Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof

Type Verdrag
Publication 2008-08-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,

Overwegende dat het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, aangenomen op 17 juli 1998 door de Diplomatieke Conferentie van Gevolmachtigden van de Verenigde Naties, het Internationaal Strafhof heeft opgericht met de bevoegdheid zijn rechtsmacht uit te oefenen over personen met betrekking tot de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap met zorg vervullen;

Overwegende dat artikel 4 van het Statuut van Rome bepaalt dat het Internationaal Strafhof internationale rechtspersoonlijkheid bezit alsmede de handelingsbevoegdheid die benodigd is voor de uitoefening van zijn functies en de verwezenlijking van zijn doelstellingen;

Overwegende dat artikel 48 van het Statuut van Rome bepaalt dat het Internationaal Strafhof op het grondgebied van elke Staat die Partij is bij het Statuut van Rome de voorrechten en immuniteiten geniet die benodigd zijn voor de vervulling van zijn taken;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Juridische status en rechtspersoonlijkheid van het Hof

Het Hof bezit internationale rechtspersoonlijkheid en bezit de handelingsbevoegdheid die benodigd is voor de uitoefening van zijn functies en de vervulling van zijn taken. Het Hof heeft met name de bevoegdheid overeenkomsten te sluiten, roerende en onroerende zaken te verwerven en te vervreemden en in rechte op te treden.

Artikel 3. Algemene bepalingen inzake voorrechten en immuniteiten van het Hof

Het Hof geniet op het grondgebied van elke Staat die Partij is de voorrechten en immuniteiten die noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn taken.

Artikel 4. Onschendbaarheid van het terrein van het Hof

Het terrein van het Hof is onschendbaar.

Artikel 5. Vlag, embleem en onderscheidingstekens

Het Hof is bevoegd zijn vlag, embleem en onderscheidingstekens te tonen op zijn terrein en op voertuigen en andere vervoermiddelen die voor officiële doeleinden worden gebruikt.

Artikel 6. Immuniteit van het Hof, van zijn eigendommen, fondsen en bezittingen
1.

Het Hof en zijn eigendommen, fondsen en bezittingen, ongeacht waar deze zich bevinden of wie deze onder zich heeft, zijn vrijgesteld van elke vorm van rechtsvervolging, behoudens voorzover het Hof in een bijzonder geval uitdrukkelijk van zijn immuniteit afstand heeft gedaan, evenwel met dien verstande dat afstand van immuniteit zich nooit uitstrekt tot executiemaatregelen.

2.

De eigendommen, fondsen en bezittingen van het Hof, ongeacht waar deze zich bevinden of wie deze onder zich heeft, zijn vrijgesteld van onderzoek, beslaglegging, vordering, confiscatie, onteigening en iedere andere vorm van ingrijpen, ongeacht of het optreden van uitvoerende, administratieve, rechterlijke of wetgevende aard is.

3.

Voorzover nodig voor de uitoefening van de functies van het Hof zijn de eigendommen, fondsen en bezittingen van het Hof, ongeacht waar deze zich bevinden of wie deze onder zich heeft, vrijgesteld van beperkingen, voorschriften, controles en moratoria van welke aard dan ook.

Artikel 7. Onschendbaarheid van archieven en documenten

De archieven van het Hof, en alle papieren en documenten in welke vorm dan ook, alsmede naar of van het Hof gezonden materiaal, in het bezit van of toebehorend aan het Hof, ongeacht waar deze zich bevinden of wie deze onder zich heeft, zijn onschendbaar. De beëindiging of afwezigheid van deze onschendbaarheid doet geen afbreuk aan de beschermende maatregelen waartoe het Hof kan bevelen ingevolge het Statuut en het Reglement van proces- en bewijsvoering ten aanzien van aan het Hof beschikbaar gestelde of door het Hof gebruikte materialen en documenten.

Artikel 8. Vrijstelling van belastingen, douaneheffingen en invoer- of uitvoerbeperkingen
1.

Het Hof, zijn bezittingen, inkomsten en andere eigendommen en zijn activiteiten en transacties zijn vrijgesteld van alle directe belastingen, met inbegrip van, onder andere, inkomstenbelasting, vermogensbelasting en vennootschapsbelasting, alsmede directe belastingen geheven door lokale en provinciale autoriteiten. Het Hof zal zich evenwel niet beroepen op vrijstelling van belastingen die in feite niets anders zijn dan retributies voor algemene overheidsdiensten die worden geleverd tegen een vast bedrag overeenkomstig het aantal geleverde diensten en die nauwkeurig kunnen worden geïdentificeerd, omschreven en gespecificeerd.

2.

Het Hof wordt vrijgesteld van alle douanerechten en belastingen over de importomzet en van alle verboden en beperkingen inzake de invoer en uitvoer met betrekking tot de door het Hof voor officieel gebruik ingevoerde of uitgevoerde artikelen en met betrekking tot zijn publicaties.

3.

Goederen die onder een dergelijke vrijstelling worden ingevoerd of gekocht, worden niet verkocht of op andere wijze vervreemd op het grondgebied van een Staat die Partij is, behoudens onder de voorwaarden overeengekomen met de bevoegde autoriteiten van die Staat die Partij is.

Artikel 9. Terugbetaling van rechten en/of belastingen
1.

Het Hof eist in het algemeen geen vrijstelling van rechten en/of belastingen die zijn inbegrepen in de prijs van roerende en onroerende zaken en belastingen betaald voor geleverde diensten. Niettemin treffen de Staten die Partij zijn, wanneer het Hof voor officieel gebruik aanzienlijke aankopen van eigendommen en goederen of diensten doet waarover identificeerbare rechten of belastingen worden geheven of kunnen worden geheven, passende administratieve regelingen voor de vrijstelling van dergelijke heffingen of de terugbetaling van de betaalde rechten en/of belastingen.

2.

Goederen die onder een dergelijke vrijstelling worden gekocht of waarvoor een terugbetaling is ontvangen, mogen niet worden verkocht of op andere wijze worden vervreemd, tenzij zulks plaatsvindt in overeenstemming met de voorwaarden bepaald door de Staat die Partij is en die vrijstelling of terugbetaling verleent. Er wordt geen vrijstelling of terugbetaling verleend ten aanzien van retributies voor algemene overheidsdiensten.

Artikel 10. Fondsen en vrijstelling van wisselbeperkingen
1.

Zonder bij de uitvoering van zijn activiteiten te worden onderworpen aan financiële controles, regelingen of financiële moratoria van enigerlei aard,

2.

Bij de uitoefening van zijn rechten ingevolge het eerste lid houdt het Hof rekening met eventuele bezwaren van een Staat die Partij is, voorzover het van mening is hieraan gevolg te kunnen geven zonder zijn eigen belangen te schaden.

Artikel 11. Faciliteiten met betrekking tot communicatie
1.

Ten behoeve van zijn officiële communicatie en correspondentie geniet het Hof op het grondgebied van elke Staat die Partij is een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke door de betrokken Staat die Partij is wordt toegekend aan een intergouvernementele organisatie of diplomatieke missie terzake van prioriteiten, tarieven en belastingen die van toepassing zijn op post en uiteenlopende vormen van communicatie en correspondentie.

2.

De officiële communicatie en correspondentie van het Hof wordt niet gecensureerd.

3.

Het Hof is bevoegd alle geschikte communicatiemiddelen te gebruiken, met inbegrip van elektronische communicatiemiddelen, en heeft het recht ten behoeve van zijn officiële communicatie en correspondentie codes of versleutelde gegevens te gebruiken. De officiële communicatie en correspondentie van het Hof is onschendbaar.

4.

Het Hof heeft het recht correspondentie en andere materialen of berichten te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen, ten aanzien waarvan dezelfde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten gelden als voor diplomatieke koeriers en tassen.

5.

Het Hof heeft het recht radioapparatuur en andere telecommunicatieapparatuur te gebruiken op de frequenties die aan het Hof zijn toegewezen door de Staten die Partij zijn in overeenstemming met hun nationale procedures. De Staten die Partij zijn streven ernaar de door het Hof aangevraagde frequenties zoveel mogelijk toe te wijzen.

Artikel 12. Uitoefening van de functies van het Hof buiten de zetel

Indien het Hof het ingevolge artikel 3, derde lid, van het Statuut, wenselijk acht elders zitting te houden dan op de zetel te Den Haag in Nederland, kan het Hof met de betrokken Staat een regeling treffen terzake van de verschaffing van de nodige faciliteiten voor de uitoefening van zijn functies.

Artikel 13. Vertegenwoordigers van Staten die bijeenkomsten van de Vergadering en haar hulporganen bijwonen en vertegenwoordigers van intergouvernementele organisaties
1.

Vertegenwoordigers van Staten die Partij zijn bij het Statuut, die bijeenkomsten van de Vergadering en haar hulporganen bijwonen, vertegenwoordigers van andere Staten die de bijeenkomsten van de Vergadering en de hulporganen als waarnemers mogen bijwonen overeenkomstig artikel 112, eerste lid, van het Statuut, en vertegenwoordigers van Staten en van intergouvernementele organisaties die zijn uitgenodigd voor bijeenkomsten van de Vergadering en haar hulporganen, genieten de volgende voorrechten en immuniteiten bij de uitoefening van hun officiële functies en gedurende hun reis naar en van de plaats van bijeenkomst:

2.

Voor zover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden periodes, gedurende welke de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordigers die de bijeenkomsten van de Vergadering en haar hulporganen bijwonen voor de uitoefening van hun taken aanwezig zijn in een Staat die Partij is, niet aangemerkt als periodes van ingezetenschap.

3.

De bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing tussen een vertegenwoordiger en de autoriteiten van de Staat die Partij is waarvan hij of zij een onderdaan is, of van de Staat die Partij is of intergouvernementele organisatie van welke hij of zij een vertegenwoordiger is of is geweest.

Artikel 14. Vertegenwoordigers van Staten die deelnemen aan de procedures van het Hof

Vertegenwoordigers van Staten die deelnemen aan de procedures van het Hof genieten, tijdens de uitoefening van hun officiële functies, en gedurende hun reis naar en van de plaats waar de procedures plaatsvinden, de in artikel 13 bedoelde voorrechten en immuniteiten.

Artikel 15. Rechters, Aanklager, Substituut-Aanklagers en Griffier
1.

De rechters, de Aanklager, de Substituut-Aanklagers en de Griffier genieten bij de uitoefening van of met betrekking tot de werkzaamheden van het Hof dezelfde voorrechten en immuniteiten als aan hoofden van diplomatieke zendingen worden verleend, en zij blijven na afloop van hun ambtstermijn immuniteit genieten ten aanzien van elke juridische procedure met betrekking tot het door hen in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woord en door hen in hun officiële hoedanigheid verrichte handelingen.

2.

De rechters, de Aanklager, de Substituut-Aanklagers en de Griffier, alsmede de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, genieten alle faciliteiten voor het verlaten van het land waar zij zich bevinden en voor de binnenkomst in en het vertrek uit het land waar het Hof zitting houdt. Op hun reizen in verband met de uitoefening van hun functies genieten de rechters, de Aanklager, de Substituut-Aanklagers en de Griffier in alle Staten die Partij zijn en door welke zij moeten reizen, alle voorrechten, immuniteiten en faciliteiten die door Staten die Partij zijn in vergelijkbare omstandigheden worden verleend aan diplomatieke ambtenaren ingevolge het Verdrag van Wenen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.