Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen

Type Verdrag
Publication 2015-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Geleid door de wens uitvoering te geven aan artikel 220 van het Verdrag, krachtens hetwelk zij zich ertoe hebben verbonden met elkaar in onderhandeling te treden ter verzekering, voor hun onderdanen, van de afschaffing van dubbele belasting,

Gezien het belang, gelegen in de afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen,

Hebben besloten het onderhavige verdrag te sluiten, en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

Philippe de Schoutheete te Tervarent,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken:

Niels Helveg Petersen,

Minister van Economische Zaken;

de President van de Bondsrepubliek Duitsland:

Theo Waigel,

Minister van Financiën;

Jürgen Trumpf,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

de President van de Helleense Republiek:

Ioannis Palaiokrassas,

Minister van Financiën;

Zijne Majesteit de Koning van Spanje:

Carlos Solchaga Catalán,

Minister van Economische Zaken en Financiën;

de President van de Franse Republiek:

Jean Vidal,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

de President van Ierland:

Albert Reynolds,

Minister van Financiën;

de President van de Italiaanse Republiek:

Stefano de Luca,

Staatssecretaris van Financiën;

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:

Jean-Claude Juncker,

Minister van Begroting, Minister van Financiën,

Minister van Arbeid;

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

P. C. Nieman,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

de President van de Portugese Republiek:

Miguel Beleza,

Minister van Financiën;

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

David H. A. Hannay KCMG,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

Die, in het kader van de Raad bijeen, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,

Overeenstemming hebben bereikt omtrent de volgende bepalingen:

HOOFDSTUK I. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG

Artikel 1
1.

Dit Verdrag is van toepassing indien om fiscale redenen winst die is opgenomen in de winst van een onderneming van een verdragsluitende Staat, ook wordt of vermoedelijk zal worden opgenomen in de winst van een onderneming van een andere Verdragsluitende Staat op grond van het feit dat de beginselen van artikel 4, die, hetzij rechtstreeks, hetzij in de overeenkomstige bepalingen van de wetgeving van de betrokken Staat, worden toegepast, niet in acht zijn genomen.

2.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt een vaste inrichting van een onderneming van een Verdragsluitende Staat die gelegen is in een andere Verdragsluitende Staat, geacht een onderneming te zijn van de Staat waarin zij is gelegen.

3.

Lid 1 is ook van toepassing, indien een der betrokken ondernemingen verliezen heeft geleden en geen winst heeft gemaakt.

Artikel 2
1.

Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen.

2.

De bestaande belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, zijn met name:

3.

Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van dit verdrag naast of in plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten delen elkaar alle wijzigingen mee die in hun onderscheiden nationale wetgevingen zijn aangebracht.

HOOFDSTUK II. ALGEMENE BEPALINGEN

DEEL 1. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 3
1.

In dit Verdrag betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:

2.

Iedere uitdrukking die in dit Verdrag niet nader is omschreven, heeft, tenzij het zinsverband anders vereist, de betekenis welke zij heeft in het kader van het verdrag tot het vermijden van dubbele belasting dat tussen de betrokken Staten is gesloten.

DEEL 2. BEGINSELEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE WINSTCORRECTIES TUSSEN VERBONDEN ONDERNEMINGEN EN OP DE TOEREKENING VAN WINST AAN EEN VASTE INRICHTING

Artikel 4

De volgende beginselen dienen in acht te worden genomen bij de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 5

Indien een Verdragsluitende Staat het voornemen heeft de winst van een onderneming te corrigeren conform de beginselen van artikel 4, stelt hij de onderneming tijdig in kennis van zijn voornemen en geeft hij haar de gelegenheid de andere onderneming in te lichten, zodat deze de andere Verdragsluitende Staat op haar beurt kan inlichten.

De Verdragsluitende Staat die dergelijke inlichtingen verstrekt, mag niet worden verhinderd de beoogde correctie uit te voeren.

Indien beide ondernemingen en de andere Verdragsluitende Staat na die kennisgeving de correctie aanvaarden, zijn de artikelen 6 en 7 niet van toepassing.

DEEL 3. REGELING VOOR ONDERLING OVERLEG EN ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 6
1.

Indien een onderneming van oordeel is dat in een zaak waarop dit Verdrag van toepassing is, de beginselen van artikel 4 niet in acht zijn genomen, kan zij, onverminderd de in de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Staten geldende rechtsmiddelen, haar zaak voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat waarvan zij inwoner is of waarin haar vaste inrichting is gelegen. De zaak moet worden voorgelegd binnen 3 jaar na de eerste kennisgeving van de maatregel waarvan dubbele belasting in de zin van artikel 1 het gevolg is of kan zijn.

De onderneming licht terzelfder tijd de bevoegde autoriteit in van de andere Verdragsluitende Staten die eventueel bij de zaak betrokken zijn. De bevoegde autoriteit licht vervolgens onverwijld de bevoegde autoriteiten van die andere Verdragsluitende Staten in.

2.

De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van iedere andere betrokken Verdragsluitende Staat te regelen, ten einde dubbele belasting te voorkomen op basis van de in artikel 4 vermelde beginselen. De overeengekomen regeling wordt uitgevoerd ongeacht de termijnen in de nationale wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Staten.

Artikel 7
1.

Indien de betrokken bevoegde autoriteiten er binnen twee jaar gerekend vanaf de vroegste datum waarop de zaak aan een der bevoegde autoriteiten is voorgelegd overeenkomstig artikel 6, lid 1, niet in slagen tot een regeling te komen waardoor een einde wordt gemaakt aan dubbele belasting, richten zij een raadgevende commissie op die advies moet uitbrengen over de wijze waarop de dubbele belasting in kwestie moet worden afgeschaft.

De ondernemingen kunnen de nationale rechtsmiddelen van de betrokken Verdragsluitende Staten aanwenden. Wanneer de zaak evenwel aan een rechtbank is voorgelegd, gaat de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar in op de datum waarop de beslissing in hoogste instantie volgens de nationale wetgeving definitief is geworden.

2.

Het feit dat de zaak aan de raadgevende commissie is voorgelegd vormt geen beletsel voor een Verdragsluitende Staat om voor diezelfde zaak rechtsvervolging of procedures met het oog op de toepassing van administratieve sancties in te stellen of voort te zetten.

3.

Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Staat de bevoegde autoriteiten niet de mogelijkheid laat van de beslissing van een rechterlijke instantie af te wijken, geldt lid 1 slechts indien de verbonden onderneming van die Staat de termijn voor het instellen van beroep heeft laten verstrijken, dan wel indien een zodanig beroep is ingetrokken voordat er een uitspraak is gedaan. Deze bepaling is niet van invloed op het beroep, voor zover dat betrekking heeft op andere elementen dan die welke in artikel 6 zijn bedoeld.

4.

De bevoegde autoriteiten kunnen van de in lid 1 genoemde termijnen afwijken indien zij zulks overeenkomen en ook de betrokken verbonden ondernemingen daarmee instemmen.

5.

Indien en voor zover de leden 1 tot en met 4 niet worden toegepast, blijven de rechten van elk der verbonden ondernemingen, als bedoeld in artikel 6, onverlet.

Artikel 8

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.