Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Akte, betreffende de voorwaarden voor de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen
Zijne Majesteit de Koning der Belgen,
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,
De President van de Bondsrepubliek Duitsland,
De President van de Helleense Republiek,
Zijne Majesteit de Koning van Spanje,
De President van de Franse Republiek,
De President van Ierland,
De President van de Italiaanse Republiek,
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,
De President van de Portugese Republiek,
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verenigd in de wil de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voort te zetten,
Vastbesloten, in de geest van deze verdragen, op de reeds gelegde grondslagen een steeds hechtere eenheid tussen de Europese volkeren tot stand te brengen,
Overwegende dat artikel 237 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap alsmede artikel 205 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, aan de Europese Staten de mogelijkheid bieden lid van deze Gemeenschappen te worden;
Overwegende dat het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek hebben verzocht lid te worden van deze Gemeenschappen;
Overwegende dat de Raad der Europese Gemeenschappen, na advies van de Commissie te hebben ingewonnen, zich heeft uitgesproken voor toelating van deze Staten;
Hebben besloten in gemeenschappelijk overleg de voorwaarden voor deze toelating en de in de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie aan te brengen aanpassingen vast te stellen, en hebben daartoe als gevolmachtigden aangewezen:
Zijne Majesteit de Koning de Belgen,
De heer Wilfried Martens,
Eerste Minister
De heer Leo Tindemans,
Minister van Buitenlandse Betrekkingen
De heer Paul Noterdaeme,
Ambassadeur;
Parmanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,
De heer Poul Schlüter,
Eerste Minister
De heer Uffe Ellemann-Jensen,
Minister van Buitenlandse Zaken
De heer Jakob Esper Larsen,
Ambassadeur;
Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen
De President van de Bondsrepubliek Duitsland,
De heer Hans-Dietrich Genscher,
Bondsminister van Buitenlandse Zaken
De heer Gisbert Poensgen,
Ambassadeur;
Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen
De President van de Helleense Republiek,
De heer Yannis Haralambopoulos,
Minister van Buitenlandse Zaken
De heer Theodoros Pagalos,
Staatssecretaris bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken belast met EEG-aangelegenheden
De heer Alexandre Zafiriou,
Ambassadeur;
Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen
Zijne Majesteit de Koning van Spanje,
De heer Felipe Gonzalez Marquez,
Minister President
De heer Fernando Moran Lopez,
Minister van Buitenlandse Zaken
De heer Manuel Marin Gonzalez,
Staatssecretaris voor de betrekkingen met de Europese Gemeenschappen
De heer Gabriel Ferran de Alfaro,
Ambassadeur;
Hoofd van de Missie bij de Europese Gemeenschappen
De President van de Franse Republiek,
De heer Laurent Fabius,
Eerste Minister
De heer Roland Dumas,
Minister van Buitenlandse Betrekkingen
Mevrouw Catherine Lalumiere,
Gedelegeerd Minister belast met Europese Zaken
De heer Luc de La Barre de Nanteuil,
Ambassadeur;
Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen
De President van Ierland,
Dr. Garret Fitzgerald, T.D.
Eerste Minister
De heer Peter Barry, T.D.
Minister van Buitenlandse Zaken
De heer Andrew O'Rourke,
Ambassadeur;
Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen
De President van de Italiaanse Republiek,
De heer Bettino Craxi,
Minister President
De heer Giulio Andreotti,
Minister van Buitenlandse Zaken
De heer Pietro Calamia,
Ambassadeur;
Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,
De heer Jacques F. Poos,
Vice-Minister-President;
Minister van Buitenlandse Zaken
De heer Joseph Weyland,
Ambassadeur;
Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,
Drs. Ruud F. M. Lubbers,
Minister President;
Minister van Algemene Zaken
De heer Hans van den Broek,
Minister van Buitenlandse Zaken
De heer H. J. Ch. Rutten,
Ambassadeur;
Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen
De President van de Portugese Republiek,
Dr. Mário Soares,
Eerste Minister
Dr. Rui Machete,
Vice-Eerste-Minister
Dr. Jaime Gama,
Minister van Buitenlandse Zaken
Dr. Ernâni Lopez,
Minister van Financiën en het Plan
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Sir Geoffrey Howe Q. C. M. P.
Staatssecretaris voor Buitenlandse en Gemenebest Zaken
Sir Michael Butler,
Ambassadeur;
Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen
Die na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende bepalingen overeenstemming hebben bereikt:
Artikel 1
Het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek worden lid van de Europese Economische Gemeenschap en van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en worden Partij bij de Verdragen tot oprichting van deze Gemeenschappen, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld.
De voorwaarden voor de toelating en de daaruit voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie zijn neergelegd in de bij dit Verdrag gevoegde Akte. De bepalingen van deze Akte die betrekking hebben op de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie maken een integrerend deel van dit Verdrag uit.
De in de in lid 1 genoemde Verdragen voorkomende bepalingen betreffende de rechten en verplichtingen van de Lid-Staten alsmede de algemene en bijzondere bevoegdheden van de Instellingen van de Gemeenschappen, zijn van toepassing ten aanzien van dit Verdrag.
Artikel 2
Dit Verdrag zal door de Hoge Verdragsluitende Partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De Akten van bekrachtiging zullen uiterlijk 31 december 1985 worden neergelegd bij de regering van de Italiaanse Republiek.
Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 1986, mits alle Akten van bekrachtiging vóór dit tijdstip zijn neergelegd en mits alle Akten van toetreding tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op dit tijdstip zijn neergelegd.
Indien echter een van de in artikel 1, lid 1, genoemde Staten niet tijdig zijn Akte van bekrachtiging en zijn Akte van toetreding heeft neergelegd, treedt het Verdrag in werking voor de andere Staat die tot de nederlegging is overgegaan. In dit geval besluit de Raad van de Europese Gemeenschappen, met eenparigheid van stemmen, onmiddellijk over de hierdoor noodzakelijk geworden aanpassingen van artikel 3 van het onderhavige Verdrag en van de artikelen 14, 17, 19, 20, 23, 383, 384, 385, 386, 388, 397 en 402 van de Toetredingsakte, de bepalingen van zijn bijlage I die betrekking hebben op de samenstelling en de functionering van verschillende comités en van de desbetreffende artikelen van Protocol nr. 1 betreffende de Statuten van de Europese Investeringsbank, gehecht aan deze Akte; de Raad kan eveneens, met eenparigheid van stemmen, de bepalingen van voornoemde Akte, waarin de Staat die zijn Akten van bekrachtiging en van toetreding niet heeft neergelegd, met name wordt genoemd, vervallen verklaren of aanpassen.
In afwijking van lid 2 kunnen de Instellingen van de Gemeenschap vóór de toetreding de maatregelen vaststellen bedoeld in de artikelen 27, 91,161, 163, 164, 165, 171, 179, 258, 349, 351, 352, 358, 366, 378 en 396 van de Toetredingsakte en van de artikelen 2, 3 en 4 van Protocol nr. 2. Deze maatregelen treden slechts in werking onder voorbehoud en op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige Verdrag.
Artikel 3
Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de regeringen der andere ondertekenende Staten.
DEEL EERSTE. BEGINSELEN
Artikel 1
In de zin van deze Akte:
- -. worden met de uitdrukking „oorspronkelijke Verdragen” bedoeld het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, zoals deze Verdragen zijn aangevuld of gewijzigd bij Verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de onderhavige toetreding in werking zijn getreden; worden met de uitdrukkingen „EGKS-Verdrag”, „EEG-Verdrag” en „EGA-Verdrag” bedoeld de desbetreffende aldus aangevulde of gewijzigde oorspronkelijke Verdragen;
- -. worden met de uitdrukking „huidige Lid-Staten” bedoeld het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;
- -. wordt met de uitdrukking „Gemeenschap in haar huidige samenstelling” bedoeld de Gemeenschap bestaande uit de huidige Lid-Staten;
- -. wordt met de uitdrukking „Gemeenschap in haar uitgebreide samenstelling” bedoeld de Gemeenschap in haar samenstelling zowel na de toetreding van 1972 als na de toetreding van 1979;
- -. wordt met de uitdrukking „nieuwe Lid-Staten” bedoeld het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek.
Artikel 2
Onmiddellijk bij de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen van de Gemeenschappen vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor de nieuwe Lid-Staten en in deze Staten toepasselijk onder de voorwaarden voorzien in deze Verdragen en in deze Akte.
Artikel 3
Bij deze Akte treden de nieuwe Lid-Staten toe tot de door de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, genomen besluiten en gesloten overeenkomsten. Zij verbinden zich ertoe op het tijdstip van de toetreding ook toe te treden tot elke andere door de huidige Lid-Staten gesloten overeenkomst die de werking van de Gemeenschappen betreft of in nauw verband staat met het optreden van deze Gemeenschappen.
De nieuwe Lid-Staten verbinden zich ertoe toe te treden tot de overeenkomsten bedoeld in artikel 220 van het EEG-Verdrag en tot de overeenkomsten die niet te scheiden zijn van het bereiken van de doelstellingen van dit Verdrag en derhalve verbonden zijn met de rechtsorde van de Gemeenschap, alsmede tot de Protocollen betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van deze overeenkomsten, die door de Lid-Staten van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke of uitgebreide samenstelling zijn ondertekend, en te dien einde onderhandelingen aan te knopen met de huidige Lid-Staten om daarin de vereiste aanpassingen aan te brengen.
De nieuwe Lid-Staten bevinden zich ten aanzien van de verklaringen, resoluties of andere standpuntbepalingen van de Raad alsmede ten aanzien van die, welke betrekking hebben op de Europese Gemeenschappen en in onderling overleg tussen de Lid-Staten zijn aanvaard, in dezelfde situatie als de huidige Lid-Staten. Zij zullen derhalve de beginselen en beleidslijnen die hieruit voortvloeien, eerbiedigen en de maatregelen treffen die nodig zouden kunnen blijken ter verzekering van de toepassing daarvan.
Artikel 4
De door één van de Gemeenschappen met één of meer derde Staten, met een internationale organisatie dan wel met een onderdaan van een derde Staat gesloten overeenkomsten of akkoorden zijn verbindend voor de nieuwe Lid-Staten, en wel onder de in de oorspronkelijke Verdragen en in deze Akte neergelegde voorwaarden.
De nieuwe Lid-Staten verplichten zich ertoe onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe te treden tot de door de Lid-Staten van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke of uitgebreide samenstelling gezamenlijk met één van de Gemeenschappen gesloten overeenkomsten of akkoorden, alsmede tot de door deze Staten gesloten overeenkomsten die verband houden met deze overeenkomsten of akkoorden. De Gemeenschap en de huidige Lid-Staten zijn de nieuwe Lid-Staten hierbij behulpzaam.
Bij deze Akte en onder de daarin neergelegde voorwaarden, treden de nieuwe Lid-Staten toe tot de interne overeenkomsten welke door de Lid-Staten van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke of huidige samenstelling werden gesloten voor de toepassing van de in lid 2 bedoelde overeenkomsten en akkoorden.
De nieuwe Lid-Staten treffen de passende maatregelen om zo nodig hun positie ten aanzien van internationale organisaties en internationale overeenkomsten waarbij andere Lid-Staten of één van de Gemeenschappen eveneens partij zijn, aan te passen aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit hun toetreding tot de Gemeenschappen.
Artikel 5
Artikel 234 van het EEG-Verdrag en de artikelen 105 en 106 van het EGA-Verdrag zijn voor de nieuwe Lid-Staten van toepassing op de overeenkomsten en akkoorden gesloten voor hun toetreding.
Artikel 6
De bepalingen van deze Akte kunnen, tenzij anders is bepaald, uitsluitend worden geschorst, gewijzigd of ingetrokken door middel van de procedures voorzien in de oorspronkelijke Verdragen die het mogelijk maken tot een herziening van die Verdragen te komen.
Artikel 7
De door de Instellingen van de Gemeenschappen genomen besluiten waarop de in deze Akte vastgestelde overgangsmaatregelen zijn gebaseerd, behouden hun eigen rechtskarakter; met name blijven de voor deze besluiten geldende wijzigingsprocedures van toepassing.
Artikel 8
De bepalingen van deze Akte waarvan het doel of het gevolg is dat besluiten van de Instellingen van de Gemeenschappen anders dan bij wijze van overgangsmaatregel worden ingetrokken of gewijzigd, verkrijgen hetzelfde rechtskarakter als de daardoor ingetrokken of gewijzigde bepalingen en zijn onderworpen aan dezelfde regels als laatstgenoemde bepalingen.
Artikel 9
Ten aanzien van de toepassing van de oorspronkelijke Verdragen en van de door de Instellingen genomen besluiten gelden, bij wijze van overgang, de in deze Akte neergelegde afwijkende bepalingen.
DEEL TWEEDE. AANPASSING DER VERDRAGEN
TITEL I. INSTITUTIONELE BEPALINGEN
Hoofdstuk 1. De Vergadering
Artikel 10
Wijzigt de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in de Vergadering door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen; Brussel, 20 september 1976.
Hoofdstuk 2. De Raad
Artikel 11
Wijzigt het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben; Brussel, 8 april 1965.
Artikel 12
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951.
Artikel 13
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951.
Artikel 14
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.
Hoofdstuk 3. De Commissie
Artikel 15
Wijzigt het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben; Brussel, 8 april 1965.
Artikel 16
Wijzigt het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben; Brussel, 8 april 1965.
Hoofdstuk 4. Het Hof van Justitie
Artikel 17
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome; 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.
Artikel 18
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.
Artikel 19
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome; 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.
Hoofdstuk 5. De Rekenkamer
Artikel 20
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.
Hoofdstuk 6. Het Economisch en Sociaal Comité
Artikel 21
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.
Hoofdstuk 7. Het Raadgevend Comité EGKS
Artikel 22
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.