Overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuw-Zeeland

Type Verdrag
Publication 1992-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Nieuw-Zeeland,

Geleid door de wens de hartelijke en vriendschappelijke betrekkingen tussen de beide landen te handhaven en te versterken en de betaling van Nederlandse pensioenen in Nieuw-Zeeland en de betaling van Nieuw-Zeelandse uitkeringen in Nederland mogelijk te maken ten aanzien van staatsburgers die zich permanent vestigen in het andere land,

Zijn als volgt overeengekomen:

DEEL I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN WERKINGSSFEER

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Tenzij het zinsverband anders vereist, wordt in deze Overeenkomst verstaan onder:

2.

Bij de toepassing van deze Overeenkomst door een Overeenkomstsluitende Partij ten aanzien van een persoon heeft een term die niet in dit artikel is omschreven de betekenis die daaraan wordt gegeven in de wetten inzake sociale zekerheid van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen, tenzij het zinsverband anders vereist.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer
1.

De wetgeving die binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst valt, is:

2.

Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid omvat de wetgeving die binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst valt niet de wetten die voor of na de datum van ondertekening van deze Overeenkomst zijn uitgevaardigd om uitvoering te geven aan een bilaterale overeenkomst inzake sociale zekerheid die een van beide Overeenkomstsluitende Partijen heeft gesloten.

3.

De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen stellen elkander in kennis van de wetgeving waardoor de wetten die binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst vallen, worden gewijzigd, aangevuld of vervangen, zulks onmiddellijk na de inwerkingtreding van bedoelde wetten.

4.

Wat Nederland betreft, is deze Overeenkomst niet van toepassing op regelingen inzake sociale en medische bijstand.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij anders is bepaald, is deze Overeenkomst van toepassing op alle personen op wie de wetten van een of van beide Overeenkomstsluitende Partijen van toepassing zijn, dan wel zijn geweest, alsmede, wat Nederland betreft, op personen die hun rechten van dergelijke personen afleiden.

Artikel 4. Gelijkheid van behandeling
1.

In alle gevallen waarin het recht op een uitkering krachtens de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland en van Nederland geheel of ten dele afhangt van de nationaliteit van een Overeenkomstsluitende Partij, wordt een persoon die onderdaan is van de andere Overeenkomstsluitende Partij, met het oog op een aanspraak op die uitkering, beschouwd als onderdaan van eerstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij.

2.

De personen op wie deze Overeenkomst van toepassing is, worden door elk van de Overeenkomstsluitende Partijen gelijk behandeld met betrekking tot de rechten en verplichtingen die krachtens deze Overeenkomst ontstaan ten aanzien van elke Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 5. Detachering
1.

Wanneer een persoon die onder de wetgeving van Nederland valt in dienst van een werkgever wiens zaak op het grondgebied van Nederland is gevestigd, door deze werkgever van dit grondgebied wordt uitgezonden om gedurende een tijdvak dat vermoedelijk niet langer is dan 5 jaar op het grondgebied van Nieuw-Zeeland te werken, kan op die persoon de wetgeving van Nederland van toepassing blijven alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was.

2.

Indien de duur van de werkzaamheden vermoedelijk bovengenoemde tijdsduur zal overschrijden, kan op een persoon die onder de wetgeving van Nederland valt en die in dienst van een werkgever wiens zaak op het grondgebied van Nederland is gevestigd, door deze werkgever van dit grondgebied wordt uitgezonden om op het grondgebied van Nieuw-Zeeland te werken, indien gerechtvaardigd om bijzondere redenen, de wetgeving van Nederland van toepassing blijven, alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was.

3.

Indien de feitelijke duur van de werkzaamheden van de persoon omschreven in het eerste lid wegens onvoorziene omstandigheden langer is dan het verwachte tijdvak, kan op die persoon de wetgeving van Nederland van toepassing blijven, alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was.

4.

Voor de toepassing van de Nederlandse wetgeving wordt een persoon op wie de Nederlandse wetgeving van toepassing was overeenkomstig de bepalingen van dit artikel geacht op het grondgebied van Nederland te wonen.

5.

Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel is de Nederlandse wetgeving van toepassing indien de werkgever of de werknemer binnen drie maanden na de eerste dag van uitzending heeft verzocht om een verklaring van detachering of, in het geval bedoeld in het derde lid, voor het einde van het verwachte tijdvak van uitzending, en deze verklaring aan de betrokkene is afgegeven.

DEEL II

A. BEPALINGEN BETREFFENDE NIEUW-ZEELANDSE UITKERINGEN

Artikel 6. Samentellen van tijdvakken van wonen en verzekeringstijdvakken

Wanneer een persoon die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en in Nieuw-Zeeland woont, krachtens de Nieuw-Zeelandse wetten inzake sociale zekerheid geen aanspraak kan maken op de tijdvakken van wonen in Nieuw-Zeeland om recht te hebben op een Nieuw-Zeelands gewaarborgd ouderdomspensioen, neemt het Nieuw-Zeelandse orgaan de tijdvakken van wonen en/of verzekering in Nederland in aanmerking alsof deze tijdvakken van wonen in Nieuw-Zeeland waren.

Artikel 7. Nieuw-Zeelands gewaarborgd ouderdomspensioen en veteranenpensioen buiten Nieuw-Zeeland
1.

Onder voorbehoud van het gestelde in het derde en het vierde lid is een persoon die een Nieuw-Zeelands gewaarborgd ouderdomspensioen of een veteranenpensioen ontvangt of aan de voorwaarden daarvoor voldoet, gerechtigd deze uitkering te ontvangen terwijl hij in Nederland woont.

2.

Onder voorbehoud van het gestelde in het derde en het vierde lid is een persoon boven de pensioengerechtigde leeftijd krachtens de Nederlandse wetten inzake sociale zekerheid die in Nederland woont en die eerder in Nieuw-Zeeland heeft gewoond na de leeftijd van 20 jaar, gerechtigd het Nieuw-Zeelandse gewaarborgde pensioen te ontvangen.

3.

Het bedrag van de in het eerste en het tweede lid bedoelde uitkering wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:

aantal hele jaren van wonen in Nieuw-Zeeland x maximale uitkeringshoogte
30 jaar x maximale uitkeringshoogte

onder voorbehoud van de volgende bepalingen:

4.

Het bedrag van de in het eerste en het tweede lid bedoelde uitkering wordt uitbetaald ongeacht de Nederlandse ouderdomsuitkering.

Artikel 8. Weduwenuitkering en uitkering aan weduwnaren voor huishoudelijke doeleinden buiten Nieuw-Zeeland
1.

Een persoon die een Nieuw-Zeelandse weduwenuitkering of, in geval van een weduwnaar, een uitkering voor huishoudelijke doeleinden ontvangt of aan de voorwaarden daarvoor voldoet, is gerechtigd die uitkering te ontvangen terwijl zij of hij in Nederland woont.

2.

De hoogte van een weduwenuitkering, uit te betalen overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, is het desbetreffende bedrag aangegeven in het Third Schedule bij de Social Security Act 1964.

3.

De hoogte van een uitkering voor huishoudelijke doeleinden, betaalbaar overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, is de desbetreffende uitkeringshoogte aangegeven in Clause I van het Sixteenth Schedule van de Social Security Act 1964.

Artikel 9. Invaliditeitsuitkering buiten Nieuw-Zeeland
1.

Een persoon die een Nieuw-Zeelandse invaliditeitsuitkering ontvangt, of aan de voorwaarden daarvoor voldoet, is gerechtigd deze uitkering te ontvangen terwijl hij in Nederland woont.

2.

De hoogte van de invaliditeitsuitkering, betaalbaar overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, is de desbetreffende uitkeringshoogte aangegeven in het Sixth Schedule bij de Social Security Act 1964. In geval van een gehuwde, met of zonder afhankelijke kinderen, wordt de desbetreffende uitkeringshoogte aangegeven in Clause I (g) van genoemd Schedule.

Artikel 10. Vaststelling van het recht op Nieuw-Zeelandse uitkeringen
1.

Bij de vaststelling van het recht op een Nieuw-Zeelandse weduwen- of invaliditeitsuitkering, of een uitkering aan weduwnaars voor huishoudelijke doeleinden, ten aanzien van een persoon die gewoonlijk in Nieuw-Zeeland woont, wordt een tijdvak van wonen en/of verzekering in Nederland in aanmerking genomen als tijdvak van wonen in Nieuw-Zeeland ter vaststelling van de in Nieuw-Zeelandse wetten aangegeven vereisten met betrekking tot wonen.

2.

Bij de vaststelling van het recht op een Nieuw-Zeelandse weduwenuitkering, of een uitkering aan weduwnaars voor huishoudelijke doeleinden, ten aanzien van een persoon die gewoonlijk in Nieuw-Zeeland woont, wordt een afhankelijk kind van die persoon dat is geboren in Nederland, geacht te zijn geboren in Nieuw-Zeeland. Voor de toepassing van dit lid wordt onder „afhankelijk kind” verstaan een kind waarvoor een Nieuw-Zeelandse gezinsuitkering dient te worden uitbetaald aan de aanvrager.

Artikel 11. Behandeling van de Nederlandse vrijwillige verzekering
1.

Nederlandse uitkeringen op grond van tijdvakken van vrijwillige verzekering krachtens de Nederlandse Algemene Ouderdomswet worden niet beschouwd als uitkeringen die krachtens de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland rechtstreeks aftrekbaar zijn van Nieuw-Zeelandse uitkeringen.

2.

Nederlandse uitkeringen op grond van vrijwillige verzekering krachtens de Nederlandse Algemene Weduwen- en Wezenwet worden niet beschouwd als uitkeringen die krachtens de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland rechtstreeks aftrekbaar zijn van Nieuw-Zeelandse uitkeringen.

Artikel 12. Betaling in het buitenland van Nieuw-Zeelandse uitkeringen

Wanneer een uitkering, met inbegrip van het gewaarborgde ouderdomspensioen, is toegekend gebruikmakend van de artikelen 6 en 10, eerste lid, wordt niets van die uitkering in het buitenland betaald, behalve wanneer daarin wordt voorzien door de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland, voor zover deze betrekking hebben op tijdelijk verblijf in het buitenland.

Artikel 13. Betaling van aanvullende uitkeringen

Wanneer overeenkomstig deze Overeenkomst door het bevoegde orgaan van Nieuw-Zeeland een uitkering wordt betaald terwijl de rechthebbende in Nieuw-Zeeland woont, keert dat orgaan ook de aanvullingen of toeslagen uit waarin de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland voorzien.

Artikel 14. Wonen of verblijf in een derde land

Een persoon die krachtens deze Overeenkomst een Nieuw-Zeelandse uitkering ontvangt in Nederland blijft die Nieuw-Zeelandse uitkering ontvangen indien hij of zij zijn of haar woonplaats verplaatst naar een derde Staat, mits Nieuw-Zeeland een overeenkomst inzake sociale zekerheid op basis van wederkerigheid heeft gesloten met die derde Staat.

B. BEPALINGEN BETREFFENDE NEDERLANDSE UITKERINGEN

Artikel 15. Ouderdomsuitkeringen
1.

Het Nederlandse orgaan stelt de ouderdomsuitkering rechtstreeks en uitsluitend vast op grond van verzekeringstijdvakken die zijn vervuld volgens de Nederlandse Algemene Ouderdomswet.

2.

Onder voorbehoud van het derde en het vierde lid worden tijdvakken voor 1 januari 1957 gedurende welke een onderdaan van een Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van Nederland woonde na het bereiken van de leeftijd van vijftien jaar of gedurende welke hij, in een ander land wonende, in Nederland arbeid in loondienst heeft verricht, mede aangemerkt als verzekeringstijdvakken indien hij niet voldoet aan de voorwaarden van de Nederlandse wetgeving op grond waarvan zulke tijdvakken voor hem met verzekeringstijdvakken mogen worden gelijkgesteld.

3.

Het in het tweede lid bedoelde tijdvak wordt bij de berekening van de ouderdomsuitkering alleen in aanmerking genomen indien de betrokkene verzekerd is geweest krachtens de Nederlandse Algemene Ouderdomswet en ten minste zes jaar op het grondgebied van één of beide Overeenkomstsluitende Partijen heeft gewoond na het bereiken van de leeftijd van negenenvijftig jaar en alleen zolang hij op het grondgebied van één van de Overeenkomstsluitende Partijen woont. De tijdvakken voor 1 januari 1957 worden evenwel niet in aanmerking genomen indien zij samenvallen met tijdvakken die reeds in aanmerking zijn genomen voor de berekening van een ouderdomsuitkering krachtens de wetgeving van een ander land dan Nederland.

4.

Wanneer de som van het bedrag van de Nederlandse ouderdomsuitkering overeenkomstig deze Overeenkomst of overeenkomstig de Nederlandse Algemene Ouderdomswet en het bedrag van het Nieuw-Zeelandse gewaarborgde ouderdomspensioen of veteranenpensioen krachtens deze Overeenkomst of de Nieuw-Zeelandse wetgeving voor een persoon die in Nederland woont, hoger is dan het maximumbedrag overeenkomstig de Nederlandse Algemene Ouderdomswet, past het Nederlandse orgaan zijn uitkering aan met een bedrag dat gelijk is aan het surplus.

5.

De in het vierde lid bedoelde vermindering heeft geen betrekking op het bedrag dat is gebaseerd op de verzekeringstijdvakken na 1 januari 1957 overeenkomstig de Nederlandse Algemene Ouderdomswet.

Artikel 16. Nabestaandenuitkering
1.

Het Nederlandse orgaan stelt de nabestaandenuitkering rechtstreeks en uitsluitend vast op grond van de Nederlandse Algemene Weduwen- en Wezenwet.

2.

Een persoon die een Nederlandse nabestaandenuitkering ontvangt of daarvoor in aanmerking komt, is gerechtigd deze uitkering te ontvangen terwijl hij op het grondgebied van Nieuw-Zeeland woont.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.