Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme

Type Verdrag
Publication 2015-10-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De lidstaten van de Raad van Europa en de andere Staten die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;

Overtuigd van de noodzaak een gezamenlijk strafrechtelijk beleid te voeren dat is gericht op de bescherming van de maatschappij;

Overwegende dat de bestrijding van de zware criminaliteit, die in toenemende mate een internationaal probleem wordt, het gebruik van moderne en doeltreffende methoden vergt op internationaal niveau;

In de mening dat een van die methoden behelst de daders de opbrengsten van misdrijven alsmede hulpmiddelen om strafbare feiten te plegen, af te nemen;

Overwegende dat voor de verwezenlijking van dat doel tevens een goed functionerend systeem van internationale samenwerking moet worden opgezet;

Indachtig het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven (ETS nr. 141, hierna te noemen „het Verdrag van 1990’’);

Tevens in herinnering roepend Resolutie nr. 1373 (2001) betreffende gevaren voor de internationale vrede en veiligheid ten gevolge van terroristische handelingen, op 28 september 2001 aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, en daarvan in het bijzonder artikel 3, onderdeel d;

In herinnering roepend het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme, op 9 december 1999 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, en in het bijzonder de artikelen 2 en 4, waarin de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag verplicht worden het financieren van terrorisme strafbaar te stellen;

Overtuigd van de noodzaak onverwijld maatregelen te nemen teneinde het bovengenoemde Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme te bekrachtigen en ten volle uit te voeren;

Zijn het volgende overeengekomen:

Hoofdstuk I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. FINANCIERING VAN TERRORISME

Artikel 2. Toepassing van het Verdrag op de financiering van terrorisme
1.

Elke Partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om haar in staat te stellen de bepalingen vervat in de hoofdstukken III, IV en V van dit Verdrag te kunnen toepassen op de financiering van terrorisme.

2.

Elke Partij vergewist zich er in het bijzonder van dat zij in staat is voorwerpen van legale of illegale herkomst te zoeken, op te sporen, te identificeren, in beslag te nemen en te confisqueren, die op enige wijze, geheel of ten dele, zijn gebruikt of bestemd voor de financiering van terrorisme, of de opbrengsten van dit strafbare feit, en in de ruimst mogelijke mate daartoe rechtshulp te verlenen.

Hoofdstuk III. MAATREGELEN TE NEMEN OP NATIONAAL NIVEAU

AFDELING 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 3. Maatregelen tot confiscatie
1.

Elke Partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om haar in staat te stellen hulpmiddelen en opbrengsten, of voorwerpen waarvan de waarde overeenkomt met die opbrengsten en de witgewassen voorwerpen te confisqueren.

2.

Mits het eerste lid van dit artikel van toepassing is op het witwassen van geld en de categorieën van strafbare feiten in de appendix bij het Verdrag, kan elke Partij, op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, verklaren dat het eerste lid van dit artikel

3.

De Partijen kunnen voorzien in verplichte confiscatie ter zake van strafbare feiten waarop het stelsel van confiscatie van toepassing is. De Partijen kunnen onder deze bepaling in het bijzonder de strafbare feiten witwassen van geld, handel in verdovende middelen, mensenhandel en andere ernstige misdrijven begrijpen.

4.

Elke Partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om haar in staat te stellen om te verlangen dat daders ter zake van een ernstig misdrijf of misdrijven als omschreven in het nationale recht, de herkomst van de vermeende opbrengsten of andere voorwerpen die vatbaar zijn voor confiscatie aantonen voorzover een dergelijk vereiste verenigbaar is met de beginselen van haar nationale recht.

Artikel 4. Onderzoeksmaatregelen en voorlopige maatregelen

Elke Partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om haar in staat te stellen voorwerpen die vatbaar zijn voor confiscatie overeenkomstig artikel 3 spoedig te identificeren, op te sporen, te bevriezen of in beslag te nemen, in het bijzonder teneinde de tenuitvoerlegging van de confiscatie op een later tijdstip te vergemakkelijken.

Artikel 5. Bevriezing, inbeslagneming en confiscatie

Elke Partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn teneinde te waarborgen dat de maatregelen inzake bevriezing, inbeslagneming en confiscatie voorts van toepassing zijn op:

Artikel 6. Beheer van bevroren of inbeslaggenomen voorwerpen

Elke Partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om een deugdelijk beheer van bevroren of inbeslaggenomen voorwerpen in overeenstemming met de artikelen 4 en 5 van dit Verdrag te waarborgen.

Artikel 7. Onderzoeksbevoegdheden en -technieken
1.

Elke Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om haar rechters of andere bevoegde autoriteiten de bevoegdheid te geven te bevelen dat bancaire, financiële of zakelijke gegevens worden overgelegd of in beslag genomen teneinde de in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde maatregelen uit te voeren. Partijen kunnen zich niet beroepen op het bankgeheim als reden om te weigeren overeenkomstig de bepalingen van dit artikel op te treden.

2.

Onverminderd het eerste lid, neemt elke Partij de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om haar in staat te stellen:

3.

Elke Partij overweegt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om haar in staat te stellen speciale onderzoekstechnieken te gebruiken die het identificeren en opsporen van opbrengsten, en het vergaren van daarmee verbandhoudend bewijsmateriaal vergemakkelijken, zoals observatie, aftappen van telecommunicatiemiddelen, toegang tot computersystemen en bevelen tot het overleggen van bepaalde bescheiden.

Artikel 8. Rechtsmiddelen

Elke Partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om te bewerkstelligen dat de personen die worden getroffen door de in artikelen 3, 4 en 5 bedoelde maatregelen en de andere bepalingen in deze afdeling voor zover relevant, beschikken over doeltreffende rechtsmiddelen om hun rechten te beschermen.

Artikel 9. Witwasdelicten
1.

Elke Partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om de volgende feiten, indien opzettelijk begaan, strafbaar te stellen krachtens haar nationale wetgeving:

en, met inachtneming van haar grondwettelijke beginselen en de grondbeginselen van haar rechtsstelsel;

2.

Voor de uitvoering of toepassing van het eerste lid van dit artikel:

3.

Elke Partij kan de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om in haar nationale recht alle of sommige van de handelingen bedoeld in het eerste lid van dit artikel strafbaar te stellen, in de gevallen waarin de dader

4.

Mits het eerste lid van dit artikel van toepassing is op de categorieën van gronddelicten in de appendix bij het Verdrag, kan elke Staat of de Europese Gemeenschap, op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn of haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, verklaren dat het eerste lid van dit artikel:

5.

Elke Partij bewerkstelligt dat een eerdere of gelijktijdige veroordeling terzake van het gronddelict geen voorwaarde is voor een veroordeling terzake van het witwassen van geld.

6.

Elke Partij bewerkstelligt dat een veroordeling terzake van het witwassen van geld uit hoofde van dit artikel mogelijk is, indien bewezen is dat de voorwerpen, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, van dit artikel, afkomstig zijn van een gronddelict, zonder dat nauwkeurig behoeft te worden vastgesteld van welk delict.

7.

Elke Partij bewerkstelligt dat gronddelicten in het geval van het witwassen van geld mede gedragingen omvatten die hebben plaatsgevonden in een andere Staat, welke naar nationaal recht daar strafbaar zijn, en die een gronddelict zouden hebben gevormd indien zij op haar eigen grondgebied zouden hebben plaatsgevonden. Elke Partij kan echter bepalen dat als enige voorwaarde wordt gesteld dat de gedraging een gronddelict zou vormen indien deze op haar grondgebied zou hebben plaatsgevonden.

Artikel 10. Aansprakelijkheid van rechtspersonen
1.

Elke Partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om zich ervan te vergewissen dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de krachtens dit Verdrag strafbaar gestelde feiten, wanneer deze ter hunner voordele zijn gepleegd door een natuurlijke persoon, handelend ofwel individueel, ofwel als lid van een orgaan van de rechtspersoon, die binnen die rechtspersoon een leidinggevende functie vervult, die gebaseerd is op

2.

Afgezien van de reeds in het eerste lid voorziene gevallen, neemt elke Partij de noodzakelijke maatregelen om zich ervan te vergewissen dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld, wanneer het gebrek aan toezicht of controle van de kant van een natuurlijke persoon als bedoeld in het eerste lid het plegen van een in het eerste lid genoemde strafbare feiten ten voordele van genoemde rechtspersoon door een aan zijn gezag onderworpen natuurlijk persoon mogelijk heeft gemaakt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.