Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden

Type Verdrag
Publication 1983-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van het Koninkrijk Zweden,

Geleid door de wens de betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen,

Zijn overeengekomen het volgende Verdrag te sluiten:

TITEL I. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag:

2.

In dit Verdrag hebben andere termen de betekenis welke daaraan wordt gegeven in de wetgeving welke wordt toegepast.

Artikel 2
1.

Dit Verdrag is van toepassing

2.

Onverminderd het bepaalde in het vierde lid, is dit Verdrag eveneens van toepassing op de wetgeving waarbij de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgevingen worden samengevoegd, gewijzigd of aangevuld.

3.

Dit Verdrag is slechts van toepassing op een andere wetgeving dan de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgevingen, betreffende een nieuw stelsel of een nieuwe tak van sociale zekerheid, indien de Verdragsluitende Partijen zulks overeenkomen.

4.

Dit Verdrag is niet van toepassing op wetgevingen die de toepassing van de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgevingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, indien de bevoegde autoriteit van de betrokken Staat binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de nieuwe wetgeving de bevoegde autoriteit van de andere Staat ervan in kennis stelt dat zij een zodanige uitbreiding van het Verdrag niet wenst.

5.

Dit Verdrag is niet van toepassing op regelingen inzake de sociale of medische bijstand, noch op bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijkgestelden.

Artikel 3

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op onderdanen van de Verdragsluitende Partijen, op personen op wie de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen van toepassing is dan wel is geweest, alsmede op personen die hun rechten van dergelijke personen afleiden.

Artikel 4

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden voor de toepassing van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij de volgende personen met onderdanen van deze Verdragsluitende Partij gelijkgesteld:

Artikel 5

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, kunnen pensioenen en andere uitkeringen, met uitzondering van werkloosheidsuitkeringen, niet worden verminderd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken op grond van het feit dat de rechthebbende op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont.

Artikel 6

De bepalingen van een wetgeving van een Verdragsluitende Partij inzake vermindering, schorsing of intrekking van uitkeringen van een tak van sociale zekerheid ingeval van samenloop met uitkeringen van een andere tak of met andere inkomsten, of wegens het verrichten van beroepswerkzaamheden, zijn eveneens op een rechthebbende van toepassing met betrekking tot uitkeringen welke krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn verkregen of met betrekking tot inkomsten welke zijn verworven of werkzaamheden welke zijn verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

TITEL II. Bepalingen inzake de toe te passen wetgeving

Artikel 7

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 is op werknemers uitsluitend de wetgeving van de Verdragsluitende Partij van toepassing op het grondgebied waarvan zij hun arbeid verrichten. Deze bepaling geldt ook indien de woonplaats van de werknemer of van de werkgever zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevindt.

Artikel 8
1.

Indien een persoon die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij tewerkgesteld is, door zijn werkgever uitgezonden wordt naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij ten einde aldaar voor dezelfde werkgever arbeid te verrichten, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij op hem van toepassing tot en met de vierentwintigste kalendermaand na die van zijn uitzending alsof hij nog op het grondgebied van deze Partij werkzaam was.

2.

Op ambulant personeel dat in dienst van spoorwegen, wegtransportondernemingen of luchtvaartmaatschappijen op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen werkzaam is, is de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming haar zetel heeft, van toepassing. Indien het personeel evenwel in dienst is van een filiaal of vaste vertegenwoordiging welke bedoelde onderneming heeft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is de wetgeving van deze Verdragsluitende Partij van toepassing.

3.

Op de bemanning van een zeeschip en op de andere personen die op permanente basis aan boord werkzaam zijn, is de wetgeving van de Verdragsluitende Partij van toepassing, onder welks vlag het zeeschip vaart. Indien een persoon evenwel werkzaam is aan boord van een schip dat onder de vlag van een Verdragsluitende Partij vaart en voor deze werkzaamheden loon ontvangt van een onderneming of een persoon die haar zetel of zijn woonplaats op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij heeft, is op hem de wetgeving van laatstbedoelde Partij van toepassing. Wat Nederland betreft is de tweede volzin eveneens van toepassing ingeval een schip onder de vlag van een derde land vaart en de bemanning loon ontvangt van een onderneming of een persoon die haar zetel of zijn woonplaats in Nederland heeft.

4.

Een werknemer op wie de wetgeving van een Verdragsluitende Partij ingevolge dit artikel van toepassing zal zijn, wordt te dien einde als ingezetene van die Verdragsluitende Partij beschouwd.

Artikel 9

Dit Verdrag laat onverlet de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer en het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid genoemde wetgevingen.

Artikel 10
1.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen in het belang van bepaalde personen of bepaalde groepen personen, uitzonderingen op de artikelen 7, 8 of 9 overeenkomen.

2.

Artikel 8, vierde lid is in de in dit artikel bedoelde gevallen, van overeenkomstige toepassing.

TITEL III. Bijzondere bepalingen inzake de verschillende soorten prestaties.

Hoofdstuk 1. Ziekte, moederschap en geboorte

Artikel 11

Indien een persoon tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wetgevingen van beide Verdragsluitende Partijen, worden deze tijdvakken, met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, samengeteld voorzover zij niet samenvallen.

Artikel 12
1.

Degene die ingevolge de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen recht heeft op verstrekkingen, kan, evenals zijn gezinsleden, gedurende een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij aanspraak maken op verstrekkingen indien hun gezondheidstoestand het onmiddellijk verlenen van verstrekkingen noodzakelijk maakt.

2.

Bedoelde verstrekkingen worden door het verzekeringsorgaan van de tijdelijke verblijfplaats verleend volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op degenen die zich naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij begeven ten einde aldaar geneeskundige hulp te ontvangen.

Artikel 13
1.

Degene die ingevolge de wetgeving van een Verdragsluitende Partij recht heeft op verstrekkingen, doch op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont, kan eveneens aanspraak maken op verstrekkingen op het grondgebied van laatstbedoelde Partij.

2.

De gezinsleden van degene die ingevolge de wetgeving van een Verdragsluitende Partij recht heeft op verstrekkingen, kunnen indien zij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij wonen, aanspraak maken op verstrekkingen.

3.

De in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekkingen worden door het verzekeringsorgaan van de woonplaats verleend volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving.

4.

Het tweede lid is niet van toepassing indien de gezinsleden recht hebben op verstrekkingen op grond van het verrichten van beroepsarbeid of het genot van een sociale verzekeringsuitkering van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij wonen.

Artikel 14

De vergoeding van de kosten van de ingevolge de artikelen 12 en 13 verleende verstrekkingen wordt vastgesteld en vindt plaats overeenkomstig door de bevoegde autoriteiten vast te stellen regelen. Deze autoriteiten kunnen overeenkomen dat van vergoeding tussen de betrokken verzekeringsorganen wordt afgezien.

Artikel 15

Degene die eventueel met inachtneming van artikel 11, voldoet aan de door de wetgeving van de bevoegde Staat gestelde voorwaarden voor het recht op uitkeringen, geniet deze uitkeringen, zelfs indien hij zich op het grondgebied van de andere Staat bevindt.

De uitkeringen worden door het bevoegde verzekeringsorgaan betaald overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wetgeving.

Hoofdstuk 2. Invaliditeit, ouderdom en nagelaten betrekkingen

Toepassing van de Nederlandse wetgeving

Artikel 16

Wanneer op een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen of op een in artikel 4 letter b) bedoelde persoon op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit is ontstaan, de Zweedse wetgeving inzake pensioenen van toepassing is en hij voordien gedurende ten minste in totaal 12 maanden krachtens de Nederlandse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering verzekerd is geweest, heeft hij recht op een uitkering krachtens laatstbedoelde wetgeving, welke overeenkomstig de in artikel 17 gestelde regels wordt berekend.

Artikel 17
1.

Het in artikel 16 bedoelde uitkeringsbedrag wordt berekend naar verhouding van de totale duur van de tijdvakken van verzekering, door de betrokkene krachtens de Nederlandse wetgeving vervuld na het bereiken van de 15-jarige leeftijd, tot het tijdvak liggende tussen de datum waarop hij de 15-jarige leeftijd heeft bereikt en het tijdstip waarop zijn arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit is ontstaan.

2.

Indien de betrokkene op het tijdstip waarop zijn arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit is ontstaan, werknemer was of een met hem gelijkgestelde persoon, wordt de verschuldigde uitkering vastgesteld overeenkomstig de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van 18 februari 1966 (WAO). Indien dit niet het geval is, wordt de verschuldigde uitkering vastgesteld overeenkomstig de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet van 11 december 1975 (AAW).

3.

Als tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Nederlandse wetgeving worden aangemerkt:

4.

Wanneer in het geval bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, een verzekeringstijdvak, vervuld krachtens de W.A.O. samenvalt met een verzekeringstijdvak, vervuld krachtens de A.A.W., wordt slechts het krachtens de W.A.O. vervulde tijdvak in aanmerking genomen.

5.

Wanneer in het geval, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, een verzekeringstijdvak, vervuld krachtens de A.A.W. samenvalt met een verzekeringstijdvak, vervuld krachtens de W.A.O., wordt slechts het krachtens de A.A.W. vervulde tijdvak in aanmerking genomen.

Artikel 18
1.

In geval van ouderdom stelt het Nederlandse verzekeringsorgaan het pensioen rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de krachtens de Nederlandse wetgeving inzake ouderdomsverzekering vervulde tijdvakken van verzekering.

2.

Tijdvakken, gelegen voor 1 januari 1957, gedurende welke de betrokkene na het bereiken van de 15-jarige leeftijd in Nederland heeft gewoond of gedurende welke hij, in een ander land wonende, in Nederland arbeid in loondienst heeft verricht, worden mede als verzekeringstijdvakken aangemerkt indien hij niet voldoet aan de voorwaarden van de Nederlandse wetgeving, op grond waarvan zodanige tijdvakken mogen worden gelijkgesteld met tijdvakken van verzekering.

3.

Tijdvakken, gelegen voor 1 januari 1957 worden bij de berekening van het ouderdomspensioen slechts in aanmerking genomen indien de betrokkene na het bereiken van de 59-jarige leeftijd gedurende zes jaren op het grondgebied van één of van beide Verdragsluitende Partijen heeft gewoond of gedurende bedoeld tijdvak van zes jaar premies voor de Nederlandse ouderdomsverzekering heeft betaald.

4.

De in het tweede lid bedoelde tijdvakken worden niet in aanmerking genomen wanneer zij samenvallen met tijdvakken welke voor de berekening van ouderdomspensioen krachtens de wetgeving van een ander land dan Nederland in aanmerking worden genomen of wanneer de betrokkene een volledig Zweeds basispensioen ontvangt.

Artikel 19

Wanneer op een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen of op een in artikel 4, letter b) bedoelde persoon op het tijdstip van zijn overlijden de Zweedse wetgeving inzake pensioenen van toepassing is en hij voordien gedurende ten minste in totaal 12 maanden krachtens de Nederlandse wetgeving inzake weduwen- en wezenverzekering verzekerd is geweest, heeft zijn weduwe of hebben de wezen recht op een uitkering krachtens laatstbedoelde wetgeving, welke overeenkomstig de in artikel 20 gestelde regels wordt berekend.

Artikel 20

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.