Akkoord tussen de lidstaten van de Europese Unie betreffende de status van de militairen en leden van het burgerpersoneel die bij de instellingen van de Europese Unie gedetacheerd zijn, van de hoofdkwartieren en de strijdkrachten die ter beschikking van de Europese Unie kunnen worden gesteld in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en van de militairen en leden van het burgerpersoneel van de lidstaten die aan de Europese Unie beschikbaar zijn gesteld om in dit kader op te treden (EU-SOFA)

Type Verdrag
Publication 2019-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De vertegenwoordigers van de regeringen van de Lid-Staten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name op titel V,

Overwegende hetgeen volgt:

De Europese Raad heeft besloten om met het oog op het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) aan de EU de middelen beschikbaar te stellen die nodig zijn om besluiten te nemen en uit te voeren met betrekking tot alle conflictpreventie-en crisisbeheersingstaken die in het VEU zijn neergelegd.

Nationale besluiten om strijdkrachten van lidstaten van de Europese Unie (hierna „lidstaten" genoemd) van en naar het grondgebied van andere lidstaten te zenden in het kader van de voorbereiding en uitvoering van opdrachten in de zin van artikel 17, lid 2, van het VEU, waaronder oefeningen, zullen worden genomen overeenkomstig titel V van het VEU, met name artikel 23, lid 1, en zullen het voorwerp vormen van afzonderlijke regelingen tussen de lidstaten.

Er moeten met de betrokken derde landen specifieke overeenkomsten worden gesloten in het geval van oefeningen of opdrachten buiten het grondgebied van de lidstaten.

Dit akkoord laat de rechten en plichten van de partijen uit hoofde van internationale overeenkomsten en van andere internationale rechtsinstrumenten tot instelling van internationale tribunalen, waaronder het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, onverlet,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR MILITAIREN EN BURGERPERSONEEL

Artikel 1

In dit akkoord wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De lidstaten vergemakkelijken indien nodig de binnenkomst, het verblijf en het vertrek van het in artikel 1 bedoelde personeel en van de van hen afhankelijke personen voor dienstdoeleinden. Van hen kan evenwel verlangd worden, dat zij aantonen dat zij tot de in artikel 1 bedoelde categorieën behoren.

2.

Onverminderd de desbetreffende regels inzake het vrije verkeer van personen uit hoofde van het Gemeenschapsrecht, is daartoe een individuele of collectieve reisopdracht of een besluit tot detachering bij de EU-instellingen voldoende.

Artikel 3

De militairen en het burgerpersoneel, alsook de van hen afhankelijke personen, hebben de plicht de wetgeving van de ontvangststaat te eerbiedigen en zich te onthouden van iedere activiteit die indruist tegen de geest van dit akkoord.

Artikel 4

Ten behoeve van dit akkoord:

Artikel 5

De militairen en het burgerpersoneel dragen hun uniform volgens de in de zendstaat geldende reglementen.

Artikel 6

Voertuigen met een speciale registratie bij de strijdkrachten of de overheid van de zendstaat voeren behalve hun registratienummer een kenteken ter aanduiding van de nationaliteit.

DEEL II. BEPALINGEN UITSLUITEND VAN TOEPASSING OP BIJ DE EU-INSTELLINGEN GEDETACHEERDE MILITAIREN EN LEDEN VAN HET BURGERPERSONEEL

Artikel 7

Bij de EU-instellingen gedetacheerde militairen en leden van het burgerpersoneel mogen wapens bezitten en dragen overeenkomstig artikel 13, wanneer zij werkzaam zijn bij de hoofdkwartieren of strijdkrachten die aan de EU beschikbaar kunnen worden gesteld in het kader van de voorbereiding en uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, VEU, ook tijdens oefeningen, of wanneer zij deelnemen aan missies in verband met dergelijke taken.

Artikel 8
1.

Bij de EU-instellingen gedetacheerde militairen of leden van het burgerpersoneel genieten vrijstelling van iedere vorm van rechtsvervolging voor hetgeen zij in de uitoefening van hun officiële taken hebben gezegd, geschreven of gedaan; ook na afloop van hun detachering blijven zij daarvan vrijgesteld.

2.

De in dit artikel bedoelde immuniteit wordt verleend in het belang van de EU en niet tot persoonlijk voordeel van de betrokkenen.

3.

Zowel de bevoegde autoriteit van de zendstaat als de EU-instellingen heffen de immuniteit van bij de EU-instellingen gedetacheerde militairen of leden van het burgerpersoneel op in de gevallen waarin deze de rechtsgang zou belemmeren en voor zover de bevoegde autoriteit en de EU-instelling tot opheffing kunnen overgaan zonder dat hierdoor de belangen van de Europese Unie worden geschaad.

4.

De EU-instellingen werken te allen tijde met de bevoegde autoriteit van de lidstaten samen om een goede rechtsbedeling te vergemakkelijken, en waken ervoor dat de bij dit akkoord verleende immuniteiten worden misbruikt.

5.

Wanneer een bevoegde autoriteit of een justitieel orgaan van een lidstaat van oordeel is dat er sprake is van misbruik van een krachtens dit artikel verleende immuniteit, pleegt de bevoegde autoriteit van de zendstaat en de betrokken EU-instelling op verzoek overleg met de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat om vast te stellen of bedoeld misbruik heeft plaatsgevonden.

6.

Indien dat overleg niet tot een voor beide zijden bevredigend resultaat leidt, wordt de kwestie door de betrokken EU-instelling onderzocht teneinde tot een oplossing te komen.

7.

Indien geen oplossing wordt gevonden, neemt de betrokken EU-instelling een besluit over de wijze waarop het geschil zal worden geregeld. Voor wat de Raad betreft, zal een dergelijk besluit met eenparigheid van stemmen worden aangenomen.

DEEL III. BEPALINGEN UITSLUITEND VAN TOEPASSING OP HOOFDKWARTIEREN EN STRIJDKRACHTEN, ALSMEDE OP DE ALDAAR WERKZAME MILITAIREN EN LEDEN VAN HET BURGERPERSONEEL

Artikel 9

In het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de in artikel 17, lid 2, VEU, bedoelde opdrachten, waaronder oefeningen, mogen de hoofdkwartieren en de strijdkrachten, alsmede het in artikel 1 genoemde personeel daarvan en hun uitrusting, over het grondgebied van een lidstaat reizen, respectievelijk worden vervoerd, en daar tijdelijk worden ingezet, mits de bevoegde autoriteiten van deze lidstaat daarmee instemmen.

Artikel 10

De militairen en het burgerpersoneel ontvangen medische noodhulp en tandheelkundige hulp, waaronder ziekenhuisopname, onder dezelfde voorwaarden als vergelijkbaar personeel van de ontvangststaat.

Artikel 11

Behoudens de toepassing van akkoorden en regelingen die reeds van kracht zijn of na de inwerkingtreding van dit akkoord tussen de bevoegde autoriteiten van de zendstaat en van de ontvangststaat, zijn de autoriteiten van de ontvangststaat als enigen verantwoordelijk voor het nemen van passende maatregelen voor het ter beschikking stellen aan de eenheden, formaties en andere entiteiten, van de benodigde gebouwen en terreinen en de verlening van faciliteiten en diensten die daarmee verband houden. Deze akkoorden en regelingen stemmen zoveel mogelijk overeen met de voorschriften betreffende huisvesting en inkwartiering van eenheden, formaties en andere entiteiten van de ontvangststaat.

Tenzij een regeling het tegendeel bepaalt, worden de rechten en plichten welke voortvloeien uit het gebruikmaken van gebouwen, terreinen, faciliteiten en diensten beheerst door de wetten van de ontvangststaat.

Artikel 12
1.

De geregelde eenheden, formaties of entiteiten van militairen of burgerpersoneel hebben het recht in ieder kamp, iedere inrichting, ieder hoofdkwartier of ieder ander gebouw dat zij op grond van hun overeenkomst met de ontvangststaat in exclusief gebruik hebben, politietoezicht uit te oefenen. De politie van die eenheden, formaties of entiteiten is bevoegd alle nodige maatregelen te nemen om de orde en veiligheid in die ruimten te handhaven.

2.

Buiten deze ruimten kan op de in lid 1 bedoelde politie slechts een beroep worden gedaan op grond van regelingen met de autoriteiten van de ontvangststaat en in samenwerking met deze autoriteiten en voorzover het inzetten noodzakelijk is ter handhaving van tucht en orde onder de leden van die eenheden, formaties en entiteiten.

Artikel 13
1.

De militairen mogen dienstwapens bezitten en dragen, mits hun dat is toegestaan in hun dienstbevelen en behoudens afspraken met de autoriteiten van de ontvangststaat.

2.

Burgerpersoneel mag dienstwapens bezitten en dragen, mits hun dat is toegestaan door de nationale regelgeving van de zendstaat en mits de autoriteiten van de ontvangststaat daarmee instemmen.

Artikel 14

De hoofdkwartieren en de strijdkrachten genieten op het gebied van post en telecommunicatie, reizen en reducties op vervoerkosten dezelfde faciliteiten als de strijdkrachten van de ontvangststaat, overeenkomstig de regelgeving van die staat.

Artikel 15
1.

De archieven en andere officiële documenten die zich in de gebouwen van een hoofdkwartier bevinden of die in het bezit zijn van een naar behoren gemachtigd lid van een hoofdkwartier, zijn onschendbaar, tenzij door het hoofdkwartier afstand is gedaan van deze immuniteit. Op verzoek van de ontvangststaat en in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van deze staat, wordt door het hoofdkwartier nagegaan of de documenten naar hun aard onder de in dit artikel bedoelde immuniteit vallen.

2.

Wanneer een bevoegde autoriteit of een justitieel orgaan van de ontvangststaat van oordeel is dat er sprake is van misbruik van een krachtens dit artikel verleende immuniteit, pleegt de Raad desgevraagd overleg met de bevoegde autoriteiten van de ontvangststaat om vast te stellen of bedoeld misbruik heeft plaatsgevonden.

3.

Indien dat overleg niet tot een voor beide zijden bevredigend resultaat leidt, wordt de kwestie in de Raad besproken, teneinde tot een oplossing te komen. Indien geen oplossing is gevonden, neemt de Raad met eenparigheid van stemmen een besluit over de wijze waarop het geschil zal worden geregeld.

Artikel 16

Ter vermijding van dubbele belastingheffing en ter verfijning van de toepassing van overeenkomsten inzake dubbele belastingheffing tussen de lidstaten, en onverminderd het recht van de ontvangststaat om militairen en leden van het burgerpersoneel die onderdanen van die staat zijn of die normaal gesproken in de ontvangststaat verblijven, belasting te laten betalen:

Artikel 17
1.

De autoriteiten van de zendstaat oefenen de strafrechtelijke en disciplinaire rechtsmacht uit die hun door de wetgeving van de zendstaat verleend wordt, met betrekking tot militairen en leden van het burgerpersoneel, voor zover het burgerpersoneel uit hoofde van het feit dat het wordt ingezet bij deze strijdkrachten onderworpen is aan het recht dat van toepassing is op alle strijdkrachten van de zendstaat of op een onderdeel daarvan.

2.

De autoriteiten van de ontvangststaat hebben rechtsmacht over de militairen en leden van het burgerpersoneel, alsmede over de van hen afhankelijke personen, met betrekking tot vergrijpen die op het grondgebied van de ontvangststaat zijn begaan en die strafbaar zijn volgens de wetten van die staat.

3.

De autoriteiten van de zendstaat hebben uitsluitend rechtsmacht over militairen en leden van het burgerpersoneel, voor zover het burgerpersoneel uit hoofde van het feit dat het wordt ingezet bij deze strijdkrachten onderworpen is aan het recht dat van toepassing is op alle strijdkrachten van de zendstaat of een onderdeel daarvan, met betrekking tot vergrijpen die volgens de zendstaat strafbaar zijn, met inbegrip van vergrijpen tegen de veiligheid van die staat, maar niet volgens het recht van de ontvangststaat.

4.

De autoriteiten van de ontvangststaat hebben rechtsmacht over militairen en burgerpersoneelsleden alsmede over de van hen afhankelijke personen, met betrekking tot vergrijpen die strafbaar zijn volgens het recht van de ontvangststaat, met inbegrip van vergrijpen tegen de veiligheid van die staat, maar niet volgens het recht van de zendstaat.

5.

In de zin van de leden 3, 4 en 6 van dit artikel worden onder vergrijpen tegen de veiligheid van de staat verstaan:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.