Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië

Type Verdrag
Publication 2019-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Kaapverdië

Geleid door de wens de betrekkingen op het gebied van de sociale zekerheid tussen de beide Staten te regelen,

Zijn overeengekomen als volgt:

TITEL I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Dit Verdrag is van toepassing:

2.

Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen waarbij de wetgevingen genoemd in het eerste lid van dit artikel, worden of zullen worden gewijzigd of aangevuld.

Het is van toepassing:

3.

Dit Verdrag is niet van toepassing op de bijzondere regelingen voor personen in overheidsdienst of met hen gelijkgestelden.

Artikel 3
1.

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing op werknemers op wie de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun nabestaanden.

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, met inbegrip van kanselarij-beambten.

Artikel 4

Behoudens de bepalingen van dit Verdrag hebben de onderdanen van een Verdragsluitende Partij waarop dit Verdrag van toepassing is, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van de andere Partij onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van deze Partij.

Artikel 5
1.

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden de uitkeringen bij invaliditeit of ouderdom of de uitkeringen aan nabestaanden, de renten bij arbeidsongevallen of beroepsziekten, en de uitkeringen bij overlijden verkregen op grond van de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen, alsmede kinderbijslagen verkregen op grond van de wetgeving van Kaapverdië, aan de uitkeringsgerechtigden verstrekt ook indien zij hun woonplaats op het grondgebied van de andere Partij vestigen.

2.

De socialeverzekeringsuitkeringen van een der Verdragsluitende Partijen worden aan de onderdanen van de andere Partij die in een derde land wonen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate verstrekt als aan de eigen onderdanen die in dat derde land wonen.

3.

De voorgaande leden zijn eveneens van toepassing op uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).

4.

Wat Nederland betreft zijn het eerste, tweede en derde lid niet van toepassing op prestaties op grond van de Toeslagenwet van 6 november 1986.

5.

De voorgaande leden zijn eveneens van toepassing op personen die geen onderdanen zijn van een der Verdragsluitende Partijen.

6.

Voor zover de Nederlandse wetgeving dit vereist en in afwijking van het eerste en tweede lid, wordt het woonlandbeginsel toegepast. Dit houdt in dat de hoogte van een uitkering jaarlijks wordt afgestemd op het kostenniveau van het land waar de uitkeringsgerechtigde woont.

TITEL II. Bepalingen ter vaststelling van de toe te passen wetgeving

Artikel 6
Artikel 7

Op het beginsel, neergelegd in artikel 6, gelden de volgende uitzonderingen:

Artikel 8
1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3, tweede lid is artikel 6 van toepassing op werknemers die bij diplomatieke zendingen of consulaire posten der Verdragsluitende Partijen werkzaam zijn en op diegenen die in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze zendingen of posten zijn.

2.

De in het eerste lid bedoelde werknemers die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij welke door de desbetreffende diplomatieke zending of consulaire post wordt vertegenwoordigd, mogen evenwel kiezen voor toepassing van de wetgeving van deze Partij. Dit keuzerecht mag slechts eenmaal worden uitgeoefend en wel binnen drie maanden na inwerkingtreding van dit Verdrag of na het tijdstip waarop de werknemer door de diplomatieke zending of consulaire post, onderscheidenlijk in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze zending of post in dienst wordt genomen.

Artikel 9

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen in onderlinge overeenstemming ten behoeve van de belanghebbende werknemers uitzonderingen op de artikelen 6 tot en met 8 vaststellen.

TITEL III. Bijzondere bepalingen inzake de verschillende soorten prestaties

Hoofdstuk 1. Ziekte en moederschap

Artikel 10

Wanneer een werknemer achtereenvolgens of afwisselend aan de wetgevingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden, met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, de tijdvakken van verzekering welke krachtens de wetgevingen van elk der Verdragsluitende Partijen zijn vervuld, samengeteld, voor zover deze tijdvakken niet samenvallen.

Artikel 11
1.

De werknemer die op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan het bevoegde land woont en aan de in de wetgeving van het bevoegde land gestelde voorwaarden voor het recht op prestaties voldoet, heeft, eventueel met inachtneming van artikel 10, in het land waar hij woont, recht op:

2.

Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden die op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij dan het bevoegde land wonen. Wanneer de gezinsleden echter in het land van hun woonplaats beroepsarbeid verrichten of sociale verzekeringsuitkeringen genieten op grond waarvan zij aanspraak op verstrekkingen kunnen maken, zijn de bepalingen van dit artikel niet op hen van toepassing.

Artikel 12

De in het voorgaande artikel bedoelde werknemer en zijn gezinsleden, die hun woonplaats naar het bevoegde land overbrengen, hebben recht op prestaties ingevolge de wetgeving van dat land, zelfs indien zij voor hetzelfde geval van ziekte of moederschap reeds vóór de overbrenging van hun woonplaats prestaties hebben genoten.

Artikel 13
1.

Een werknemer die aan de door de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen gestelde voorwaarden voor het recht op uitkeringen voldoet, heeft recht op uitkeringen gedurende een verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

2.

Een werknemer die, nadat hij recht heeft verkregen op prestaties voor rekening van het orgaan van een der Verdragsluitende Partijen, van dit orgaan toestemming heeft verkregen om zijn woonplaats over te brengen naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, behoudt dat recht. De toestemming kan slechts worden geweigerd indien wordt vastgesteld dat verplaatsing van de betrokkene nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor het ondergaan van een geneeskundige behandeling.

3.

Wanneer een werknemer, overeenkomstig het bepaalde in het voorgaande lid, recht heeft op prestaties, worden de verstrekkingen voor rekening van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van de woonplaats volgens de door laatstbedoeld orgaan toegepaste wetgeving, in het bijzonder wat betreft de omvang en de wijze van verlening van de verstrekkingen; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend, wordt echter bepaald door de wetgeving van het bevoegde land.

4.

In de in het tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen worden prothesen, kunstmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen, behalve in onmiskenbare spoedgevallen, slechts verschaft als het bevoegde orgaan daartoe machtiging verleent.

5.

In de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen worden de uitkeringen verleend door het bevoegde orgaan volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving. Deze uitkeringen kunnen door bemiddeling van het orgaan van de woon- of verblijfplaats voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend volgens de in een administratief akkoord vast te stellen regelen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.