← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag betreffende veiligheid bij het gebruik van asbest

Geldende tekst a fecha 2000-09-15

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationale Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève, en aldaar bijeengekomen op 4 juni 1986, in haar tweeënzeventigste Zitting,

Gelet op de op dit gebied betrekking hebbende internationale arbeidsverdragen en aanbevelingen, en in het bijzonder op het Verdrag en de Aanbeveling betreffende beroepskanker, 1974, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende het werkmilieu (luchtverontreiniging, lawaai en trillingen), 1977, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende beroepsveiligheid en gezondheid, 1981, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende bedrijfsgeneeskundige diensten, 1985, de lijst van beroepsziekten, zoals herzien in 1980 en gehecht aan het Verdrag betreffende de prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, 1964, alsmede de in 1984 door het Internationale Arbeidsbureau gepubliceerde Praktijk-handleiding inzake veiligheid bij het gebruik van asbest, waarin de beginselen voor een nationaal beleid en maatregelen op nationaal niveau zijn vastgelegd,

Besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot veiligheid bij het gebruik van asbest, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de Zitting voorkomt, en

Vastgesteld hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal Verdrag dienen te krijgen,

Aanvaardt heden, de vierentwintigste juni van het jaar negentienhonderd zesentachtig het volgende Verdrag, dat kan worden aangehaald als Verdrag betreffende asbest, 1986:

DEEL I. TOEPASSINGSGEBIED EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1
1.

Dit Verdrag is van toepassing op alle bezigheden die blootstelling van werknemers aan asbest tijdens de arbeid met zich meebrengen.

2.

Een Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, kan, na raadpleging van de betrokken meest representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers en op basis van een beoordeling van de betreffende gezondheidsgevaren en de toegepaste veiligheidsmaatregelen, bepaalde takken van economische bedrijvigheid of bepaalde ondernemingen van de toepassing van sommige bepalingen van het Verdrag uitsluiten, indien het ervan overtuigd is dat de toepassing op deze takken of ondernemingen onnodig is.

3.

De bevoegde autoriteit dient bij de beslissing over het uitsluiten van bepaalde takken van economische bedrijvigheid of bepaalde ondernemingen rekening te houden met de frequentie, duur en mate van blootstelling, alsmede van de aard van de arbeid en de omstandigheden op de werkplek.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit Verdrag:

DEEL II. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 3
1.

De nationale wetgeving dient de maatregelen voor te schrijven die getroffen moeten worden ter voorkoming en beheersing van, en bescherming van werknemers tegen, gezondheidsgevaren als gevolg van beroepsmatige blootstelling aan asbest.

2.

De ingevolge het eerste lid van dit artikel aangenomen nationale wetgeving dient in het licht van de technische ontwikkeling en de vooruitgang in wetenschappelijke kennis periodiek te worden herzien.

3.

De bevoegde autoriteit kan tijdelijke afwijkingen van de ingevolge het in het eerste lid van dit artikel voorgeschreven maatregelen toestaan onder voorwaarden en binnen tijdsgrenzen die moeten worden vastgesteld na raadpleging van de betrokken meest representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers.

4.

Bij het toestaan van afwijkingen ingevolge het derde lid van dit artikel dient de bevoegde autoriteit te waarborgen, dat er de nodige voorzorgsmaatregelen tot bescherming van de gezondheid van de werknemers worden genomen.

Artikel 4

De bevoegde autoriteit dient de betrokken meest representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers te raadplegen over de ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag te nemen maatregelen.

Artikel 5
1.

De toepassing van de wetgeving, aangenomen ingevolge artikel 3 van dit Verdrag, dient te worden verzekerd door een toereikend en passend controlestelsel.

2.

De nationale wetgeving dient te voorzien in de noodzakelijke maatregelen, met inbegrip van passende sancties teneinde een effectieve toepassing en naleving van de bepalingen van dit Verdrag te verzekeren.

Artikel 6
1.

Werkgevers dienen verantwoordelijk te worden gesteld voor de naleving van de voorgeschreven maatregelen.

2.

Wanneer twee of meer werkgevers zich verbinden tot gelijktijdige uitvoering van werkzaamheden op eenzelfde werkplek dienen zij, onverminderd de verantwoordelijkheid van elke werkgever voor de gezondheid en veiligheid van zijn werknemers, samen te werken teneinde de voorgeschreven maatregelen toe te passen. De bevoegde autoriteit dient de algemene regels voor deze samenwerking voor te schrijven wanneer dit noodzakelijk is.

3.

Werkgevers dienen, in samenwerking met de bedrijfsveiligheids- en gezondheidsdiensten, en na raadpleging van de betrokken werknemersvertegenwoordigers, de in noodsituaties te volgen handelwijzen voor te bereiden.

Artikel 7

Werknemers dienen, binnen de grenzen van hun verantwoordelijkheid, te voldoen aan de voorgeschreven veiligheids- en arbeidshygiënische instructies betreffende de voorkoming en het onder controle houden van, en de bescherming tegen, gezondheidsgevaren als gevolg van beroepsmatige blootstelling aan asbest.

Artikel 8

Werkgevers en werknemers of hun vertegenwoordigers dienen op alle niveaux in de onderneming zo nauw mogelijk samen te werken bij de toepassing van de maatregelen die ingevolge dit Verdrag zijn voorgeschreven.

DEEL III. BESCHERMENDE EN PREVENTIEVE MAATREGELEN

Artikel 9

De nationale wetgeving, aangenomen ingevolge artikel 3 van dit Verdrag, dient er in te voorzien dat blootstelling aan asbest wordt voorkomen of onder controle gehouden door een of meer van de volgende maatregelen:

Artikel 10

Waar het voor de bescherming van de gezondheid van werknemers noodzakelijk en technisch praktisch uitvoerbaar is, dient de nationale wetgeving te voorzien in een of meer van de volgende maatregelen:

Artikel 11
1.

Het gebruik van crocidoliet en produkten die deze vezel bevatten, dient te worden verboden.

2.

De bevoegde autoriteit dient, na raadpleging van de betrokken meest representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers, de bevoegdheid te hebben om afwijkingen van het in het eerste lid van dit artikel vervatte verbod toe te staan, wanneer vervanging redelijkerwijs niet uitvoerbaar is, mits stappen worden genomen om te waarborgen dat de gezondheid van werknemers niet in gevaar wordt gebracht.

Artikel 12
1.

Het spuiten van alle vormen van asbest dient te worden verboden.

2.

De bevoegde autoriteit dient, na raadpleging van de betrokken meest representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers, de bevoegdheid te hebben om afwijkingen van het in het eerste lid van dit artikel vervatte verbod toe te staan wanneer alternatieve methoden redelijkerwijs niet uitvoerbaar zijn, mits stappen worden genomen om te waarborgen dat de gezondheid van werknemers niet in gevaar wordt gebracht.

Artikel 13

De nationale wetgeving, dient er in te voorzien dat werkgevers bepaalde soorten arbeid die blootstelling aan asbest met zich meebrengen moeten melden aan de bevoegde autoriteit, op een wijze en in een omvang zoals door die bevoegde autoriteit voorgeschreven.

Artikel 14

Producenten en leveranciers van asbest en fabrikanten en leveranciers van produkten die asbest bevatten, dienen verantwoordelijk te worden gesteld voor een doelmatige etikettering van de verpakking en, waar van toepassing, van het produkt in een taal en op een manier die gemakkelijk door de betrokken werknemers en gebruikers wordt begrepen, zoals voorgeschreven door de bevoegde autoriteit.

Artikel 15
1.

De bevoegde autoriteit dient grenswaarden voor de blootstelling van werknemers aan asbest of andere blootstellingscriteria voor de evaluatie van het werkmilieu voor te schrijven.

2.

De blootstellingsgrenswaarden of andere blootstellingscriteria dienen te worden vastgesteld en periodiek te worden herzien en bijgesteld in het licht van de technologische ontwikkeling en de vooruitgang in technologische en wetenschappelijke kennis.

3.

Op alle werkplekken waar werknemers aan asbest worden blootgesteld, dient de werkgever alle passende maatregelen te treffen om het vrijkomen van asbeststof in de lucht te voorkomen of onder controle te houden teneinde te waarborgen, dat aan de blootstellingsgrenswaarden of andere blootstellingscriteria wordt voldaan en ook om blootstelling tot een zo laag mogelijk niveau te verminderen.

4.

Wanneer de ingevolge het derde lid van dit artikel genomen maatregelen de blootstelling aan asbest niet binnen de blootstellingsgrenswaarden brengen of niet aan de andere ingevolge het eerste lid van dit artikel genoemde blootstellingscriteria voldoen, dient de werkgever, zonder kosten voor de werknemers, geschikte beschermende apparatuur voor de ademhaling en speciale beschermende kleding, waar passend, ter beschikking te stellen, te onderhouden en, indien nodig, te vervangen. Beschermende apparatuur voor de ademhaling dient te voldoen aan normen die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld en alleen te worden gebruikt als een aanvullende, tijdelijke, nood- of buitengewone maatregel en niet als een alternatief voor beheersing via technische maatregelen.

Artikel 16

Elke werkgever dient verantwoordelijk te worden gesteld voor het opstellen en toepassen van praktische maatregelen ter voorkoming en het onder controle houden van de blootstelling aan asbest van de werknemers die hij in dienst heeft en voor hun bescherming tegen de gevaren van asbest.

Artikel 17
1.

Het afbreken van installaties of bouwwerken die isolatiematerialen met bros asbest bevatten, en het verwijderen van asbest uit gebouwen of bouwwerken waarbij het risico bestaat dat asbest met de lucht wordt meegevoerd, dienen alleen te worden ondernomen door werkgevers of aannemers die door de bevoegde autoriteit zijn erkend als gekwalificeerd voor het uitvoeren van dergelijk werk in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en die tot het uitvoeren van dergelijk werk zijn gemachtigd.

2.

De werkgever of aannemer dient te worden verplicht, alvorens met het afbreekwerk te beginnen, een werkplan op te stellen waarin de te treffen maatregelen worden gespecificeerd, met inbegrip van maatregelen om:

3.

De werknemers of hun vertegenwoordigers dienen te worden geraadpleegd over het werkplan waarnaar in het tweede lid van dit artikel wordt verwezen.

Artikel 18
1.

Wanneer de persoonlijke kleding van de werknemers met asbeststof kan worden verontreinigd, dient de werkgever overeenkomstig de nationale wetgeving en na raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers passende werkkleding ter beschikking te stellen, die niet buiten de werkplek dient te worden gedragen.

2.

Het hanteren en schoonmaken van gebruikte werkkleding en speciale beschermende kleding dient te worden uitgevoerd onder omstandigheden waarop controle is zoals door de bevoegde autoriteit geëist, teneinde het vrijkomen van asbeststof te voorkomen.

3.

De nationale wetgeving dient het mee naar huis nemen van werkkleding en speciale beschermende kleding en van persoonlijke beschermingsmiddelen te verbieden.

4.

De werkgever dient verantwoordelijk te zijn voor het schoonmaken, onderhouden en opbergen van werkkleding, speciale beschermende kleding en persoonlijke beschermingsmiddelen.

5.

De werkgever dient aan de werknemers die aan asbest zijn blootgesteld de mogelijkheid te verschaffen om zich op de werkplek te wassen, een bad te nemen of te douchen, al naar gelang passend is.

Artikel 19
1.

In overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk dienen werkgevers afval dat asbest bevat, op zodanige wijze af te voeren dat dit noch voor de betrokken werknemers, met inbegrip van diegenen die asbestafval hanteren, noch voor de bevolking in de buurt van de onderneming gevaar voor de gezondheid oplevert.

2.

Door de bevoegde autoriteit en door de werkgevers dienen passende maatregelen te worden getroffen om verontreiniging van het algemene milieu door asbeststof dat van de werkplek is vrijgekomen, te voorkomen.

DEEL IV. TOEZICHT OP HET WERKMILIEU EN DE GEZONDHEID VAN DE WERKNEMERS

Artikel 20
1.

Waar dit voor de bescherming van de gezondheid van werknemers noodzakelijk is, dient de werkgever de concentraties van asbeststof dat in de lucht is geraakt op de werkplek te meten en de blootstelling van werknemers aan asbest bij tussenpozen te controleren, onder toepassing van methodes die door de bevoegde autoriteit zijn gespecificeerd.

2.

De gegevens van het toezicht op het werkmilieu en van de blootstelling van werknemers aan asbest dienen te worden bewaard gedurende een periode die door de bevoegde autoriteit is voorgeschreven.

3.

De betrokken werknemers, hun vertegenwoordigers en de inspectiediensten dienen toegang tot deze gegevens te hebben.

4.

De werknemers of hun vertegenwoordigers dienen het recht te hebben om toezicht op het werkmilieu te verzoeken en om een beroep te doen op de bevoegde autoriteit wat betreft de resultaten van het toezicht.

Artikel 21
1.

Voor werknemers die aan asbest zijn of waren blootgesteld, dienen in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk, die medische onderzoeken beschikbaar te zijn die nodig zijn voor het toezicht op hun gezondheid in verband met het beroepsgevaar en om beroepsziekten veroorzaakt door blootstelling aan asbest, te diagnostiseren.

2.

Het controleren van de gezondheid van werknemers in verband met het gebruik van asbest dient niet in verlies van verdiensten voor hen te resulteren. Het dient kosteloos te zijn, en voor zover mogelijk, tijdens de werkuren plaats te vinden.

3.

Werknemers dienen op adequate en passende manier te worden ingelicht over de resultaten van hun medische onderzoeken en individueel advies te krijgen betreffende hun gezondheid met betrekking tot hun werk.

4.

Indien het voortgezet opdragen van werk dat blootstelling aan asbest met zich meebrengt, medisch gezien niet raadzaam blijkt te zijn, dient, in overeenstemming met de nationale omstandigheden en praktijk, alle moeite te worden gedaan om de betrokken werknemers andere mogelijkheden te bieden om hun inkomen te behouden.

5.

De bevoegde autoriteit dient een systeem te ontwikkelen voor de melding van door asbest veroorzaakte beroepsziekten.

DEEL V. INFORMATIE EN VOORLICHTING

Artikel 22
1.

De bevoegde autoriteit dient in overleg en samenwerking met de betrokken meest representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers, passende voorzieningen te treffen ter bevordering van de verspreiding van informatie aan en de voorlichting van alle betrokkenen inzake de gevaren voor de gezondheid die blootstelling aan asbest met zich meebrengt en inzake methodes voor preventie en toezicht.

2.

De bevoegde autoriteit dient te waarborgen, dat de werkgevers schriftelijke beleidsmaatregelen en werkwijzen hebben opgesteld inzake maatregelen voor de voorlichting en periodieke scholing van werknemers over de gevaren van asbest en methodes voor preventie en toezicht.

3.

De werkgever dient te waarborgen, dat alle werknemers die aan asbest zijn of waarschijnlijk worden blootgesteld, over de gevaren voor de gezondheid die hun werk met zich meebrengt worden ingelicht, over preventieve maatregelen en correcte werkmethodes worden geïnstrueerd en op deze terreinen steeds scholing blijven krijgen.

DEEL VI. SLOTBEPALINGEN

Artikel 23

De formele bekrachtigingen van dit Verdrag worden aan de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau medegedeeld en door hem geregistreerd.

Artikel 24
1.

Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtiging door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.

2.

Het treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.

3.

Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.

Artikel 25
1.

Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaar na de datum waarop het Verdrag in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.

2.

Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaar als bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaar gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaar op de voorwaarden, voorzien in dit artikel.

Artikel 26
1.

De Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.

2.

Bij de kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.

Artikel 27

De Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie in overeenstemming met het bepaalde in Artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen die hij overeenkomstig de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.

Artikel 28

De Raad van Beheer van het Internationale Arbeidsbureau brengt, telkens wanneer deze dit noodzakelijk acht, aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel 29
1.

Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuw verdrag anders bepaalt:

2.

Dit Verdrag blijft in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd.

Artikel 30

De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.

De voorgaande tekst is de authentieke tekst van het Verdrag naar behoren aangenomen door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie tijdens haar tweeënzeventigste zitting, welke werd gehouden te Genève en voor gesloten werd verklaard op de vijfentwintigste juni 1986.

IN FAITH WHEREOF we have appended our signatures this twenty-sixth day of June 1986.

The President of the Conference,

(sd.) HUGO FERNANDEZ FAINGOLD

The Director-General of the International Labour Office,

(sd.) FRANCIS BLANCHARD