Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Arabische Republiek Egypte inzake het Nederlands Instituut voor Archeologie en Arabische Studien te Kairo
Het Koninkrijk der Nederlanden en de Arabische Republiek Egypte, verlangend de samenwerking, vastgelegd in de op 8 december 1960 te 's-Gravenhage tussen beide Partijen tot stand gekomen Culturele Overeenkomst, verder te versterken:
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
Het Nederlandse Instituut voor Archeologie en Arabische studiën, hierna te noemen „het Instituut”, is een instelling met rechtspersoonlijkheid volgens Egyptisch recht, opgericht te Kairo door de Rijksuniversiteit te Leiden.
Artikel 2
Het Instituut heeft ten doel de bevordering van de egyptologie, de archeologie, de papyrologie, de hellenistiek, en de koptologie alsmede de Arabische studiën in de ruimste zin.
Artikel 3
Ter verwerkelijking van deze doelstelling verricht het Instituut het volgende:
- a. het doet regelmatig publicaties betreffende de in artikel 2 vermelde wetenschapsgebieden verschijnen.
- b. het beheert een bibliotheek ten behoeve van de studie dezer wetenschappen.
- c. het biedt gastvrijheid en waar mogelijk assistentie aan Nederlanders, die voor studie en/of wetenschappelijk onderzoek in de Arabische Republiek Egypte verblijven. Eveneens kan het Instituut gastvrijheid en waar mogelijk assistentie bieden aan personen van andere dan de Nederlandse nationaliteit, die voor wetenschappelijk onderzoek, dat wordt verricht in opdracht van of in samenwerking met Nederlandse instellingenvan wetenschappelijk onderzoek, in de Arabische Republiek Egypte verblijven.
- d. het verleent medewerking aan Nederlandse archeologische expedities. Het gebouw van het Instituut kan deze tot basis dienen.
- e. het stelt in het algemeen zijn faciliteiten ten dienste van het bekendmaken van de Nederlandse wetenschap en cultuur.
Artikel 4
De algemene en wetenschappelijke leiding van het Instituut berust bij een bestuur, dat uit ten hoogste negen leden bestaat. In het bestuur hebben zitting:
- a. een hoogleraar Arabisch van de Rijksuniversiteit te Leiden
- b. een andere hoogleraar van de Rijksuniversiteit te Leiden.
- c. een vertegenwoordiger van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden
- d. leden van het wetenschappelijk corps van Nederlandse universiteiten.
Artikel 5
De dagelijkse leiding van het Instituut berust bij de Directeur van het Instituut.
Artikel 6
De Regering van de Arabische Republiek Egypte verleent aan de Directeur en het Nederlandse personeel van het Instituut en aan hun gezinsleden alle faciliteiten met betrekking tot de binnenkomst en het verblijf op haar grondgebied, overeenkomstig de wetgeving van de Arabische Republiek Egypte, met name wat betreft de kosteloze verschaffing van verblijfs- en werkvergunningen voor genoemde Nederlandse personen.
Artikel 7
De Regering van de Arabische Republiek Egypte verleent aan de Directeur en het Nederlandse personeel van het Instituut en aan hun gezinsleden vrijstelling van douanerechten en andere belastingen of heffingen met betrekking tot de invoer van nieuwe of gebruikte huishoudelijke artikelen en persoonlijke bezittingen, ingevoerd in Egypte binnen zes maanden na hun aankomst, mits zodanige goederen weer uit Egypte worden uitgevoerd bij vertrek of binnen een termijn die voor de Regering van de Arabische Republiek Egypte aanvaardbaar zal zijn.
Artikel 8
De Regering van de Arabische Republiek Egypte regelt de invoer, vrij van rechten, of de aankoop uit entrepot, van één motorvoertuig door het Instituut, mits over dit voertuig, indien het wordt verkocht aan iemand die niet dezelfde voorrechten geniet, invoerrechten worden betaald volgens de Egyptische wet.
De Regering van de Arabische Republiek Egypte regelt de invoer, vrij van rechten, of de aankoop uit entrepot door de Directeur en andere Nederlandse personeelsleden van het Instituut van een motorvoertuig binnen zes maanden na eerste aankomst in Egypte, mits over dit voertuig, indien het wordt verkocht aan iemand die niet dezelfde voorrechten geniet, invoerrechten worden betaald volgens de Egyptische wet.
Artikel 9
Het Instituut geniet de volgende voordelen van fiscale aard, welke niet de vergoedingen omvatten die verschuldigd zijn als beloning voor verleende diensten:
- a. vrijstelling van alle belastingen, heffingen en vergoedingen voor de verwerving, onder bezwarende titel of om niet, en voor het gebruik van gronden en gebouwen bestemd om als zetel van het Instituut te dienen;
- b. vrijstelling van invoerrechten en van alle andere heffingen bij de invoer van meubilair, onderwijsmateriaal en materiaal voor wetenschappelijk onderzoek, van boeken en publicaties nodig voor de inrichting en het functioneren van het Instituut.
Artikel 10
De Egyptische autoriteiten verlenen alle administratieve faciliteiten voor verspreiding buiten Egypte van publikaties die onder verantwoordelijkheid van het Instituut tot stand komen.
Artikel 11
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand, volgend op de datum waarop de beide Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste procedures is voldaan.
Artikel 12
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt deze Overeenkomst slechts voor het Rijk in Europa.
Artikel 13
Deze Overeenkomst blijft van kracht voor een aanvangsperiode van drie jaar. Indien zij niet drie maanden voorafgaand aan de datum van beëindiging is opgezegd, wordt zij stilzwijgend verlengd voor achtereenvolgende tijdvakken van twee jaar.
Elk van beide Regeringen heeft dan het recht de Overeenkomst te allen tijde op te zeggen; zij stelt de andere Regering drie maanden van tevoren hiervan in kennis.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.
DONE in duplicate in the English language at Cairo on May 25, 1983.
For the Kingdom of the Netherlands:
Mr. P. Buwalda
Ambassador Extraordinary and Plenipotentiary of Her Majesty the Queen of the Netherlands at Cairo
(Sd.) P. BUWALDA
For the Arab Republic of Egypt:
Ambassador Aly Shawky El Hadidy
Director of the Cultural Relation and Technical Cooperation Department,
Ministry of Foreign Affairs
(Sd.) ALY SHAWKY EL HADIDY
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.