Overeenkomst inzake samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen
De Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Franse Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland en de Europese Economische Gemeenschap,
Erkennend dat verontreiniging van de zee door olie en andere schadelijke stoffen in het Noordzeegebied een bedreiging kan vormen voor het mariene milieu en de belangen van de kuststaten,
Opmerkend dat zulke verontreiniging vele oorzaken heeft en dat ongevallen en andere voorvallen op zee aanleiding tot grote bezorgdheid geven,
Ervan overtuigd dat het vermogen tot bestrijding van zulke verontreiniging, alsook actieve samenwerking en onderlinge hulpverlening tussen de Staten noodzakelijk zijn voor de bescherming van hun kusten en daarmede samenhangende belangen,
Verheugd over de reeds geboekte vooruitgang in het kader van de Overeenkomst betreffende samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie, ondertekend te Bonn op 9 juni 1969,
Geleid door de wens de onderlinge hulpverlening en de samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging tot verdere ontwikkeling te brengen,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1
Deze Overeenkomst is van toepassing:
- a. zodra verontreiniging of dreigende verontreiniging van de zee door olie of andere schadelijke stoffen binnen het Noordzeegebied zoals omschreven in artikel 2 van deze Overeenkomst een ernstig en onmiddellijk gevaar betekent voor de kust of daarmede samenhangende belangen van een of meer Overeenkomstsluitende Partijen; en
- b. op in het Noordzeegebied uitgeoefende toezichtactiviteiten als hulpmiddel bij de opsporing en bestrijding van zodanige verontreinigingen en bij het voorkomen van schendingen van de verontreinigingsvoorschriften.
Artikel 2
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder de Noordzee en zijn toegangen in ruime zin het zeegebied behelzende:
- a). de eigenlijke Noordzee, ten zuiden van de breedtegraad 63° 38' 10.68” noorderbreedte;
- b). het Skagerrak, waarvan de zuidelijke begrenzing wordt bepaald ten oosten van Skagen door de breedtegraad 57°44'43.00” noorderbreedte;
- c). het Kanaal en zijn toegangen, ten zuiden en ten westen begrensd door de lijn die in Deel I van de Bijlage bij deze Overeenkomst wordt gedefinieerd;
- d). de overige wateren, behelzende de Ierse Zee, de Keltische Zee, de Malin, de Great Minch, de Little Minch, een deel van de Noorse Zee, en delen van de noordoostelijke Atlantische Oceaan, in het westen en het noorden begrensd door de lijn die in Deel II van de Bijlage bij deze Overeenkomst wordt gedefinieerd.
Artikel 3
De Overeenkomstsluitende Partijen zijn van oordeel dat de aangelegenheden bedoeld in artikel 1 van deze Overeenkomst een actieve onderlinge samenwerking nodig maken.
De Overeenkomstsluitende Partijen werken gezamenlijk richtlijnen uit, en stellen deze vast, met betrekking tot de praktische, operationele en technische aspecten van een gezamenlijk optreden en gecoördineerde toezichtactiviteiten zoals bedoeld in artikel 6A.
Artikel 4
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich tot het verstrekken van inlichtingen aan de andere Overeenkomstsluitende Partijen betreffende:
- a. hun nationale organisatie die verantwoordelijk is voor de bestrijding van verontreiniging bedoeld in artikel 1 van deze Overeenkomst, en voor het doen naleven van verontreinigingsvoorschriften;
- b. de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de inontvangstneming en het doen uitgaan van rapporten over zulke verontreinigingen, alsook voor de behandeling van aangelegenheden inzake onderlinge hulpverlening en tussen Overeenkomstsluitende Partijen gecoördineerde toezichtactiviteiten;
- c. hun nationale hulpmiddelen ter voorkoming of bestrijding van zulke verontreiniging, die ter beschikking zouden kunnen worden gesteld voor internationale hulpverlening;
- d. nieuwe methoden ter voorkoming van zulke verontreiniging en nieuwe doeltreffende maatregelen ter bestrijding daarvan;
- e. de belangrijkste gevallen van verontreiniging die zich hebben voorgedaan;
- f. nieuwe ontwikkelingen in de technische aspecten van toezichtactiviteiten;
- g. hun ervaring bij het gebruik van hulpmiddelen en technieken bij toezichtactiviteiten gericht op het opsporen van verontreiniging en het voorkomen van schendingen van verontreinigingsvoorschriften, met inbegrip van het gebruik daarvan in samenwerking met andere Overeenkomstsluitende Partijen;
- h. informatie van wederzijds belang die tijdens de uitoefening van hun toezichtactiviteiten werd verkregen;
- i. hun nationale programma's voor het uitoefenen van toezichtactiviteiten, met inbegrip van regelingen voor samenwerking met andere Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 5
Zodra een Overeenkomstsluitende Partij kennis neemt van een ongeval dat of van de aanwezigheid van olie of andere schadelijke stoffen in het Noordzeegebied die een ernstige bedreiging kan vormen voor de kust of daarmee samenhangende belangen van een andere Overeenkomstsluitende Partij, deelt zij dit via haar bevoegde autoriteit onverwijld aan die Partij mede.
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe, de gezagvoerders van alle schepen die hun vlag voeren en alle gezagvoerders van in hun land geregistreerde luchtvaartuigen te verzoeken, onverwijld, langs de onder de omstandigheden snelste en meest geschikte wegen, mededeling te doen van:
- (a). alle ongevallen die verontreiniging van de zee veroorzaken of dit vermoedelijk zullen doen;
- (b). de aanwezigheid, aard en uitgestrektheid van olie of van andere schadelijke stoffen die vermoedelijk een ernstige bedreiging zullen vormen voor de kust of daarmede samenhangende belangen van een of meer Overeenkomstsluitende Partijen.
De Overeenkomstsluitende Partijen stellen een standaardformulier op voor de mededeling van verontreiniging zoals vereist krachtens het eerste lid van dit artikel.
Artikel 6
Uitsluitend voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt de Noordzee verdeeld in de zones, omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst.
De Overeenkomstsluitende Partij binnen wier zone een situatie zoals beschreven in artikel 1 van deze Overeenkomst ontstaat, verzamelt de nodige gegevens betreffende de aard en de omvang van het ongeval of, naar gelang het geval, betreffende de soort en de geschatte hoeveelheid olie of andere schadelijke stoffen, alsmede betreffende de richting waarin en de snelheid waarmede de stoffen zich verplaatsen.
De betrokken Overeenkomstsluitende Partij stelt onverwijld alle andere Overeenkomstsluitende Partijen via hun bevoegde autoriteiten in kennis van de door haar verzamelde gegevens en van elke maatregel die zij heeft getroffen ter bestrijding van de olie of andere schadelijke stoffen en zij houdt deze stoffen onder observatie zolang deze zich in haar zone bevinden.
De verplichtingen van de Overeenkomstsluitende Partijen krachtens de bepalingen van dit artikel vormen, voor zover zij betrekking hebben op zones onder gezamenlijke verantwoordelijkheid, het onderwerp van tussen de betrokken Partijen te sluiten bijzondere technische overeenkomsten. Deze overeenkomsten worden ter kennis gebracht van de andere Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 6A
De Overeenkomstsluitende Partijen ondernemen in passende gevallen bewakingsactiviteiten in de onder hun verantwoordelijkheid vallende zone of in de onder gezamenlijke verantwoordelijkheid vallende zones bedoeld in artikel 6 van deze Overeenkomst. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen bilateraal of multilateraal overeenkomsten sluiten of regelingen treffen inzake samenwerking bij de organisatie van de toezichtactiviteiten in de zones van de betrokken Partijen of een gedeelte daarvan.
Artikel 7
Een Overeenkomstsluitende Partij die hulp nodig heeft bij de bestrijding van verontreiniging of dreigende verontreiniging op zee of op haar kust, kan een beroep doen op de andere Overeenkomstsluitende Partijen. Overeenkomstsluitende Partijen die om hulp verzoeken, dienen aan te geven wat voor soort hulp zij nodig hebben. De Overeenkomstsluitende Partijen op wie overeenkomstig dit artikel een beroep om hulp wordt gedaan, doen alles om de hulp te verlenen waartoe zij bij machte zijn, rekening houdend, vooral in het geval van verontreiniging door andere schadelijke stoffen dan olie, met de technische middelen waarover zij beschikken.
Artikel 8
De bepalingen van deze Overeenkomst mogen niet zo worden uitgelegd dat daardoor op enigerlei wijze afbreuk wordt gedaan aan de rechten en verplichtingen van de Overeenkomstsluitende Partijen krachtens het internationale recht, met name op het gebied van het voorkomen en bestrijden van verontreiniging van de zee.
In geen geval mag de indeling in zones, bedoeld in artikel 6 van deze Overeenkomst, worden aangevoerd als precedent of argument in enige aangelegenheid betreffende soevereiniteit of rechtsmacht.
De indeling in zones, bedoeld in artikel 6 van deze Overeenkomst, beperkt op generlei wijze de rechten van de Overeenkomstsluitende Partijen om in overeenstemming met het internationale recht toezichtactiviteiten te verrichten buiten de grenzen van hun zones.
Artikel 9
Bij het ontbreken van een overeenkomst aangaande de financiële regeling van acties van Overeenkomstsluitende Partijen ter bestrijding van verontreiniging, die hetzij bilateraal hetzij multilateraal dan wel naar aanleiding van een gezamenlijke bestrijdingsactie zou kunnen worden afgesloten, dragen de Overeenkomstsluitende Partijen de kosten van hun onderscheiden optreden bij de bestrijding van verontreiniging overeenkomstig letter a of letter b hieronder:
- a. indien het optreden door een Overeenkomstsluitende Partij geschiedde op uitsluitend verzoek van een andere Overeenkomstsluitende Partij, vergoedt de hulpverzoekende Overeenkomstsluitende Partij de hulpverlenende Overeenkomstsluitende Partij de kosten van haar optreden;
- b. indien het optreden door een Overeenkomstsluitende Partij geschiedde uit eigen beweging, draagt deze Overeenkomstsluitende Partij de kosten van haar optreden.
De hulpverzoekende Overeenkomstsluitende Partij kan haar verzoek te allen tijde intrekken, doch dient in dat geval de kosten te dragen die door de hulpverlenende Overeenkomstsluitende Partij reeds zijn gemaakt, of waartoe deze zich reeds heeft verbonden.
Tenzij in de bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen anderszins is bepaald, draagt elke Overeenkomstsluitende Partij de kosten van haar bewakingsactiviteiten verricht in overeenstemming met artikel 6A.
Artikel 10
Tenzij anderszins overeengekomen, worden de kosten van optreden door een Overeenkomstsluitende Partij op verzoek van een andere Overeenkomstsluitende Partij, berekend volgens de wet en de geldende praktijk in het land dat de hulp verleent, betreffende de vergoeding van zulke kosten door een aansprakelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon.
Artikel 11
Artikel 9 van deze Overeenkomst mag niet zo worden uitgelegd dat daardoor op enigerlei wijze afbreuk wordt gedaan aan de rechten van Overeenkomstsluitende Partijen om van derden de kosten terug te vorderen van optreden ter bestrijding van verontreiniging of de dreiging van verontreiniging krachtens andere toepasselijke bepalingen en regels van nationaal en internationaal recht.
Artikel 12
De vergaderingen van de Overeenkomstsluitende Partijen worden gehouden met regelmatige tussenpozen en op elk tijdstip waarop, wegens bijzondere omstandigheden, daartoe wordt besloten overeenkomstig het huishoudelijk reglement.
Op hun eerste vergadering stellen de Overeenkomstsluitende Partijen een huishoudelijk reglement en een financieel reglement op, die met eenparigheid van stemmen dienen te worden aangenomen.
De depot-Regering roept de eerste vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen bijeen, en wel zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
Artikel 13
Op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen, oefent de Europese Economische Gemeenschap haar stemrecht uit met een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van haar Lid-Staten dat Partij is bij deze Overeenkomst. De Europese Economische Gemeenschap oefent niet haar stemrecht uit in gevallen waarin haar Lid-Staten hun stemrecht uitoefenen en omgekeerd.
Artikel 14
De vergaderingen van de Overeenkomstsluitende Partijen hebben tot taak:
- (a). algemeen toezicht uit te oefenen op de uitvoering van deze Overeenkomst;
- (b). de doeltreffendheid van de ingevolge deze Overeenkomst genomen maatregelen te toetsen;
- (c). alle andere taken uit te oefenen die in het kader van deze Overeenkomst noodzakelijk kunnen zijn.
Artikel 15
De Overeenkomstsluitende Partijen treffen voorzieningen voor het verrichten van secretariaatstaken met betrekking tot deze Overeenkomst, daarbij rekening houdend met bestaande regelingen in het kader van andere internationale overeenkomsten inzake de voorkoming van mariene verontreiniging die voor hetzelfde gebied als deze Overeenkomst van kracht zijn.
Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt 2,5% bij aan de jaarlijkse uitgaven ingevolge de Overeenkomst. Het saldo van de uitgaven ingevolge de Overeenkomst wordt omgeslagen over de Overeenkomstsluitende Partijen (behalve de EEG) naar verhouding van hun bruto nationaal produkt overeenkomstig de regelmatig door de Algemene Vergadering der Verenigde Naties vastgestelde verdeelsleutel. In geen geval mag de bijdrage van een Overeenkomstsluitende Partij aan dit saldo hoger zijn dan 20% van het saldo.
Artikel 16
Onverminderd artikel 17 van deze Overeenkomst wordt een voorstel van een Overeenkomstsluitende Partij tot wijziging van deze Overeenkomst of van de Bijlage daarbij bestudeerd op een bijeenkomst van de Overeenkomstsluitende Partijen. Na aanneming van het voorstel met eenparigheid van stemmen, wordt de wijziging door de depot-Regering ter kennis gebracht van de Overeenkomstsluitende Partijen.
Zulk een wijziging treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de depot-Regering kennisgevingen van goedkeuring van alle Overeenkomstsluitende Partijen heeft ontvangen.
Artikel 17
Twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen kunnen de gemeenschappelijke grenzen van hun zones, als beschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst, wijzigen.
Zulk een wijziging treedt in werking voor alle Overeenkomstsluitende Partijen op de eerste dag van de zesde maand volgende op de datum van kennisgeving daarvan door de depot-Regering tenzij, binnen een termijn van drie maanden na die kennisgeving, een Overeenkomstsluitende Partij bezwaar heeft aangetekend of om overleg over deze aangelegenheid heeft verzocht.
Artikel 18
Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening door de Regeringen van de Staten die zijn uitgenodigd tot deelneming aan de Conferentie inzake de bestrijding van verontreiniging, op 13 september 1983 te Bonn gehouden, alsmede door de Europese Economische Gemeenschap.
Deze Staten en de Europese Economische Gemeenschap kunnen partij bij deze Overeenkomst worden door ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, dan wel door ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland.
Artikel 19
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de Regeringen van alle Staten, genoemd in artikel 18 van deze Overeenkomst en de Europese Economische Gemeenschap de Overeenkomst hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring of een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hebben nedergelegd.
Bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, treedt de Overeenkomst betreffende samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie, ondertekend te Bonn op 9 juni 1969, buiten werking.
Artikel 20
De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen met eenparigheid van stemmen andere kuststaten van het Noordoost-Atlantisch gebied uitnodigen, tot deze Overeenkomst toe te treden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.