Verdrag van Wenen ter bescherming van de ozonlaag
Preambule
De Partijen bij dit Verdrag,
Zich bewust van de schadelijke invloed die elke verandering van de ozonlaag zou kunnen hebben op de gezondheid van de mens en op het milieu,
Gelet op de desbetreffende bepalingen in de Verklaring van de Conferentie van de Verenigde Naties met betrekking tot het leefmilieu van de mens, en in het bijzonder op Beginsel 21, waarin wordt bepaald dat „de Staten, overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties en de beginselen van het internationale recht, het soevereine recht hebben hun eigen hulpbronnen te exploiteren volgens hun eigen milieubeleid, alsmede ervoor verantwoordelijk zijn dat activiteiten, verricht onder hun rechtsmacht of toezicht geen schade veroorzaken aan het milieu van andere Staten of van gebieden die buiten de grenzen van de nationale rechtsmacht vallen”,
Rekening houdend met de omstandigheden en de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden,
Gezien de werkzaamheden en studies die thans worden verricht door zowel internationale als nationale organisaties, en, in het bijzonder, gezien het wereldactieplan betreffende de ozonlaag in het kader van het milieuprogramma van de Verenigde Naties.
Voorts gezien de voorzorgsmaatregelen die reeds op nationaal en internationaal niveau zijn getroffen ter bescherming van de ozonlaag,
Zich ervan bewust dat maatregelen ter bescherming van de ozonlaag tegen veranderingen die te wijten zijn aan activiteiten van de mens, internationale samenwerking en actie vereisen en behoren te worden gebaseerd op ter zake doende wetenschappelijke en technische overwegingen,
Zich voorts bewust van de noodzaak van voortgezet wetenschappelijk onderzoek en van systematische waarnemingen ter vergroting van de wetenschappelijke kennis van de ozonlaag en van mogelijke schadelijke gevolgen die uit de verandering van de ozonlaag voortvloeien,
Vastbesloten de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen de schadelijke gevolgen die uit de veranderingen van de ozonlaag voortvloeien,
Hebben als volgt besloten:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
-
- „de ozonlaag”: de laag ozon in de atmosfeer boven de planetaire grenslaag;
-
- „schadelijke gevolgen”: de veranderingen in het fysische milieu of de biota, met inbegrip van klimatologische veranderingen, die in belangrijke mate schadelijke invloed uitoefenen op de gezondheid van de mens of op de samenstelling, het weerstandsvermogen en de produktiviteit van natuurlijke en beheerde ecosystemen, of op materialen die voor de mensheid van nut zijn;
-
- „alternatieve technologieën of apparaten”: technologieën of apparaten door het gebruik waarvan het mogelijk wordt de uitworp van stoffen die schadelijke gevolgen hebben of vermoedelijk hebben voor de ozonlaag, te verminderen of doeltreffend te beëindigen;
-
- ,,alternatieve stoffen”: stoffen die de schadelijke gevolgen voor de ozonlaag verminderen, tenietdoen of voorkomen;
-
- „Partijen”: Partijen bij dit Verdrag, tenzij uit de tekst anderszins blijkt;
-
- „organisatie voor regionale economische integratie”: een door soevereine Staten in een bepaald gebied opgerichte organisatie die bevoegdheden bezit met betrekking tot zaken die in dit Verdrag of in de protocollen daarbij worden geregeld, en waaraan naar behoren volmacht is verleend, in overeenstemming met haar interne procedures, tot ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag of de protocollen daarbij of tot toetreding daartoe;
-
- „protocollen”: protocollen bij dit Verdrag.
Artikel 2. Algemene verplichtingen
De Partijen treffen, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en van de van kracht zijnde protocollen waarbij zij partij zijn, passende maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu tegen de schadelijke gevolgen, voortvloeiend of vermoedelijk voortvloeiend uit menselijke activiteiten die veranderingen veroorzaken of vermoedelijk veroorzaken in de ozonlaag.
Daartoe zullen de Partijen, in overeenstemming met de hun ten dienste staande middelen en naar vermogen:
- a). samenwerking bij de uitvoering van systematische waarnemingen en wetenschappelijk onderzoek en door middel van de uitwisseling van informatie ten einde tot een beter begrip en een betere beoordeling te komen van de invloed die de menselijke activiteiten op de ozonlaag hebben, alsmede van de invloed die de veranderingen in de ozonlaag op de gezondheid van de mens en op het milieu uitoefenen;
- b). passende wettelijke of administratieve maatregelen treffen en samenwerken bij het harmoniseren van geschikte beleidsplannen, gericht op het controleren, beperken, verminderen of voorkomen van menselijke activiteiten, verricht onder hun rechtsmacht of toezicht, indien wordt vastgesteld dat deze activiteiten schadelijke gevolgen hebben of vermoedelijk hebben die voortvloeien uit veranderingen of vermoedelijke veranderingen in de ozonlaag;
- c). samenwerken bij de formulering van overeengekomen maatregelen, procedures en normen voor de uitvoering van dit Verdrag met het oog op de aanvaarding van protocollen en bijlagen:
- d). samenwerken met de bevoegde internationale organen ten behoeve van de doeltreffende uitvoering van dit Verdrag en de protocollen waarbij zij partij zijn;
De bepalingen van dit Verdrag tasten in geen enkel opzicht het recht van de Partijen aan, in overeenstemming met het internationale recht, binnenlandse maatregelen te treffen als aanvulling op de in het eerste en tweede lid hierboven bedoelde, en zij zijn evenmin van invloed op de reeds door een Partij getroffen aanvullende maatregelen, mits deze niet onverenigbaar zijn met hun uit dit Verdrag voortvloeiende verplichtingen.
De toepassing van dit artikel wordt gebaseerd op ter zake dienende wetenschappelijke en technische overwegingen.
Artikel 3. Wetenschappelijk onderzoek en systematische waarnemingen
De Partijen verplichten zich ertoe, al naar zulks van toepassing is, rechtstreeks of via bevoegde internationale organen het initiatief te nemen tot en mede te werken aan de uitvoering van wetenschappelijke onderzoekingen en wetenschappelijke evaluaties betreffende:
- a). de fysische en chemische processen die van invloed zijn op de ozonlaag;
- b). de gevolgen voor de gezondheid van de mens en andere biologische gevolgen van een verandering in de ozonlaag, in het bijzonder die welke voortvloeien uit veranderingen in de ultraviolette straling van de zon die biologische effecten veroorzaakt (UV-B);
- c). de klimatologische gevolgen van een verandering in de ozonlaag;
- d). de gevolgen die voortvloeien uit een verandering in de ozonlaag en uit een daardoor ontstane verandering in de UV-B-straling, voor de natuurlijke en synthetische materialen die voor de mensheid van nut zijn;
- e). de stoffen, handelingen, processen en activiteiten die van invloed kunnen zijn op de ozonlaag, en de cumulatieve gevolgen daarvan;
- f). de alternatieve stoffen en technologieën;
- g). verwante sociaal-economische onderwerpen;
- en zoals voorts is uitgewerkt in Bijlage I en II.
De Partijen verplichten zich ertoe, al naar zulks van toepassing is, rechtstreeks of via de bevoegde internationale organen en daarbij volledig rekening houdend met de nationale wetgeving en de aan de gang zijnde activiteiten ter zake op zowel nationaal als internationaal niveau, gemeenschappelijke of aanvullende programma's voor de systematische waarneming van de toestand van de ozonlaag en andere ter zake dienende parameters te steunen of op te stellen, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage I.
De Partijen verplichten zich tot samenwerking, rechtstreeks of via de bevoegde internationale organen, ten behoeve van het geregeld en tijdig verzamelen, beoordelen en verzenden van wetenschappelijke gegevens en gegevens van waarnemingen via de desbetreffende informatiecentra in de wereld.
Artikel 4. Samenwerking op juridisch, wetenschappelijk en technisch gebied
De Partijen vergemakkelijken en bevorderen de uitwisseling van wetenschappelijke, technische, sociaal-economische, commerciële en juridische informatie met betrekking tot dit Verdrag, zoals nader is uitgewerkt in Bijlage II. Deze informatie wordt verschaft aan door de Partijen overeengekomen organen. Elk orgaan dat informatie ontvangt die als vertrouwelijk wordt beschouwd door de Partij die deze informatie verschaft, zorgt ervoor dat de informatie niet wordt bekendgemaakt, en voegt deze samen, ten einde het vertrouwelijke karakter daarvan te beschermen, alvorens de informatie aan alle Partijen ter beschikking wordt gesteld.
De Partijen werken samen, in overeenstemming met hun nationale wetgeving, voorschriften en gewoonten en daarbij in het bijzonder rekening houdend met de behoeften van de ontwikkelingslanden, bij het bevorderen, rechtstreeks of via de bevoegde internationale organen, van de ontwikkeling en de overdracht van technologie en kennis. Deze samenwerking vindt in het bijzonder plaats door:
- a). het vergemakkelijken van de verwerving van alternatieve technologieën door andere Partijen;
- b). het verschaffen van informatie over alternatieve technologieën en uitrusting, alsmede het verstrekken van speciale handleidingen of richtlijnen aan deze Partijen;
- c). het verschaffen van de noodzakelijke uitrusting en voorzieningen voor wetenschappelijk onderzoek en systematische waarnemingen;
- d). passende opleiding van wetenschappelijk en technisch personeel.
Artikel 5. Verstrekking van informatie
De Partijen verstrekken, via het secretariaat, aan de krachtens het bepaalde in artikel 6 in het leven geroepen Conferentie der Partijen informatie over de door hen getroffen maatregelen ter uitvoering van dit Verdrag en van de protocollen waarbij zij partij zijn, in zodanige vorm en met zodanige tussenruimten als in de vergaderingen van de Partijen bij de desbetreffende akten wordt vastgesteld.
Artikel 6. Conferentie der partijen
Een Conferentie der Partijen wordt hierbij ingesteld. De eerste vergadering van de Conferentie der Partijen wordt bijeengeroepen door het secretariaat dat krachtens het bepaalde in artikel 7 voorlopig is aangewezen, ten hoogste één jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag. Daarna worden de gewone vergaderingen van de Conferentie der Partijen gehouden met door de Conferentie tijdens haar eerste vergadering vastgestelde geregelde tussenruimten.
Buitengewone vergaderingen van de Conferentie der Partijen worden zo zodanige andere tijdstippen gehouden als door de Conferentie noodzakelijk worden geacht, of op schriftelijk verzoek van een Partij, met dien verstande dat, binnen zes maanden nadat het secretariaat daarvan kennis heeft gegeven aan de Partijen, dit verzoek wordt ondersteund door ten minste eenderde van de Partijen.
Met eenparigheid van stemmen worden door de Conferentie der Partijen haar eigen huishoudelijke en financiële reglement en dat van elk door haar ingesteld hulporgaan, alsmede de financiële bepalingen betreffende het functioneren van het secretariaat, vastgesteld en aanvaard.
De Conferentie der Partijen dien de uitvoering van dit Verdrag voortdurend kritisch te beoordelen en dient voorts:
- a). de vorm en de tijdstippen van de overdracht van de krachtens het bepaalde in artikel 5 over te leggen informatie vast te stellen en deze informatie, alsmede de door elk hulporgaan overgelegde rapporten, te beoordelen;
- b). de wetenschappelijke informatie over de ozonlaag, betreffende de mogelijke verandering daarvan en betreffende de mogelijke gevolgen van deze veranderingen te beoordelen;
- c). overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 de harmonisering te bevorderen van passende beleidslijnen, strategieën en maatregelen, gericht op het zo ver mogelijk verminderen van de lozing van stoffen die veranderingen in de ozonlaag veroorzaken of vermoedelijk veroorzaken en aanbevelingen te doen omtrent alle andere maatregelen die betrekking hebben op dit Verdrag;
- d). overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 3 en 4 programma's voor wetenschappelijk onderzoek, systematische waarnemingen, wetenschappelijke en technologische samenwerking, de uitwisseling van informatie en de overdracht van technologie en kennis goed te keuren;
- e). overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 9 en 10 wijzigingen van dit Verdrag en de Bijlagen daarbij voor zover van toepassing in overweging te nemen en aan te nemen;
- f). wijzigingen van een protocol en van de bijlagen daarbij in overweging te nemen en, indien tot goedkeuring wordt besloten, de aanneming daarvan aan de partijen bij het desbetreffende protocol aan te bevelen;
- g). overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 voor zover van toepassing aanvullende bijlagen bij dit Verdrag in overweging te nemen en aan te nemen;
- h). overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 voor zover van toepassing protocollen in overweging te nemen en aan te nemen;
- i). de voor de uitvoering van dit Verdrag noodzakelijk geachte hulporganen op te richten;
- j). waar nodig zich te verzekeren van de diensten van bevoegde internationale organen en wetenschappelijke commissies, in het bijzonder van de Wereld Meteorologische Organisatie en van de Wereldgezondheidsorganisatie, alsmede van de Coördinatiecommissie inzake de Ozonlaag, bij het wetenschappelijk onderzoek, de systematische waarnemingen en andere activiteiten met betrekking tot de doeleinden van dit Verdrag, en zo nodig gebruik te maken van de informatie van deze organen en commissies;
- k). elke andere maatregel die nodig mocht zijn voor het verwezenlijken van de doeleinden van dit Verdrag, te overwegen en uit te voeren.
De Verenigde Naties, hun gespecialiseerde organisaties en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, alsmede elke Staat die geen Partij bij dit Verdrag is, kunnen door waarnemers worden vertegenwoordigd op de vergaderingen van de Conferentie der Partijen. Alle organen of instellingen, hetzij nationaal of internationaal, gouvernementeel of niet-gouvernementeel, welke bevoegd zijn op gebieden die betrekking hebben op de bescherming van de ozonlaag, die aan het secretariaat hebben medegedeeld dat zij door waarnemers op een vergadering van de Conferentie der Partijen wensen te worden vertegenwoordigd, kunnen worden toegelaten, tenzij ten minste eenderde deel van de aanwezige Partijen daartegen bezwaar maakt. De toelating en deelneming van waarnemers zijn onderworpen aan het huishoudelijk reglement dat door de Conferentie der Partijen is aanvaard.
Artikel 7. Secretariaat
Het secretariaat heeft de volgende taken:
- a). het organiseren van en het verlenen van diensten aan de vergaderingen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6, 8, 9 en 10;
- b). het opstellen en verzenden van rapporten, gebaseerd op de ingevolge het bepaalde in de artikelen 4 en 5 ontvangen informatie, alsmede op informatie die verkregen wordt naar aanleiding van vergaderingen van de krachtens het bepaalde in artikel 6 opgerichte hulporganen;
- c). het verrichten van de taken die het op grond van een protocol worden opgedragen;
- d). het opstellen van rapporten over zijn werkzaamheden, verricht ten behoeve van de uitvoering van zijn taken ingevolge dit Verdrag, en het overleggen daarvan aan de Conferentie der Partijen;
- e). het verzekeren van de noodzakelijke coördinatie met andere bevoegde internationale organen, en in het bijzonder het treffen van alle administratieve en contractuele regelingen die nodig mochten zijn voor de doeltreffende uitvoering van zijn taken;
- f). het verrichten van alle andere taken die door de Conferentie der Partijen kunnen worden vastgesteld.
De taken van het secretariaat worden voorlopig verricht door het Milieuprogramma van de Verenigde Naties tot na afloop van de eerste gewone vergadering van de Conferentie der Partijen die ingevolge het bepaalde in artikel 6 wordt gehouden. Tijdens de eerste gewone vergadering kiest de Conferentie der Partijen het secretariaat uit de bestaande bevoegde internationale organisaties die zich bereid hebben verklaard de secretariaatszaken krachtens dit Verdrag te verrichten.
Artikel 8. Aanneming van protocollen
De Conferentie der Partijen kan tijdens een vergadering protocollen krachtens het bepaalde in artikel 2 aanvaarden.
De tekst van elk voorgesteld protocol wordt door het secretariaat aan de Partijen medegedeeld ten minste zes maanden vóór deze vergadering.
Artikel 9. Wijziging van het Verdrag of de protocollen
Elke Partij kan wijzigingen in dit Verdrag of in een protocol voorstellen. In deze wijzigingen wordt onder andere naar behoren rekening gehouden met van belang zijnde wetenschappelijke en technische overwegingen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.