Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek inzake de coproduktie van films
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,
de Regering van de Franse Republiek
Verlangend de vervaardiging in coproduktie te vergemakkelijken van films die er zich toe lenen om door hun artistieke en technische kwaliteit het aanzien van hun land te dienen, alsmede de uitwisseling van films te bevorderen,
Zijn overeengekomen als volgt:
I. COPRODUKTIE
Artikel 1
Films die in coproduktie zijn vervaardigd en die vallen onder deze Overeenkomst, worden door de autoriteiten van beide landen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen en voorschriften die in hun landen van toepassing zijn, beschouwd als nationale films.
Zij genieten rechtens de voordelen die aan nationale films worden toegekend op grond van de bepalingen die in elk van beide landen van kracht zijn of aldaar zouden kunnen worden uitgevaardigd.
De vervaardiging van films in coproduktie tussen beide landen dient de goedkeuring te krijgen van de bevoegde autoriteiten van deze landen, nadat deze hierover onderling overleg hebben gepleegd:
- -. voor Nederland: Stichting Fonds voor de Nederlandse film of: Stichting Produktiefonds voor Nederlandse films
- -. voor Frankrijk: Centre National de la Cinématographie.
Artikel 2
Om aangemerkt te worden als coproduktie, moeten de films zijn vervaardigd door producenten die beschikken over een goede technische en financiële organisatie en over een degelijke beroepservaring.
Artikel 3
De verzoeken van de producenten van beide landen om hun films te laten aanmerken als een coproduktie, worden voor het verkrijgen van de goedkeuring opgesteld volgens de bepalingen van de toepassingsprocedure vervat in de bijlage van de onderhavige Overeenkomst, die een integrerend deel van de Overeenkomst vormt.
De goedkeuring die door de bevoegde autoriteiten van elk der beide landen wordt gegeven voor de coproduktie van een bepaalde film kan niet afhankelijk worden gesteld van de vertoning van fragmenten uit deze film.
Wanneer de bevoegde autoriteiten van beide landen de coproduktie van een bepaalde film hebben goedgekeurd, kan deze goedkeuring niet later worden ingetrokken, behoudens overeenstemming tussen genoemde bevoegde autoriteiten.
Artikel 4
De omvang van de respectieve inbreng van de producenten van beide landen in een coproduktie van een film kan variëren van 20 tot 80%.
In beginsel dient een algemeen evenwicht tot stand te worden gebracht tussen hetgeen beide landen inbrengen, zowel wat de onderscheiden financiële bijdragen en dienstverlening betreft als ten aanzien van de medewerking van de artiesten en technici.
De films moeten worden vervaardigd door regisseurs, technici en acteurs die de Nederlandse nationaliteit of de status van ingezetene in Nederland bezitten, of de Franse nationaliteit of de status van ingezetene in Frankrijk, dan wel de nationaliteit van of de status van ingezetene in een land van de Europese Economische Gemeenschap.
Medewerking van een acteur die niet de nationaliteit bezit van een van de Staten zoals bedoeld in het vorige lid kan, wanneer dit voor de film vereist is, worden toegestaan na overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten van beide landen.
Artikel 5
De werkzaamheden betreffende de beeldopnamen in studio's, de geluidsmontage en de laboratoriumbewerking moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de onderstaande bepalingen.
De beeldopnamen in studio's moeten bij voorkeur plaatsvinden in het land van de coproducent met de grootste inbreng, behalve indien de coproducenten in onderling overleg anders besluiten.
Elke coproducent is in ieder opzicht medeëigenaar van de originele beeld- en geluidsopnamen, waar deze ook worden bewaard.
Elke coproducent heeft in ieder opzicht recht op een tussennegatief in zijn eigen versie. Indien een van de coproducenten afziet van dit recht, wordt het negatief bewaard op een plaats die in gemeenschappelijk overleg wordt gekozen door de coproducenten.
In beginsel wordt het negatief ontwikkeld in een laboratorium van het land met de grootste inbreng en worden daar ook de voor de exploitatie in dat land bestemde kopieën gemaakt, terwijl de kopieën die zijn bestemd voor de exploitatie in het land met de kleinste inbreng, worden gemaakt in een laboratorium van het laatstbedoelde land.
Artikel 6
De bevoegde autoriteiten van beide landen onderzoeken regelmatig of er sprake is van evenwicht tussen de uit de bepalingen van deze Overeenkomst voortvloeiende bijdragen van beide landen op artistiek en technisch gebied en, indien zulks niet het geval is, stellen zij de noodzakelijk geachte maatregelen vast.
Artikel 7
De verdeling van de opbrengsten geschiedt in beginsel naar rato van de totale inbreng van elk der coproducenten. Onder voorbehoud van de goedkeuring der bevoegde autoriteiten van beide landen, kan deze verdeling geschieden op basis van de gezamenlijke opbrengsten of op basis van de door de landen afzonderlijke gerealiseerde opbrengsten, dan wel via een combinatie van beide verdeelsleutels.
Voor de door de coproducenten vastgestelde financiële bepalingen en de verdeelsleutels van de opbrengsten is de goedkeuring van de bevoegde autoriteiten van beide landen vereist.
Artikel 8
Behoudens andersluidende bepalingen van het coproduktiecontract, wordt de uitvoer van de in coproduktie vervaardigde films verzorgd door de coproducent met de grootste inbreng, met instemming van de coproducent met de kleinste inbreng.
Voor de films waarvoor de coproducenten een gelijke inbreng hebben verschaft, wordt de uitvoer, behoudens andersluidende bepalingen van het coproduktiecontract, verzorgd door de coproducent die dezelfde nationaliteit heeft als de regisseur. Bij uitvoer naar een land dat invoerbeperkingen toepast, wordt de film voor zover mogelijk in mindering gebracht op het contingent van het bij de coproduktie betrokken land dat de gunstigste regeling geniet.
Artikel 9
In de titelrollen, de aankondigingsfilms en het reclamemateriaal van films die in coproduktie zijn vervaardigd, moet worden vermeld dat het een coproduktie van Nederland en Frankrijk is.
Artikel 10
Op festivals en concoursen worden de in coproduktie vervaardigde films gepresenteerd onder de nationaliteit van de Staat waartoe de coproducent met de grootste inbreng behoort, behalve indien door de coproducenten met goedkeuring van de bevoegde autoriteiten van beide landen anders is bepaald.
Artikel 11
Bij coproduktie van korte films moet bij iedere film worden gestreefd naar een algemeen evenwicht op artistiek, technisch en financieel vlak.
Artikel 12
De bevoegde autoriteiten van beide landen bezien welwillend van geval tot geval de verwezenlijking van films die in coproduktie worden vervaardigd tussen Nederland en Frankrijk en landen waarmee een van beide Staten coproduktieovereenkomsten heeft.
Artikel 13
Behoudens de van kracht zijnde wetten en voorschriften worden allerlei faciliteiten verleend voor het vrije verkeer en het verblijf van het artistieke en technische personeel dat meewerkt aan de vervaardiging van films in coproduktie alsmede voor de invoer in en de uitvoer uit ieder land van materiaal dat nodig is voor de vervaardiging en de exploitatie van deze film (beeld- en geluidsbanden, technisch materiaal, costuums, rekwisieten, reclamemateriaal, enz.).
II. UITWISSELING VAN FILMS
Artikel 14
Behoudens de van kracht zijnde wetten en voorschriften, zijn de verkoop, de invoer, de uitvoer en in het algemeen de verspreiding van nationale films in geen van beide landen aan beperkingen onderworpen.
De overmaking van opbrengsten uit de verkoop en de exploitatie van de in het kader van deze Overeenkomst geïmporteerde films geschiedt ingevolge de contracten die de producenten hebben gesloten overeenkomstig de in elk van beide landen van kracht zijnde wetten en voorschriften.
III. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 15
De bevoegde autoriteiten van beide landen verstrekken elkaar alle informatie over de financiële en technische vraagstukken betreffende coprodukties en uitwisselingen van films tussen beide landen alsmede over de in de wetten en voorschriften tot stand gekomen wijzigingen die in dit verband van belang kunnen zijn.
Artikel 16
Indien nodig onderzoeken de bevoegde autoriteiten van beide Staten de toepassingsvoorwaarden van deze Overeenkomst ten einde eventuele moeilijkheden bij de tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze Overeenkomst op te lossen. Voorts gaan zij na welke wijzigingen wenselijk zijn om de samenwerking in het gemeenschappelijk belang van beide landen te ontwikkelen.
Op verzoek van één van hen komen zij bijeen in een Gemengde Commissie voor de filmkunst, in het bijzonder bij belangrijke wijziging van de wetten of voorschriften die van toepassing zijn op de filmindustrie.
Artikel 17
Elk der Partijen stelt de andere Partij ervan in kennis wanneer is voldaan aan de vereiste constitutionele procedures wat betreft de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, die van kracht wordt op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving.
Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding, en wordt telkens voor eenzelfde periode stilzwijgend verlengd, behoudens opzegging door één van de Partijen drie maanden vóór de datum waarop zij afloopt.
EN FOI DE QUOI, les soussignés, dûment autorisés à cette fin par leur Gouvernement, ont signé le présent Accord.
FAIT à Rotterdam, 3-2-1988, en double exemplaire, en langue française,
Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas
(s.) L. C. BRINKMAN
Pour le Gouvernement de la République française
(s.) J. GAULTIER DE LA FERRIERE
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.