← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag tot uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en het Koninkrijk Spanje

Geldende tekst a fecha 2010-01-27

Het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen,

en

het Koninkrijk Spanje,

geleid door de wens de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingen te vergemakkelijken,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Doelstelling en reikwijdte van het Verdrag
1.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar bijstand door middel van samenwerking bij de kennisgeving van administratieve beslissingen van de Verdragsluitende Partijen en de uitwisseling van inlichtingen die naar verwachting van belang zullen zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de Verdragsluitende Partijen die betrekking hebben op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Deze inlichtingen omvatten informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de vaststelling en inning van deze belastingen, de invordering en tenuitvoerlegging van belastingvorderingen of het onderzoek of de vervolging ter zake van belastingzaken. Inlichtingen worden uitgewisseld in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en vertrouwelijk behandeld op de wijze voorzien in artikel 8. De uit hoofde van de wetgeving of administratieve praktijk van de aangezochte Partij aan personen toegekende rechten en waarborgen blijven van toepassing voor zover zij de doeltreffende uitwisseling van inlichtingen niet onnodig verhinderen of vertragen.

2.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is dit Verdrag alleen van toepassing op de Nederlandse Antillen.

Artikel 2. Rechtsmacht

Een aangezochte Partij is niet verplicht inlichtingen te verstrekken die noch in het bezit zijn van haar autoriteiten, noch in het bezit of onder de macht van personen die zich binnen haar territoriale rechtsgebied bevinden.

Artikel 3. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
1.

De belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is betreffen:

2.

Indien de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen zulks overeenkomen, is dit Verdrag ook van toepassing op alle in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. Voorts kunnen de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, in onderling overleg tussen de Verdragsluitende Partijen in de vorm van een briefwisseling worden uitgebreid of aangepast. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die zijn aangebracht in de belastingheffing en daarmee samenhangende maatregelen ten behoeve van het verzamelen van inlichtingen waarop het Verdrag van toepassing is.

Artikel 4. Begripsomschrijvingen
1.

Tenzij anders is bepaald wordt voor de toepassing van dit Verdrag verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van dit Verdrag door een Verdragsluitende Partij op enig moment heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Partij, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die Partij aan die uitdrukking wordt gegeven.

Artikel 5. Uitwisseling van inlichtingen op verzoek
1.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij verstrekt op verzoek de inlichtingen ten behoeve van de in artikel 1 bedoelde doeleinden. Dergelijke inlichtingen worden uitgewisseld ongeacht of de onderzochte gedragingen, indien deze in de aangezochte Partij zouden plaatsvinden, uit hoofde van de wetgeving van de aangezochte Partij als misdrijf zouden worden aangemerkt.

2.

Indien de inlichtingen in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij niet toereikend zijn om aan het verzoek om inlichtingen te voldoen, treft die Partij alle toepasselijke maatregelen ten behoeve van het verzamelen van inlichtingen teneinde de verzoekende Partij de verlangde inlichtingen te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte Partij ten behoeve van haar eigen belastingheffing niet over dergelijke inlichtingen hoeft te beschikken.

3.

Indien de bevoegde autoriteit van een verzoekende Partij daar specifiek om verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij gehouden uit hoofde van dit artikel inlichtingen te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan in overeenstemming met haar nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken.

4.

Elke Verdragsluitende Partij waarborgt dat haar bevoegde autoriteiten ten behoeve van de in artikel 1 van het Verdrag omschreven doelstellingen, over de bevoegdheid beschikken het navolgende te verkrijgen en te verstrekken:

5.

De bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij verstrekt de volgende inlichtingen aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij wanneer de eerstgenoemde Partij uit hoofde van het Verdrag een verzoek om inlichtingen doet, teneinde aan te tonen dat deze naar verwachting van belang zullen zijn voor het verzoek:

Het belang dat de verzochte inlichtingen naar verwachting zullen hebben wordt aangetoond indien het verzoek van de verzoekende Partij voldoet aan de bovengenoemde voorwaarden.

6.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij doet de gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk toekomen aan de verzoekende Partij. Teneinde een snel antwoord te waarborgen:

Ingeval de aangezochte Partij binnen zes maanden na de ontvangst van het verzoek geen inlichtingen heeft verstrekt, informeert zij de verzoekende Partij over de voortgang bij het verkrijgen van de verzochte inlichtingen en over de termijn waarop naar alle verwachting aan het verzoek kan worden voldaan. Indien de aangezochte Partij niet in staat is aan het verzoek te voldoen, stelt zij de verzoekende Partij daarvan op de hoogte, onder vermelding van de oorzaken van de onmogelijkheid. De verzoekende Partij beslist vervolgens of zij haar verzoek al dan niet zal intrekken. Indien zij besluit haar verzoek niet in te trekken, bespreken de Partijen informeel en rechtstreeks overeenkomstig de regeling voor onderling overleg of op andere wijze, de mogelijkheden om het doel van het verzoek te verwezenlijken en overleggen zij met elkaar op welke wijze dat doel kan worden bereikt.

De in dit artikel genoemde termijnen tasten op geen enkele wijze de geldigheid en de rechtmatigheid van de uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde inlichtingen aan.

7.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen in wederzijds overleg overeenkomen op welke wijze de verzoeken om inlichtingen dienen te worden ingediend bij de aangezochte Partij.

Artikel 6. Belastingcontrole in het buitenland
1.

Een Verdragsluitende Partij kan vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij toestaan het grondgebied van de eerstgenoemde Partij binnen te komen teneinde, met schriftelijke toestemming van de betrokkenen, personen te ondervragen en stukken te onderzoeken. De bevoegde autoriteit van de als tweede genoemde Partij stelt de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Partij in kennis van het door haar beoogde tijdstip en de beoogde locatie voor de ontmoeting met de betrokken personen.

Onverminderd de voorgaande bepalingen van dit lid, is de nationale belastingwetgeving van Spanje van toepassing, indien de Nederlandse Antillen de verzoekende Partij zijn.

2.

Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de ene Verdragsluitende Partij kan de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Partij toestaan aanwezig te zijn bij het daarvoor in aanmerking komende deel van een belastingcontrole in de als tweede genoemde Partij.

3.

Indien het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Partij die de controle uitvoert, de bevoegde autoriteit van de andere Partij zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de locatie van de controle, de autoriteit of functionaris die de controle zal uitvoeren en de door de eerstgenoemde Partij ten behoeve van de controle vereiste procedures en voorwaarden. Alle beslissingen met betrekking tot het uitvoeren van de belastingcontrole worden genomen door de Partij die het onderzoek uitvoert.

Artikel 7. Mogelijkheid een verzoek af te wijzen
1.

Van de aangezochte Partij kan niet worden verlangd dat zij inlichtingen verkrijgt of verstrekt die de verzoekende Partij krachtens haar eigen wetgeving niet zou kunnen verkrijgen ten behoeve van de toepassing of handhaving van haar eigen belastingwetten.

2.

De bepalingen van dit Verdrag mogen een Verdragsluitende Partij niet verplichten inlichtingen te verstrekken waardoor een handelsgeheim, zakelijk geheim, industrieel, commercieel of beroepsgeheim of handelsproces zou worden onthuld. Niettegenstaande het voorgaande zullen de inlichtingen zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, niet als geheim of handelsproces worden behandeld uitsluitend op grond van het feit dat zij aan de in dat lid gestelde criteria voldoen.

3.

De bepalingen van dit Verdrag mogen een Verdragsluitende Partij niet verplichten inlichtingen te verstrekken waardoor vertrouwelijke communicatie tussen een cliënt en een advocaat of een andere erkende juridische vertegenwoordiger zou worden onthuld indien dergelijke communicatie:

4.

De aangezochte Partij kan een verzoek om inlichtingen afwijzen indien openbaarmaking van de inlichtingen in strijd zou zijn met de openbare orde.

5.

Een verzoek om inlichtingen wordt niet geweigerd op grond van het feit dat de belastingvordering die aanleiding gaf tot het verzoek wordt betwist.

6.

De aangezochte Partij kan een verzoek om inlichtingen afwijzen indien de inlichtingen door de verzoekende Partij worden gevraagd om een bepaling van de belastingwetgeving van de verzoekende Partij ten uitvoer te leggen of te handhaven die, of een daarmee verband houdend vereiste dat, discriminatie inhoudt van een onderdaan van de aangezochte Partij ten opzichte van een onderdaan van de verzoekende Partij die zich in dezelfde omstandigheden bevindt.

Artikel 8. Vertrouwelijkheid

Alle uit hoofde van dit Verdrag door een Verdragsluitende Partij ontvangen inlichtingen worden vertrouwelijk behandeld en uitsluitend ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (met inbegrip van gerechtelijke instanties en administratieve lichamen) die onder de rechtsmacht van de Verdragsluitende Partij vallen en betrokken zijn bij de vaststelling of inning van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken die betrekking hebben op belastingen van elke soort en benaming opgelegd door of namens de ontvangende Verdragsluitende Partij of haar publiekrechtelijke lichamen of lokale autoriteiten. Deze personen of autoriteiten mogen uitsluitend voor deze doeleinden van deze inlichtingen gebruik maken. Zij mogen de inlichtingen bekendmaken in openbare rechtszittingen of in gerechtelijke beslissingen. De inlichtingen mogen niet ter kennis worden gebracht van enige andere persoon, instelling, autoriteit of gerechtelijke instantie zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij.

Artikel 9. Verzoek tot kennisgeving
1.

De bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Partij gaat op verzoek van de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij en in overeenstemming met de voorschriften betreffende de kennisgeving van soortgelijke akten in de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij over tot kennisgeving van beslissingen en andere akten die uitgaan van de administratieve autoriteiten van de als tweede genoemde Verdragsluitende Partij betreffende de heffing van de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is.

2.

Bij het verzoek om kennisgeving stelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij in kennis van de naam, het adres en alle overige relevante inlichtingen betreffende de geadresseerde.

3.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij bevestigt de ontvangst van een verzoek schriftelijk aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij en stelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek in kennis van eventuele gebreken in het verzoek.

4.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij stelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij onverwijld, en in elk geval binnen 60 dagen na de ontvangst van het verzoek, in kennis van:

De verzoekende Partij beslist vervolgens of zij haar verzoek al dan niet zal intrekken. Indien zij besluit haar verzoek niet in te trekken, bespreken de Partijen informeel en rechtstreeks overeenkomstig de regeling voor onderling overleg, of op andere wijze, de mogelijkheden om het doel van het verzoek te verwezenlijken en overleggen zij met elkaar op welke wijze dat doel kan worden bereikt.

5.

Kennisgeving wordt onmogelijk geacht indien de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij binnen 60 dagen na de ontvangst van het verzoek van de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij geen bericht heeft ontvangen.

6.

De in dit artikel genoemde termijnen tasten op geen enkele wijze de geldigheid en de rechtmatigheid van de kennisgeving uit hoofde van dit Verdrag aan.

7.

Dit artikel laat de toepassing van de nationale voorschriften betreffende kennisgeving van de verzoekende Partij onverlet, zijnde de procedures van beide Partijen gelijkelijk geldig.

Artikel 10. Kosten

Tenzij de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen anders overeenkomen, worden kosten gemaakt bij het verlenen van bijstand gedragen door de aangezochte Partij. Op verzoek van een van de Verdragsluitende Partijen plegen de bevoegde autoriteiten met elkaar overleg indien dat nodig is in verband met dit artikel. In het bijzonder de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij overlegt vooraf met de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij indien de kosten van het verstrekken van inlichtingen in verband met een specifiek verzoek naar verwachting aanmerkelijk zullen zijn.

Artikel 11. Uitvoeringswetgeving

De Verdragsluitende Partijen stellen alle wetgeving vast die noodzakelijk is om te voldoen aan, en ter uitvoering van, de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 12. Taal

Verzoeken om bijstand en antwoorden daarop worden in het Engels of in het Spaans en het Engels gesteld.

Artikel 13. Regeling voor onderling overleg
1.

De bevoegde autoriteiten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen tussen de Verdragsluitende Partijen met betrekking tot de toepassing of de uitlegging van dit Verdrag in onderling overleg op te lossen.

2.

Naast de in het eerste lid bedoelde pogingen, kunnen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de krachtens de artikelen 5, 6 en 9 te hanteren procedures.

3.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde overeenstemming als bedoeld in dit artikel te bereiken.

4.

De Verdragsluitende Partijen kunnen ook overeenstemming bereiken over andere vormen van geschillenregeling.

Artikel 14. Inwerkingtreding
1.

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Spanje stellen elkaar langs diplomatieke weg ervan in kennis dat aan de interne procedures van beide Verdragsluitende Partijen nodig voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

2.

Het Verdrag treedt in werking na een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de laatste van de in het eerste lid bedoelde kennisgevingen.

3.

De bepalingen van dit Verdrag blijven van toepassing op alle belastingtijdvakken, die volgens de wetgeving van de verzoekende Partij op het tijdstip van het verzoek om inlichtingen nog kunnen worden onderzocht.

4.

De Nederlandse Antillen houden op te worden beschouwd als een van de gebieden waarnaar wordt verwezen in paragraaf 1 van de Eerste Additionele Bepaling van de Spaanse wet inzake vermijding van belastingontduiking (Disposición Adicional primera de la Ley 36/2006 de Medidas para la Prevención del Fraude Fiscal) van 29 november 2006, op de datum dat dit Verdrag van kracht wordt. Voor dit doel komt de datum waarop dit Verdrag van kracht wordt overeen met de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.

5.

De uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde inlichtingen zijn te beschouwen als „doeltreffende uitwisseling van inlichtingen” in overeenstemming met de interne wetgeving van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 15. Beëindiging
1.

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een Verdragsluitende Partij wordt beëindigd. Elk van de Verdragsluitende Partijen kan het Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar beginnend op of na het verstrijken van een tijdvak van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag, schriftelijk kennis te geven van beëindiging.

2.

In dat geval houdt het Verdrag op 1 januari van het kalenderjaar eerstvolgend op het jaar waarin de kennisgeving is gedaan op van kracht te zijn.

3.

Niettegenstaande de beëindiging van dit Verdrag, blijven de Verdragsluitende Partijen gebonden door de voorwaarden van artikel 8 ten aanzien van alle uit hoofde van dit Verdrag verkregen inlichtingen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun respectieve Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Madrid op 10 juni 2008, in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

ten behoeve van de Nederlandse Antillen

ERSILIA DE LANNOOY

Voor het Koninkrijk Spanje

MARÍA DOLORES BEATO BLANCO