Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de erkenning van equivalenties op het gebied van het hoger onderwijs
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Republiek Oostenrijk
in de geest van de vriendschappelijke betrekkingen tussen beide Staten,
geleid door de wens de toelating tot of de voortzetting van de studie voor studenten uit beide Staten in elk der Overeenkomstsluitende Staten te vereenvoudigen,
zijn het volgende overeengekomen inzake de erkenning van studietijden en studieresultaten ten behoeve van de voortzetting van de studie aan instellingen van hoger onderwijs alsmede inzake het voeren van academische graden:
Artikel 1
In deze Overeenkomst betekent:
- (a). de uitdrukking „instellingen van hoger onderwijs”: alle universiteiten, hogescholen en andere instellingen van hoger onderwijs, die in het Koninkrijk der Nederlanden en in de Republiek Oostenrijk wettelijk worden beschouwd het karakter van hoger onderwijs te hebben en die gerechtigd zijn de doctorsgraad te verlenen, of waar studies met een academische graad of met een „staatsexamen” kunnen worden afgesloten;
- (b). de uitdrukking „academische graad”: elk diploma of elke graad, die door een instelling van hoger onderwijs als bewijs van de voltooiing van een studie wordt verleend;
- (c). de uitdrukking „examen” respectievelijk „staatsexamen”: zowel afsluitende examens als tussentijdse examens of deelexamens binnen het kader van een studie aan een instelling van hoger onderwijs.
Artikel 2
Aan overeenkomstige studies, met inbegrip van de examens in de Republiek Oostenrijk wordt op verzoek in het Koninkrijk der Nederlanden een zelfde waarde toegekend als daaraan in de Republiek Oostenrijk werd toegekend.
Aan overeenkomstige studies, met inbegrip van de examens in het Koninkrijk der Nederlanden wordt op verzoek in de Republiek Oostenrijk een zelfde waarde toegekend als daaraan in het Koninkrijk der Nederlanden werd toegekend.
Artikel 3
Academische graden en getuigschriften, verworven door middel van „staatsexamens” die als bewijs van voltooiing van een studie aan een instelling voor hoger onderwijs worden verleend, geven de houder ervan het recht ten aanzien van een voortgezette studie of een verdere studie aan instellingen van hoger onderwijs in de andere Staat, tot deze studie te worden toegelaten zonder aanvullende examens, ingeval en voor zover de houder van de academische graad respectievelijk het getuigschrift, verworven door middel van een „staatsexamen” in de Staat waar deze is verleend tot de voortgezette studie of verdere studie zonder aanvullend examen gerechtigd is.
Artikel 4
De houder van een doctorsgraad of van een academische graad, die rechtstreeks recht geeft op toelating tot promotie, heeft het recht deze graad op de wijze te voeren als deze in de Staat, waar hij werd verleend op grond van de wettelijke voorschriften mag worden gevoerd.
De houder van een andere academische graad heeft het recht deze op de wijze te voeren als deze in de Staat, waar hij werd verleend op grond van de wettelijke voorschriften mag worden gevoerd onder vermelding van de instelling van hoger onderwijs die die graad heeft verleend.
Artikel 5
Bij de toelating tot „staatsexamens” gelden de in deze Overeenkomst bedoelde waardering en erkenning in het kader van de desbetreffende examenvoorschriften.
Artikel 6
Voor advies inzake alle vraagstukken, die zich ten gevolge van deze Overeenkomst voordoen, wordt een permanente commissie van deskundigen ingesteld, die bestaat uit een zestal, voor de helft door elk van beide Staten te benoemen leden. De namen van de leden worden langs diplomatieke weg ter kennis van de andere Staat gebracht.
De permanente commissie van deskundigen komt op verzoek van een van beide Staten bijeen. De plaats van samenkomst wordt telkens langs diplomatieke weg overeengekomen.
Artikel 7
Deze overeenkomst is slechts verbindend voor het Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel 8
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op de maand waarin de beide Overeenkomstsluitende Staten elkaar schriftelijk langs diplomatieke weg hebben medegedeeld, dat aan de nationale vereisten met betrekking tot de inwerkingtreding is voldaan.
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Iedere Overeenkomstsluitende Staat kan haar schriftelijk langs diplomatieke weg opzeggen. Deze Overeenkomst treedt op de eerste dag van de twaalfde maand volgende op de maand van de opzegging buiten werking.
GEDAAN te Wenen, de 21e oktober 1985 in twee exemplaren, in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden,
(w.g.) L. H. J. B. VAN GORKOM
(w.g.) W. J. DEETMAN
Voor de Republiek Oostenrijk,
(w.g.) HEINZ FISCHER
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.