Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken

Type Verdrag
Publication 2008-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1. Lidmaatschap van de Unie van Madrid

De Staten die Partij zijn bij dit Protocol (hierna te noemen „de overeenkomstsluitende Staten”), zelfs wanneer zij geen Partij zijn bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, zoals herzien te Stockholm in 1967 en zoals gewijzigd in 1979 (hierna te noemen „de Schikking van Madrid (Stockholm)”), en de organisaties bedoeld in artikel 14, eerste lid, letter b, die Partij zijn bij dit Protocol (hierna te noemen „de overeenkomstsluitende Organisaties”) zijn lid van dezelfde Unie als die waarvan de landen die Partij zijn bij de Schikking van Madrid (Stockholm) lid zijn. Met „overeenkomstsluitende Partijen” worden in dit Protocol telkens zowel overeenkomstsluitende Staten als overeenkomstsluitende Organisaties bedoeld.

Artikel 2. De verkrijging van bescherming door middel van internationale inschrijving
1.

Wanneer een aanvrage om de inschrijving van een merk is ingediend bij de Administratie van een overeenkomstsluitende Partij, of wanneer een merk is ingeschreven in het register van de Administratie van een overeenkomstsluitende Partij, kan, met inachtneming van de bepalingen van dit Protocol, de persoon ten name van wie die aanvrage (hierna te noemen „de basisaanvrage”) of die inschrijving (hierna te noemen „de basisinschrijving”) is geschied, bescherming van zijn merk verkrijgen op het grondgebied van de overeenkomstsluitende Partijen door dat merk te doen inschrijven in het register van het Internationale Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna onderscheidenlijk te noemen „de internationale inschrijving”, „het internationale register”, „het Internationale Bureau” en „de Organisatie”), mits,

2.

De aanvrage om internationale inschrijving (hierna te noemen „de internationale aanvrage”) wordt ingediend bij het Internationale Bureau door tussenkomst van de Administratie waarbij de basisaanvrage was ingediend of waardoor de basisinschrijving was verricht (hierna te noemen „de Administratie van oorsprong”), naargelang het geval.

3.

Met een „Administratie” of een „Administratie van een overeenkomstsluitende Partij” wordt in dit Protocol telkens bedoeld een administratie die namens een overeenkomstsluitende Partij is belast met de inschrijving van merken en met „merken” worden in dit Protocol telkens bedoeld handelsmerken en dienstmerken.

4.

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder „grondgebied van een overeenkomstsluitende Partij”, wanneer de overeenkomstsluitende Partij een Staat is, het grondgebied van die Staat en, wanneer de overeenkomstsluitende Partij een intergouvernementele organisatie is, het grondgebied waarop het oprichtingsverdrag van die intergouvernementele organisatie van toepassing is.

Artikel 3. Internationale aanvrage
1.

Elke internationale aanvrage uit hoofde van dit Protocol moet worden ingediend op het door het reglement van uitvoering voorgeschreven formulier. De Administratie van oorsprong dient te verklaren dat de bijzonderheden die voorkomen in de internationale aanvrage overeenkomen met de bijzonderheden die op het tijdstip van de verklaring voorkomen in de basisaanvrage of de basisinschrijving, naargelang het geval. Voorts dient genoemde Administratie te vermelden:

De Administratie van oorsprong dient ook de datum van de internationale aanvrage te vermelden.

2.

De aanvrager dient opgave te doen van de waren en diensten waarvoor bescherming van het merk wordt gevraagd, alsmede, indien mogelijk, van de klasse of klassen volgens de classificatie vastgesteld bij de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van waren en diensten voor de inschrijving van merken. Indien de aanvrager deze opgave niet doet, deelt het Internationale Bureau de waren en diensten in in de overeenkomstige klassen van genoemde classificatie. De door de aanvrager opgegeven klasse-indeling is onderworpen aan toezicht door het Internationale Bureau, dat genoemd toezicht uitoefent in overleg met de Administratie van oorsprong. Bij verschil van mening tussen genoemde Administratie en het Internationale Bureau is de mening van het Bureau doorslaggevend.

3.

Indien de aanvrager de kleur als onderscheidend kenmerk van zijn merk verlangt, is hij gehouden

4.

Het Internationale Bureau schrijft de overeenkomstig artikel 2 gedeponeerde merken onmiddellijk in. De internationale inschrijving dient de datum te dragen waarop de internationale aanvrage werd ontvangen door de Administratie van oorsprong, mits de internationale aanvrage door het Internationale Bureau is ontvangen binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf die datum. Indien de internationale aanvrage niet binnen die termijn is ontvangen, draagt de internationale inschrijving de datum waarop genoemde internationale aanvrage door het Internationale Bureau werd ontvangen. Het Internationale Bureau geeft onverwijld kennis van de internationale inschrijving aan de betrokken Administraties. In het internationale register ingeschreven merken worden openbaar gemaakt in een door het Internationale Bureau uitgegeven regelmatig verschijnend blad, met gebruikmaking van de bijzonderheden vervat in de internationale aanvrage.

5.

Met het oog op de openbaarheid die aan in het internationale register ingeschreven merken dient te worden gegeven, ontvangt elke Administratie van het Internationale Bureau een aantal kosteloze exemplaren en een aantal exemplaren tegen verminderde prijs van genoemd blad, onder de voorwaarden vastgesteld door de in artikel 10 genoemde Algemene Vergadering (hierna te noemen „de Algemene Vergadering”). Bedoelde openbaarmaking wordt toereikend beschouwd voor de doeleinden van alle overeenkomstsluitende Partijen en van de rechthebbende op de internationale inschrijving kan geen andere openbaarmaking worden verlangd.

Artikel 3bis. Territoriale werking

Slechts op verzoek van de persoon die de internationale aanvrage indient of die rechthebbende op de internationale inschrijving is, strekt de uit de internationale inschrijving voortvloeiende bescherming zich uit tot een overeenkomstsluitende Partij. Ten aanzien van de overeenkomstsluitende Partij waarvan de Administratie de Administratie van oorsprong is, kan evenwel niet een zodanig verzoek worden gedaan.

Artikel 3ter. Verzoek om ,,territoriale uitstrekking”
1.

Een verzoek de uit de internationale inschrijving voortvloeiende bescherming uit te strekken tot een overeenkomstsluitende Partij dient afzonderlijk in de internationale aanvrage te worden vermeld.

2.

Een verzoek om territoriale uitstrekking kan ook na de internationale inschrijving worden gedaan. Een zodanig verzoek moet worden ingediend op het bij het reglement van uitvoering voorgeschreven formulier. Het wordt onmiddellijk aangetekend door het Internationale Bureau, dat daarvan onverwijld kennisgeeft aan de betrokken Administratie(s). Bedoelde aantekening wordt openbaar gemaakt in het door het Internationale Bureau uitgegeven regelmatig verschijnende blad. Bedoelde territoriale uitstrekking is van kracht vanaf de datum waarop zij is aangetekend in het internationale register; zij houdt op te gelden, wanneer de internationale inschrijving waarop zij betrekking heeft, vervalt.

Artikel 4. Gevolgen van de internationale inschrijving
2.

Elke internationale inschrijving geniet het recht van voorrang, vastgesteld bij artikel 4 van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, zonder dat het nodig is de formaliteiten voorgeschreven onder letter D van dat artikel te vervullen.

Artikel 4bis. Internationale inschrijving in de plaats van een nationale of een regionale inschrijving
1.

Wanneer een merk dat het voorwerp is van een nationale of een regionale inschrijving bij de Administratie van een overeenkomstsluitende Partij ook het voorwerp is van een internationale inschrijving en beide inschrijvingen zijn geschied ten name van dezelfde persoon, wordt de internationale inschrijving geacht in de plaats te treden van de nationale of de regionale inschrijving, zonder afbreuk te doen aan de uit hoofde van laatstgenoemde inschrijvingen verkregen rechten, mits

2.

De in het eerste lid bedoelde Administratie is gehouden op aanvrage in haar register van de internationale inschrijving aantekening te houden.

Artikel 5. Weigering en nietigverklaring van de internationale inschrijving ten aanzien van bepaalde overeenkomstsluitende Partijen
1.

Wanneer de toepasselijke wetgeving zulks toelaat, heeft een Administratie van een overeenkomstsluitende Partij die door het Internationale Bureau ervan in kennis is gesteld dat uit hoofde van artikel 3ter, eerste of tweede lid, de bescherming voortvloeiende uit de internationale inschrijving zich uitstrekt tot die overeenkomstsluitende Partij, het recht in een kennisgeving van weigering te verklaren dat in genoemde overeenkomstsluitende Partij geen bescherming kan worden verleend aan het merk dat het voorwerp is van bedoelde uitstrekking. Een zodanige weigering is slechts geoorloofd op grond van omstandigheden die, krachtens het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, zouden gelden voor een merk dat rechtstreeks is gedeponeerd bij de Administratie die van de weigering kennisgeeft. De bescherming kan evenwel niet worden geweigerd, zelfs niet gedeeltelijk, enkel op grond van het feit dat de toepasselijke wetgeving de inschrijving slechts in een beperkt aantal klassen of voor een beperkt aantal waren of diensten zou toelaten.

3.

Het Internationale Bureau zendt onverwijld een van de exemplaren van de kennisgeving van de weigering toe aan de rechthebbende op de internationale inschrijving. Genoemde rechthebbende heeft dezelfde middelen van beroep als indien het merk door hem rechtstreeks was gedeponeerd bij de Administratie die haar weigering ter kennis heeft gebracht. Wanneer het Internationale Bureau inlichtingen heeft ontvangen uit hoofde van het tweede lid, letter c, punt i, zendt het genoemde inlichtingen onverwijld toe aan de rechthebbende op de internationale inschrijving.

4.

De redenen van een weigering van een merk worden door het Internationale Bureau medegedeeld aan elke belanghebbende die zulks verzoekt.

5.

Een Administratie die met betrekking tot een internationale inschrijving geen voorlopige of definitieve weigering ter kennis heeft gebracht van het Internationale Bureau in overeenstemming met het eerste en het tweede lid, verliest met betrekking tot die internationale inschrijving het recht als bedoeld in het eerste lid.

6.

De nietigverklaring van een internationale inschrijving door de bevoegde autoriteiten van een overeenkomstsluitende Partij voor het grondgebied van die overeenkomstsluitende Partij kan niet worden uitgesproken zonder de rechthebbende op de internationale inschrijving tijdig in de gelegenheid te hebben gesteld zijn rechten te verdedigen. De nietigverklaring wordt ter kennis gebracht van het Internationale Bureau.

Artikel 5bis. Bewijsstukken van de wettigheid van het gebruik van bepaalde bestanddelen van het merk

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.