Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden inzake wederzijdse bijstand in douanezaken
De Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden en van het Koninkrijk Zweden,
Overwegende dat strafbare feiten op het gebied van de douanewetten nadelig zijn voor de economische, fiscale en sociale belangen van hun onderscheiden landen, alsook voor de rechtmatige belangen van handel, nijverheid en landbouw;
Overwegende dat het van belang is een juiste heffing van de in- en uitvoerrechten en belastingen en een juiste toepassing van maatregelen inzake verboden, beperkingen en controle te verzekeren;
Ervan overtuigd dat het streven naar voorkoming van strafbare feiten op het gebied van de douanewetten en het streven naar verzekering van een juiste inning van in-en uitvoerrechten en belastingen doeltreffender kunnen worden gemaakt door samenwerking tussen hun douaneautoriteiten;
Gelet op de Aanbeveling van de Internationale Douaneraad inzake wederzijdse administratieve bijstand (5 december 1953) en andere bestaande internationale akten die de verlening van wederzijdse bijstand in douanezaken regelen;
Zijn het volgende overeengekomen:
Begripsbepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
- a. „Staat”, een van de Overeenkomstsluitende Staten;
- b. „douanewetten”, de bepalingen neergelegd in wetten of voorschriften inzake de in-, uit- en doorvoer van goederen, zowel die welke douanerechten, belastingen of alle andere heffingen betreffen, als die welke maatregelen inzake verboden, beperkingen of controle betreffen;
- c. „douaneautoriteit”, voor het Koninkrijk Zweden: de Board of Customs, en voor het Koninkrijk der Nederlanden: de centrale administratie die verantwoordelijk is voor de toepassing van de douanewetten. De Staten verstrekken elkaar al de ter zake dienende inlichtingen.
Werkingssfeer
Artikel 2
De Staten verlenen elkaar wederzijdse administratieve bijstand door tussenkomst van hun douaneautoriteiten en in overeenstemming met de in deze Overeenkomst vermelde voorwaarden:
- a. ten einde een juiste naleving van de douanewetten te verzekeren,
- b. ten einde overtreding van douanewetten te voorkomen, op te sporen en te bestrijden.
Bijstand in het kader van deze Overeenkomst wordt verleend overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de aangezochte Staat en binnen de bevoegdheden en mogelijkheden van de douaneautoriteit.
Deze Overeenkomst heeft geen betrekking op bijstand bij de invordering van douanerechten, belastingen of andere heffingen.
Mededeling van gegevens
Artikel 3
De douaneautoriteiten van de Staten verstrekken elkaar op verzoek alle inlichtingen welke ertoe kunnen bijdragen de nauwgezette toepassing van de douanewetten te verzekeren en meer in het bijzonder die inlichtingen welke kunnen bijdragen tot:
- -. de toepassing van invoer- en uitvoerverboden en -beperkingen;
- -. de toepassing van nationale oorsprongsregels die niet is geregeld in andere overeenkomsten.
Indien de aangezochte autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt, stelt zij onderzoeken in overeenkomstig de bepalingen van de douane wetten.
Bij het instellen van deze onderzoeken gaat de aangezochte autoriteit te werk als handelde zij te eigen behoeve.
Artikel 4
De douaneautoriteiten van de Staten verstrekken elkaar op verzoek alle inlichtingen waaruit blijkt dat goederen die uit een Staat zijn uitgevoerd naar een andere op wettige wijze in het grondgebied van die Staat zijn ingevoerd, onder vermelding van de aard van het douaneregime waaraan die goederen eventueel zijn onderworpen.
Artikel 5
De douaneautoriteiten verstrekken elkaar, uit eigen beweging of op verzoek, alle inlichtingen welke betrekking hebben op strafbare feiten op het gebied van de douanewetten, in het bijzonder inlichtingen met betrekking tot:
- a. nieuwe middelen en werkwijzen welke worden aangewend, of waarvan wordt vermoed dat zij worden aangewend, om strafbare feiten op het gebied van douanewetten te begaan;
- b. goederen waarvan bekend is, of wordt vermoed, dat zij worden gesmokkeld;
- c. voertuigen, schepen, luchtvaartuigen en andere vervoermiddelen die zijn gebruikt, of waarvan wordt vermoed dat zij zijn gebruikt om strafbare feiten op het gebied van de douanewetten te begaan of waarvan wordt vermoed dat zij worden gebruikt om dergelijke strafbare feiten te begaan.
De douaneautoriteit van de ene Staat verstrekt, uit eigen beweging of op verzoek, aan de douaneautoriteit van de andere Staat, rapporten, processen-verbaal of voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van documenten, houdende alle beschikbare inlichtingen met betrekking tot ontdekte of voorgenomen handelingen die een strafbaar feit op het gebied van de douanewetten van laatstgenoemde Staat opleveren of lijken op te leveren.
Toezicht op personen, goederen en vervoermiddelen
Artikel 6
De douaneautoriteit van de ene Staat houdt, uit eigen beweging of op verzoek van de douaneautoriteit van de andere Staat, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en mogelijkheden, toezicht op:
- a. de bewegingen, inzonderheid het betreden en verlaten van haar grondgebied van personen die strafbare feiten hebben begaan of die ervan worden verdacht strafbare feiten te hebben begaan op het gebied van de douanewetten van de andere Staat, of waarvan wordt vermoed dat zij dergelijke strafbare feiten begaan;
- b. voertuigen, schepen, luchtvaartuigen en andere vervoermiddelen die zijn gebruikt of waarvan wordt vermoed dat ze zijn gebruikt voor het begaan van strafbare feiten op het gebied van de douanewetten van de andere Staat of waarvan wordt vermoed dat zij worden gebruikt om dergelijke strafbare feiten te begaan;
- c. verplaatsingen van goederen waarvan door de douaneautoriteit van de andere Staat is medegedeeld dat zij het voorwerp uitmaken van een omvangrijk ongeoorloofd verkeer naar of uit haar grondgebied;
- d. plaatsen waar abnormale goederenvoorraden zijn aangelegd, waardoor er aanleiding bestaat aan te nemen dat deze zullen worden gebruikt voor ongeoorloofde invoer in het grondgebied van de andere Staat.
Onderzoeken
Artikel 7
Indien de douaneautoriteit van de ene Staat zulks verzoekt gaat de douaneautoriteit van de andere Staat over tot het instellen van alle ambtelijke onderzoeken betreffende alle handelingen die in strijd zijn of in strijd lijken te zijn met de douanewetten. Zij deelt de verzoekende autoriteit de resultaten van deze onderzoeken mee.
Deze onderzoeken worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften welke in de aangezochte Staat van toepassing zijn.
De aangezochte autoriteit gaat daarbij te werk als handelde zij te eigen behoeve.
Artikel 8
De ambtenaren van de douaneautoriteit van de ene Staat, bevoegd tot opsporing van strafbare feiten op het gebied van de douanewetten, kunnen in bijzondere gevallen, met goedvinden van de douaneautoriteit van de andere Staat, op het grondgebied van die Staat aanwezig zijn bij het opsporen door ambtenaren van de douaneautoriteit van die Staat van strafbare feiten die voor de eerstbedoelde autoriteit van belang zijn.
Artikel 9
Wanneer de ambtenaren van de ene Staat zich, in de gevallen waarin deze Overeenkomst voorziet, bevinden op het grondgebied van de andere Staat, moeten zij, indien hun daarom wordt verzocht, hun ambtelijke hoedanigheid aantonen.
Gebruik van gegevens en documenten
Artikel 10
De door toepassing van deze Overeenkomst verkregen inlichtingen en documenten mogen niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan die in deze Overeenkomst zijn uiteengezet. Zij mogen alleen voor andere doeleinden dan die van deze Overeenkomst worden gebruikt met toestemming van de douaneautoriteit die ze heeft verstrekt en voor zover dat niet in strijd is met enige wettelijke bepaling die geldt voor de douaneautoriteit die dergelijke inlichtingen en documenten heeft ontvangen.
De verzoeken, inlichtingen, rapporten van deskundigen en andere mededelingen welke een Staat heeft ontvangen, zijn onderworpen aan hetzelfde ambtsgeheim als in die Staat van toepassing is op gelijksoortige inlichtingen en documenten.
Artikel 11
De douaneautoriteiten van de Staten kunnen, in overeenstemming met de doeleinden en binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst, zowel in hun processen-verbaal, rapporten en getuigenissen als bij procedures en vervolgingen in rechte, de in overeenstemming met deze Overeenkomst verkregen inlichtingen en documenten als bewijsmiddel gebruiken.
Het gebruik van dergelijke inlichtingen en documenten in rechte en het belang dat eraan wordt gehecht, worden bepaald door het nationale recht.
Uitzonderingen op de verplichting tot het verlenen van bijstand
Artikel 12
Als de aangezochte douaneautoriteit van mening is dat de gevraagde bijstand zou leiden tot aantasting van de openbare orde, de soevereiniteit, de veiligheid of andere essentiële belangen van de aangezochte Staat, of de schending van een nijverheids-, handels- of beroepsgeheim in die Staat mee zou brengen, mag zij weigeren die bijstand te verlenen, dan wel gedeeltelijk verlenen of afhankelijk stellen van de vervulling van bepaalde voorwaarden of het voldoen aan bepaalde eisen.
Als aan een verzoek om bijstand niet kan worden voldaan, wordt de douaneautoriteit van de Staat die om bijstand heeft verzocht onverwijld daarvan in kennis gesteld en tevens op de hoogte gebracht van de redenen voor de weigering bijstand te verlenen.
De verplichting bijstand te verlenen geldt niet voor het verstrekken van inlichtingen of documenten die de douaneautoriteiten hebben verkregen in het kader van bevoegdheden die zij in opdracht van de rechterlijke autoriteit uitoefenen. Indien echter om bijstand wordt verzocht, worden deze inlichtingen of documenten verstrekt in alle gevallen waarin de rechterlijke autoriteit, die hiertoe moet worden geraadpleegd, haar toestemming geeft.
Indien de douaneautoriteit van de ene Staat verzoekt om bijstand die zij zelf, indien zij daarom door de douaneautoriteit van de andere Staat zou worden verzocht, niet zou kunnen verlenen, vestigt zij daarop in haar verzoek de aandacht. Het inwilligen van een dergelijk verzoek staat ter beoordeling van de douaneautoriteit aan wie het verzoek is gedaan.
Kennisgeving
Artikel 13
Op verzoek van de douaneautoriteit van de ene Staat geeft de douaneautoriteit van de andere Staat, in overeenstemming met haar nationale wetten en voorschriften, de betrokken partijen wonend of gevestigd binnen haar grondgebied kennis van alle maatregelen en beslissingen die de administratieve autoriteiten hebben genomen ter toepassing van de douanewetten.
Kosten
Artikel 14
De Staten doen afstand van iedere aanspraak op betaling van de kosten die uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeien, behalve wat aan deskundigen uitgekeerde vergoedingen betreft.
Bijstandverlening
Artikel 15
De in deze Overeenkomst voorziene bijstand wordt rechtstreeks verleend tussen de douaneautoriteiten van de Staten. Deze autoriteiten stellen in onderling overleg de uitgebreide regelingen voor de uitvoering ervan vast.
De douaneautoriteiten van de Staten kunnen een regeling treffen voor hun opsporingsdiensten om in rechtstreeks contact te treden met elkaar.
Toepassingsgebied
Artikel 16
Wat het Koninkrijk Zweden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op zijn grondgebied.
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op het grondgebied in Europa. Zij kan echter, hetzij in haar geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen.
Zulk een uitbreiding wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, met inbegrip van voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, als nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.
Inwerkingtreding en beëindiging
Artikel 17
De Staten stellen elkaar er schriftelijk van in kennis dat aan de constitutionele vereisten voor de inwerkingtreding is voldaan.
De Overeenkomst treedt in werking 30 dagen na de laatste kennisgeving.
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde duur gesloten, maar elk van de beide Staten kan haar te allen tijde opzeggen.
Van de opzegging wordt ten minste zes maanden voor het einde van het kalenderjaar kennisgeving gedaan. De Overeenkomst houdt dan op van kracht te zijn aan het einde van dat kalenderjaar.
Tenzij anderszins overeengekomen, wordt door de beëindiging van deze Overeenkomst niet tegelijkertijd de toepassing daarvan op de Nederlandse Antillen beëindigd, indien zij daartoe is uitgebreid overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid en derde lid van artikel 16.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.
DONE at Stockholm this 20th day of March 1985 in two originals, in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands,
(sd.) W. H. SIMONSZ
For the Government of the Kingdom of Sweden,
(sd.) CARL-JOHAN ÅBERG
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.