Overeenkomst inzake economische en technologische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Korea,
Verlangende de traditionele vriendschapsbanden tussen de beide landen te verstevigen en de economische en technologische samenwerking op basis van gelijkheid en tot hun wederzijds voordeel te bevorderen,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
De Overeenkomstsluitende Partijen stimuleren en bevorderen, op basis van wederzijds voordeel, de economische en technologische samenwerking tussen hun landen, en wel binnen het kader van hun onderscheiden wetten en voorschriften en met inachtneming van hun onderscheiden internationale verplichtingen.
Ten einde de in het eerste lid van dit artikel gestelde doeleinden te bereiken, moedigen de Overeenkomstsluitende Partijen, daarbij rekening houdend met de behoeften en mogelijkheden van de beide landen, de geïnteresseerde ondernemingen en organisaties in hun onderscheiden landen in het bijzonder aan, de totstandbrenging van samenwerkingsverbanden tussen hen in overweging te nemen.
Artikel 2
De Overeenkomstsluitende Partijen stellen vast dat de samenwerking onder meer de volgende sectoren kan betreffen: industrie, mijnbouw, energie, land- en waterontwikkeling, handel, financiën, landbouw, streek- en plattelandsontwikkeling, vervoersinfrastructuur, toerisme, verbindingen, werktuigbouw en andere diensten.
De Overeenkomstsluitende Partijen stellen elkaar in kennis van bepaalde sectoren waarbinnen zij samenwerking wenselijk achten.
Artikel 3
- De Overeenkomstsluitende Partijen zijn het er over eens dat het tot ontwikkeling brengen van hun wederzijdse betrekkingen in de diverse sectoren van hun economie zal worden gediend door samenwerking tussen de geïnteresseerde ondernemingen en organisaties van hun landen, onder meer:
- i). door middel van de bestudering, voorbereiding en uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang;
- ii). door middel van gezamenlijke activiteiten die tot nieuwe ondernemingen kunnen leiden, waaraan de onderdanen van beide landen deelnemen, voor zover deze gemeenschappelijke activiteiten in het belang zijn van beide landen en zijn goedgekeurd door de onderscheiden bevoegde autoriteiten.
- iii). door middel van de aanstelling van vertegenwoordigers;
- iv). door middel van de afzet van produkten.
De Overeenkomstsluitende Partijen hechten veel belang aan het bevorderen van de samenwerking op het gebied van de technologie, in verband met projecten waarbij de samenwerking tussen geïnteresseerde ondernemingen en organisaties van de beide landen ter hand zal worden genomen of geïntensiveerd.
Deze samenwerking kan onder meer omvatten:
- i). de uitwisseling van technische kennis en technische documentatie;
- ii). de uitwisseling van stagiair(e)s;
- iii). bezoeken en studiereizen van specialisten en technici;
- iv). het organiseren van opleidingscursussen, bijeenkomsten en beraadslagingen tussen deskundigen;
- v). gemeenschappelijk onderzoek voor de ontwikkeling van wetenschap en technologie in de beide landen, alsook voor de technieken die vereist zijn voor de uitvoering van tussen de ondernemingen en organisaties van de beide landen overeengekomen projecten;
- vi). alle andere vormen van technologische samenwerking waar men het onderling over eens mocht worden.
Artikel 4
De voorwaarden met betrekking tot projecten inzake economische en technologische samenwerking worden overeengekomen tussen de belanghebbende ondernemingen en organisaties binnen het kader van de desbetreffende wetten en voorschriften van de beide onderscheiden landen.
Artikel 5
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verbindt zich ertoe, voor zover haar wetgeving dit toelaat, het houden op haar grondgebied door de andere Overeenkomstsluitende Partij of haar onderdanen van tentoonstellingen en uitstallingen van economische en technische aard, te vergemakkelijken.
Artikel 6
De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen een Gemengde Commissie inzake economische en technologische samenwerking in te stellen. De Commissie bestaat uit door de onderscheiden Regeringen te benoemen vertegenwoordigers.
Deskundigen en adviseurs, zowel uit de particuliere sector als uit de overheidssector, kunnen op verzoek van een van beide Partijen worden verzocht de bijeenkomsten van de Commissie bij te wonen.
De Commissie dient:
alle zaken die betrekking hebben op de uitvoering van deze Overeenkomst te bespreken en daarover aanbevelingen te doen;
de sectoren ten aanzien waarvan naar haar oordeel de samenwerking tussen de beide landen kan worden uitgebreid, te onderzoeken en te omschrijven en daarover aanbevelingen te doen.
De Commissie kan gespecialiseerde werkgroepen instellen ter behandeling van de samenwerking binnen bepaalde sectoren.
De werkgroepen brengen verslag uit aan de Gemengde Commissie.
De Commissie komt bijeen op verzoek van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 7
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa en op de Nederlandse Antillen, tenzij in de in het eerste lid van artikel 8 bedoelde kennisgeving anders wordt bepaald.
Artikel 8
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand, volgend op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat de daarvoor in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste procedures zijn voltooid en blijft van kracht voor een tijdvak van 5 jaar.
Tenzij een der Overeenkomstsluitende Partijen ten minste zes maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur van deze Overeenkomst de andere in kennis heeft gesteld van haar wens deze te beëindigen, wordt deze Overeenkomst telkens voor een tijdvak van een jaar stilzwijgend verlengd, waarbij elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voorbehoudt de Overeenkomst te beëindigen door kennisgeving hiervan aan de andere Overeenkomstsluitende Partij met inachtneming van een termijn van ten minste zes maanden voor de datum van het verstrijken van de alsdan lopende geldigheidsduur.
Met inachtneming van de in het tweede lid van dit artikel vermelde termijn, heeft de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden het recht de toepassing van deze Overeenkomst ten aanzien van de Nederlandse Antillen afzonderlijk te beëindigen.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized by their respective Governments, have signed the present Agreement.
DONE in duplicate at Seoul, in the English language, on this first day of December 1982.
For the Government of the
Kingdom of the Netherlands,
(sd.) A. B. HOYTINK
For the Government of
the Republic of Korea,
(sd.) BUM SUK LEE
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.