1.

Geen van de Overeenkomstsluitende Partijen eist dat tabellen, programma's voor vluchten of exploitatieplannen door aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij ter goedkeuring worden ingediend, tenzij dit op basis van non-discriminatie kan worden vereist ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de uniforme voorwaarden als voorzien in het tweede lid van dit artikel of wanneer dit specifiek wordt toegestaan in de Bijlage bij deze Overeenkomst.

2.

Wanneer een Overeenkomstsluitende Partij indiening vereist ten behoeve van informatie, beperkt zij de administratieve belasting ten gevolge van voorschriften en procedures inzake indiening voor tussenpersonen voor luchtvervoer en voor de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij tot een minimum.

Artikel 9. Belastingen, douanerechten en heffingen

1.

Luchtvaartuigen die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen op internationale luchtdiensten worden gebruikt, alsmede hun normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden brandstof en smeermiddelen en boordproviand (waaronder etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord bevinden, alsmede reclame- en promotiemateriaal aan boord van zodanige luchtvaartuigen, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en soortgelijke nationale of lokale heffingen en belastingen, mits genoemde uitrusting en voorraden aan boord van het luchtvaartuig blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.

2.

Ten aanzien van normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden brandstof en smeermiddelen en boordproviand die op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij worden gebracht door of namens een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, of aan boord worden genomen van een luchtvaartuig dat wordt geëxploiteerd door een zodanige aangewezen luchtvaartmaatschappij en uitsluitend zijn bestemd voor gebruik aan boord tijdens de exploitatie van internationale diensten, gelden geen heffingen en belastingen, waaronder douanerechten en inspectiekosten, die op het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij worden opgelegd, zelfs niet wanneer deze voorraden worden gebruikt op delen van het traject die worden afgelegd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waarop zij aan boord zijn genomen. Ten aanzien van de hierboven genoemde goederen kan worden verlangd dat zij onder toezicht en controle van de douane worden gehouden. De bepalingen van dit lid mogen niet zodanig worden uitgelegd, dat een Overeenkomstsluitende Partij ertoe kan worden verplicht reeds op de hierboven genoemde artikelen geheven douanerechten terug te betalen.

3.

De normale boorduitrustingsstukken, reservedelen, voorraden brandstof en smeermiddelen en boordproviand die zich aan boord bevinden van de luchtvaartuigen van een der Overeenkomstsluitende Partijen kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van laatstgenoemde Partij, die kunnen verlangen dat die goederen onder hun toezicht worden geplaatst totdat zij weer worden uitgevoerd of hierover anderszins wordt beschikt overeenkomstig de douanevoorschriften.

4.

Niets in deze Overeenkomst belet het Koninkrijk der Nederlanden op basis van non-discriminatie belastingen, rechten, heffingen of accijnzen te leggen op op zijn grondgebied geleverde brandstof voor gebruik in een luchtvaartuig van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van het Koninkrijk Bahrein dat vliegt tussen een punt op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en een ander punt op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden of op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie.

Artikel 10. Overmaking van gelden

1.

Het staat de luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen vrij om rechtstreeks of via een agent luchtvervoersdiensten te verkopen op het grondgebied van beide Overeenkomstsluitende Partijen, ongeacht in welke munteenheid.

2.

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen hebben het recht op verzoek het batig saldo van inkomsten en uitgaven op het grondgebied van verkoop te wisselen en over te maken naar het grondgebied waar hun zetel is gevestigd. Het wisselen en overmaken is toegestaan zonder beperkingen tegen de wisselkoers voor lopende transacties die van kracht is op het tijdstip waarop genoemd saldo wordt aangeboden om te worden gewisseld en overgemaakt.

Artikel 11. Toepassing van wetten, voorschriften en procedures

1.

De wetten, voorschriften en procedures van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in internationale luchtdiensten gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zodanige luchtvaartuigen dienen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd vanaf de binnenkomst in en tot en met het vertrek uit genoemd grondgebied.

2.

De wetten, voorschriften en procedures van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende immigratie, paspoorten, of andere erkende reisdocumenten, binnenkomst, inklaring, douane en quarantaine dienen te worden nageleefd door of namens bemanningsleden, passagiers, vracht en post vervoerd door luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij vanaf de binnenkomst in en tot en met het vertrek uit het grondgebied van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Passagiers, bagage en vracht die op doorreis zijn via het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij en die de zone van de luchthaven die daarvoor gereserveerd is niet verlaten, worden, behalve wat veiligheidsmaatregelen tegen geweld en luchtpiraterij betreft, slechts aan een vereenvoudigde controle onderworpen. Bagage en vracht op doorreis zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke belastingen.

4.

Kosten en heffingen die op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij met betrekking tot de vluchten van de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij in rekening worden gebracht voor het gebruik van luchthavens en andere luchtvaartvoorzieningen op het grondgebied van de eerstgenoemde Partij, mogen niet hoger zijn dan die welke in rekening worden gebracht met betrekking tot de vluchten van een andere luchtvaartmaatschappij die soortgelijke vluchten uitvoert.

5.

Geen der Overeenkomstsluitende Partijen begunstigt enige andere luchtvaartmaatschappij ten opzichte van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij bij de toepassing van haar voorschriften inzake douane, immigratie, quarantaine en soortgelijke voorschriften of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen, luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarover zij zeggenschap heeft.

Artikel 12. Erkenning van bewijzen en vergunningen

Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een van de Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgereikt of geldig verklaard en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen en vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard overeenkomstig de op grond van het Verdrag vastgestelde normen.

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn verstrekt aan haar eigen onderdanen.

Artikel 13. Veiligheid

1.

De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen elkander de bijstand te verlenen die nodig is ter voorkoming van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen en andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van luchtvaartuigen, luchthavens en luchtvaartvoorzieningen, en elke andere bedreiging voor de veiligheid van de luchtvaart.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt ermede in de niet-discriminatoire en algemeen toepasselijke veiligheidsbepalingen na te leven die de andere Overeenkomstsluitende Partij voorschrijft voor de binnenkomst op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij en toereikende maatregelen te treffen om passagiers en hun handbagage aan controle te onderwerpen. Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt ook elk verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij om bijzondere veiligheidsmaatregelen voor haar luchtvaartuigen of passagiers om het hoofd te bieden aan een specifieke bedreiging, welwillend in overweging.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen handelen overeenkomstig de toepasselijke beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart die zijn vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. Indien een Overeenkomstsluitende Partij van deze bepalingen afwijkt, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij verzoeken om overleg met die Overeenkomstsluitende Partij. Tenzij anders dóór de Overeenkomstsluitende Partijen is overeengekomen, begint zodanig overleg binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek ter zake. Het uitblijven van een bevredigend akkoord kan een grond vormen voor toepassing van artikel 14 van deze Overeenkomst.

4.

De Overeenkomstsluitende Partijen handelen in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te 's-Gravenhage op 16 december 1970, en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, voor zover beide Overeenkomstsluitende Partijen partij zijn bij deze verdragen.

5.

Wanneer zich een voorval voordoet van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van een luchtvaartuig of van andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van een luchtvaartuig, luchthavens en luchtvaartvoorzieningen, of zich dreigt voor te doen, verlenen de Overeenkomstsluitende Partijen elkander bijstand door de verbindingen die bedoeld zijn om op snelle en veilige wijze aan zulk een voorval of de dreiging daarvan een einde te maken, te vergemakkelijken.

Artikel 14. Overleg en wijziging

1.

In een geest van nauwe samenwerking plegen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen van tijd tot tijd overleg met elkander, ten einde te verzekeren dat de bepalingen van deze Overeenkomst worden uitgevoerd en naar tevredenheid worden nageleefd, en zij plegen indien nodig overleg om in wijziging daarvan te voorzien.

2.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan verzoeken om overleg, dat binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek ter zake aanvangt, tenzij beide Overeenkomstsluitende Partijen besluiten tot verlenging of verkorting van deze termijn. Bedoeld overleg kan mondeling of schriftelijk geschieden.

3.

Elke door de Overeenkomstsluitende Partijen overeengekomen wijziging op of verandering in deze Overeenkomst treedt in werking op een in een diplomatieke notawisseling te bepalen datum en hangt af van de voltooiing van de nationaal vereiste wettelijke procedures.

4.

Elke wijziging op of verandering in de Bijlage bij deze Overeenkomst wordt schriftelijk overeengekomen tussen de luchtvaartautoriteiten en treedt in werking na bevestiging door middel van een diplomatieke notawisseling.

Artikel 15. Regeling van geschillen

1.

Indien tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een geschil ontstaat met betrekking tot de uitlegging of toepassing van de onderhavige Overeenkomst, trachten de Overeenkomstsluitende Partijen dit in de eerste plaats te regelen door middel van onderlinge onderhandelingen.

2.

Indien de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen door middel van onderhandeling het geschil te regelen, kan het op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan een gerecht van drie scheidsmannen, van wie elke Overeenkomstsluitende Partij er een benoemt, waarna de aldus gekozen twee scheidsmannen gezamenlijk de derde aanwijzen, op voorwaarde dat de derde scheidsman geen onderdaan van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen is. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen wijst een scheidsman aan binnen een termijn van zestig dagen na de datum waarop een van beide Overeenkomstsluitende Partijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij een diplomatieke nota heeft ontvangen waarin om een scheidsrechterlijke beslissing van het geschil wordt verzocht, en de derde scheidsman wordt binnen een volgende termijn van zestig dagen aangewezen. Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn eigen scheidsman niet aanwijst binnen de termijn van zestig dagen of indien de derde scheidsman niet binnen de genoemde termijn is aangewezen, kan de Voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie door een der Overeenkomstsluitende Partijen worden verzocht een scheidsman of scheidsmannen te benoemen.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen verplichten zich ertoe zich te houden aan elke uitspraak gedaan op grond van het tweede lid van dit artikel.

Artikel 16. Beëindiging

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde langs diplomatieke weg de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling doen van haar besluit deze Overeenkomst te beëindigen. Deze mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. In een dergelijk geval eindigt deze Overeenkomst twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de mededeling van beëindiging in onderlinge overeenstemming wordt ingetrokken vóór het verstrijken van deze termijn. Indien de andere Overeenkomstsluitende Partij nalaat de ontvangst te bevestigen, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 17. Registratie bij de ICAO

Deze Overeenkomst en alle wijzigingen daarop worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 18. Toepasselijkheid van multilaterale overeenkomsten

1.

De bepalingen van het Verdrag worden op deze Overeenkomst toegepast.

2.

Indien een door beide Partijen aanvaarde multilaterale overeenkomst ter zake van een aangelegenheid die onder deze Overeenkomst valt in werking treedt, hebben de desbetreffende bepalingen van die overeenkomst voorrang boven de desbetreffende bepalingen van de onderhavige Overeenkomst.

Artikel 19. Toepasselijkheid

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het Rijk in Europa.

Artikel 20. Inwerkingtreding

De onderhavige Overeenkomst wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening en treedt in werking op de dag waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkander schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen daarvoor constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at Manama on 11th July 1990.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) J. F. R. M. VELING

H.E. J. F. R. M. Veling

Ambassador

For the Government of the State of Bahrain

(sd.) YOUSIF AHMED AL SHIRAWI

H.E. Yousif Ahmed Al Shirawi

Minister of Development & Industry

and Acting Minister of State for Cabinet Affairs

Artikel 4 (bis). VERWIJZINGEN NAAR ONDERDANEN OF LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN VAN EEN LIDSTAAT

Verwijzingen in deze Overeenkomst naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden worden uitgelegd als verwijzingen naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie.

Verwijzingen in deze Overeenkomst naar vrachtvervoerders/luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden worden uitgelegd als verwijzingen naar door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen vrachtvervoerders/luchtvaartmaatschappijen.

Artikel 6 (bis)

Met inachtneming van de wet- en regelgeving van elke Overeenkomstsluitende Partij, en, in het geval van Nederland met inbegrip van het recht van de Europese Unie, is elke aangewezen luchtvaartmaatschappij bevoegd op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij haar eigen gronddiensten („self-handling”) te verrichten, of naar haar keuze, voor al deze diensten of een deel ervan een concurrerende aanbieder te kiezen. Indien self-handling krachtens deze wet- en regelgeving beperkt of belet wordt en indien er geen feitelijke concurrentie is tussen aanbieders van gronddiensten, wordt elke aangewezen luchtvaartmaatschappij behandeld op basis van non-discriminatie wat betreft de toegang tot self-handling en het aanbod van gronddiensten van aanbieders.

Artikel 13 (bis)

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde verzoeken om overleg inzake de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aanvaarde veiligheidsnormen op elk terrein met betrekking tot bemanning, luchtvaartuigen of hun exploitatie. Dergelijk overleg vindt plaats binnen dertig (30) dagen na dat verzoek.

2.

Indien een Overeenkomstsluitende Partij na dergelijk overleg oordeelt dat de andere Overeenkomstsluitende Partij op een willekeurig gebied geen veiligheidsnormen op doeltreffende wijze handhaaft en toepast die ten minste gelijk zijn aan de minimumnormen die op dat tijdstip uit hoofde van het Verdrag waren vastgesteld, stelt de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis van dit oordeel en de noodzakelijk geachte stappen om te voldoen aan die minimumnormen en neemt die andere Overeenkomstsluitende Partij passende corrigerende maatregelen. Indien de andere Overeenkomstsluitende Partij nalaat binnen vijftien dagen, of binnen een langere termijn als overeen te komen, passende maatregelen te nemen, is dit aanleiding voor de toepassing van artikel 4 van deze Overeenkomst.

3.

Onverminderd de verplichtingen bedoeld in artikel 33 van het Verdrag wordt overeengekomen dat elk luchtvaartuig dat door een luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij wordt gebruikt voor diensten naar of vanuit het grondgebied van een andere Partij, terwijl het zich op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij bevindt, mag worden onderworpen aan een inspectie door de bevoegde vertegenwoordigers van de andere Overeenkomstsluitende Partij, aan boord en rond het luchtvaartuig om zowel de geldigheid van de documenten van het luchtvaartuig als die van zijn bemanning en de kennelijke toestand van het luchtvaartuig en zijn uitrusting te controleren (in dit artikel aangeduid als platforminspectie), mits dit niet leidt tot onredelijke vertraging.

4.

Indien een dergelijke platforminspectie of reeks platforminspecties leidt tot:

5.

Ingeval toegang ten behoeve van de uitvoering van een platforminspectie in overeenstemming met het derde lid van dit artikel van een door een luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij geëxploiteerd luchtvaartuig door de vertegenwoordiger van die luchtvaartmaatschappij wordt geweigerd, staat het de andere Overeenkomstsluitende Partij vrij daaruit af te leiden dat er aanleiding is voor ernstige bezorgdheid als bedoeld in het vierde lid van dit artikel en de conclusies te trekken zoals bedoeld in dat lid.

6.

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning van een luchtvaartmaatschappij van een andere Overeenkomstsluitende Partij onmiddellijk op te schorten of daarvan af te wijken, ingeval de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij concludeert dat, hetzij naar aanleiding van een platforminspectie of reeks platforminspecties, overleg of anderszins, dat onverwijld ingrijpen essentieel is voor de veiligheid van een vlucht door de luchtvaartmaatschappij.

7.

Een maatregel door een Overeenkomstsluitende Partij in overeenstemming met het tweede of zesde lid van dit artikel wordt opgeschort, zodra de aanleiding voor het nemen van die maatregel ophoudt te bestaan.

8.

Elke Overeenkomstsluitende Partij dringt er bij haar onderscheiden aangewezen luchtvaartmaatschappijen op aan de goedkeuring te verkrijgen van de burgerluchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij alvorens een luchtvaartuig te leasen dat niet toebehoort aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij, ongeacht of het geregistreerd is in het land van de exploitant of in een ander land van de exploitant of in een ander land ten behoeve van de exploitatie van diensten in het land van een van de Overeenkomstsluitende Partijen op de in deze Overeenkomst omschreven punten.

9.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 83 (bis) van het Verdrag berusten de verantwoordelijkheden en verplichtingen omtrent de exploitatie van geleaste luchtvaartuigen wat betreft de veiligheid van de luchtvaart in het land van de luchtvaartmaatschappij die de luchtvaartuigen least en toeziet op de exploitatie ervan. De verantwoordelijkheden ter zake van geleaste luchtvaartuigen kunnen geheel of gedeeltelijk worden overgedragen.

10.

Indien het Koninkrijk der Nederlanden een luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en een andere lidstaat van de Europese Unie controleert of deze de regelgeving naleeft, zijn de rechten van de andere Overeenkomstsluitende Partij uit hoofde van dit artikel op dezelfde wijze van toepassing op de aanneming, uitoefening of handhaving van veiligheidsnormen door die andere lidstaat van de Europese Unie en op de exploitatievergunning van die luchtvaartmaatschappij.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at Manama on 11th July 1990.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) J. F. R. M. VELING

H.E. J. F. R. M. Veling

Ambassador

For the Government of the Kingdom of Bahrain

(sd.) YOUSIF AHMED AL SHIRAWI

H.E. Yousif Ahmed Al Shirawi

Minister of Development & Industry

and Acting Minister of State for Cabinet Affairs

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)