Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
Het Vlaams Gewest,
hierna te noemen „de Verdragsluitende Partijen’’,
Overwegende dat door het Tractaat tussen België en Nederland van 19 april 1839 een Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart werd opgericht, die belast is met het gemeenschappelijk toezicht op het loodswezen, de betonning en het onderhoud van de zeegaten van de Schelde beneden Antwerpen,
Overwegende dat de hechte samenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen door middel van de Permanente Commissie in de loop van de jaren steeds ruimer en intensiever is geworden door de uitbouw van het gemeenschappelijk toezicht op de vaarwegmarkering, de inrichting en benutting van een gemeenschappelijke radarketen langs de Schelde en de bijdrage tot het optimale functioneren van de Vlaamse en Nederlandse loodsdiensten op de Schelde,
Constaterend dat het nautisch beheer in het Scheldegebied vanaf 1 januari 2003 daadwerkelijk gemeenschappelijk door Nederland en Vlaanderen wordt uitgeoefend en dat dit, onder sturing door de Permanente Commissie, op een open en constructieve wijze gebeurt vanuit het gezamenlijk belang van de afwikkeling van een veilig en vlot scheepvaartverkeer,
Ervan overtuigd dat de verdragsrechtelijke instelling van een gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied een optimaal, veilig en vlot gebruik van de vaarwegcapaciteit verder zal bevorderen,
Overwegende dat de Permanente Commissie hierbij dient te fungeren als gemeenschappelijk beleidsorgaan, dat de kaders zal vaststellen waarbinnen een Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit zal optreden,
Overwegende dat de Permanente Commissie bij de uitoefening van het gemeenschappelijk nautisch beheer groot belang hecht aan samenwerking met de Scheldehavens en streeft naar optimale afstemming van het nautisch beheer in het Scheldegebied en in de havens door gezamenlijke invulling van de ketenbenadering,
Overwegende dat het gemeenschappelijk nautisch beheer in het algemeen tevens de Nederlands-Vlaamse samenwerking ten aanzien van het Schelde-estuarium verder zal bevorderen;
komen het volgende overeen:
Artikel 1. Definities
In dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. Nederland: het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden;
- b. Vlaanderen: het Vlaams Gewest;
- c. Scheldegebied: de in Artikel 3, eerste lid, genoemde scheepvaartwegen;
- d. Permanente Commissie: de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart, samengesteld uit de Commissarissen bedoeld in Artikel IX, paragraaf 2, van het Tractaat tusschen Nederland en België van 19 april 1839;
- e. Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit: de autoriteit bedoeld in Artikel 6;
- f. Secretariaat: het secretariaat bedoeld in Artikel 7;
- g. Verdragen: de Verdragen, bedoeld in Artikel 4, tweede lid;
- h. wettelijke voorschriften: alle algemeen verbindende voorschriften, vastgesteld door de bevoegde Belgische, Nederlandse en Vlaamse overheden, met betrekking tot het nautisch beheer, waarvan de gelding zich geheel of gedeeltelijk tot het Scheldegebied uitstrekt;
- i. nautisch beheer: de zorg voor de afwikkeling van een veilig en vlot scheepvaartverkeer;
- j. gemeenschappelijk nautisch beheer: het door Nederland en Vlaanderen gezamenlijk gevoerde nautisch beheer in het Scheldegebied;
- k. schip: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water;
- l. verkeersbegeleiding: een dienstverlening die is opgezet om de veiligheid en de efficiëntie van het scheepsverkeer te verbeteren en het milieu te beschermen, die in het verkeer kan interveniëren en die op verkeerssituaties die zich op de in Artikel 3, eerste lid, genoemde scheepvaartwegen voordoen, kan reageren;
- m. ketenbenadering: een optimale samenwerking tussen de Permanente Commissie, de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, de verkeersbegeleidingsdiensten, de havenautoriteiten van Antwerpen, Gent, Terneuzen en Vlissingen, de loodsdiensten en de overige nautische dienstverleners waardoor het nautisch beheer in de onderscheiden beheersgebieden onderling wordt afgestemd en een geïntegreerde verkeersbegeleiding voor het gehele traject tussen zee en de ligplaats wordt verzekerd, waarbij rekening wordt gehouden met de diverse betrokken belangen;
- n. nautische dienstverleners: de loodsdiensten, sleepdiensten en vast- en losmaakdiensten actief in het Scheldegebied en de havengebieden van Antwerpen, Gent, Terneuzen en Vlissingen;
- o. vaarwegmarkering: de aanduiding van de vaarroutes, vaargeulen en mogelijke gevaren voor de scheepvaart door middel van betonning, bebakening of verlichting;
- p. plaatsbepaling: het radionavigatiesysteem of de radionavigatiesystemen, gericht op het nauwkeurig bepalen van de positie van een schip, ter ondersteuning van de navigatie aan boord van schepen;
- q. verkeersaanwijzing: het door een daartoe bevoegd persoon aan een of meer verkeersdeelnemers gegeven gebod of verbod om een bepaald resultaat in het verkeersgedrag te bewerkstelligen, waaronder mede worden begrepen de door of namens de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit in bijzondere gevallen met betrekking tot de doorvaart te geven verkeersaanwijzingen, inclusief de bekendmakingen aan de scheepvaart van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit;
- r. verkeersteken: een in, naast of boven een scheepvaartweg aangebracht voorwerp of aangebrachte combinatie van voorwerpen waarmee aan het scheepvaartverkeer wordt gegeven:
- 1°. een inlichting over de toestand in een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg, of
- 2°. een inlichting, aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag in een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg;
- s. bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken: een schriftelijke mededeling aan het scheepvaartverkeer waarmee aan dat verkeer wordt gegeven:
- 1°. een inlichting over de toestand in een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg, of
- 2°. een inlichting, aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag in een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg.
Artikel 2. Doel en voorwerp van het Verdrag
Met de instelling van het gemeenschappelijk nautisch beheer beogen de Verdragsluitende Partijen een gezamenlijke en evenwaardige Nederlands-Vlaamse bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor de afwikkeling van een veilig en vlot scheepvaartverkeer in het Scheldegebied te vestigen.
Het gemeenschappelijk nautisch beheer:
- 1°. draagt zorg voor de instandhouding van de huidige niveaus van veiligheid en vlotheid van het scheepvaartverkeer en, zo mogelijk, voor de verbetering van de niveaus van veiligheid en vlotheid van het scheepvaartverkeer, waarbij een optimaal evenwicht tussen veiligheid en vlotheid wordt nagestreefd;
- 2°. wordt aangepast aan de internationale en Europeesrechtelijke normen, alsmede aan de ontwikkelingen op technologisch, nautisch en transporteconomisch gebied.
Ter ondersteuning van de doelstellingen van het gemeenschappelijk nautisch beheer zal de Permanente Commissie initiatieven nemen ter verdere bevordering van de veiligheid op en rondom de Westerschelde. Deze initiatieven hebben in hoofdzaak betrekking op de beschikbaarheid van kwalitatief en kwantitatief adequaat rampenbestrijdingsmaterieel in het Scheldegebied. In dit verband zal zij binnen een jaar na inwerkingtreding van dit Verdrag een voorstel voor een werkplan opstellen en dit ter goedkeuring voorleggen aan de Verdragsluitende Partijen. Zij evalueert dit plan regelmatig en doet, waar nodig, voorstellen tot bijstelling van dit plan aan de Verdragsluitende Partijen.
Het gemeenschappelijk nautisch beheer heeft tot doel om, vanuit een havenneutrale benadering, een uniform nautisch regime voor het gehele Scheldegebied in te stellen, alsook de ketenbenadering te verwezenlijken en te concretiseren.
De Permanente Commissie waakt erover dat het nautisch regime voor het Scheldegebied in lijn ligt met dat voor de andere havens van Verdragsluitende Partijen en met dat voor andere havenregio’s in Europa, rekening houdend met internationale normen terzake, de kenmerken van het Schelde-estuarium en de concurrentiepositie van de Scheldehavens ten opzichte van andere havens van de Le Havre-Hamburg range.
De Verdragsluitende Partijen verzekeren in het Scheldegebied een doelmatig en kostenefficiënt gemeenschappelijk nautisch beheer door de gezamenlijke inzet van de daarvoor periodiek ter beschikking te stellen financiële, materiële en personele middelen.
Het gemeenschappelijk nautisch beheer kan geen afbreuk doen aan de vrijheid van scheepvaart, het recht van onschuldige doorvaart en het recht van vrije scheepvaart zoals die krachtens het internationaal recht gelden op de in Artikel 3 genoemde scheepvaartwegen. In het bijzonder kan het geen afbreuk doen aan het recht van vrije scheepvaart zoals onder meer vastgelegd in Artikel IX en X van het Tractaat tusschen Nederland en België van 19 april 1839 en in Artikel 109 van de Slotakte van het Congres van Wenen van 9 juni 1815.
Artikel 3. Toepassingsgebied
Het gemeenschappelijk nautisch beheer is van toepassing op de volgende scheepvaartwegen:
- a. de Westerschelde en haar aanlooproutes gelegen in het door de Permanente Commissie nader afgebakende werkingsgebied van Vessel Traffic Services Schelde en haar Mondingen, voor zover ze gelegen zijn:
- 1°. in de Belgische en Nederlandse territoriale zee;
- 2°. daarbuiten in zones die door België, onderscheidenlijk Nederland, overeenkomstig de door de Internationale Maritieme Organisatie vastgestelde regels met betrekking tot verkeersbegeleidingssystemen buiten de Belgische en Nederlandse territoriale zee zijn aangewezen, voor zover het aangelegenheden betreft waarvoor de Verdragsluitende Partijen internationaalrechtelijk bevoegd zijn;
- b. het Nederlands gedeelte van het Kanaal van Gent naar Terneuzen vanaf de grens met België tot aan de sluizen van Terneuzen, alsmede het gebied van de Westsluis, de Middensluis en de Oostsluis te Terneuzen, de Westbuitenhaven en de Oostbuitenhaven te Terneuzen, tot aan de denkbeeldige lijn getrokken over de koppen van de havenhoofden;
- c. het Belgisch gedeelte van het Kanaal van Gent naar Terneuzen vanaf de Meulestedebrug tot de grens met Nederland;
- d. de Beneden-Zeeschelde, met inbegrip van de toegangsgeulen van de sluizen tot aan de meest stroomafwaarts gelegen sluisdeuren, die voor de toepassing van dit Verdrag is begrensd:
- 1°. stroomopwaarts door het verlengde van de lijn getrokken door de twee richtingspalen gelegen op ongeveer één kilometer stroomopwaarts van het zuidelijk uiteinde der kaden van Antwerpen;
- 2°. stroomafwaarts door de Belgisch-Nederlandse grens.
De Permanente Commissie kan, overeenkomstig Artikel 5, regels stellen met het oog op de precisering van de omschrijving en afbakening van de in het eerste lid genoemde scheepvaartwegen of, indien de gevolgen van infrastructurele veranderingen daartoe noodzaken, met het oog op de aanpassing ervan.
Het gemeenschappelijk nautisch beheer is, onverminderd de bepalingen van dit Verdrag betreffende de ketenbenadering, niet van toepassing op de havendokken en aanlegplaatsen die met de in het eerste lid bedoelde scheepvaartwegen in verbinding staan.
Het gemeenschappelijk nautisch beheer is van toepassing op alle schepen die het Scheldegebied bevaren.
Artikel 4. Permanente Commissie
De Permanente Commissie is samengesteld uit vier Commissarissen, waarvan de Nederlandse en Vlaamse Regering er ieder twee benoemen. Benoeming en ontslag vinden plaats op de wijze die de Nederlandse onderscheidenlijk de Vlaamse Regering bepaalt.
De Permanente Commissie behoudt haar taken en bevoegdheden verleend bij:
- a. het Tractaat tussen Nederland en België van Londen van 19 april 1839;
- b. het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, regelende de verlichting en de bebakening van de Westerschelde en haar mondingen van ’s-Gravenhage van 23 oktober 1957;
- c. de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake het aanleggen van een walradarketen langs de Westerschelde en haar mondingen van Brussel van 29 november 1978, zoals gewijzigd;
- d. het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Vlaamse Gewest van Middelburg van 11 januari 1995 tot herziening van het Reglement ter uitvoering van Artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839 en van hoofdstuk II, afdelingen 1 en 2, van het Tractaat van 5 november 1842, zoals gewijzigd, voor wat betreft het loodswezen en het gemeenschappelijk toezicht daarop (Scheldereglement).
In het raam van het gemeenschappelijk nautisch beheer stelt de Permanente Commissie, onverminderd de Verdragen, en met inachtneming van de rechten van scheepvaart bedoeld in Artikel 2, zevende lid, regels vast overeenkomstig Artikel 5.
De Permanente Commissie kan de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit algemene en bijzondere aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar taken en bevoegdheden.
Met het oog op de verbetering van het gemeenschappelijk nautisch beheer of ter uitvoering van dit Verdrag kunnen de in het tweede lid, onder b tot en met d, vermelde Verdragen en het onderhavige Verdrag worden gewijzigd; de Permanente Commissie kan hiertoe voorstellen doen.
De Permanente Commissie evalueert het gemeenschappelijk nautisch beheer voortdurend. In alle geval stelt zij ten behoeve van de Regeringen minstens tweejaarlijks een evaluatierapport op, waarin wordt beoordeeld in welke mate de doelstellingen van dit Verdrag werden gerealiseerd en waarin in voorkomend geval maatregelen worden voorgesteld om deze doelstellingen beter te realiseren, te verfijnen of te wijzigen, inbegrepen verdragswijzigingen als bedoeld in het vijfde lid.
De Permanente Commissie neemt haar beslissingen bij consensus.
Ter regeling van haar werkzaamheden neemt de Permanente Commissie een huishoudelijk reglement aan.
De Permanente Commissie regelt de inrichting, de werkwijze en de beslissingsprocedures van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, met inachtneming van Artikel 6, eerste lid.
De Permanente Commissie regelt de inrichting van het Secretariaat.
Artikel 5. Regelstelling
De door de Permanente Commissie op grond van Artikel 4, derde lid, te stellen regels worden gesteld in het belang van:
- a. het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
- b. het verzekeren van een doelmatige verkeersbegeleiding;
- c. het optimaal gebruik van de vaarwegcapaciteit;
- d. het instandhouden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de veiligheid van hun infrastructuur;
- e. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;
- f. het voorkomen of beperken van schade aan het milieu door het scheepvaartverkeer;
- g. het concretiseren van de ketenbenadering.
De regels bedoeld in het eerste lid, hebben slechts betrekking op:
- a. het vaststellen van voorwaarden en het geven van verkeersaanwijzingen waaronder een schip het recht van scheepvaart kan uitoefenen op de scheepvaartwegen in het Scheldegebied, mits deze voorwaarden respectievelijk aanwijzingen noodzakelijk zijn voor de veilige en vlotte vaart van het schip;
- b. de vaarwegmarkering;
- c. het verbeteren van de benutbaarheid van de capaciteit van de scheepvaartwegen, waaronder de bepaling van de minimale kielspeling, zonder dat daarbij de kielspeling bepaald in het Verdrag tussen het Vlaams Gewest en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de uitvoering van de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium kan worden vergroot;
- d. het aanbrengen van verkeerstekens en het doen van bekendmakingen met dezelfde strekking als een verkeersteken;
- e. het geven van inlichtingen en adviezen door daartoe bevoegde personen aan een of meer verkeersdeelnemers met betrekking tot een scheepvaartweg of het scheepvaartverkeer;
- f. de verkeersbegeleiding;
- g. het gebruik van plaatsbepaling;
- h. de aangelegenheden in verband met het nautisch beheer in bovenomschreven kader, die uitvoering of omzetting vereisen van internationale en Europeesrechtelijke regelen.
- i. de nadere afbakening en omschrijving van de scheepvaartwegen van het Scheldegebied en hun onderdelen, als bedoeld in Artikel 3.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.