Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen
De Partijen bij dit Protocol,
Herinnerend aan artikel 5, negende lid, en artikel 10, tweede lid, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden van 1998 (het Verdrag van Aarhus),
Erkennend dat registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen een belangrijk mechanisme bieden voor vergroting van de verantwoordelijkheid van bedrijven, terugdringing van vervuiling en bevordering van duurzame ontwikkeling, zoals gesteld in de Verklaring van Lucca, die tijdens de eerste vergadering van de Partijen bij het Verdrag van Aarhus is aangenomen,
Gelet op beginsel 10 van de Verklaring van Rio inzake Milieu en Ontwikkeling van 1992,
Tevens gelet op de beginselen en verplichtingen overeengekomen tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties over Milieu en Ontwikkeling van 1992, met name de bepalingen van hoofdstuk 19 van Agenda 21,
Gelet op het Programma inzake de verdere implementatie van Agenda 21, in 1997 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties tijdens de negentiende speciale zitting, waarin zij opriep tot, onder andere, meer nationale capaciteit en mogelijkheden voor het verzamelen, verwerken en verspreiden van informatie, teneinde toegang van de burgers tot informatie over wereldwijde milieukwesties te vergemakkelijken met behulp van passende middelen,
Gelet op het implementatieplan van de Wereldtop inzake duurzame ontwikkeling van 2002, waarin de ontwikkeling wordt aangemoedigd van samenhangende, geïntegreerde informatie over chemische stoffen, bijvoorbeeld door middel van registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen,
Rekening houdend met het werk van het Intergouvernementeel Forum voor de veiligheid van chemische stoffen, met de name de Verklaring van Bahia inzake de veiligheid van chemische stoffen van 2000, de prioriteiten voor maatregelen na 2000 en het actieplan ten behoeve van registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen/emissie-inventarissen,
Tevens rekening houdend met de activiteiten ondernomen in het kader van het interorganisatieprogramma voor het verantwoord beheer van chemische stoffen,
Voorts rekening houdend met het werk van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, met name de Aanbeveling van de Raad betreffende de invoering van registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, waarin de Raad lidstaten oproept nationale registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen in te stellen en voor het publiek toegankelijk te maken,
Geleid door de wens te voorzien in een mechanisme dat ertoe bijdraagt dat iedere persoon, van de huidige en toekomstige generaties, in een milieu kan leven dat geschikt is voor zijn of haar gezondheid en welzijn, door de ontwikkeling te waarborgen van voor het publiek toegankelijke milieu-informatiesystemen,
Tevens geleid door de wens te waarborgen dat bij de ontwikkeling van dergelijke systemen rekening wordt gehouden met de beginselen die bijdragen aan duurzame ontwikkeling zoals de voorzorgsbenadering bedoeld in beginsel 15 van de Verklaring van Rio inzake Milieu en Ontwikkeling van 1992,
Erkennend de relatie tussen adequate milieu-informatiesystemen en de uitoefening van de rechten vervat in het Verdrag van Aarhus,
Gelet op de noodzaak met andere internationale initiatieven samen te werken met betrekking tot verontreinigende stoffen en afval, met inbegrip van het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen van 2001 en het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan van 1989,
Erkennend dat de doelstellingen van een geïntegreerde aanpak teneinde de verontreiniging en de hoeveelheid afvalstoffen die resulteren uit het exploiteren van industriële installaties en andere bronnen tot een minimum terug te brengen, eruit bestaan een hoge mate van bescherming van het milieu als geheel tot stand te brengen, een duurzame en milieuverantwoorde ontwikkeling te bevorderen, en de gezondheid van de huidige en toekomstige generaties te beschermen,
Overtuigd van de waarde van registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen als een kosteneffectief middel om betere milieuprestaties te bevorderen, om het publiek toegang te geven tot informatie over verontreinigende stoffen die vrijkomen in en overgebracht worden naar en door gemeenschappen, en om door regeringen te worden gebruikt voor het identificeren van trends, het aantonen van vooruitgang bij het terugdringen van verontreiniging, het controleren van de naleving van bepaalde internationale verdragen, het stellen van prioriteiten en het evalueren van de vooruitgang die dankzij milieubeleid en -programma’s is geboekt,
Van mening dat registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen de industrie concrete voordelen zullen brengen door het verbeterde beheer van verontreinigende stoffen,
Gelet op de mogelijkheden de gegevens uit de registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, in combinatie met gezondheids-, milieu, demografische, economische en andere relevante informatie, te gebruiken om een beter begrip te verwerven van mogelijke problemen, ‘hot spots’ te identificeren, preventieve en mitigerende maatregelen te nemen, en prioriteiten te stellen op het gebied van milieubeheer,
Erkennend het belang van het beschermen van de privacy van geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke personen bij het verwerken van informatie die is doorgegeven aan registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen in overeenstemming met van toepassing zijnde internationale normen inzake de bescherming van persoonsgegevens,
Tevens erkennend het belang van het ontwikkelen van nationale registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen die op internationaal niveau compatibel zijn teneinde de vergelijkbaarheid van gegevens te vergroten,
Gelet op het feit dat veel lidstaten van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, de Europese Gemeenschap en de Partijen bij de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst inspanningen verrichten om gegevens te verzamelen over uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen uit diverse bronnen, en het publiek toegang tot deze gegevens te geven, en met name erkennend de uitgebreide en waardevolle ervaring die bepaalde landen hebben op dit gebied,
Rekening houdend met de verschillende benaderingen die bij de bestaande emissieregisters worden gehanteerd en de noodzaak duplicatie te voorkomen, en derhalve erkennend dat een zekere mate van flexibiliteit geboden is,
Met klem verzoekend om de gestage ontwikkeling van nationale registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen,
Tevens met klem verzoekend om het aanbrengen van koppelingen tussen nationale registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en informatiesystemen inzake overige uitstoten van publiek belang,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Doelstelling
De doelstelling van dit Protocol is de toegang van het publiek tot informatie te bevorderen door landelijk samenhangende, geïntegreerde registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen (PRTRs) in te stellen in overeenstemming met de bepalingen van dit Protocol, die inspraak van het publiek bij de besluitvorming op milieugebied zouden kunnen vergemakkelijken en zouden kunnen bijdragen aan de voorkoming en terugdringing van de milieuverontreiniging.
Artikel 2. Begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit Protocol,
-
- wordt onder „Partij’’ verstaan, tenzij uit de tekst anders blijkt, een Staat of een regionale organisatie voor economische integratie als bedoeld in artikel 24, die ermee heeft ingestemd door dit Protocol te worden gebonden en waarvoor het Protocol van kracht is;
-
- wordt onder „Verdrag’’ verstaan, het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, gedaan te Aarhus, Denemarken, op 25 juni 1998;
-
- wordt onder „het publiek’’ verstaan, een of meer natuurlijke of rechtspersonen, en in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, hun verenigingen, organisaties of groepen;
-
- wordt onder „faciliteit’’ verstaan, een of meer installaties op dezelfde locatie, of op aangrenzende locaties, die in het bezit zijn van of geëxploiteerd worden door dezelfde natuurlijke of rechtspersoon;
-
- wordt onder „bevoegde autoriteit’’ verstaan, de nationale autoriteit of autoriteiten, of enig ander bevoegd orgaan of bevoegde organen, die door een Partij is of zijn aangewezen om een nationaal register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen te beheren;
-
- wordt onder „verontreinigende stof’’ verstaan, een stof of groep van stoffen die schadelijk kan respectievelijk kunnen zijn voor het milieu of voor de menselijke gezondheid vanwege zijn of hun eigenschappen en het feit dat de stof of stoffen in het milieu worden gebracht;
-
- wordt onder „uitstoot’’ verstaan, het brengen van verontreinigende stoffen in het milieu als gevolg van enige menselijke activiteit, opzettelijk of onbedoeld, al dan niet met een regelmatig karakter, met inbegrip van morsen, uitstoten, lozen, injecteren, verwijderen of storten, of via een rioleringsysteem dat niet is aangesloten op een afvalwaterzuiveringsinstallatie;
-
- wordt onder „overbrenging buiten de locatie’’ verstaan, het buiten de grenzen van de faciliteit brengen van hetzij verontreinigende stoffen, hetzij afvalstoffen bestemd voor verwijdering of nuttige toepassing en van verontreinigende stoffen in afvalwater bestemd voor afvalwaterzuivering;
-
- wordt onder „diffuse bronnen’’ verstaan, de vele kleinere of verspreid liggende bronnen van waaruit verontreinigende stoffen kunnen vrijkomen in de bodem, de lucht of het water, waarvan de gecombineerde gevolgen voor die milieucompartimenten aanmerkelijk kunnen zijn, en ten aanzien waarvan het ondoenlijk is van elke afzonderlijke bron rapportages te verzamelen;
-
- worden de begrippen „nationaal’’ en „landelijk’’ met betrekking tot de verplichtingen uit hoofde van het Protocol voor de Partijen die regionale organisaties voor economische integratie zijn, uitgelegd als betrekking hebbend op de regio in kwestie, tenzij anderszins is aangegeven;
-
- wordt onder „afvalstoffen’’ verstaan, stoffen of voorwerpen die:
- a. zijn verwijderd of nuttig zijn toegepast;
- b. bestemd zijn voor verwijdering of nuttige toepassing; of
- c. ingevolge de bepalingen van de nationale wetgeving moeten worden verwijderd of nuttig moeten worden toegepast;
-
- wordt onder „gevaarlijke afvalstoffen’’ verstaan, afvalstoffen die in de bepalingen van de nationale wetgeving als gevaarlijk worden aangemerkt;
-
- wordt onder „overige afvalstoffen’’ verstaan, afvalstoffen die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn;
-
- wordt onder „afvalwater’’ verstaan, gebruikt water dat stoffen of voorwerpen bevat waarop regelgeving uit hoofde van de nationale wetgeving van toepassing is.
Artikel 3. Algemene bepalingen
Elke Partij neemt de noodzakelijke wet- en regelgevende en andere maatregelen, en passende handhavingsmaatregelen, om de bepalingen van dit Protocol uit te voeren.
De bepalingen van dit Protocol doen geen afbreuk aan het recht van een Partij een register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen te handhaven of in te stellen dat uitgebreider of toegankelijker voor het publiek is dan door dit Protocol vereist.
Elke Partij neemt de noodzakelijke maatregelen om verplicht te stellen dat werknemers van een faciliteit en leden van het publiek die bij overheidsinstanties aangifte doen van een schending door een faciliteit van de nationale wetten die dit Protocol uitvoeren, niet worden gestraft, vervolgd of op enige wijze worden gehinderd door die faciliteit of door overheidsinstanties wegens het feit dat zij aangifte hebben gedaan.
Bij de uitvoering van dit Protocol laat elke Partij zich leiden door de voorzorgsbenadering zoals vervat in beginsel 15 van de Verklaring van Rio inzake Milieu en Ontwikkeling van 1992.
Teneinde de levering van dubbele gegevens te verminderen mogen de registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen voorzover mogelijk worden geïntegreerd in bestaande informatiebronnen zoals meldingssystemen uit hoofde van exploitatie- of andere vergunningen.
Partijen streven naar convergentie tussen hun nationale registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen.
Artikel 4. Kernelementen van een register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigde stoffen
In overeenstemming met dit Protocol stelt elke Partij een voor het publiek toegankelijk register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen in:
- a. dat gericht is op specifieke faciliteiten met betrekking tot rapportages over puntbronnen;
- b. dat geschikt is voor rapportages over diffuse bronnen;
- c. dat gericht is op specifieke verontreinigende stoffen of specifieke afvalstoffen, al naar gelang het geval;
- d. waarin rekening wordt gehouden met de verschillende milieucompartimenten en onderscheid wordt aangebracht tussen lucht, bodem en water;
- e. dat informatie over overbrengingen bevat;
- f. dat gebaseerd is op verplichte rapportages op gezette tijden;
- g. dat gestandaardiseerde en tijdige gegevens, een beperkt aantal gestandaardiseerde rapportagedrempels en, eventueel, beperkte bepalingen inzake vertrouwelijkheid bevat;
- h. dat coherent is en zodanig is opgezet dat het gebruikersvriendelijk en voor het publiek toegankelijk is, met inbegrip van de elektronische weg;
- i. dat inspraak van het publiek mogelijk maakt bij de ontwikkeling en aanpassing ervan; en
- j. dat bestaat uit een gestructureerd, geautomatiseerd gegevensbestand, of verschillende aan elkaar gekoppelde gegevensbestanden, onderhouden door de bevoegde autoriteit en onderhoudt dit.
Artikel 5. Ontwerp en structuur
Elke Partij waarborgt dat de gegevens in het register zoals bedoeld in artikel 4 zowel in samengevoegde als niet-samengevoegde vorm worden aangeboden, zodat uitstoten en overbrengingen kunnen worden opgezocht en geïdentificeerd aan de hand van:
- a. de faciliteit en haar geografische locatie;
- b. de activiteit;
- c. de eigenaar of exploitant, en, in voorkomende gevallen, de onderneming;
- d. de verontreinigende stof of afvalstof, al naar gelang het geval;
- e. elk van de milieucompartimenten waarin de verontreinigende stof vrijkomt; en
- f. zoals in artikel 7, vijfde lid, wordt vermeld, de bestemming van de overbrenging en, waar van toepassing, de verwijdering of nuttige toepassing met betrekking tot afvalstoffen.
Elke Partij waarborgt tevens dat de gegevens kunnen worden opgezocht en geïdentificeerd aan de hand van de diffuse bronnen die in het register zijn opgenomen.
Elke Partij houdt bij het ontwerp van haar register rekening met de mogelijkheid van toekomstige uitbreiding ervan en waarborgt daarbij dat de gegevens van minimaal de tien voorgaande rapportagejaren voor het publiek toegankelijk zijn.
Het register wordt ontworpen met het oog op maximale toegankelijkheid voor het publiek via elektronische middelen, zoals internet. Het ontwerp is zodanig dat, onder normale omstandigheden, de informatie in het register voortdurend en onmiddellijk beschikbaar is via elektronische middelen.
Elke Partij moet in haar register koppelingen opnemen naar relevante, bestaande, openbare gegevensbestanden met betrekking tot onderwerpen die verband houden met milieubescherming.
Elke Partij neemt in haar register koppelingen op naar de registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen van andere Partijen bij het Protocol en, waar mogelijk, naar die van andere landen.
Artikel 6. Reikwijdte van het register
Elke Partij waarborgt dat haar register informatie bevat over:
- a. uitstoten van verontreinigende stoffen die ingevolge artikel 7, tweede lid, moeten worden gerapporteerd;
- b. overbrengingen buiten de locatie die ingevolge artikel 7, tweede lid, moeten worden gerapporteerd; en
- c. uitstoten van verontreinigende stoffen uit diffuse bronnen die ingevolge artikel 7, vierde lid, moeten worden gerapporteerd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.