Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Servië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2017-02-01
State In force
Source BWB
artikelen 261
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Servië harmoniseert zijn wetgeving inzake de scholing van vrachtwagenbestuurders, met name wat het vervoer van gevaarlijke stoffen betreft, met de normen van de Europese Gemeenschap.

2.

Servië, dat partij is bij de Europese overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanning van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (ERTA), en de Gemeenschap coördineren zo nauw mogelijk hun beleid inzake rijtijden, onderbrekingen en rustperioden van de bestuurders en de samenstelling van de bemanning, in overeenstemming met de toekomstige ontwikkeling van de sociale wetgeving op dit gebied.

3.

De partijen werken samen bij de tenuitvoerlegging en handhaving van de sociale wetgeving op het gebied van het wegvervoer.

4.

De partijen zien toe op de gelijkwaardigheid van hun respectieve wetgeving met betrekking tot de toegang tot het beroep van wegvervoerder, zulks met het oog op wederzijdse erkenning.

Artikel 17. Bepalingen betreffende het verkeer

1.

De partijen wisselen hun ervaringen uit en streven ernaar hun wetgeving te harmoniseren teneinde een betere doorstroming van het verkeer tijdens spitsperioden (weekeinden, feestdagen en het vakantieseizoen) te bewerkstelligen.

2.

In het algemeen bevorderen de partijen de invoering, ontwikkeling en coördinatie van een informatiesysteem voor het wegverkeer.

3.

Zij streven naar harmonisatie van hun wetgeving betreffende het vervoer van aan bederf onderhevige goederen, levende dieren en gevaarlijke stoffen.

4.

De partijen streven tevens naar harmonisatie van de technische hulpverlening aan bestuurders, de verspreiding van belangrijke verkeersinformatie en andere voor het toerisme nuttige zaken, en eerste hulp bij ongelukken, inclusief ambulancediensten.

Artikel 18. Verkeersveiligheid

1.

Uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst harmoniseert Servië zijn wetgeving inzake verkeersveiligheid, met name ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen, met die van de Gemeenschap.

2.

Servië, als partij bij de Europese Overeenkomst betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, en de Gemeenschap coördineren hun beleid inzake het vervoer van gevaarlijke goederen zo nauw mogelijk.

3.

De partijen werken samen bij de tenuitvoerlegging en handhaving van de wetgeving inzake verkeersveiligheid, met name wat betreft rijbewijzen en maatregelen om verkeersongevallen terug te dringen.

VEREENVOUDIGING VAN FORMALITEITEN

Artikel 19. Vereenvoudiging van formaliteiten

1.

De partijen komen overeen het goederenvervoer per spoor en over de weg, zowel bilateraal als in transito, te vereenvoudigen.

2.

De partijen komen overeen onderhandelingen te openen met het oog op sluiting van een overeenkomst betreffende vereenvoudiging van de controles en formaliteiten in het goederenvervoer.

3.

De partijen komen overeen waar nodig verdere vereenvoudigingsmaatregelen aan te moedigen en hiertoe gezamenlijk actie te ondernemen.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 20. Verruiming van het toepassingsgebied

Indien één van de partijen bij de toepassing van dit protocol tot de conclusie komt dat andere maatregelen, die niet onder het toepassingsgebied van dit protocol vallen, in het belang van een gecoördineerd Europees vervoersbeleid zijn en met name het probleem van het transitoverkeer kunnen helpen oplossen, dan legt zij de andere partij voorstellen voor zulke maatregelen voor.

Artikel 21. Uitvoering

1.

De samenwerking tussen de partijen vindt plaats in het kader van een speciaal subcomité, dat overeenkomstig artikel 123 van deze overeenkomst zal worden opgericht.

2.

De taken van dit subcomité zijn in het bijzonder:

  • a. het formuleren van plannen voor samenwerking op het gebied van vervoer per spoor, gecombineerd vervoer, onderzoek op vervoersgebied en milieu;
  • b. het analyseren van de toepassing van de bepalingen van dit protocol en het doen van aanbevelingen aan het Stabilisatie- en associatiecomité voor passende oplossingen voor problemen die zich kunnen voordoen;
  • c. het evalueren, twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst, van de stand van zaken wat de verbetering van de infrastructuur en de gevolgen van het vrije transitoverkeer betreft;
  • d. het coördineren van de activiteiten op het gebied van controle, prognoses en ander statistisch werk betreffende het internationale vervoer, met name het transitoverkeer.

HOOFDSTUK I. DOELSTELLINGEN EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1. Doelstellingen

Het doel van dit protocol is geschillen tussen de partijen te vermijden en te beslechten teneinde tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

Artikel 2. Toepassingsgebied

De bepalingen van dit protocol hebben alleen betrekking op mogelijke verschillen in de interpretatie en toepassing van de hierna volgende bepalingen, met inbegrip van die gevallen waar de ene partij van oordeel is dat een maatregel van de andere partij, of het niet-treffen van een maatregel door de andere partij, een inbreuk is op de verplichtingen die voor de andere partij uit deze bepalingen voortvloeien:

  • b. Titel V Vrij verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, kapitaal:
  • c. Titel VI Harmonisatie van wetgeving, rechtshandhaving en mededingingsregels:

HOOFDSTUK II. PROCEDURES VOOR GESCHILLENBESLECHTING

AFDELING I. ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 3. Inleiding van de arbitrageprocedure

1.

Indien de partijen er niet in slagen hun geschil bij te leggen, kan de klagende partij overeenkomstig de voorwaarden van artikel 130 van deze overeenkomst bij de andere partij en bij het Stabilisatie- en associatiecomité een schriftelijk verzoek tot instelling van een arbitragepanel indienen.

2.

De klagende partij geeft in haar verzoek het voorwerp van het geschil aan en eventueel de maatregel van de andere partij, of het niet-treffen van een maatregel, die zij beschouwt als in strijd met de bepalingen van artikel 2.

Artikel 4. Samenstelling van het arbitragepanel

1.

Een arbitragepanel bestaat uit drie scheidsrechters.

2.

Binnen 10 dagen na indiening van het verzoek tot instelling van een arbitragepanel bij het Stabilisatie- en associatiecomité overleggen de partijen met elkaar over de samenstelling van het arbitragepanel.

3.

Indien de partijen het binnen de termijn als bedoeld in lid 2 niet eens worden over de samenstelling van het arbitragepanel, kan elke van beide partijen de voorzitter van het Stabilisatie- en associatiecomité of diens vertegenwoordiger verzoeken alle drie de leden van het panel door het lot aan te wijzen uit de lijst als bedoeld in artikel 15, namelijk één uit de personen die door de klagende partij werden voorgesteld, één uit de lijst van de partij waartegen de klacht is ingediend, en één uit de scheidsrechters die door de partijen waren geselecteerd om als voorzitter te fungeren.

Indien de partijen het over een of meerdere leden van het arbitragepanel eens zijn, worden de overige leden volgens dezelfde procedure aangewezen.

4.

De selectie van de scheidsrechters door de voorzitter van het Stabilisatie- en associatiecomité of diens vertegenwoordiger geschiedt in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van elke partij.

5.

De datum van de instelling van het arbitragepanel is de datum waarop de voorzitter van het panel in kennis wordt gesteld van de aanwijzing in onderlinge overeenstemming tussen de partijen van de drie scheidsrechters, of, in voorkomend geval, de datum van hun selectie volgens de procedure van lid 3.

6.

Indien een van de partijen van oordeel is dat een scheidsrechter niet voldoet aan de vereisten van de gedragscode als bedoeld in artikel 18, plegen de partijen overleg, vervangen zij in onderlinge overeenstemming de scheidsrechter en wijzen zij overeenkomstig lid 7 een vervanger aan. Indien de partijen het niet eens worden over de noodzaak om een scheidsrechter te vervangen, wordt de kwestie voor de voorzitter van het arbitragepanel gebracht die dan een eindbeslissing treft.

Indien een van de partijen van oordeel is dat de voorzitter van het arbitragepanel niet voldoet aan de gedragscode als bedoeld in artikel 18, wordt de kwestie voor een van de overige leden van de groep scheidsrechters gebracht die waren geselecteerd om als voorzitter te fungeren, waarbij zijn naam door het lot wordt aangewezen door de voorzitter van het Stabilisatie- en associatiecomité of diens vertegenwoordiger, in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van elke partij, tenzij de partijen het anders overeenkomen.

7.

Indien een scheidsrechter niet aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt, of overeenkomstig lid 6 wordt vervangen, wordt binnen vijf dagen een vervanger aangewezen overeenkomstig de selectieprocedures die waren gevolgd om de oorspronkelijke scheidsrechter aan te wijzen. De werkzaamheden van het arbitragepanel worden opgeschort voor de duur van deze procedure.

Artikel 5. Uitspraken van het arbitragepanel

1.

Het arbitragepanel deelt zijn uitspraak aan de partijen en aan het Stabilisatie- en associatiecomité mede binnen 90 dagen na de instelling van het arbitragepanel. Indien het arbitragepanel oordeelt dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het panel de partijen en het Stabilisatie- en associatiecomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor het uitstel. In geen geval mag de uitspraak later dan 120 dagen na de instelling van het panel plaatsvinden.

2.

In dringende gevallen, zoals bij aan bederf onderhevige goederen, spant het arbitragepanel zich in om binnen 45 dagen na de instelling van het panel een uitspraak te doen. In geen geval mag dit langer duren dan 100 dagen na de instelling van het panel. Het arbitragepanel kan binnen 10 dagen na de instelling een voorlopige uitspraak doen over de vraag of het een zaak dringend acht.

3.

De uitspraak vermeldt de geconstateerde feiten, de toepasselijkheid van de relevante bepalingen van deze overeenkomst en een fundamentele motivering van alle bevindingen en conclusies. De uitspraak kan aanbevelingen omvatten over de maatregelen die ter uitvoering ervan moeten worden getroffen.

4.

De klagende partij kan haar klacht intrekken door schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van het arbitragepanel, de partij waartegen de klacht is ingediend en het Stabilisatie- en associatiecomité, op elk ogenblik vóór de kennisgeving van de uitspraak aan de partijen en het Stabilisatie- en associatiecomité. Die intrekking doet geen afbreuk aan haar recht om op een later tijdstip een nieuwe klacht betreffende dezelfde kwestie in te dienen.

5.

Het arbitragepanel kan te allen tijde op verzoek van beide partijen zijn werkzaamheden voor een periode van ten hoogste 12 maanden opschorten. Indien de periode van 12 maanden wordt overschreden, komt de autoriteit van het arbitragepanel te vervallen; dit doet geen afbreuk aan het recht van de klagende partij om op een later tijdstip betreffende dezelfde kwestie opnieuw om instelling van een panel te verzoeken.

AFDELING II. NALEVING

Artikel 6. Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Elke partij neemt alle noodzakelijke maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven en beide partijen streven ernaar overeen te komen de uitspraak binnen een redelijke termijn na te leven.

Artikel 7. Redelijke termijn voor naleving

1.

Uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel aan de partijen, stelt de partij waartegen de klacht is ingediend de klagende partij in kennis van de tijd die nodig zal zijn voor naleving (hierna „redelijke termijn” genoemd). De partijen streven ernaar over deze redelijke termijn tot overeenstemming te komen.

2.

Indien de partijen het niet eens worden over de redelijke termijn voor naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, kan de klagende partij het Stabilisatie- en associatiecomité binnen een termijn van 20 dagen na de kennisgeving als bedoeld in lid 1 verzoeken het oorspronkelijke arbitragepanel opnieuw bijeen te roepen om een de lengte van de redelijke termijn vast te stellen. Het arbitragepanel deelt zijn uitspraak binnen een termijn van 20 dagen na indiening van het verzoek mede.

3.

Indien het oorspronkelijke panel, of een of meer van de leden ervan, niet opnieuw bijeen kan komen, zijn de procedures van artikel 4 van dit protocol van toepassing. De termijn waarbinnen het panel zijn uitspraak moet mededelen, blijft 20 dagen na de instelling ervan.

Artikel 8. Herziening van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

1.

De partij waartegen de klacht is ingediend stelt de andere partij en het Stabilisatie- en associatiecomité vóór afloop van de redelijke termijn in kennis van alle maatregelen die zij heeft getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel.

2.

Indien er onenigheid bestaat tussen de partijen over de verenigbaarheid van een maatregel die overeenkomstig lid 1 is medegedeeld, met een van de bepalingen van artikel 2, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel verzoeken over de zaak uitspraak te doen. In dat verzoek wordt aangegeven waarom de maatregel niet conform deze overeenkomst is. Wanneer het arbitragepanel opnieuw is bijeengeroepen, doet het uitspraak binnen 45 dagen na de datum waarop het opnieuw is ingesteld.

3.

Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of een of meer van de leden ervan, niet opnieuw bijeen kan komen, zijn de procedures van artikel 4 van dit protocol van toepassing. De termijn waarbinnen het panel zijn uitspraak moet mededelen, blijft 45 dagen na de instelling ervan.

Artikel 9. Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

1.

Indien de partij waartegen de klacht is ingediend vóór afloop van de redelijke termijn nalaat kennis te geven van de maatregelen die zijn getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, of indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 8, lid 1, mededeling is gedaan, niet conform is de verplichtingen van de partij krachtens deze overeenkomst, doet de partij waartegen de klacht is ingediend de klagende partij, op haar verzoek, een aanbod van tijdelijke compensatie.

2.

Indien binnen 30 dagen na afloop van de redelijke termijn, of na de uitspraak van het arbitragepanel overeenkomstig artikel 8 dat een getroffen maatregel niet conform deze overeenkomst is, geen overeenstemming wordt bereikt over compensatie, heeft de klagende partij, na kennisgeving aan de andere partij en het Stabilisatie- en associatiecomité, het recht om de krachtens de bepalingen van artikel 2 van dit protocol toegekende voordelen op te schorten in overeenstemming met de economische schade die door de inbreuk werd veroorzaakt. De klagende partij kan de opschorting laten ingaan 10 dagen na de datum van kennisgeving, tenzij de partij waartegen de klacht is ingediend overeenkomstig lid 3 om arbitrage heeft verzocht.

3.

Indien de partij waartegen de klacht is ingediend van oordeel is dat de mate van opschorting niet evenredig is met de mate van de economische schade die door de inbreuk werd veroorzaakt, kan zij binnen de in lid 2 genoemde termijn van 10 dagen bij de voorzitter van het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoek indienen tot wederinstelling van het oorspronkelijke arbitragepanel. Het arbitragepanel zal zijn uitspraak betreffende de mate van opschorting van voordelen mededelen aan de partijen en het Stabilisatie- en associatiecomité binnen 30 dagen na indiening van het verzoek. De voordelen worden niet opgeschort tot het arbitragepanel uitspraak heeft gedaan en de opschorting geschiedt overeenkomstig de uitspraak van het arbitragepanel.

4.

Opschorting van voordelen is een tijdelijke maatregel en wordt alleen toegepast zolang de maatregel die in strijd was bevonden met deze overeenkomst is ingetrokken of gewijzigd en met deze overeenkomst in overeenstemming gebracht, of tot de partijen overeenkomen het geschil te beslechten.

Artikel 10. Herziening van maatregelen tot naleving getroffen na de opschorting van voordelen

1.

De partij waartegen de klacht is ingediend stelt de andere partij en het Stabilisatie- en associatiecomité in kennis van elke maatregel die zij heeft getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel en van haar verzoek tot beëindiging van de opschorting van de voordelen door de klagende partij.

2.

Indien de partijen binnen 30 dagen na de mededeling niet tot overeenstemming komen over de verenigbaarheid van de medegedeelde maatregel met de overeenkomst, kan de klagende partij de voorzitter van het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken over de zaak uitspraak te doen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd medegedeeld aan de andere partij en aan het Stabilisatie- en associatiecomité. Het arbitragepanel deelt zijn uitspraak binnen een termijn van 45 dagen na indiening van het verzoek mede. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een maatregel tot naleving niet conform deze overeenkomst is, onderzoekt het arbitragepanel of de klagende partij de opschorting van voordelen in de oorspronkelijke of in verschillende mate mag voortzetten. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een maatregel tot naleving conform deze overeenkomst is, wordt de opschorting van voordelen beëindigd.

3.

Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of een of meer van de leden ervan, niet opnieuw bijeen kan komen, zijn de procedures van artikel 4 van dit protocol van toepassing. De termijn waarbinnen het panel zijn uitspraak moet mededelen, blijft 45 dagen na de instelling ervan.

AFDELING III. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 11. Openbare hoorzittingen

De vergaderingen van het arbitragepanel zijn openbaar onder de voorwaarden van het in artikel 18 vermelde reglement van orde, tenzij het arbitragepanel er uit eigen initiatief of op verzoek van de partijen anders over beschikt.

Artikel 12. Inlichtingen en technisch advies

Het panel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief inlichtingen inwinnen bij alle bronnen die het voor de werkzaamheden van het panel passend acht. Het panel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen indien het dit nuttig acht. Alle op deze manier ingewonnen informatie moet aan beide partijen worden medegedeeld en erover kunnen opmerkingen worden geformuleerd. De belanghebbende partijen zijn gemachtigd bij het arbitragepanel stukken in te dienen als amicus curiae onder de voorwaarden die zijn neergelegd in het reglement van orde als bedoeld in artikel 18.

Artikel 13. Interpretatiebeginselen

De arbitragepanels passen toe en interpreteren de bepalingen van deze overeenkomst volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal publiekrecht, met inbegrip van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Zij geven geen interpretatie van het acquis communautaire. Het feit dat een bepaling inhoudelijk identiek is met een bepaling van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is niet bepalend voor de interpretatie van die bepaling.

Artikel 14. Besluiten en uitspraken van het arbitragepanel

1.

Alle besluiten van het arbitragepanel, met inbegrip van de vaststelling van de uitspraak, worden getroffen bij meerderheid van stemmen.

2.

Alle uitspraken van het arbitragepanel zijn verbindend voor de partijen. Zij worden ter kennis gebracht van de partijen en van het Stabilisatie- en associatiecomité die ze openbaar maakt, tenzij bij consensus wordt besloten dat niet te doen.

Artikel 15. Lijst van scheidsrechters

1.

Het Stabilisatie- en associatiecomité stelt uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van dit protocol een lijst van 15 personen op die bereid en geschikt zijn om als scheidsrechter te fungeren. Elke partij kiest 5 personen die als scheidsrechter kunnen optreden. De partijen komen ook 5 personen overeen die als voorzitter van het arbitragepanel kunnen fungeren. Het Stabilisatie- en associatiecomité ziet erop toe dat het aantal personen op de lijst te allen tijde gehandhaafd blijft.

2.

De scheidrechters moeten beschikken over gespecialiseerde kennis en ervaring inzake wetgeving, internationale wetgeving, communautaire wetgeving en/of internationale handel. De scheidsrechters dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden en niet verbonden te zijn aan of instructies aan te nemen van een organisatie of een regering, en zijn verplicht de in artikel 18 genoemde gedragscode na te leven.

Artikel 16. Relatie tot WTO-verplichtingen

Na de eventuele toetreding van Servië tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • b. Het recht van elke partij om een beroep te doen op de regeling inzake geschillenbeslechting van dit protocol laat elke maatregel in WTO-verband, met inbegrip van een maatregel tot geschillenbeslechting, onverlet. Indien echter een partij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor geschillenbeslechting heeft ingeleid, hetzij krachtens artikel 3, lid 1, van dit protocol, hetzij krachtens de WTO-overeenkomst, kan zij in verband met dezelfde maatregel niet nog een procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden, tenzij de eerste procedure is afgesloten. Voor de toepassing van dit lid worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens de WTO-overeenkomst geacht te zijn ingeleid door het verzoek van een partij tot vorming van een panel overeenkomstig artikel 6 van het WTO-memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen.
  • c. Geen enkele bepaling van dit protocol verhindert een partij de opschorting van verplichtingen die is toegestaan door een orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO, ten uitvoer te leggen.

Artikel 17. Termijnen

1.

Alle in dit protocol vastgestelde termijnen worden gerekend in kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop het desbetreffende feit plaatsvindt.

2.

Alle in dit protocol vermelde termijnen kunnen in overleg tussen de partijen worden verlengd.

3.

Alle in dit protocol vermelde termijnen kunnen ook door de voorzitter van het arbitragepanel worden verlengd, op redelijk verzoek van een van de partijen of op eigen initiatief.

Artikel 18. Reglement van orde, gedragscode en wijziging van dit protocol

1.

De Stabilisatie- en associatieraad stelt uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van dit protocol het reglement van orde vast voor het verloop van de werkzaamheden van het arbitragepanel.

2.

De Stabilisatie- en associatieraad stelt uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van dit protocol aanvullend bij het reglement van orde een gedragscode vast om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de scheidsrechters te waarborgen.

3.

De Stabilisatie- en associatieraad kan besluiten dit protocol te wijzigen, met uitzondering van artikel 2.

GEDAAN te Luxemburg, de negenentwintigste april tweeduizend acht.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)