Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan inzake sociale zekerheid

Type Verdrag
Publication 2009-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

Japan

Geleid door de wens hun onderlinge betrekkingen op het gebied van sociale zekerheid te regelen

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van dit Verdrag heeft elke uitdrukking die in dit Verdrag niet wordt omschreven de betekenis die eraan wordt gegeven in de van toepassing zijnde wetgeving.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing

voor de toepassing van dit Verdrag zijn de artikelen 14 tot en met 21, 26, 30 (met uitzondering van het derde lid) en artikel 32, tweede lid, evenwel niet van toepassing op de takken van sociale zekerheid bedoeld in de onderdelen d tot en met g van dit lid, en de artikelen 5, 27 en artikel 31, tweede lid, zijn niet van toepassing op de takken van sociale zekerheid bedoeld in de onderdelen d, f en g van dit lid.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing op personen op wie de wetgeving van een Verdragsluitende Staat van toepassing is of is geweest, alsmede op gezinsleden of nabestaanden die aan deze personen rechten ontlenen.

Artikel 4. Gelijkheid van behandeling

Tenzij anders voorzien in dit Verdrag worden de personen omschreven in artikel 3, die gewoonlijk wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat bij de toepassing van de wetgeving van die Verdragsluitende Staat op dezelfde wijze behandeld als onderdanen van die Staat.

Artikel 5. Betaling van uitkeringen in het buitenland
1.

Tenzij anders voorzien in dit Verdrag zijn bepalingen van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat die het recht op of de betaling van uitkeringen beperken uitsluitend omdat de rechthebbende gewoonlijk woont buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Staat niet van toepassing op personen die gewoonlijk wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat. Het voorgaande laat evenwel onverlet:

2.

Uitkeringen uit hoofde van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat worden betaald aan onderdanen van de andere Verdragsluitende Staat die gewoonlijk wonen buiten het grondgebied van beide Verdragsluitende Staten onder dezelfde voorwaarden als wanneer zij onderdaan zouden zijn van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat.

DEEL II. BEPALINGEN INZAKE DE TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel 6. Algemene bepalingen

Tenzij anders voorzien in dit Verdrag is op personen die als werknemer of als zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat ter zake van dat dienstverband of die werkzaamheden als zelfstandige uitsluitend de wetgeving van die Verdragsluitende Staat van toepassing.

Artikel 7. Bijzondere bepalingen
1.

Indien een persoon op wie de wetgeving van een Verdragsluitende Staat van toepassing is en die als werknemer op het grondgebied van die Verdragsluitende Staat in dienst is van een werkgever die zijn plaats van bedrijfsuitoefening heeft op dat grondgebied door die werkgever vanuit dat grondgebied of vanuit een grondgebied buiten beide Verdragsluitende Staten wordt uitgezonden om werkzaam te zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat, is op de werknemer uitsluitend de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat van toepassing als zou die werknemer op het grondgebied van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat werkzaam zijn, mits het tijdvak van deze detachering naar verwachting ten hoogste vijf jaar zal belopen.

2.

Indien de in het eerste lid van dit artikel bedoelde detachering langer voortduurt dan vijf jaar, kunnen de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van beide Verdragsluitende Staten overeenkomen dat op de werknemer uitsluitend de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat van toepassing blijft.

3.

Op personen op wie de bepalingen van het eerste lid van dit artikel reeds van toepassing waren, zullen deze bepalingen niet opnieuw van toepassing zijn, tenzij na afloop van de vorige detachering een jaar verstreken is.

4.

Indien personen op wie de wetgeving van een Verdragsluitende Staat van toepassing is en die gewoonlijk als zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van die Verdragsluitende Staat, tijdelijk als zelfstandige uitsluitend werkzaam zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat, is op die personen uitsluitend de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat van toepassing als zouden die personen werkzaam zijn op het grondgebied van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat, mits het tijdvak van de werkzaamheden als zelfstandige op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat naar verwachting ten hoogste vijf jaar zal belopen.

5.

Indien de werkzaamheden als zelfstandige op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat bedoeld in het vierde lid van dit artikel langer voortduren dan vijf jaar, kunnen de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van beide Verdragsluitende Staten overeenkomen dat op de zelfstandige uitsluitend de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat van toepassing blijft.

Artikel 8. Werknemers aan boord van zeeschepen

Op personen die als werknemer werkzaam zijn aan boord van zeeschepen die onder de vlag van een de Verdragsluitende Staten varen is, ter zake van die werkzaamheden, uitsluitend de wetgeving van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de werkgever gevestigd is van toepassing.

Artikel 9. Leden van diplomatieke zendingen, leden van consulaire posten en ambtenaren
1.

Dit Verdrag laat de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961 of van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963 onverlet.

2.

Behoudens het eerste lid van dit artikel, indien ambtenaren van een Verdragsluitende Staat of in de wetgeving van die Verdragsluitende Staat als zodanig aangemerkte personen naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat worden gezonden om aldaar werkzaam te zijn, is op die personen uitsluitend de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat van toepassing als zouden die personen werkzaam zijn op het grondgebied van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat.

Artikel 10. Uitzonderingen op de artikelen 6 tot en met 9

Op verzoek van een werknemer en een werkgever of een zelfstandige kunnen de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van beide Verdragsluitende Staten ermee instemmen ten behoeve van bepaalde personen of categorieën personen uitzonderingen toe te staan op de artikelen 6 tot en met 9, mits op deze personen of categorieën personen uitsluitend de wetgeving van een van de Verdragsluitende Staten van toepassing is.

Artikel 11. Echtgenote en kinderen

Op de echtgenote of kinderen die een persoon die werkzaam is op het grondgebied van Nederland vergezellen en op wie de wetgeving van Japan in overeenstemming met artikel 7 (met uitzondering van het derde lid), artikel 9, tweede lid, of artikel 10 van toepassing is, is uitsluitend de wetgeving van Japan van toepassing, tenzij zij zelf op het grondgebied van Nederland als werknemer of zelfstandige werkzaam zijn.

Artikel 12. Verplichte verzekering

Op de artikelen 6 tot en met 8, artikel 9, tweede lid, en artikel 11 zijn uitsluitend van toepassing op verplichte verzekering uit hoofde van de wetgeving van beide Verdragsluitende Staten. Artikel 7 is niet van toepassing op personen die als werknemer werkzaam zijn op het grondgebied van Japan bij een werkgever die een plaats van bedrijfsuitoefening heeft op dat grondgebied of op het grondgebied van Japan gewoonlijk werkzaam is als zelfstandige, indien op die personen niet de wetgeving van Japan inzake de Japanse pensioenregelingen omschreven in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, i tot en met v, van toepassing is.

Artikel 13. Woonplaats in Nederland

Personen op wie in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 6, 7 (met uitzondering van het derde lid), 8, 9, tweede lid, en 10 de wetgeving van Nederland van toepassing is, worden aangemerkt als zijnde woonachtig op het grondgebied van Nederland gedurende het tijdvak waarin op die personen de wetgeving van Nederland van toepassing is.

DEEL III. BEPALINGEN INZAKE UITKERINGEN

HOOFDSTUK 1. BEPALINGEN INZAKE NEDERLANDSE UITKERINGEN

Artikel 14. Arbeidsongeschiktheidsuitkering
1.

Het bevoegde orgaan van Nederland neemt ten behoeve van de vaststelling van het recht op de Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering de verzekeringstijdvakken uit hoofde van de wetgeving van Japan in aanmerking, voor zover zij niet samenvallen met de verzekeringstijdvakken uit hoofde van de wetgeving van Nederland.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.