Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden ten aanzien van de Nederlandse Antillen en de Bondsrepubliek Duitsland inzake luchtvervoer tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Nederlandse Antillen

Type Verdrag
Publication 2008-08-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden, ten aanzien van de Nederlandse Antillen, en de Bondsrepubliek Duitsland,

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, opengesteld voor ondertekening te Chicago op 7 december 1944;

Geleid door de wens een verdrag te sluiten inzake de instelling en exploitatie van luchtdiensten tussen en via hun grondgebieden;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald:

Artikel 2. Verlening van verkeersrechten
1.

Elke Verdragsluitende Partij verleent aan de andere Verdragsluitende Partij ten behoeve van de exploitatie van internationale luchtdiensten door aangewezen luchtvaartmaatschappijen het recht:

2.

De routes waarvoor de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Verdragsluitende Partijen een vergunning krijgen om internationale luchtdiensten te exploiteren worden omschreven in een routetabel. De luchtvaartautoriteiten van de ene Verdragsluitende Partij stellen de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij ervan in kennis dat zij gebonden zijn aan de gezamenlijk overeengekomen routetabel en alle wijzigingen daarvan.

3.

Geen van de bepalingen van het eerste lid wordt geacht aan een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Verdragsluitende Partij het recht te geven op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij passagiers, bagage, vracht en post op te nemen die worden vervoerd tegen vergoeding of beloning en bestemd zijn voor een ander punt op het grondgebied van die andere Verdragsluitende Partij (cabotage).

4.

De verlening van verkeersrechten overeenkomstig het eerste lid omvat niet de verlening van het recht passagiers, bagage, vracht en post te vervoeren tussen punten op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij die de rechten verleent en punten op het grondgebied van een derde land of vice versa (vijfde vrijheid). Verkeersrechten van de vijfde vrijheid worden alleen verleend op basis van bijzondere overeenkomsten tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen.

Artikel 3. Aanwijzing en exploitatievergunning
1.

De internationale luchtdiensten op de routes omschreven in overeenstemming met artikel 2, tweede lid, van dit Verdrag kunnen te allen tijde aanvangen, mits:

2.

Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing, verleent de andere Verdragsluitende Partij de desbetreffende vergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, mits:

3.

Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht, met inachtneming van de bepalingen van het eerste en tweede lid, een door haar aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij. Voor de nieuwe aangewezen luchtvaartmaatschappij gelden dezelfde rechten en verplichtingen als voor de door haar vervangen luchtvaartmaatschappij.

Artikel 4. Intrekking of beperking van exploitatievergunning
1.

Elke Verdragsluitende Partij kan de exploitatievergunning of technische vergunningen van een door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij intrekken, opschorten of beperken, wanneer:

2.

Aan een dergelijke intrekking, opschorting of beperking van de vergunning gaat overleg vooraf als voorzien in artikel 17 van dit Verdrag, tenzij onmiddellijke opschorting van de vluchten of onverwijlde beperkingen noodzakelijk zijn om verdere inbreuk op wetten of voorschriften te voorkomen.

Artikel 5. Toepassing van wetten
1.

Bij binnenkomst in, verblijf binnen of vertrek uit het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, dient aan haar wetten en voorschriften met betrekking tot de exploitatie van en het vliegen met luchtvaartuigen te worden voldaan door de luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij. Op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland is de eerste volzin tevens van toepassing op de wetgeving van de Europese Gemeenschap.

2.

Bij binnenkomst in, verblijf binnen of vertrek uit het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, dienen haar wetten en voorschriften inzake de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of vracht aan boord van luchtvaartuigen (met inbegrip van voorschriften met betrekking tot binnenkomst, inklaring, veiligheid van de luchtvaart, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine of, in het geval van post, postale voorschriften) te worden nageleefd door of vanwege de passagiers, bemanning of vracht van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 6. Non-discriminatie ten aanzien van heffingen
1.

De heffingen die worden opgelegd op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij voor het gebruik van luchthavens en andere luchtvaartvoorzieningen door het luchtvaartuig van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij zijn niet hoger dan die worden opgelegd in geval van luchtvaartuigen van een luchtvaartmaatschappij die worden gebruikt voor vergelijkbare internationale luchtdiensten op het grondgebied van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij.

2.

De heffingen voor het gebruik van luchthavens of andere luchtvaartdiensten en –voorzieningen, of vergelijkbare heffingen of kosten die worden opgelegd in verband met de exploitatie van internationale luchtdiensten worden vastgesteld op basis van de kosten; verzocht kan worden om overlegging van ter zake dienend bewijs. Hetzelfde geldt voor heffingen voor de behandeling van passagiers, bagage en vracht en voor de verwerking van luchtvaartuigen op luchthavens met slechts een dienstverlener.

3.

De heffingen en kosten worden uitgedrukt en zijn verschuldigd in lokale valuta.

Artikel 7. Vrijstelling van douanerechten en andere heffingen
1.

Luchtvaartuigen die door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Verdragsluitende Partij worden geëxploiteerd en binnenkomen op, weer vertrekken uit of vliegen over het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, alsmede brandstof, smeermiddelen en andere technische verbruiksvoorraden in de tanks of andere reservoirs in het luchtvaartuig (bijvoorbeeld ontijzingsvloeistof, hydraulische vloeistof, koelvloeistof, enzovoorts), reserveonderdelen, normale uitrustingsstukken en proviand aan boord van een dergelijk luchtvaartuig, zijn vrijgesteld van douanerechten en andere heffingen opgelegd in geval van invoer, uitvoer of doorvoer van goederen. Dit geldt tevens voor goederen aan boord van het luchtvaartuig die worden verbruikt tijdens de vlucht over het grondgebied van laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.

2.

Brandstof, smeermiddelen en andere technische verbruiksvoorraden, reserveonderdelen, normale uitrustingsstukken en proviand die tijdelijk worden ingevoerd naar het grondgebied van een Verdragsluitende Partij teneinde aldaar direct of na opslag te worden geplaatst in of op andere wijze aan boord van het luchtvaartuig van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij te worden gebracht, of op andere wijze weer uit het grondgebied van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij te worden uitgevoerd, zijn vrijgesteld van de douanerechten en andere heffingen genoemd in het eerste lid. Vervoersdocumenten van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Verdragsluitende Partij zijn, in het geval van invoer naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, eveneens vrijgesteld van de douanerechten en andere heffingen genoemd in het eerste lid.

3.

Niettegenstaande het bepaalde in de volgende volzin, zijn brandstof, smeermiddelen en andere technische verbruiksvoorraden die aan boord van het luchtvaartuig van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Verdragsluitende Partij worden genomen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij en worden gebruikt tijdens internationale luchtdiensten vrijgesteld van de douanerechten en andere heffingen genoemd in het eerste lid, alsmede van andere bijzondere verbruiksheffingen. De eerste volzin belet de Bondsrepubliek Duitsland niet op basis van non-discriminatie de daarin genoemde belastingen en andere heffingen op te leggen op brandstof die op haar grondgebied aan boord wordt genomen voor gebruik in een luchtvaartuig van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij die vluchten uitvoert tussen een punt op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland en een ander punt op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland of op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap.

4.

Elke Verdragsluitende Partij kan de goederen genoemd in het eerste tot en met derde lid onder toezicht van de douane houden.

5.

Indien geen douanerechten of andere heffingen worden geheven over goederen genoemd in het eerste tot en met het derde lid, worden deze goederen niet onderworpen aan economische verboden of beperkingen inzake de invoer, uitvoer of doorvoer die overigens van toepassing kunnen zijn.

6.

Elke Verdragsluitende Partij, verleent op basis van wederkerigheid, vrijstelling van omzetbelasting of vergelijkbare indirecte belastingen op goederen en diensten geleverd aan een door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij, die worden gebruikt ten behoeve van haar bedrijfsuitoefening. De belastingvermindering kan in de vorm zijn van een vrijstelling of een teruggave.

Artikel 8. Overmaking van inkomsten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.