Europese Overeenkomst inzake de bescherming van dieren tijdens internationaal vervoer (herzien)
De lidstaten van de Raad van Europa die deze Overeenkomst hebben ondertekend,
Overwegend dat het doel van de Raad van Europa het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden is, teneinde de idealen en beginselen die hun gemeenschappelijk erfgoed zijn te beschermen en te verwezenlijken;
Zich ervan bewust dat elke persoon de morele plicht heeft alle dieren te respecteren en voldoende rekening te houden met het feit dat zij kunnen lijden;
Geleid door de wens het welzijn van dieren tijdens het vervoer te waarborgen;
Ervan overtuigd dat international vervoer verenigbaar is met het welzijn van dieren, mits aan de eisen op het gebied van dierenwelzijn wordt voldaan;
Overwegend derhalve dat wanneer niet aan de eisen op het gebied van dierenwelzijn wordt voldaan, een alternatief voor het vervoer van levende dieren wordt geïmplementeerd;
Overwegend echter dat vanuit het oogpunt van dierenwelzijn de periode gedurende welke dieren, met inbegrip van dieren bestemd voor de slacht, worden vervoerd zo kort mogelijk dient te zijn;
Overwegend dat het in- en uitladen activiteiten zijn gedurende welke de grootste kans op verwondingen en stress aanwezig is;
Overwegend dat in dit opzicht vooruitgang kan worden geboekt door de aanneming van gemeenschappelijke bepalingen inzake het internationaal vervoer van dieren;
Zijn het volgende overeengekomen:
ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Onder „internationaal vervoer’’ wordt verstaan elke verplaatsing van het ene land naar het andere, met uitzondering evenwel van reizen van minder dan 50 kilometer en verkeer tussen lidstaten van de Europese Gemeenschap.
Onder „bevoegde veearts’’ wordt verstaan een veearts die door de bevoegde autoriteit is benoemd.
Onder „persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer van de dieren’’ wordt verstaan de persoon die de algehele leiding heeft over de organisatie, uitvoering en voltooiing van de gehele reis, ongeacht of er taken zijn uitbesteed aan andere partijen gedurende het vervoer. Deze persoon is doorgaans de persoon die de planning opstelt, afspraken maakt met andere partijen en de voorwaarden vaststelt waaraan deze partijen dienen te voldoen.
Onder „persoon die verantwoordelijk is voor het welzijn van de dieren’’ wordt verstaan de persoon die rechtstreeks contact heeft met de dieren en verantwoordelijk is voor hun verzorging tijdens het vervoer. Deze persoon kan de begeleider of de bestuurder van een voertuig zijn indien deze dezelfde rol vervult.
Onder „container’’ wordt verstaan elke krat, box, houder of andere stijve constructie die voor het vervoer van dieren gebruikt wordt, geen eigen aandrijving heeft en geen (al dan niet afneembaar) onderdeel van een vervoermiddel is.
Onder „vervoerder’’ wordt verstaan een natuurlijke of rechtspersoon die dieren vervoert, hetzij voor eigen rekening, hetzij voor derden.
Artikel 2. Soorten
Deze Overeenkomst is van toepassing op het internationaal vervoer van alle gewervelde dieren.
Met uitzondering van artikel 4, eerste lid, en artikel 9, eerste lid en tweede lid, onderdeel a en onderdeel c, zijn de bepalingen van deze Overeenkomst niet van toepassing op:
- a. gevallen waarin een enkel dier begeleid wordt door de persoon die gedurende het vervoer voor dit dier verantwoordelijk is;
- b. het vervoer van gezelschapsdieren die hun eigenaar vergezellen mits dit niet voor commerciële doeleinden is.
Artikel 3. Toepassing van de Overeenkomst
Elke Partij past de bepalingen inzake het internationaal vervoer van dieren als vervat in deze Overeenkomst toe en is verantwoordelijk voor de doelmatige controle ervan en het doelmatig toezicht erop.
Elke Partij neemt de stappen die nodig zijn om een doelmatig opleidingsstelsel te waarborgen, daarbij rekening houdend met de bepalingen van deze Overeenkomst.
Elke Partij spant zich in de relevante bepalingen van deze Overeenkomst toe te passen op dieren die binnen haar grondgebied worden vervoerd.
De Partijen verlenen elkaar wederzijds bijstand bij de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder door het uitwisselen van informatie, het bespreken van interpretatiekwesties en het melden van problemen.
Artikel 4. Belangrijkste beginselen van de Overeenkomst
Dieren worden vervoerd op een wijze die hun welzijn, met inbegrip hun gezondheid, waarborgt.
Voor zover mogelijk worden dieren zonder vertraging naar hun bestemming vervoerd.
Bij controlepunten wordt voorrang gegeven aan dierentransporten.
Dieren worden uitsluitend vastgehouden indien dit voor hun welzijn of ten behoeve van ziektebestrijding strikt noodzakelijk is. Indien dieren worden vastgehouden, worden passende maatregelen getroffen voor hun verzorging en, zo nodig, voor het uitladen en het onderbrengen van de dieren.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om lijden van dieren te voorkomen of tot een minimum te beperken in gevallen waarin stakingen of andere onvoorziene omstandigheden de strikte toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst op haar grondgebied verhinderen. Zij zal zich hierbij laten leiden door de in deze Overeenkomst vervatte beginselen.
Deze Overeenkomst laat onverlet de implementatie van andere instrumenten inzake sanitaire en veterinaire controle.
Deze Overeenkomst laat de vrijheid van de Partijen onverlet strengere maatregelen voor de bescherming van dieren tijdens internationaal vervoer aan te nemen.
Artikel 5. Toelating van vervoerders
Elke Partij waarborgt dat vervoerders die dieren voor commerciële doeleinden vervoeren:
- a. op zodanige wijze geregistreerd zijn dat de bevoegde autoriteit hen snel kan identificeren indien niet aan de eisen van deze Overeenkomst wordt voldaan;
- b. vallen onder een vergunning die geldig is voor internationaal vervoer verleend door de bevoegde autoriteit van de Partij waarin de vervoerders gevestigd zijn.
Elke Partij waarborgt dat de vergunning wordt verleend aan vervoerders die het vervoer van dieren uitsluitend toevertrouwen aan personeel dat een goede opleiding heeft gekregen met betrekking tot de bepalingen van deze Overeenkomst.
Elke Partij waarborgt dat de bovengenoemde vergunning kan worden opgeschort of ingetrokken wanneer de bevoegde autoriteiten die de vergunning hebben verleend ervan in kennis worden gesteld dat de vervoerder de bepalingen van deze Overeenkomst herhaaldelijk of in ernstige mate heeft geschonden.
Wanneer een Partij heeft geconstateerd dat een vervoerder die in een andere Partij bij deze Overeenkomst is geregistreerd een inbreuk op deze Overeenkomst heeft gepleegd, deelt de eerstgenoemde Partij de laatstgenoemde Partij de bijzonderheden van deze geconstateerde inbreuk mee.
ONTWERP EN CONSTRUCTIE
Artikel 6. Ontwerp en constructie
Vervoermiddelen, containers en bijbehorende voorzieningen dienen zo te zijn geconstrueerd en te worden onderhouden en bediend dat verwondingen en pijn worden voorkomen en dat de veiligheid van de dieren gedurende het vervoer gewaarborgd blijft.
Het vervoermiddel of de container dient zo te zijn ontworpen en geconstrueerd dat dieren over voldoende ruimte beschikken om in een natuurlijke houding te kunnen staan, met uitzondering van pluimvee anders dan eendagskuikens.
Het vervoermiddel of de container dient zo te zijn ontworpen en geconstrueerd dat het volgende gewaarborgd wordt:
- a. voldoende vrije ruimte boven de dieren wanneer zij in een natuurlijke houding staan om een effectieve luchtcirculatie mogelijk te maken;
- b. handhaving van de voor de vervoerde diersoort benodigde luchtkwaliteit en hoeveelheid lucht, met name wanneer de dieren worden vervoerd in een volledig afgesloten ruimte.
De vervoermiddelen, containers, voorzieningen enz. dienen sterk genoeg te zijn om het gewicht van de dieren te dragen, om te voorkomen dat de dieren ontsnappen of eruit vallen, om belasting als gevolg van beweging te kunnen weerstaan en om, wanneer noodzakelijk, schotten te kunnen bevatten die de dieren beschermen tegen de bewegingen van het vervoermiddel. De voorzieningen dienen zo te zijn ontworpen dat zij snel en gemakkelijk gehanteerd kunnen worden.
Schotten dienen een stijve constructie te hebben, sterk genoeg om bestand te zijn tegen het gewicht van dieren die er tegenaan worden gedrukt en zo te zijn ontworpen dat zij de luchtcirculatie niet belemmeren.
De vervoermiddelen of containers dienen zo te zijn geconstrueerd en te worden bediend dat zij de dieren beschermen tegen slechte weersomstandigheden en ongunstige weersveranderingen. Met name het buitendak direct boven de dieren dient de opname en geleiding van zonnewarmte tot een minimum te beperken.
Vervoermiddelen of containers dienen van een antislipvloer te zijn voorzien. Vloeren dienen zo te zijn ontworpen en geconstrueerd en te worden onderhouden dat ongemak, angst en verwondingen bij dieren worden voorkomen en het lekken van urine en fecaliën tot een minimum wordt beperkt. Voor het vervaardigen van de vloer dient te worden gekozen voor materialen die corrosie tot een minimum beperken.
Vervoermiddelen of containers dienen zo te zijn ontworpen en geconstrueerd dat het mogelijk is toegang tot de dieren te krijgen om hen te controleren en, indien nodig, te drenken, voederen en verzorgen.
Wanneer de dieren vastgebonden moeten worden, dient daarvoor geschikt materiaal in het vervoermiddel aanwezig te zijn.
Containers waarin dieren worden vervoerd dienen te zijn voorzien van duidelijke en goed zichtbare merktekens ter aanduiding van de aanwezigheid van levende dieren, alsmede van een teken ter aanduiding van de bovenzijde van de container.
Vervoermiddelen, containers en bijbehorende voorzieningen dienen zo te zijn ontworpen dat zij gemakkelijk schoongemaakt en ontsmet kunnen worden.
VOORBEREIDING OP HET VERVOER
Artikel 7. Planning
Voor elke reis wordt de persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer van de dieren geïdentificeerd opdat gedurende elk moment van de reis informatie kan worden verkregen over de organisatie, uitvoering en voltooiing van het vervoer.
Wanneer de geplande reisduur voor het vervoer van eenhoevige huisdieren en huisdieren van de soorten runderen, schapen, geiten en varkens langer dan acht uur zal zijn, dient de persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer een document op te stellen met daarin de voor de reis getroffen voorzieningen en met name de volgende bijzonderheden:
- a. identificatie van de vervoerder en het vervoermiddel;
- b. identificatie van de partij en begeleidende documenten (diersoort(en), aantal dieren, veterinaire certificaten);
- c. de plaats en het land van vertrek, overlaadplaatsen, plaatsen waar de dieren worden uitgeladen en rusten en de plaats en het land van bestemming.
De persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer waarborgt dat de geplande reis voldoet aan de regelgeving van respectievelijk de landen van vertrek, van doorvoer en van bestemming.
De persoon die verantwoordelijk is voor het welzijn van de dieren noteert onverwijld in het in het tweede lid genoemde document de tijden waarop en de plaatsen waar de vervoerde dieren tijdens de reis zijn gevoederd en gedrenkt en hebben gerust. Dit document wordt op verzoek aan de bevoegde autoriteit ter beschikking gesteld.
Dieren mogen alleen worden vervoerd indien de persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer vooraf geschikte voorzieningen heeft getroffen om het welzijn van de dieren tijdens het vervoer te waarborgen. Waar van toepassing worden voorzieningen getroffen om de dieren te drenken, te voederen en te laten rusten alsmede om hen de eventueel noodzakelijke verzorging tijdens de reis en bij aankomst op de plaats van bestemming te geven; een daartoe strekkende kennisgeving wordt vooraf gedaan.
Teneinde vertragingen te voorkomen gaan diertransporten vergezeld van de juiste documentatie en wordt bij posten waar invoer- en doorvoerformaliteiten worden afgewikkeld de desbetreffende persoon zo vroeg mogelijk in kennis gesteld.
De persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer waarborgt dat de verantwoordelijkheid voor het welzijn van de dieren tijdens het vervoer duidelijk is omschreven, vanaf het tijdstip van vertrek tot en met de aankomst op de bestemming, met inbegrip van in- en uitladen.
Artikel 8. Begeleiders
Teneinde de noodzakelijke verzorging van de dieren tijdens de gehele reis te waarborgen, dienen transporten te worden begeleid door een persoon die verantwoordelijk is voor het welzijn van de dieren. De bestuurder kan de taak van begeleider vervullen.
De begeleider heeft een specifieke en geschikte opleiding gehad of beschikt over daarmee gelijk te stellen praktijkervaring die hem/haar geschikt maakt voor het omgaan met en vervoeren en verzorgen van dieren, waaronder in noodgevallen.
In de volgende gevallen kan op de bepalingen van het eerste lid een uitzondering worden gemaakt:
- a. wanneer de persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer van de dieren een vertegenwoordiger heeft belast met de verzorging van de dieren op daarvoor geschikte rust-, drenk- en voederplaatsen.
- b. wanneer de dieren worden vervoerd in containers die stevig bevestigd en voldoende geventileerd zijn en, wanneer noodzakelijk, voldoende water en voer bevatten, in dispensers die niet om kunnen vallen, voor een reis van tweemaal de verwachte reisduur.
Artikel 9. Geschiktheid voor vervoer
Dieren mogen alleen worden vervoerd indien zij geschikt zijn voor de beoogde reis.
Zieke of gewonde dieren worden niet geschikt geacht om te worden vervoerd. Deze bepaling is echter is niet van toepassing op:
- a. lichtgewonde of zieke dieren waarvan het vervoer geen bijkomend lijden veroorzaakt;
- b. dieren die vervoerd worden voor experimentele of andere wetenschappelijke doeleinden goedgekeurd door de relevante bevoegde autoriteit, indien de ziekte of verwonding deel uitmaakt van het onderzoeksprogramma;
- c. het vervoer van dieren onder veterinair toezicht ten behoeve van of volgend op een spoedbehandeling.
Bijzondere voorzichtigheid dient in acht te worden genomen bij het vervoer van dieren die reeds geruime tijd drachtig zijn of recentelijk hebben geworpen en van zeer jonge dieren:
- –. drachtige zoogdieren mogen niet worden vervoerd gedurende een tijdvak voor de veronderstelde werpdatum dat ten minste gelijk is aan 10% van de draagtijd noch gedurende ten minste een week na de worp;
- –. zeer jonge zoogdieren mogen niet worden vervoerd voordat de navel volledig geheeld is.
Indien alle nodige voorzorgsmaatregelen zijn getroffen kan, na raadpleging van een veearts en van geval tot geval bekeken, door de bevoegde autoriteit een uitzondering worden gemaakt voor geregistreerde merries met hun veulens bij hen die na het werpen naar de stal terugkeren.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.