Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Belgie inzake de Nederlandse Taalunie
Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie;
Gelet op artikel 14, eerste lid, van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie op grond waarvan het Comité van Ministers van de Taalunie regels vaststelt voor de wijze waarop het Algemeen Secretariaat, waaronder de algemeen secretaris, zijn werkzaamheden verricht;
Gelet op artikel 16, eerste lid, van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie dat de algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie bevoegdheid verleent om de Nederlandse Taalunie te vertegenwoordigen;
Overwegende dat de algemeen secretaris in verband met deze bevoegdheid beslissingen neemt in allerlei aangelegenheden, zoals de verstrekking van subsidies, het sluiten van licentieovereenkomsten, uitgavencontracten en andere contracten waartoe de Nederlandse Taalunie zich verbindt, en dat over deze beslissingen geschillen kunnen ontstaan;
Besluit:
HOOFDSTUK I. HET BEZWAAR
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
HOOFDSTUK II. BEROEP BIJ DE GESCHILLENBESLECHTINGSCOMMISSIE
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
HOOFDSTUK III. SLOTBEPALINGEN
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Brussel, 30 oktober 2006
voor Nederland:
M. J. A. VAN DER HOEVEN
voor Vlaanderen:
F. VAN DEN BROUCKE
B. ANCIAUX
HOOFDSTUK I. HET BEZWAAR
HOOFDSTUK II. BEROEP BIJ DE GESCHILLENBESLECHTINGSCOMMISSIE
HOOFDSTUK III. SLOTBEPALINGEN
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.