Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden inzake wederzijdse bijstand in douanezaken

Type Verdrag
Publication 1986-01-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden en van het Koninkrijk Zweden,

Overwegende dat strafbare feiten op het gebied van de douanewetten nadelig zijn voor de economische, fiscale en sociale belangen van hun onderscheiden landen, alsook voor de rechtmatige belangen van handel, nijverheid en landbouw;

Overwegende dat het van belang is een juiste heffing van de in- en uitvoerrechten en belastingen en een juiste toepassing van maatregelen inzake verboden, beperkingen en controle te verzekeren;

Ervan overtuigd dat het streven naar voorkoming van strafbare feiten op het gebied van de douanewetten en het streven naar verzekering van een juiste inning van in-en uitvoerrechten en belastingen doeltreffender kunnen worden gemaakt door samenwerking tussen hun douaneautoriteiten;

Gelet op de Aanbeveling van de Internationale Douaneraad inzake wederzijdse administratieve bijstand (5 december 1953) en andere bestaande internationale akten die de verlening van wederzijdse bijstand in douanezaken regelen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Begripsbepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

Werkingssfeer

Artikel 2
1.

De Staten verlenen elkaar wederzijdse administratieve bijstand door tussenkomst van hun douaneautoriteiten en in overeenstemming met de in deze Overeenkomst vermelde voorwaarden:

2.

Bijstand in het kader van deze Overeenkomst wordt verleend overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de aangezochte Staat en binnen de bevoegdheden en mogelijkheden van de douaneautoriteit.

3.

Deze Overeenkomst heeft geen betrekking op bijstand bij de invordering van douanerechten, belastingen of andere heffingen.

Mededeling van gegevens

Artikel 3
1.

De douaneautoriteiten van de Staten verstrekken elkaar op verzoek alle inlichtingen welke ertoe kunnen bijdragen de nauwgezette toepassing van de douanewetten te verzekeren en meer in het bijzonder die inlichtingen welke kunnen bijdragen tot:

2.

Indien de aangezochte autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt, stelt zij onderzoeken in overeenkomstig de bepalingen van de douane wetten.

3.

Bij het instellen van deze onderzoeken gaat de aangezochte autoriteit te werk als handelde zij te eigen behoeve.

Artikel 4

De douaneautoriteiten van de Staten verstrekken elkaar op verzoek alle inlichtingen waaruit blijkt dat goederen die uit een Staat zijn uitgevoerd naar een andere op wettige wijze in het grondgebied van die Staat zijn ingevoerd, onder vermelding van de aard van het douaneregime waaraan die goederen eventueel zijn onderworpen.

Artikel 5
1.

De douaneautoriteiten verstrekken elkaar, uit eigen beweging of op verzoek, alle inlichtingen welke betrekking hebben op strafbare feiten op het gebied van de douanewetten, in het bijzonder inlichtingen met betrekking tot:

2.

De douaneautoriteit van de ene Staat verstrekt, uit eigen beweging of op verzoek, aan de douaneautoriteit van de andere Staat, rapporten, processen-verbaal of voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van documenten, houdende alle beschikbare inlichtingen met betrekking tot ontdekte of voorgenomen handelingen die een strafbaar feit op het gebied van de douanewetten van laatstgenoemde Staat opleveren of lijken op te leveren.

Toezicht op personen, goederen en vervoermiddelen

Artikel 6

De douaneautoriteit van de ene Staat houdt, uit eigen beweging of op verzoek van de douaneautoriteit van de andere Staat, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en mogelijkheden, toezicht op:

Onderzoeken

Artikel 7
1.

Indien de douaneautoriteit van de ene Staat zulks verzoekt gaat de douaneautoriteit van de andere Staat over tot het instellen van alle ambtelijke onderzoeken betreffende alle handelingen die in strijd zijn of in strijd lijken te zijn met de douanewetten. Zij deelt de verzoekende autoriteit de resultaten van deze onderzoeken mee.

2.

Deze onderzoeken worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften welke in de aangezochte Staat van toepassing zijn.

De aangezochte autoriteit gaat daarbij te werk als handelde zij te eigen behoeve.

Artikel 8

De ambtenaren van de douaneautoriteit van de ene Staat, bevoegd tot opsporing van strafbare feiten op het gebied van de douanewetten, kunnen in bijzondere gevallen, met goedvinden van de douaneautoriteit van de andere Staat, op het grondgebied van die Staat aanwezig zijn bij het opsporen door ambtenaren van de douaneautoriteit van die Staat van strafbare feiten die voor de eerstbedoelde autoriteit van belang zijn.

Artikel 9

Wanneer de ambtenaren van de ene Staat zich, in de gevallen waarin deze Overeenkomst voorziet, bevinden op het grondgebied van de andere Staat, moeten zij, indien hun daarom wordt verzocht, hun ambtelijke hoedanigheid aantonen.

Gebruik van gegevens en documenten

Artikel 10
1.

De door toepassing van deze Overeenkomst verkregen inlichtingen en documenten mogen niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan die in deze Overeenkomst zijn uiteengezet. Zij mogen alleen voor andere doeleinden dan die van deze Overeenkomst worden gebruikt met toestemming van de douaneautoriteit die ze heeft verstrekt en voor zover dat niet in strijd is met enige wettelijke bepaling die geldt voor de douaneautoriteit die dergelijke inlichtingen en documenten heeft ontvangen.

2.

De verzoeken, inlichtingen, rapporten van deskundigen en andere mededelingen welke een Staat heeft ontvangen, zijn onderworpen aan hetzelfde ambtsgeheim als in die Staat van toepassing is op gelijksoortige inlichtingen en documenten.

Artikel 11

De douaneautoriteiten van de Staten kunnen, in overeenstemming met de doeleinden en binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst, zowel in hun processen-verbaal, rapporten en getuigenissen als bij procedures en vervolgingen in rechte, de in overeenstemming met deze Overeenkomst verkregen inlichtingen en documenten als bewijsmiddel gebruiken.

Het gebruik van dergelijke inlichtingen en documenten in rechte en het belang dat eraan wordt gehecht, worden bepaald door het nationale recht.

Uitzonderingen op de verplichting tot het verlenen van bijstand

Artikel 12
1.

Als de aangezochte douaneautoriteit van mening is dat de gevraagde bijstand zou leiden tot aantasting van de openbare orde, de soevereiniteit, de veiligheid of andere essentiële belangen van de aangezochte Staat, of de schending van een nijverheids-, handels- of beroepsgeheim in die Staat mee zou brengen, mag zij weigeren die bijstand te verlenen, dan wel gedeeltelijk verlenen of afhankelijk stellen van de vervulling van bepaalde voorwaarden of het voldoen aan bepaalde eisen.

2.

Als aan een verzoek om bijstand niet kan worden voldaan, wordt de douaneautoriteit van de Staat die om bijstand heeft verzocht onverwijld daarvan in kennis gesteld en tevens op de hoogte gebracht van de redenen voor de weigering bijstand te verlenen.

3.

De verplichting bijstand te verlenen geldt niet voor het verstrekken van inlichtingen of documenten die de douaneautoriteiten hebben verkregen in het kader van bevoegdheden die zij in opdracht van de rechterlijke autoriteit uitoefenen. Indien echter om bijstand wordt verzocht, worden deze inlichtingen of documenten verstrekt in alle gevallen waarin de rechterlijke autoriteit, die hiertoe moet worden geraadpleegd, haar toestemming geeft.

4.

Indien de douaneautoriteit van de ene Staat verzoekt om bijstand die zij zelf, indien zij daarom door de douaneautoriteit van de andere Staat zou worden verzocht, niet zou kunnen verlenen, vestigt zij daarop in haar verzoek de aandacht. Het inwilligen van een dergelijk verzoek staat ter beoordeling van de douaneautoriteit aan wie het verzoek is gedaan.

Kennisgeving

Artikel 13

Op verzoek van de douaneautoriteit van de ene Staat geeft de douaneautoriteit van de andere Staat, in overeenstemming met haar nationale wetten en voorschriften, de betrokken partijen wonend of gevestigd binnen haar grondgebied kennis van alle maatregelen en beslissingen die de administratieve autoriteiten hebben genomen ter toepassing van de douanewetten.

Kosten

Artikel 14

De Staten doen afstand van iedere aanspraak op betaling van de kosten die uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeien, behalve wat aan deskundigen uitgekeerde vergoedingen betreft.

Bijstandverlening

Artikel 15
1.

De in deze Overeenkomst voorziene bijstand wordt rechtstreeks verleend tussen de douaneautoriteiten van de Staten. Deze autoriteiten stellen in onderling overleg de uitgebreide regelingen voor de uitvoering ervan vast.

2.

De douaneautoriteiten van de Staten kunnen een regeling treffen voor hun opsporingsdiensten om in rechtstreeks contact te treden met elkaar.

Toepassingsgebied

Artikel 16
1.

Wat het Koninkrijk Zweden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op zijn grondgebied.

2.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op het grondgebied in Europa. Zij kan echter, hetzij in haar geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen.

3.

Zulk een uitbreiding wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, met inbegrip van voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, als nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.

Inwerkingtreding en beëindiging

Artikel 17
1.

De Staten stellen elkaar er schriftelijk van in kennis dat aan de constitutionele vereisten voor de inwerkingtreding is voldaan.

De Overeenkomst treedt in werking 30 dagen na de laatste kennisgeving.

2.

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde duur gesloten, maar elk van de beide Staten kan haar te allen tijde opzeggen.

3.

Van de opzegging wordt ten minste zes maanden voor het einde van het kalenderjaar kennisgeving gedaan. De Overeenkomst houdt dan op van kracht te zijn aan het einde van dat kalenderjaar.

4.

Tenzij anderszins overeengekomen, wordt door de beëindiging van deze Overeenkomst niet tegelijkertijd de toepassing daarvan op de Nederlandse Antillen beëindigd, indien zij daartoe is uitgebreid overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid en derde lid van artikel 16.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Stockholm this 20th day of March 1985 in two originals, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) W. H. SIMONSZ

For the Government of the Kingdom of Sweden,

(sd.) CARL-JOHAN ÅBERG

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.