Verdrag nopens de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen jegens kinderen

Type Verdrag
Publication 1964-04-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend;

Verlangend gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen jegens kinderen;

Hebben besloten daartoe een Verdrag te sluiten en zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

Dit Verdrag heeft ten doel de wederkerige erkenning en tenuitvoerlegging door de verdragsluitende Staten te verzekeren van beslissingen, gegeven op een verzoek dan wel een vordering tot het verkrijgen van onderhoud door een wettig, niet wettig of geadopteerd kind, dat ongehuwd is en niet de volle leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, zulks ongeacht de vraag of het verzoek dan wel de vordering in de internationale dan wel in de nationale rechtssfeer lag.

Indien een beslissing uitspraken bevat over een ander punt dan de onderhoudsverplichting, werkt het Verdrag slechts ten aanzien van de uitspraak over de onderhoudsverplichting.

Het Verdrag is niet van toepassing op beslissingen in zaken betreffende onderhoud tussen personen, die elkaar in de zijlinie bestaan.

Artikel 2

De beslissingen, die in zaken betreffende onderhoud in een van de verdragsluitende Staten zijn gegeven, moeten, zonder herziening ten gronde, in de andere verdragsluitende Staten worden erkend en uitvoerbaar verklaard, indien:

Artikel 3

Voor de toepassing van dit Verdrag zijn de volgende autoriteiten bevoegd tot het geven van beslissingen in zaken betreffende onderhoud:

Artikel 4

De partij, die beroep doet op een beslissing of de uitvoerbaarverklaring ervan vraagt, moet overleggen:

Artikel 5

Het onderzoek van de autoriteit, aan wie de uitvoerbaarverklaring wordt gevraagd, blijft beperkt tot de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, en tot de stukken, genoemd in artikel 4.

Artikel 6

De exequaturprocedure wordt, voorzover dit Verdrag niet anders bepaalt, beheerst door de wet van de Staat van de autoriteit, aan wie de uitvoerbaarverklaring wordt gevraagd.

Elke uitvoerbaar verklaarde beslissing heeft dezelfde kracht en brengt dezelfde gevolgen teweeg als een beslissing, gegeven door een bevoegde autoriteit van de Staat, waar de uitvoerbaarverklaring is gevraagd.

Artikel 7

Indien bij de beslissing, waarvan de uitvoerbaarverklaring is gevraagd, periodieke onderhoudsuitkeringen zijn opgelegd, wordt haar tenuitvoerlegging zowel voor de reeds verschenen als voor de nog niet verschenen termijnen toegestaan.

Artikel 8

Hetgeen in de voorafgaande artikelen is bepaald ten aanzien van de erkenning en de uitvoerbaarverklaring van de beslissingen, waarop dit Verdrag betrekking heeft, is eveneens van toepassing op beslissingen tot wijziging van een onderhoudsuitkering en gegeven door een der autoriteiten, vermeld in artikel 3.

Artikel 9

De partij, die in de Staat, waar de beslissing is gegeven, is toegelaten tot kosteloze rechtsbijstand, geniet dit voorrecht ook in de procedure tot uitvoerbaarverklaring van de beslissing.

In de procedures, waarop dit Verdrag betrekking heeft, wordt vrijstelling genoten van de cautio iudicatum solvi.

De overgelegde stukken zijn in de procedures, waarop dit Verdrag betrekking heeft, vrijgesteld van visering en van legalisatie.

Artikel 10

De verdragsluitende Staten verplichten zich om de overmaking naar en van het buitenland van gelden, die zijn toegekend ter zake van onderhoudsverplichtingen jegens kinderen, te vergemakkelijken.

Artikel 11

Geen bepaling van dit Verdrag beperkt het recht van een onderhoudsgerechtigde om beroep te doen op enige andere bepaling, die van toepassing is op de uitvoerbaarverklaring van beslissingen in zaken betreffende onderhoud, hetzij krachtens de interne wet van het land van de autoriteit, aan wie de uitvoerbaarverklaring wordt gevraagd, hetzij krachtens een ander Verdrag, dat tussen de verdragsluitende Staten van kracht is.

Artikel 12

Dit Verdrag is niet van toepassing op beslissingen, gegeven voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.

Artikel 13

Iedere verdragsluitende Staat deelt aan de Nederlandse Regering mede, welke autoriteiten bevoegd zijn tot het geven van beslissingen in zaken betreffende onderhoud en tot uitvoerbaarverklaring van zodanige beslissingen, in andere landen gegeven.

De Nederlandse Regering brengt deze mededelingen ter kennis van de andere verdragsluitende Staten.

Artikel 14

Dit Verdrag is van rechtswege van toepassing in het moederland van de verdragsluitende Staten.

Indien een verdragsluitende Staat de inwerkingtreding ervan wenst in alle of enige van de andere grondgebieden, voor welker internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is, geeft hij van zijn voornemen daartoe kennis door een akte, die wordt nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland. Dit doet, langs diplomatieke weg, een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van die akte aan ieder der verdragsluitende Staten toekomen.

Deze verklaring heeft slechts gevolg voor elk niet tot het moederland behorend gebied in de betrekkingen tussen de Staat die haar heeft afgelegd en de Staten die hebben verklaard haar te aanvaarden. Deze laatste verklaring wordt nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland; dit doet, langs diplomatieke weg, een gewaarmerkt afschrift hiervan aan ieder der verdragsluitende Staten toekomen.

Artikel 15

Dit Verdrag staat ter ondertekening open voor de Staten, vertegenwoordigd op de Achtste Zitting van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.

Het zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

Van iedere nederlegging van akten van bekrachtiging zal een proces-verbaal worden opgemaakt, waarvan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift, langs diplomatieke weg, aan ieder der ondertekenende Staten wordt toegezonden.

Artikel 16

Dit Verdrag treedt in werking op de zestigste dag te rekenen van de nederlegging van de vierde akte van bekrachtiging, bedoeld in artikel 15.

Voor iedere ondertekenende Staat, die het Verdrag later bekrachtigt, treedt het in werking op de zestigste dag te rekenen van de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging.

In het geval bedoeld in artikel 14, lid 2, van dit Verdrag is het Verdrag van toepassing op de zestigste dag te rekenen van de datum van nederlegging van de verklaring van aanvaarding.

Artikel 17

Iedere Staat, die niet vertegenwoordigd is geweest op de Achtste Zitting van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, kan tot dit Verdrag toetreden. De Staat, die wenst toe te treden, geeft van zijn voornemen kennis door een akte, die wordt nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland. Dit doet, langs diplomatieke weg, een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van die akte aan ieder der verdragsluitende Staten toekomen.

Het Verdrag treedt in werking tussen de toetredende Staat en de Staat, die heeft verklaard deze toetreding te aanvaarden, op de zestigste dag, te rekenen van de datum van nederlegging van de akte van toetreding.

De toetreding zal slechts gevolg hebben in de betrekkingen tussen de toetredende Staat en de verdragsluitende Staten, die hebben verklaard deze toetreding te aanvaarden. Deze verklaring zal worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland; dit doet, langs diplomatieke weg, een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van die akte aan ieder der verdragsluitende Staten toekomen.

Het is welverstaan, dat toetredingen eerst kunnen geschieden na de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens artikel 16.

Artikel 18

Iedere verdragsluitende Staat kan bij de ondertekening of de bekrachtiging van of bij de toetreding tot dit Verdrag een voorbehoud maken met betrekking tot de erkenning en de uitvoerbaarverklaring van de beslissingen, gegeven door een autoriteit van een andere verdragsluitende Staat, die bevoegd zou zijn geweest uit hoofde van de verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde.

De Staat, die zodanig voorbehoud heeft gemaakt, kan geen aanspraak maken op toepassing van het Verdrag op beslissingen, gegeven door autoriteiten van die Staat, wanneer deze bevoegd zijn geweest uit hoofde van de verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde.

Artikel 19

Dit Verdrag blijft gedurende vijf jaren van kracht, te rekenen van de datum, aangegeven in artikel 16, eerste lid, van dit Verdrag. Deze termijn begint van die datum af te lopen, zelfs voor de Staten, die later hebben bekrachtigd of zijn toegetreden.

Het Verdrag wordt, behoudens opzegging, stilzwijgend telkens voor vijf jaren verlengd.

De opzegging moet tenminste zes maanden voor het einde van de termijn ter kennis worden gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland, dat daarvan aan alle andere verdragsluitende Staten mededeling zal doen.

De opzegging kan zich beperken tot de grondgebieden of tot bepaalde grondgebieden, aangegeven in een kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 14, lid 2.

De opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte van de Staat, die haar heeft gedaan. Het Verdrag blijft van kracht voor de andere verdragsluitende Staten.

En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés, ont signé la présente Convention.

Fait à La Haye, le 15 avril 1958, en un seul exemplaire, qui sera déposé dans les archives du Gouvernement des Pays-Bas, et dont une copie, certifiée conforme, sera remise, par la voie diplomatique, à chacun des Etats représentés à la Huitième Session de la Conférence de La Haye de Droit International Privé ainsi qu'aux Etats adhérant ultérieurement.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.