Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël

Type Verdrag
Publication 2021-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Israël,

Geleid door de wens de betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen,

Zijn overeengekomen het volgende Verdrag te sluiten:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag:

2.

In dit Verdrag hebben andere termen de betekenis die daaraan wordt gegeven krachtens de wetgeving die wordt toegepast.

Artikel 1a

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op personen op wie de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen van toepassing is of is geweest, en op andere personen ten aanzien van de rechten die zij aan eerstvermelde personen ontlenen.

Artikel 2
1.

Dit Verdrag is van toepassing

2.

Onverminderd het bepaalde in het vierde lid van dit artikel, is dit Verdrag eveneens van toepassing op de wetgeving waarbij de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgevingen worden gewijzigd, aangevuld of samengevoegd.

3.

Dit Verdrag is slechts van toepassing op een andere wetgeving dan de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgevingen, betreffende een nieuw stelsel of een nieuwe tak van sociale zekerheid, indien de Verdragsluitende Partijen zulks overeenkomen.

4.

Dit Verdrag is niet van toepassing op wetgevingen die de toepassing van de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgevingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, indien de bevoegde autoriteit van de betrokken Staat zulks besluiten hiervan binnen zes maanden na de datum van de in artikel 24, eerste lid, bedoelde kennisgeving van deze wetgeving mededeling doet.

5.

Dit Verdrag is niet van toepassing op regelingen inzake sociale of medische bijstand, noch op bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijkgestelden.

Artikel 3

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden voor de toepassing van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij de volgende personen, die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij wonen, gelijkgesteld met onderdanen van die Verdragsluitende Partij:

Artikel 4
1.

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, kunnen pensioenen en andere uitkeringen, met uitzondering van werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslagen en toeslagen ingevolge de Toeslagenwet van 6 november 1986, niet worden verminderd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken op grond van het feit dat de uitkeringsgerechtigde op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont.

2.

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden pensioenen en andere uitkeringen die zijn verschuldigd krachtens de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen, aan de onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij, die in een derde Staat wonen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate verleend als aan de onderdanen van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij die in die derde Staat wonen.

Artikel 5

De bepalingen van een wetgeving van een Verdragsluitende Partij inzake vermindering, schorsing of intrekking van pensioenen en andere uitkeringen van een tak van sociale zekerheid ingeval van samenloop met pensioenen en andere uitkeringen van een andere tak of met andere inkomsten, of wegens het verrichten van beroepswerkzaamheden, zijn eveneens op een rechthebbende van toepassing met betrekking tot pensioenen en andere uitkeringen die krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn verkregen of met betrekking tot inkomsten die zijn verworven of werkzaamheden die zijn verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

DEEL II. BEPALINGEN INZAKE DE TOE TE PASSEN WETGEVING

Artikel 6

Personen op wie de bepalingen van dit deel van het Verdrag van toepassing zijn, zijn onderworpen aan de wetgeving van slechts één Verdragsluitende Partij. Die wetgeving wordt vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 6a tot en met 6d.

Artikel 6a
1.

Op een persoon die als werknemer werkt op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij is de wetgeving van die Verdragsluitende Partij van toepassing.

2.

Op een zelfstandige die normaliter woont op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en die voor eigen rekening werkzaamheden verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij is, ten aanzien van die werkzaamheden, de wetgeving van eerstgenoemde Partij van toepassing indien de duur van die werkzaamheden niet meer dan 24 maanden bedraagt.

3.

Op een zelfstandige die normaliter woont op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en die voor eigen rekening werkzaamheden verricht op de grondgebieden van beide Verdragsluitende Partijen is, ten aanzien van die werkzaamheden, de wetgeving van eerstgenoemde Partij van toepassing.

Artikel 6b

Indien een persoon die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij werkzaam is, door zijn werkgever wordt uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij teneinde aldaar voor dezelfde werkgever arbeid te verrichten, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij op hem van toepassing gedurende een periode van 24 maanden na zijn uitzending alsof hij nog op het grondgebied van die Partij werkzaam was.

Artikel 6c
1.

Op ambulant personeel dat, in dienst van een onderneming die voor rekening van anderen of voor eigen rekening vervoer verricht, werkzaamheden verricht op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen, is de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming haar zetel heeft, van toepassing alsof het op dat grondgebied werkzaam was.

2.

Op personen die aan boord van een zeeschip of een luchtvaartuig werkzaam zijn in dienst van een onderneming die haar zetel op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij heeft, is de wetgeving van die Partij van toepassing alsof zij op dat grondgebied werkzaam waren.

Artikel 6d
1.

Dit Verdrag laat onverlet de bepalingen van het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer of van de algemene regelingen van internationaal gewoonterecht betreffende consulaire voorrechten en immuniteiten met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, genoemde wetgevingen.

2.

Artikel 6b is zonder beperking in tijd van toepassing op overheidspersoneel, behalve op de personen op wie de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bepalingen en regels van toepassing zijn, wanneer zij naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij worden uitgezonden.

Artikel 7
1.

Een werknemer of zelfstandige op wie ingevolge artikel 6a, tweede lid, artikel 6b en artikel 6d, tweede lid, de wetgeving van een Verdragsluitende Partij van toepassing is, alsmede de hem vergezellende gezinsleden, worden te dien einde beschouwd als personen waarop de wetgeving van die Verdragsluitende Partij van toepassing is.

2.

Indien een in het eerste lid van dit artikel bedoeld gezinslid betaalde arbeid verricht op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarnaar de persoon is uitgezonden, of een pensioen of een uitkering ontvangt ingevolge de wetgeving van deze Verdragsluitende Partij, is op deze persoon de wetgeving van deze Verdragsluitende Partij van toepassing.

Artikel 8

Voor de toepassing van de Nederlandse wetgeving wordt een persoon op wie in overeenstemming met dit deel van het Verdrag de Nederlandse wetgeving van toepassing is, geacht op het grondgebied van Nederland te wonen.

Artikel 9
1.

De bevoegde autoriteiten van de beide Verdragsluitende Partijen kunnen bij overeenkomst in het belang van de betrokken personen voorzien in uitzonderingen op de artikelen 6a tot en met 6d.

2.

Artikel 7 is in de in dit artikel bedoelde gevallen van overeenkomstige toepassing.

DEEL III. BIJZONDERE BEPALINGEN INZAKE DE VERSCHILLENDE SOORTEN UITKERINGEN

Hoofdstuk 1. Ziekte en moederschap

Artikel 10

Een persoon die voldoet aan de door de wetgeving van de bevoegde Staat gestelde voorwaarden voor het recht op uitkeringen geniet deze uitkeringen, zelfs indien deze persoon zich op het grondgebied van de andere Staat bevindt. De uitkeringen worden door het bevoegde verzekeringsorgaan betaald overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wetgeving.

Artikel 11
1.

Indien een vrouw tijdvakken van verzekering van ten minste acht weken heeft vervuld krachtens de wetgeving van de ene Verdragsluitende Partij worden, indien zulks noodzakelijk is, tijdvakken van verzekering die voorheen zijn vervuld krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, in aanmerking genomen bij de vaststelling van het recht op moederschapsuitkeringen van die vrouw, alsof deze tijdvakken waren vervuld krachtens de wetgeving van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij.

2.

Bij de berekening van de uitkering bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt slechts inkomen dat is verworven op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij die de uitkering betaalt, in aanmerking genomen.

Hoofdstuk 2. Invaliditeit

Artikel 12
1.

Wanneer een persoon achtereenvolgens aan de wetgeving van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, heeft hij uitsluitend recht op uitkeringen voorzien in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die op haar van toepassing was op het tijdstip waarop de gebeurtenis die de arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit heeft veroorzaakt, heeft plaatsgevonden, en overeenkomstig deze wetgeving.

De kosten van deze uitkeringen komen voor rekening van het bevoegde verzekeringsorgaan.

2.

Indien de betrokkene niet voldoet aan de voorwaarden van de wetgeving van de Verdragsluitende Partij, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, ontvangt hij de uitkeringen waarop hij nog recht heeft krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij.

De kosten van deze uitkeringen komen voor rekening van het verzekeringsorgaan van laatstbedoelde Partij.

3.

In geval van toeneming van de invaliditeit waarvoor een persoon uitkeringen geniet

4.

Bijzondere voorzieningen voor gehandicapten, onderhoudsuitkeringen voor gehandicapte kinderen van een verzekerde, beroepsrevalidatie voor een gehandicapte, beroepsscholing en een onderhoudsuitkering voor zijn/haar echtgeno(o)t(e), voorzien in de Israëlische wetgeving, worden aan een persoon als bovengenoemd verleend, mits hij/zij in Israël woont en zolang hij/zij daadwerkelijk in Israël verblijft.

Hoofdstuk 3. Arbeidsongevallen

Artikel 13
1.

Het recht op uitkeringen verschuldigd voor een arbeidsongeval, wordt vastgesteld overeenkomstig de wetgeving die op de rechthebbende op het tijdstip dat het ongeval plaatsvond van toepassing was, als voorzien in Deel II.

2.

Vergoeding voor een later arbeidsongeval wordt door het bevoegde verzekeringsorgaan vastgesteld op basis van de verhoogde mate van arbeidsongeschiktheid die door het latere ongeval is veroorzaakt, en overeenkomstig de wetgeving die genoemd orgaan dient toe te passen.

3.

Indien volgens de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid rekening wordt gehouden met vroeger voorgekomen arbeidsongevallen of beroepsziekten, houdt het bevoegde orgaan eveneens rekening met vroeger als gevolg van werk op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij voorgekomen arbeidsongevallen of beroepsziekten, op de zelfde wijze alsof de wetgeving van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij van toepassing was.

Artikel 14
1.

Uitkeringen in verband met een beroepsziekte worden vastgesteld volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waarvan de wetgeving van toepassing was toen de rechthebbende in het beroep werkzaam was dat het risico van de beroepsziekte met zich bracht, zelfs indien de beroepsziekte voor het eerst werd vastgesteld op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

2.

Heeft de rechthebbende in een dergelijk beroep gewerkt op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen, dan wordt de wetgeving van de Partij op het grondgebied waarvan de rechthebbende laatstelijk werkzaam was, toegepast.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.