Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds
Artikel 65
Vennootschappen die gezamenlijk door Albanese en communautaire vennootschappen of onderdanen worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van deze titel.
Artikel 66
De overeenkomstig de bepalingen van deze titel toegekende meestbegunstigingsbehandeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere fiscale regelingen.
Geen van de bepalingen van deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de vaststelling of tenuitvoerlegging door de partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvlucht of belastingontduiking overeenkomstig de belastingvoorschriften van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing en andere fiscale regelingen of de nationale fiscale wetgeving.
Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de lidstaten of Albanië om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, in het bijzonder met betrekking tot hun woonplaats.
Artikel 67
De partijen spannen zich waar mogelijk in om het opleggen van beperkende maatregelen te vermijden, waaronder maatregelen met betrekking tot de invoer om met de betalingsbalans verband houdende redenen. Indien dergelijke maatregelen worden genomen, verstrekt de partij die ze heeft genomen de andere partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing ervan.
Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer lidstaten of van Albanië ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Albanië, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de WTO-overeenkomst bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer, die van beperkte duur moeten zijn en niet verder mogen reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap of, in voorkomend geval, Albanië stelt de andere partij daarvan onverwijld in kennis.
De beperkende maatregelen mogen geen betrekking hebben op overmakingen in verband met investeringen, met name de repatriëring van geïnvesteerde of geherinvesteerde bedragen en van daaruit voortvloeiende inkomsten van ongeacht welke aard.
Artikel 68
De bepalingen van deze titel worden geleidelijk aangepast, met name in het licht van de eisen die in artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) worden gesteld.
Artikel 69
De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing door elke partij van alle maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat door haar getroffen maatregelen ten aanzien van de toegang van derde landen tot haar markt worden ontdoken via de bepalingen van deze overeenkomst.
TITEL VI. HARMONISATIE VAN WETGEVING, RECHTSHANDHAVING EN MEDEDINGINGSREGELS
Artikel 70
De partijen erkennen het belang van de aanpassing van de bestaande wetgeving van Albanië aan die van de Gemeenschap en van de doeltreffende toepassing daarvan. Albanië streeft ernaar zijn huidige en toekomstige wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met het acquis van de Gemeenschap. Albanië ziet erop toe dat de bestaande en toekomstige wetgeving naar behoren ten uitvoer wordt gelegd en nageleefd.
Deze aanpassing begint bij de inwerkingtreding van de overeenkomst en wordt in de loop van de overgangsperiode die is vastgesteld in artikel 6 geleidelijk uitgebreid tot alle in de overeenkomst genoemde onderdelen van het acquis van de Gemeenschap.
Gedurende de in artikel 6 vastgestelde eerste fase richt de aanpassing zich op fundamentele elementen van het acquis betreffende de interne markt, alsmede op andere belangrijke gebieden, zoals concurrentie, intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten, openbare aanbestedingen, normen en certificering, financiële diensten, land- en zeevervoer – met speciale nadruk op de veiligheid, milieunormen, en sociale aspecten – vennootschapsrecht, boekhouding, consumentenbescherming, gegevensbescherming, gezondheid en veiligheid op het werk en gelijke kansen. Gedurende de tweede fase richt Albanië zich op de resterende delen van het acquis.
De aanpassing vindt plaats op basis van een programma waarover de Commissie van de Europese Gemeenschappen en Albanië overeenstemming moeten bereiken.
Albanië stelt tevens, in overeenstemming met de Commissie van de Europese Gemeenschappen, de voorwaarden vast voor het toezicht op de tenuitvoerlegging van de aanpassing van de wetgeving en de te treffen rechtshandhavingsmaatregelen.
Artikel 71. Bepalingen betreffende de concurrentie en andere economische aspecten
Onverenigbaar met de goede werking van deze overeenkomst zijn, voorzover de handel tussen de Gemeenschap en Albanië daardoor ongunstig kan worden beïnvloed:
- i. alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
- ii. misbruik door een of meer ondernemingen van een machtspositie op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Albanië of op een wezenlijk deel daarvan;
- iii. alle steunmaatregelen van de staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde goederen vervalsen of dreigen te vervalsen.
Alle handelwijzen die met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld aan de hand van de criteria die voortvloeien uit de toepassing van de mededingingsregels die van toepassing zijn in de Gemeenschap, met name de artikelen 81, 82, 86 en 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de besluiten die ter interpretatie hiervan door de instellingen van de Gemeenschap zijn vastgesteld.
De partijen zien erop toe dat een overheidsinstantie die onafhankelijk kan optreden, de nodige bevoegdheden krijgt voor de volledige toepassing van lid 1, onder i) en ii), ten aanzien van particuliere en overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere rechten zijn verleend.
Binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt Albanië een overheidsinstantie in die onafhankelijk kan optreden en die de bevoegdheden krijgt die noodzakelijk zijn voor de volledige toepassing van lid 1, onder iii). Deze instantie beschikt onder meer over de bevoegdheid toestemming te verlenen voor steunregelingen van de overheid en individuele steunmaatregelen, overeenkomstig lid 2, alsmede de bevoegdheid terugbetaling van onwettig verleende overheidssteun te vorderen.
Elke partij draagt zorg voor transparantie ten aanzien van de overheidssteun, met name door de andere partij een jaarverslag of een gelijkwaardig rapport te doen toekomen, waarbij de methodologie en de presentatie worden gevolgd van het overzicht van de overheidssteun dat door de Gemeenschap wordt opgesteld. Op verzoek van een van de partijen verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.
Albanië stelt een volledig overzicht op van de steunregelingen die vóór de oprichting van de instantie bedoeld in lid 4 zijn ingesteld, en past deze steunregelingen binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan volgens de criteria bedoeld in lid 2.
Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, onder iii), komen de partijen overeen dat gedurende de eerste tien jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle door Albanië toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Albanië wordt beschouwd als een regio overeenkomend met de in artikel 87, lid 3, onder a, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap.
Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst verstrekt Albanië de Commissie van de Europese Gemeenschappen de BBP-cijfers per hoofd van de bevolking, geharmoniseerd op NUTS II-niveau. De in lid 4 bedoelde instantie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen zullen dan gezamenlijk evalueren welke regio’s van Albanië voor overheidssteun in aanmerking komen, alsmede hoeveel de maximale steun voor die regio’s mag bedragen, teneinde op basis van de desbetreffende communautaire richtsnoeren het regionale steunoverzicht op te stellen.
Met betrekking tot de producten vermeld in hoofdstuk II van titel IV:
- –. is het bepaalde in lid 1, onder iii), niet van toepassing;
- –. dienen alle praktijken die in strijd zijn met lid 1, onder i), te worden beoordeeld aan de hand van de criteria die door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 37 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en specifieke communautaire instrumenten die op deze basis zijn vastgesteld.
Indien een der partijen van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1, kan zij, na overleg in de Stabilisatie- en associatieraad, of 30 werkdagen na het verzoek om dergelijk overleg, passende maatregelen nemen.
Niets in dit artikel vormt een beletsel of een hindernis voor het nemen van antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen door de partijen overeenkomstig de desbetreffende artikelen van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, of hun interne wetgeving op dit gebied.
Artikel 72. Overheidsondernemingen
Uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Albanië op overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap toe, en dan met name artikel 86.
De speciale rechten van overheidsondernemingen tijdens de in artikel 6 omschreven overgangsperiode omvatten niet de mogelijkheid tot instelling van kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking op de invoer in Albanië van goederen van oorsprong uit de Gemeenschap.
Artikel 73. Intellectuele, industriële en commerciële eigendom
Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel en bijlage V bevestigen de partijen het belang dat zij hechten aan een adequate en efficiënte bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten.
Albanië treft alle noodzakelijke maatregelen om te garanderen dat uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de bescherming van de intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten op een niveau is dat overeenkomt met het niveau in de Gemeenschap, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten af te dwingen.
Albanië verbindt zich ertoe binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst toe te treden tot de in bijlage V, punt 1, bedoelde multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten. De Stabilisatie- en associatieraad kan besluiten Albanië te verplichten toe te treden tot specifieke multilaterale overeenkomsten op dit terrein.
Indien zich op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendom problemen voordoen die de handelsvoorwaarden ongunstig beïnvloeden, dan worden zij, op verzoek van een der partijen, onverwijld aan de Stabilisatie- en associatieraad voorgelegd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.
Artikel 74. Overheidsopdrachten
De partijen beschouwen het openstellen van de aanbesteding van overheidsopdrachten op basis van non-discriminatie en wederkerigheid, vooral in het kader van de WTO, als een na te streven doel.
Albanese vennootschappen krijgen, ongeacht of zij in de Gemeenschap zijn gevestigd, vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures in de Gemeenschap overeenkomstig de daarvoor in de Gemeenschap geldende regelingen en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de aan vennootschappen van de Gemeenschap verleende behandeling.
Zodra de regering van Albanië de wetgeving heeft goedgekeurd waarbij de communautaire regels op dit terrein worden ingevoerd, zullen bovenstaande bepalingen ook van toepassing zijn op contracten in de nutssector. De Gemeenschap onderzoekt op gezette tijden of Albanië deze wetgeving daadwerkelijk heeft ingevoerd.
Vennootschappen uit de Gemeenschap die niet in Albanië zijn gevestigd, krijgen uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures in Albanië overeenkomstig de Albanese wet inzake overheidsopdrachten, en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de aan Albanese vennootschappen verleende behandeling.
De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden de mogelijkheid voor Albanië om alle vennootschappen van de Gemeenschap toegang te verlenen tot aanbestedingsprocedures in Albanië.
Vennootschappen uit de Gemeenschap die overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van titel V in Albanië zijn gevestigd, krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures, en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan Albanese vennootschappen wordt verleend.
Op de vestiging, de activiteiten en de verlening van diensten tussen de Gemeenschap en Albanië, alsmede de werkgelegenheid en het verkeer van werknemers in verband met de uitvoering van overheidsopdrachten zijn de artikelen 46 tot en met 69 van toepassing.
Artikel 75. Normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling
Albanië neemt de nodige maatregelen om de wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met de technische regelgeving van de Gemeenschap en de Europese procedures voor normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling.
De partijen beginnen daartoe in een vroeg stadium met:
- –. het bevorderen van het gebruik van communautaire technische regelgeving en Europese normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
- –. het verlenen van bijstand bij het bevorderen van de ontwikkeling van een kwaliteitsinfrastructuur: normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling;
- –. het stimuleren van de betrokkenheid van Albanië bij de activiteiten van gespecialiseerde organisaties op het gebied van normen, conformiteitsbeoordeling, metrologie en dergelijke gebieden (met name CEN, CENELEC, ETSI, EA, WELMEC, EUROMET);
- –. waar mogelijk, de sluiting van Europese protocollen voor conformiteitsbeoordeling, zodra het Albanese wetgevingskader en de procedures voldoende zijn aangepast aan dat van de Gemeenschap en de nodige expertise beschikbaar is.
Artikel 76. Consumentenbescherming
De partijen werken samen om de normen voor de bescherming van de consument in Albanië aan te passen aan die in de Gemeenschap. Een effectieve consumentenbescherming is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van administratieve infrastructuren voor markttoezicht en wetshandhaving.
Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen stimuleren de partijen:
- –. een beleid van actieve bescherming van de consument, in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht;
- –. aanpassing van de wetgeving inzake de bescherming van de consument in Albanië aan die in de Gemeenschap;
- –. efficiënte wettelijke bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van verbruiksgoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden;
- –. toezicht op de naleving van de regels door bevoegde autoriteiten en toegang tot juridische procedures in geval van geschillen.
Artikel 77. Arbeidsomstandigheden en gelijke kansen
Albanië moet zijn wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden geleidelijk aanpassen aan die van de Gemeenschap, met name op de gebieden gezondheid en veiligheid op het werk en gelijke kansen.
TITEL VII. JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID
HOOFDSTUK I
Artikel 78. Institutionele versterking en de rechtsstaat
Bij de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken schenken de partijen bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij de rechtshandhaving en het justitiële apparaat in het bijzonder. De samenwerking is met name gericht op de versterking van de onafhankelijkheid van het justitiële apparaat en de verbetering van de doeltreffendheid daarvan, de verbetering van het functioneren van de politie en andere rechtshandhavingsinstanties, het voorzien in adequate opleiding en bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad.
Artikel 79. Bescherming van persoonsgegevens
Zodra deze overeenkomst in werking is getreden, past Albanië zijn wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens aan de Gemeenschapswetgeving en internationale wetgeving op het gebied van privacy aan. Albanië richt onafhankelijke toezichthoudende organen op die over voldoende financiële en personele middelen beschikken om efficiënt te kunnen toezien op de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. De partijen zullen samenwerken om dit doel te bereiken.
HOOFDSTUK II. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET VERKEER VAN PERSONEN
Artikel 80. Visa, grensbeheer, asiel en migratie
De partijen werken samen op het gebied van visa, grenscontrole, asiel en migratie en zetten een kader op voor deze samenwerking, ook op regionaal niveau, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met en optimaal geprofiteerd wordt van bestaande initiatieven op dit vlak.
De samenwerking op de in de eerste alinea genoemde gebieden is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie van de activiteiten van de partijen en omvat tevens technische en administratieve bijstand bij:
- –. de uitwisseling van informatie over wetgeving en praktijken;
- –. het opstellen van wetgeving;
- –. de verbetering van de efficiëntie van de instellingen;
- –. de opleiding van personeel;
- –. de beveiliging van reisdocumenten en de herkenning van valse documenten;
- –. grensbeheer.
De samenwerking is vooral gericht op:
- –. op het gebied van asiel: de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving die voldoet aan de normen van het Verdrag van Genève van 1951 en het Protocol van New York van 1967, zodat het beginsel van non-refoulement alsmede andere rechten van asielzoekers en vluchtelingen gerespecteerd worden;
- –. op het gebied van legale migratie: toelatingsregels en de rechten en de status van de toegelaten personen. Ten aanzien van migratie komen de partijen overeen onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven een billijke behandeling te geven, en een integratiebeleid te bevorderen dat deze onderdanen rechten en plichten geeft die vergelijkbaar zijn met die van hun staatsburgers.
Artikel 81. Preventie van en controle op illegale immigratie en overname
De partijen werken samen met oog op de preventie en controle van illegale immigratie. Daartoe spreken de partijen af dat Albanië en de lidstaten op verzoek en zonder verdere formaliteiten de volgende categorieën personen overnemen:
- –. hun onderdanen die illegaal op het grondgebied van de andere partij verblijven;
- –. onderdanen van derde landen en staatlozen die illegaal op het grondgebied van de andere partij verblijven en die Albanië zijn binnengekomen via een lidstaat of die een lidstaat zijn binnengekomen via Albanië.
De lidstaten van de Europese Unie en Albanië verstrekken hun onderdanen passende identiteitsdocumenten en verlenen hun toegang tot de administratieve faciliteiten die daartoe vereist zijn.
Specifieke procedures in verband met de overname van elkaars onderdanen, onderdanen van derde landen en staatlozen worden vastgesteld in het kader van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, die op 14 april 2005 is ondertekend.
Albanië belooft overnameovereenkomsten te sluiten met de andere landen van het stabilisatie- en associatieproces en alle noodzakelijke maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat alle in dit artikel genoemde overnameovereenkomsten flexibel en snel worden uitgevoerd.
De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden geleverd met het oog op de preventie en controle van illegale immigratie, met inbegrip van mensenhandel en illegale migratienetwerken.
HOOFDSTUK III. SAMENWERKING INZAKE DE BESTRIJDING VAN HET WITWASSEN VAN GELD, DE FINANCIERING VAN TERRORISME EN DRUGS EN TERRORISME
Artikel 82. Witwassen van geld en financiering van terrorisme
De partijen werken nauw samen om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder, alsmede voor de financiering van terrorisme.
De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de tenuitvoerlegging van voorschriften en het efficiënt functioneren van passende normen en mechanismen ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF).
Artikel 83. Samenwerking op het gebied van drugs
Binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van drugsvraagstukken. Het beleid en de activiteiten ter bestrijding van drugs zijn gericht op het terugdringen van het aanbod van, de handel in en de vraag naar illegale drugs, en een effectievere controle op precursoren.
De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. De activiteiten worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen principes in overeenstemming met het drugsbestrijdingsbeleid van de EU.
Artikel 84. Bestrijding van terrorisme
Overeenkomstig de internationale verdragen waarbij zij partij zijn en hun eigen wet- en regelgeving, komen de partijen overeen samen te werken aan de voorkoming en bestrijding van terroristische daden en de financiering daarvan, met name wat betreft grensoverschrijdende activiteiten:
- –. in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 (2001) van de VN-Veiligheidsraad inzake bedreigingen van de internationale vrede en veiligheid door terroristische daden, en andere relevante VN-resoluties, internationale verdragen en instrumenten;
- –. door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht;
- –. door ervaringen uit te wisselen over manieren om terrorisme te bestrijden, op technisch gebied en op het gebied van opleiding, en door ervaringen uit te wisselen over het voorkomen van terrorisme.
HOOFDSTUK IV. SAMENWERKING OP STRAFRECHTELIJK GEBIED
Artikel 85. Voorkoming en bestrijding van georganiseerde misdaad en andere illegale activiteiten
De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, zoals:
- –. mensensmokkel en mensenhandel;
- –. illegale economische activiteiten, met name valsemunterij, illegale transacties met producten als industrieel afval en radioactief materiaal, en transacties met illegale of namaakproducten;
- –. corruptie, zowel in de publieke als in de particuliere sector, met name in verband met niet-transparante administratieve praktijken;
- –. belastingfraude;
- –. illegale handel in drugs en psychotrope stoffen;
- –. smokkelarij;
- –. illegale wapenhandel;
- –. het vervalsen van documenten;
- –. illegale autohandel;
- –. computercriminaliteit.
Regionale samenwerking en de naleving van internationaal erkende normen op het gebied van de bestrijding van georganiseerde misdaad worden bevorderd.
TITEL VIII. SAMENWERKINGSBELEID
Artikel 86. Algemene bepalingen inzake samenwerkingsbeleid
De Gemeenschap en Albanië werken nauw samen om de ontwikkeling en het groeipotentieel van Albanië te bevorderen. Die samenwerking versterkt de bestaande economische banden op een zo breed mogelijke basis, ten voordele van beide partijen.
Het beleid en de andere maatregelen zijn gericht op de duurzame economische en sociale ontwikkeling van Albanië. Daarbij dient ervoor te worden gezorgd dat de milieuaspecten vanaf het begin volledig in het beleid worden geïntegreerd, en moet rekening worden gehouden met een harmonieuze sociale ontwikkeling.
Het samenwerkingsbeleid moet in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan maatregelen die de samenwerking tussen Albanië en zijn buurlanden, waaronder lidstaten, bevorderen en aldus bijdragen tot de regionale stabiliteit. De Stabilisatie- en associatieraad kan aangeven welk van de hierna omschreven samenwerkingsterreinen prioriteit heeft, alsmede binnen de verschillende terreinen prioriteiten aangeven.
Artikel 87. Economisch beleid en handelspolitiek
De Gemeenschap en Albanië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door middel van samenwerking die beoogt het inzicht in de basiselementen van hun respectieve economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid in een markteconomie te verbeteren.
Op verzoek van de Albanese autoriteiten kan de Gemeenschap Albanië bijstand verlenen ter ondersteuning van de inspanningen van Albanië om een functionerende markteconomie tot stand te brengen en zijn beleid geleidelijk aan te passen aan het op stabiliteit gerichte beleid in het kader van de Economische en Monetaire Unie.
De samenwerking is tevens gericht op de versterking van de rechtsstaat op zakelijk gebied door middel van een stabiel en niet-discriminerend wetgevingskader voor de handel.
Samenwerking op dit gebied omvat ook informele uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Europese Economische en Monetaire Unie.
Artikel 88. Statistische samenwerking
De samenwerking tussen de partijen is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het acquis van de Gemeenschap op het gebied van de statistiek. De statistische samenwerking is met name gericht op de ontwikkeling van een efficiënt en duurzaam statistisch stelsel dat in staat is de vergelijkbare, betrouwbare, objectieve en nauwkeurige gegevens te leveren die nodig zijn om het overgangs- en hervormingsproces in Albanië te plannen en te controleren. Ook moet de statistische samenwerking het bureau voor de statistiek van Albanië in staat stellen beter te voldoen aan de behoeften van nationale en internationale afnemers (overheid en particuliere sector). Het statistisch stelsel moet de fundamentele beginselen van de statistiek die door de Verenigde Naties zijn uitgevaardigd, de Europese praktijkcode voor statistieken en de bepalingen van de Europese statistiekwetgeving eerbiedigen en zich ontwikkelen in de richting van het acquis.
Artikel 89. Bank- en verzekeringswezen en andere financiële diensten
De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis voor bank- en verzekeringswezen en financiële diensten. De partijen werken samen om een passend kader tot stand te brengen en verder te ontwikkelen voor het stimuleren van het bank- en verzekeringswezen en de sector financiële diensten in Albanië.
Artikel 90. Samenwerking op het gebied van audit en financiële controle
De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van interne controle van de overheidsfinanciën (PIFC) en externe boekhoudkundige controle. De partijen werken met name samen aan de ontwikkeling van efficiënte systemen voor PIFC en externe boekhoudkundige controle in Albanië overeenkomstig internationaal erkende normen en methoden en de op Europees niveau overeengekomen beste praktijken.
Artikel 91. Stimulering en bescherming van investeringen
De samenwerking tussen de partijen, binnen de reikwijdte van hun respectieve bevoegdheden, op het gebied van de bevordering en bescherming van investeringen is erop gericht een gunstig klimaat te creëren voor binnenlandse en buitenlandse particuliere investeringen, die van essentieel belang zijn voor de economische en industriële revitalisering van Albanië.
Artikel 92. Industriële samenwerking
De samenwerking is hoofdzakelijk gericht op de bevordering van de modernisering en herstructurering van de Albanese industrie en afzonderlijke sectoren, alsmede op industriële samenwerking tussen ondernemingen, met het doel de particuliere sector zodanig te versterken dat de bescherming van het milieu wordt gewaarborgd.
Samenwerkingsinitiatieven op het gebied van de industrie dienen een afspiegeling te zijn van prioriteiten die door de partijen zijn vastgesteld. Daarbij wordt rekening gehouden met de regionale aspecten van industriële ontwikkeling en worden, zo nodig, transnationale partnerschappen gestimuleerd. De initiatieven dienen in het bijzonder te zijn gericht op het creëren van een passend kader voor het bedrijfsleven, beter management, stimulering van markten, transparantie van de markt en het ondernemingsklimaat.
In het kader van de samenwerking wordt ook op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op het gebied van industriebeleid.
Artikel 93. Midden- en kleinbedrijf
De samenwerking tussen de partijen is gericht op de ontwikkeling en versterking van het particuliere midden- en kleinbedrijf (MKB), waarbij rekening wordt gehouden met de prioritaire gebieden in verband met het communautair acquis op het gebied van het MKB en met de beginselen die zijn vastgelegd in het Europees Handvest voor kleine ondernemingen.
Artikel 94. Toerisme
De samenwerking tussen de partijen op het gebied van toerisme is voornamelijk gericht op de intensivering van de informatiestroom over toerisme (via internationale netwerken, databanken, enz.) en de overdracht van knowhow (door middel van opleiding, uitwisseling en seminars). In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis in verband met deze sector.
De samenwerking kan in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd.
Artikel 95. De landbouw en de agro-industriële sector
De samenwerking tussen de partijen is primair gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op landbouwgebied. De samenwerking is gericht op de modernisering en herstructurering van de Albanese landbouw en levensmiddelensector en op de ondersteuning van de geleidelijke aanpassing van de Albanese wetgeving en praktijk aan de communautaire regels en normen.
Artikel 96. Visserij
De partijen onderzoeken de mogelijkheid om in de visserijsector gebieden van wederzijds belang aan te wijzen waarop samenwerking voor elk van hen voordeel zou opleveren. In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op visserijgebied, waaronder de naleving van internationale verplichtingen betreffende regels van de internationale en de regionale visserijorganisaties inzake het beheer en de instandhouding van visbestanden.
Artikel 97. Douane
De samenwerking tussen de partijen op dit gebied is erop gericht de naleving te waarborgen van de op handelsgebied in te voeren bepalingen en het douanesysteem van Albanië aan te passen aan dat van de Gemeenschap, teneinde zo de weg vrij te maken voor de in het kader van deze overeenkomst geplande liberaliseringsmaatregelen en de geleidelijke aanpassing van de Albanese douanewetgeving aan het acquis.
In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op douanegebied.
In protocol 6 zijn de regels inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen partijen op het gebied van douane vastgesteld.
Artikel 98. Fiscale bepalingen
De door de partijen tot stand te brengen samenwerking op belastinggebied omvat maatregelen die gericht zijn op de verdere hervorming van het belastingstelsel en de herstructurering van de belastingdienst, teneinde de efficiëntie van de belastinginning te verbeteren en belastingfraude te bestrijden.
In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met de prioritaire gebieden met betrekking tot het communautair acquis op fiscaal gebied en de bestrijding van schadelijke belastingconcurrentie. In dit verband erkennen de partijen het belang van de verbetering van de transparantie en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten van de Europese Unie en Albanië, om de handhaving van maatregelen ter voorkoming van belastingontwijking of –ontduiking te vergemakkelijken. Bovendien consulteren de partijen elkaar met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, met het oog op de uitbanning van schadelijke belastingconcurrentie tussen de lidstaten van de Europese Unie en Albanië, teneinde te komen tot gelijke voorwaarden op het gebied van belastingheffing op ondernemingen.
Artikel 99. Samenwerking op sociaal gebied
De samenwerking tussen de partijen is gericht op de vergemakkelijking van de hervorming van het Albanese werkgelegenheidsbeleid in het kader van versterkte economische hervorming en integratie. De samenwerking is ook gericht op de ondersteuning van de aanpassing van het Albanese stelsel van sociale zekerheid aan de nieuwe economische en sociale vereisten, en betreft eveneens de aanpassing van de Albanese wetgeving inzake arbeidsvoorwaarden en gelijke kansen voor vrouwen, alsmede de verbetering van het beschermingsniveau voor de gezondheid en veiligheid van werknemers, waarbij het bestaande beschermingsniveau in de Gemeenschap maatstaf is.
In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.
Artikel 100. Onderwijs en opleiding
De partijen werken samen om het peil van het algemene onderwijs en van beroepsonderwijs en –opleiding, alsmede van het jongerenbeleid en jongerenwerk in Albanië te verhogen. De verwezenlijking van de doelstellingen van de Verklaring van Bologna is een prioriteit voor het hoger onderwijs.
De partijen streven er ook naar dat iedereen in Albanië gelijke toegang heeft tot alle onderwijsniveaus, zonder onderscheid naar sekse, huidskleur, etnische oorsprong of religie.
De relevante communautaire programma’s en instrumenten dragen bij tot de verbetering van de onderwijs- en opleidingsstructuren en -activiteiten in Albanië.
In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.
Artikel 101. Samenwerking op cultureel gebied
De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op cultureel gebied te bevorderen. Deze samenwerking beoogt onder meer het wederzijds begrip en het wederzijds respect voor personen, gemeenschappen en volkeren te doen toenemen. De partijen verbinden zich er eveneens toe om samen te werken om de culturele diversiteit te bevorderen, met name in het kader van het UNESCO-verdrag inzake de bescherming en bevordering van de diversiteit van culturele uitingen.
Artikel 102. Samenwerking op audiovisueel gebied
De partijen werken samen ter bevordering van de audiovisuele industrie in Europa en stimuleren coproducties voor film en televisie.
De samenwerking kan programma’s en faciliteiten omvatten voor de opleiding van journalisten en andere mensen die werkzaam zijn in de media, alsmede technische bijstand voor publieke en particuliere media, zodat hun onafhankelijkheid, hun professionaliteit en hun contacten met Europese media worden versterkt.
Albanië stemt zijn beleid inzake de regulering van de inhoudelijke aspecten van grensoverschrijdende televisie af op dat van de Gemeenschap en past zijn wetgeving aan het communautair acquis aan. Albanië besteedt daarbij bijzondere aandacht aan vraagstukken in verband met de verwerving van intellectuele-eigendomsrechten voor satelliet- of kabeluitzendingen en uitzendingen via terrestrische frequenties.
Artikel 103. Informatiemaatschappij
De samenwerking tussen de partijen is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van de informatiemaatschappij. In het kader van de samenwerking wordt voornamelijk steun verleend voor de geleidelijke aanpassing van het beleid en de wetgeving van Albanië in deze sector aan het beleid en de wetgeving van de Gemeenschap.
De partijen werken tevens samen met het oog op de verdere ontwikkeling van de informatiemaatschappij in Albanië. Algemene doelstellingen zijn de voorbereiding van de maatschappij als geheel op het digitale tijdperk, het aantrekken van investeringen en het zorgen voor de interoperabiliteit van netwerken en diensten.
Artikel 104. Netwerken en diensten voor elektronische communicatie
De samenwerking is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op dit gebied.
De partijen moeten met name de samenwerking op het gebied van elektronische-communicatienetwerken en aanverwante diensten versterken, waarbij het uiteindelijke doel is dat Albanië het communautaire acquis op deze gebieden één jaar na inwerkingtreding van deze overeenkomst overneemt.
Artikel 105. Informatie en communicatie
De Gemeenschap en Albanië nemen de nodige maatregelen om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit krijgen programma’s die het bredere publiek basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken en de professionele kringen in Albanië voorzien van meer gespecialiseerde informatie.
Artikel 106. Vervoer
De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van vervoer.
De samenwerking kan met name worden gericht op de herstructurering en modernisering van de Albanese vervoerssystemen, de verbetering van het vrij verkeer van reizigers en goederen, de verbetering van de toegang tot de vervoersmarkt en -voorzieningen, met inbegrip van havens en luchthavens, de ondersteuning van de ontwikkeling van multimodale infrastructuurvoorzieningen in verband met de voornaamste trans-Europese netwerken, met name ter versterking van regionale verbindingen, de opstelling van exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die in de Gemeenschap en de ontwikkeling in Albanië van een vervoerssysteem dat compatibel is met dat in de Gemeenschap en daarop aansluit, alsmede een betere bescherming van het milieu in de context van het vervoer.
Artikel 107. Energie
De samenwerking is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van energie, eventueel met inbegrip van aspecten van nucleaire veiligheid. De samenwerking is gebaseerd op de beginselen van de markteconomie en het ondertekende regionale Verdrag tot oprichting van de energiegemeenschap en gericht op de geleidelijke integratie van Albanië in de Europese energiemarkten.
Artikel 108. Milieu
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking bij de essentiële taak om de achteruitgang van het milieu te bestrijden om de ecologische duurzaamheid te bevorderen.
De samenwerking is voornamelijk gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op milieugebied.
Artikel 109. Samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling
De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling, met wederzijds voordeel als uitgangspunt en rekening houdende met de beschikbaarheid van hulpmiddelen en adequate toegang tot elkaars programma’s, waarbij erop wordt toegezien dat intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten goed worden beschermd.
In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling.
De samenwerking wordt tot stand gebracht volgens specifieke regelingen waarover moet worden onderhandeld en die overeenkomstig door elke partij goed te keuren procedures worden gesloten.
Artikel 110. Regionale en plaatselijke ontwikkeling
De partijen zetten zich in voor de versterking van de regionale en plaatselijke ontwikkelingssamenwerking, teneinde bij te dragen tot de economische ontwikkeling en de vermindering van regionale verschillen. Specifieke aandacht wordt geschonken aan grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking.
In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van regionale ontwikkeling.
Artikel 111. Openbaar bestuur
De samenwerking is erop gericht dat de ontwikkeling van efficiënt en verantwoordelijk openbaar bestuur in Albanië wordt gegarandeerd, zodat met name ondersteuning wordt verleend aan de invoering van de rechtsstaat, het juist functioneren van de staatsinstellingen ten behoeve van de Albanese bevolking in het algemeen en de vlotte ontwikkeling van de verhoudingen tussen de Europese Unie en Albanië.
De samenwerking is voornamelijk gericht op institutionele opbouw, waaronder de ontwikkeling en uitvoering van transparante en eerlijke wervings- en selectieprocedures, personeelsbeheer en loopbaanontwikkeling voor ambtenaren, permanente educatie, de bevordering van ethisch openbaar bestuur, en e-overheid. De samenwerking heeft betrekking op zowel de centrale als de plaatselijke overheden.
TITEL IX. FINANCIËLE SAMENWERKING
Artikel 112
Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 3, 113 en 115 komt Albanië in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm van subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank. De steun van de Gemeenschap blijft gebonden aan de naleving van de beginselen en de voorwaarden die zijn vastgesteld in de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 29 april 1997, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten van het jaarlijks onderzoek van de landen van het stabilisatie- en associatieproces, en van andere conclusies van de Raad, met name ten aanzien van de naleving van het aanpassingsprogramma. De steun aan Albanië wordt afgestemd op de geconstateerde behoeften, de geselecteerde prioriteiten, het vermogen tot opneming en terugbetaling en de maatregelen die worden getroffen om de economie te hervormen en te herstructureren.
Artikel 113
De financiële bijstand in de vorm van subsidies wordt gedekt door operationele maatregelen die bij een verordening van de Raad worden ingesteld, binnen een indicatief meerjarenkader dat door de Gemeenschap na overleg met Albanië wordt opgesteld. De financiële bijstand kan betrekking hebben op alle samenwerkingsterreinen, waarbij met name aandacht wordt besteed aan justitie, vrijheid en veiligheid, aan harmonisatie van wetgeving en aan economische ontwikkeling.
Artikel 114
In het geval van bijzondere noodzaak kan de Gemeenschap op verzoek van Albanië, in overleg met de internationale financiële instellingen, onderzoeken of bij wijze van uitzondering macrofinanciële bijstand kan worden verleend, op bepaalde voorwaarden en met inachtneming van de beschikbaarheid van alle financiële middelen. Deze bijstand wordt dan vrijgegeven op bepaalde voorwaarden, die in het kader van een door Albanië en het IMF overeen te komen programma worden vastgesteld.
Artikel 115
Met het oog op optimale benutting van de beschikbare middelen zien de partijen erop toe dat de bijdragen van de Gemeenschap worden verstrekt in nauwe coördinatie met andere financieringsbronnen, zoals lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen.
Daartoe wisselen de partijen regelmatig informatie uit over alle bronnen van bijstand.
TITEL X. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 116
Er wordt een Stabilisatie- en associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De Stabilisatie- en associatieraad komt op passend niveau bijeen met regelmatige tussenpozen en wanneer de omstandigheden dat vereisen, en behandelt dan alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
Artikel 117
De Stabilisatie- en associatieraad bestaat uit enerzijds leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, en anderzijds leden van de regering van Albanië.
De Stabilisatie- en associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.
De leden van de Stabilisatie- en associatieraad mogen zich laten vertegenwoordigen overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te leggen voorwaarden.
De Stabilisatie- en associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap en een vertegenwoordiger van Albanië, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te leggen bepalingen.
De Europese Investeringsbank neemt, voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen, als waarnemer deel aan de werkzaamheden van de Stabilisatie- en associatieraad.
Artikel 118
Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, krijgt de Stabilisatie- en associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. De besluiten van de Stabilisatie- en associatieraad zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Stabilisatie- en associatieraad mag ook passende aanbevelingen doen. De besluiten en aanbevelingen van de raad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.
Artikel 119
De partijen leggen geschillen die verband houden met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst voor aan de Stabilisatie- en associatieraad. De Stabilisatie- en associatieraad kan een dergelijk geschil door middel van een bindend besluit beslechten.
Artikel 120
De Stabilisatie- en associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Stabilisatie- en associatiecomité, bestaande uit enerzijds vertegenwoordigers van de Raad van de Europese Unie en van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, en anderzijds vertegenwoordigers van Albanië.
In zijn reglement van orde bepaalt de Stabilisatie- en associatieraad de taken van het Stabilisatie- en associatiecomité, waaronder de voorbereiding van de vergaderingen van de Stabilisatie- en associatieraad, en stelt hij de werkwijze van dit comité vast.
De Stabilisatie- en associatieraad mag bevoegdheden aan het Stabilisatie- en associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Stabilisatie- en associatiecomité zijn besluiten volgens de voorwaarden van artikel 118.
De Stabilisatie- en associatieraad kan tot de oprichting besluiten van andere speciale comités of lichamen die hem bij de uitvoering van zijn taken kunnen bijstaan. In zijn reglement van orde legt de Stabilisatie- en associatieraad de samenstelling van deze comités of lichamen vast en bepaalt hij hun taken en werkwijze.
Artikel 121
Het Stabilisatie- en associatiecomité kan subcomités oprichten.
Voor het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zet het Stabilisatie- en associatiecomité de nodige subcomités op voor de adequate uitvoering van de overeenkomst. Wanneer het Stabilisatie- en associatiecomité besluit subcomités op te zetten en hun taakomschrijving vast te stellen, houdt het terdege rekening met het belang van de juiste afhandeling van met migratie samenhangende problemen, met name ten aanzien van de uitvoering van de artikelen 80 en 81 van deze overeenkomst en het toezicht op het EU-actieplan voor Albanië en de omliggende regio.
Artikel 122
Er wordt een Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité opgericht. Dit dient als forum waar leden van het Albanese parlement en het Europees Parlement elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Dat comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.
Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité bestaat uit enerzijds leden van het Europees Parlement en anderzijds leden van het Albanese parlement.
Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.
Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door het Europees Parlement en het Albanese parlement, overeenkomstig de in het reglement van orde neer te leggen bepalingen.
Artikel 123
Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst beijvert elk van beide partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.
Artikel 124
Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:
- a. die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;
- b. die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist is voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
- c. die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.
Artikel 125
Op de door de overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen mogen:
- –. de regelingen die Albanië ten opzichte van de Gemeenschap toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen;
- –. de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Albanië toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van Albanese onderdanen of vennootschappen.
Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in een identieke situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.
Artikel 126
De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in de overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.
Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Stabilisatie- en associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij de keuze van de maatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die het functioneren van de overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Stabilisatie- en associatieraad gebracht en worden op verzoek van de andere partij in de Stabilisatie- en associatieraad besproken.
Artikel 127
De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.
De bepalingen van dit artikel hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 31, 37, 38, 39 en 43.
Artikel 128
Zolang onder deze overeenkomst geen gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemers, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Albanië, anderzijds.
Artikel 129
De bijlagen I tot en met V en de protocollen 1, 2, 3, 4, 5 en 6 vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.
De op 22 november 2004 ondertekende Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Albanië aan communautaire programma’s, en de bijlage daarbij vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst. De in artikel 8 van die kaderovereenkomst bedoelde evaluatie wordt door de Stabilisatie- en associatieraad uitgevoerd; de raad heeft de bevoegdheid de kaderovereenkomst zo nodig te wijzigen.
Artikel 130
Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij van deze opzegging in kennis te stellen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van die kennisgeving.
Artikel 131
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Albanië, anderzijds.
Artikel 132
Deze overeenkomst is enerzijds van toepassing op het grondgebied waarop de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en anderzijds op het grondgebied van Albanië.
Artikel 133
De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.
Artikel 134
Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in alle officiële talen van de partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Artikel 135
Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures geratificeerd of goedgekeurd. De akten van ratificatie of goedkeuring worden neergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste akte van ratificatie of van goedkeuring is neergelegd.
Artikel 136. Interimovereenkomst
De partijen komen overeen dat, indien in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van sommige gedeelten van deze overeenkomst, met name die inzake het vrije verkeer van goederen, alsmede de relevante bepalingen inzake vervoer, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Albanië ten uitvoer worden gelegd, voor de toepassing van titel IV, van de artikelen 40, 71, 72, 73 en 74 van deze overeenkomst en van de protocollen 1, 2, 3, 4 en 6 alsmede de relevante bepalingen van protocol 5, onder de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt verstaan de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst, voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen en protocollen zijn opgenomen.
Artikel 137
Bij inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake handel en commerciële en economische samenwerking, die op 11 mei 1992 te Brussel werd ondertekend. Door de uitvoering van die overeenkomst tot stand gekomen rechten, verplichtingen of rechtsposities van de partijen worden hierdoor niet aangetast.
Artikel 1
Dit protocol is van toepassing op de producten die zijn vermeld in de hoofdstukken 72 en 73 van de gecombineerde nomenclatuur. Het is eveneens van toepassing op andere onder deze hoofdstukken vallende eindproducten van ijzer en staal die in de toekomst uit Albanië van oorsprong kunnen zijn.
Artikel 2
Douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op ijzer- en staalproducten van oorsprong uit Albanië worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.
Artikel 3
Bij de inwerkingtreding van de overeenkomst worden douanerechten die in Albanië van toepassing zijn op ijzer- en staalproducten van oorsprong uit de Gemeenschap waarnaar wordt verwezen in artikel 19 van de overeenkomst en die zijn opgenomen in bijlage I bij deze overeenkomst geleidelijk verlaagd volgens het in die bijlage vastgestelde tijdschema.
Bij de inwerkingtreding van de overeenkomst worden douanerechten die in Albanië van toepassing zijn op alle andere ijzer- en staalproducten van oorsprong uit de Gemeenschap afgeschaft.
Artikel 4
De kwantitatieve beperkingen op de invoer in de Gemeenschap van ijzer- en staalproducten van oorsprong uit Albanië en maatregelen van gelijke werking worden op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst opgeheven.
De kwantitatieve beperkingen op de invoer in Albanië van ijzer- en staalproducten van oorsprong uit de Gemeenschap en maatregelen van gelijke werking worden op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst opgeheven.
Artikel 5
In verband met artikel 71 van de overeenkomst erkennen de partijen dat het noodzakelijk en urgent is dat elke partij terstond maatregelen neemt om eventuele structurele zwakheden van haar ijzer- en staalsector te verhelpen ter waarborging van het algemene concurrentievermogen van haar industrie. Albanië stelt daarom binnen drie jaar een herstructurerings- en omschakelingsprogramma voor haar ijzer- en staalindustrie op om ervoor te zorgen dat deze industrie op normale marktvoorwaarden kan voortbestaan. De Gemeenschap zal Albanië op verzoek technische bijstand verlenen om dit doel te bereiken.
In verband met artikel 71 van de overeenkomst worden voorts alle praktijken die strijdig zijn met dit artikel beoordeeld op grond van specifieke criteria die voortvloeien uit de toepassing van de wetgeving van de Gemeenschap inzake overheidssteun, met inbegrip van de afgeleide wetgeving, en van bijzondere voorschriften inzake het toezicht op overheidssteun die na het vervallen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op de ijzer- en staalsector van toepassing zijn.
Voor de toepassing van lid 1, onder iii), van artikel 71 van de overeenkomst op ijzer- en staalproducten, erkent de Gemeenschap dat Albanië gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst bij wijze van uitzondering overheidssteun voor herstructureringsdoeleinden mag verlenen, mits:
- –. de steun ertoe leidt dat de begunstigde ondernemingen aan het einde van de herstructureringsperiode op normale marktvoorwaarden kunnen voortbestaan;
- –. het bedrag en de intensiteit van de steun strikt beperkt zijn tot hetgeen voor het herstel van een normaal voortbestaan absoluut noodzakelijk is, en dat deze geleidelijk worden verminderd; en
- –. het herstructureringsprogramma gekoppeld is aan algemene rationaliseringsmaatregelen en compenserende maatregelen om het mededingingsverstorende effect van de door Albanië verleende steun te compenseren.
Elke partij ziet toe op volledige transparantie bij de tenuitvoerlegging van het noodzakelijke herstructurerings- en omschakelingsprogramma door de andere partij voortdurend volledig in te lichten, waarbij met name gegevens worden medegedeeld over het herstructureringsplan en de bedragen, de intensiteit en het doel van de overheidssteun die op grond van de leden 2 en 3 wordt verleend.
De Stabilisatie- en Associatieraad houdt toezicht op de naleving van de leden 1 tot en met 4.
Indien een partij van oordeel is dat een praktijk van de andere partij met dit artikel in strijd is, en indien die praktijk nadelig is of dreigt te zijn voor de belangen van de eerste partij of indien de binnenlandse industrie van die partij aanmerkelijke schade ondervindt of dreigt te ondervinden, kan deze partij de nodige maatregelen nemen na raadpleging van de in artikel 7 genoemde contactgroep of dertig werkdagen nadat om deze raadpleging is verzocht.
Artikel 6
De artikelen 20, 21 en 22 van de overeenkomst zijn van toepassing op de handel in ijzer- en staalproducten tussen de partijen.
Artikel 7
De partijen komen overeen dat overeenkomstig artikel 120, lid 4, van de overeenkomst een contactgroep zal worden opgericht, die als taak heeft de tenuitvoerlegging van dit protocol te volgen en te evalueren.
Artikel 1
De Gemeenschap en Albanië passen op verwerkte landbouwproducten de in respectievelijk bijlage I en de bijlagen II(a), II(b), II(c) en II(d) vermelde rechten toe in overeenstemming met de daarin vermelde voorwaarden, ongeacht of er sprake is van beperkingen door middel van tariefcontingenten.
De Stabilisatie- en associatieraad beslist inzake:
- –. uitbreiding van de lijst van de onder dit protocol vallende verwerkte landbouwproducten;
- –. wijziging van de in bijlage I en de bijlagen II(b), II(c) en II(d) vermelde rechten;
- –. verhoging of afschaffing van de tariefcontingenten.
Artikel 2
De overeenkomstig artikel 1 toegepaste rechten kunnen bij besluit van de Stabilisatie- en associatieraad worden verlaagd:
- –. wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Albanië de op de basisproducten toegepaste rechten worden verlaagd, of
- –. naar aanleiding van verlagingen die het gevolg zijn van wederzijdse concessies voor verwerkte landbouwproducten.
De onder het eerste streepje bedoelde verlagingen worden berekend op het deel van het recht, aangemerkt als landbouwelement, dat overeenstemt met de landbouwproducten die daadwerkelijk bij de vervaardiging van de bedoelde verwerkte landbouwproducten zijn gebruikt en in mindering zijn gebracht op de voor die basislandbouwproducten geldende rechten.
Artikel 3
De Gemeenschap en Albanië stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten. Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en soepel mogelijk te zijn.
Artikel 1
Het Protocol omvat de volgende onderdelen:
-
- een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië betreffende wederzijdse preferentiële handelsconcessies voor bepaalde wijnen (bijlage I bij dit protocol);
-
- een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië betreffende de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van benamingen van wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen (bijlage II bij dit protocol).
Artikel 2
Deze overeenkomsten zijn van toepassing voor wijnen die vallen onder code 22.04, gedistilleerde dranken die vallen onder code 22.08 en gearomatiseerde wijnen die vallen onder code 22.05 van het op 14 juni1983 in Brussel ondertekende Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codificering van goederen.
Deze overeenkomsten hebben betrekking op de volgende producten:
-
- wijnen van verse druiven
- a. van oorsprong uit de Gemeenschap, die zijn geproduceerd overeenkomstig de regels inzake oenologische procédés en behandelingen, zoals bedoeld in Titel V van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, zoals gewijzigd, en Verordening (EG) nr. 1622/2000 van de Commissie van 24 juli 2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, en tot instelling van een communautaire regeling inzake oenologische procédés en behandelingen, zoals gewijzigd;
- b. van oorsprong uit Albanië, die zijn geproduceerd overeenkomstig de regels inzake oenologische procédés en behandelingen, zoals geformuleerd in de Albanese wetgeving. Deze oenologische regels moeten in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving;
-
- gedistilleerde dranken zoals gedefinieerd:
- a. voor de Gemeenschap in Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad van 29 mei 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken, zoals gewijzigd, en Verordening (EEG) nr. 1014/90 van de Commissie van 24 april 1990 houdende uitvoeringsbepalingen voor de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken, zoals gewijzigd;
- b. voor Albanië in het tweede ministerieel decreet van 6 januari 2003 ter goedkeuring van de verordening inzake de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken, op basis van wet nr. 8443 van 21 januari 1999 inzake de wijnbouw, wijn en nevenproducten op basis van druiven;
-
- gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten, hierna „gearomatiseerde wijnen” genoemd, zoals gedefinieerd:
- a. voor de Gemeenschap in Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad van 10 juni 1991 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten, zoals gewijzigd;
- b. voor Albanië in wet nr. 8443 van 21 januari 1999 inzake de wijnbouw, wijn en nevenproducten op basis van druiven.
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
- a. „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage en speciale behandelingen;
- b. „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen en dergelijke die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
- c. „product”: het verkregen product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
- d. „goederen”: zowel materialen als producten;
- e. „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald volgens de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);
- f. „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Albanië in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, mits in die prijs de waarde van alle gebruikte materialen is inbegrepen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
- g. „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in Albanië is betaald;
- h. „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
- i. „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen van oorsprong uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste verifieerbare prijs die in de Gemeenschap of in Albanië voor deze materialen werd betaald;
- j. „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfer-codes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;
- k. „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
- l. „zending”: producten die gelijktijdig door een exporteur naar dezelfde geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;
- m). „gebieden”: ook de territoriale wateren.
TITEL II. DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”
Artikel 2. Algemene voorwaarden
Voor de toepassing van de overeenkomst worden de volgende producten beschouwd van oorsprong te zijn uit de Gemeenschap:
- a). geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5;
- b). in de Gemeenschap verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6.
Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit Albanië:
- a). geheel en al in Albanië verkregen producten in de zin van artikel 5;
- b). in Albanië verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Albanië een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6.
Artikel 3. Cumulatie in de Gemeenschap
Onverminderd artikel 2, lid 1, worden producten als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien zij aldaar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Albanië, de Gemeenschap of een land of gebied dat deelneemt in het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie2)Zoals bepaald in de conclusies van de Raad Algemene Zaken in april 1997 en in de mededeling van de Commissie van mei 1999 over het stabilisatie- en associatieproces in de landen van Zuidoost-Europa. of van materialen van oorsprong uit Turkije waarop Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 19953)Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 1995 geldt voor producten andere dan landbouwproducten zoals omschreven in de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije en andere dan kolen- en staalproducten zoals omschreven in de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Republiek Turkije betreffende de handel in producten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing is. van toepassing is, mits deze materialen in de Gemeenschap bewerkingen hebben ondergaan die ingrijpender zijn dan die bedoeld in artikel 7. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
Indien de in de Gemeenschap verrichte be- of verwerkingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of verwerkingen, wordt het verkregen product enkel als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere in lid 1 bedoelde landen en gebieden. Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land dat de hoogste waarde vertegenwoordigt van de bij de vervaardiging in de Gemeenschap gebruikte materialen van oorsprong.
De producten van oorsprong uit een van de in lid 1 genoemde landen en gebieden die in de Gemeenschap geen enkele be- of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen en gebieden worden uitgevoerd.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet, kan slechts worden toegepast indien:
- a). tussen de landen en gebieden die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) van toepassing is;
- b). materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door de toepassing van oorsprongsregels die identiek zijn met die in dit protocol; en
- c). in het Publicatieblad van de Europese Unie(C-reeks) en in Albanië volgens de eigen procedures van dat land berichten zijn gepubliceerd waarin wordt aangegeven dat aan de eisen voor de toepassing van cumulatie is voldaan. De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.
De Gemeenschap zal Albanië door tussenkomst van de Commissie van de Europese Gemeenschappen nadere bijzonderheden verstrekken over de overeenkomsten en de daarin opgenomen oorsprongsregels die met de andere in lid 1 genoemde landen en gebieden worden toegepast. De cumulatie geldt niet voor de in bijlage V vermelde producten.
Artikel 4. Cumulatie in Albanië
Onverminderd artikel 2, lid 2, worden producten als van oorsprong uit Albanië beschouwd indien zij aldaar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit de Gemeenschap, Albanië of een land of gebied dat deelneemt in het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie4)Zoals bepaald in de conclusies van de Raad Algemene Zaken in april 1997 en in de mededeling van de Commissie van mei 1999 over het stabilisatie- en associatieproces in de landen van Zuidoost-Europa. of van materialen van oorsprong uit Turkije waarop Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 19955)Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 1995 geldt voor producten andere dan landbouwproducten zoals omschreven in de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije en andere dan kolen- en staalproducten zoals omschreven in de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Republiek Turkije betreffende de handel in producten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing is. van toepassing is, mits deze materialen in de Gemeenschap bewerkingen hebben ondergaan die ingrijpender zijn dan die bedoeld in artikel 7. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)