Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend,
Gelet op de noodzaak te voorzien in de bescherming in internationale situaties van volwassenen die vanwege een stoornis in of ontoereikendheid van hun persoonlijke vermogens niet in staat zijn hun belangen te behartigen,
Geleid door de wens conflicten te vermijden tussen hun rechtsstelsels ten aanzien van de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bescherming van volwassenen,
Herinnerend aan het belang van internationale samenwerking voor de bescherming van volwassenen,
Verklarend dat de belangen van de volwassene en de eerbiediging van zijn of haar waardigheid en onafhankelijkheid voorop dienen te staan,
Hebben overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen:
HOOFDSTUK I –. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG
Artikel 1
Dit Verdrag is in internationale situaties van toepassing op de bescherming van volwassenen die vanwege een stoornis in of ontoereikendheid van hun persoonlijke vermogens niet in staat zijn hun belangen te behartigen.
Het heeft tot doel
- a. de Staat aan te wijzen waarvan de autoriteiten bevoegd zijn maatregelen te nemen ter bescherming van de persoon of het vermogen van de volwassene;
- b. het recht aan te wijzen dat door die autoriteiten in de uitoefening van hun bevoegdheid dient te worden toegepast;
- c. het recht aan te wijzen dat op de vertegenwoordiging van de volwassene dient te worden toegepast;
- d. te voorzien in de erkenning en de tenuitvoerlegging van de bedoelde beschermende maatregelen in alle Verdragsluitende Staten;
- e. tussen de autoriteiten van de Verdragsluitende Staten een zodanige samenwerking tot stand te brengen als noodzakelijk is voor het verwezenlijken van de doelstellingen van dit Verdrag.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit Verdrag is een volwassene een persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
Het Verdrag is eveneens van toepassing op maatregelen met betrekking tot een volwassene die op het tijdstip waarop de maatregelen werden genomen, de leeftijd van 18 jaar niet had bereikt.
Artikel 3
De in artikel 1 bedoelde maatregelen kunnen met name betrekking hebben op:
- a. de vaststelling van handelingsonbekwaamheid en de instelling van een beschermend regime;
- b. de plaatsing van de volwassene onder de bescherming van een gerechtelijke of administratieve autoriteit;
- c. voogdij, curatele en overeenkomstige rechtsinstellingen;
- d. de aanwijzing en de taken van enige persoon of lichaam, belast met de zorg voor de persoon of het vermogen van de volwassene, of die de volwassene vertegenwoordigt of bijstaat;
- e. de plaatsing van de volwassene in een inrichting of op een andere plaats waar bescherming kan worden geboden;
- f. het beheer over, de instandhouding of de vervreemding van het vermogen van de volwassene;
- g. de machtiging tot een bijzondere interventie ter bescherming van de persoon of het vermogen van de volwassene.
Artikel 4
Het Verdrag is niet van toepassing op:
- a. onderhoudsverplichtingen;
- b. de sluiting, de nietigverklaring of de ontbinding van een huwelijk of van een daarmee gelijk te stellen relatie, alsmede de scheiding van tafel en bed;
- c. huwelijksvermogensregimes of soortgelijke regimes die van toepassing zijn op met het huwelijk gelijk te stellen relaties;
- d. trusts of erfopvolging;
- e. sociale zekerheid;
- f. overheidsmaatregelen van algemene aard op het gebied van gezondheidszorg;
- g. maatregelen, met betrekking tot een persoon genomen op grond van door die persoon begane strafbare feiten;
- h. beslissingen inzake het recht op asiel en inzake toelating;
- j. maatregelen uitsluitend gericht op de openbare veiligheid.
Het eerste lid laat met betrekking tot de daarin bedoelde aangelegenheden onverlet de bevoegdheid van een persoon om als vertegenwoordiger van de volwassene op te treden.
HOOFDSTUK II –. BEVOEGDHEID
Artikel 5
De gerechtelijke of administratieve autoriteiten van de Verdragsluitende Staat waar de volwassene zijn gewone verblijfplaats heeft, zijn bevoegd maatregelen te nemen die strekken tot de bescherming van diens persoon of vermogen.
In geval van verplaatsing van de gewone verblijfplaats van de volwassene naar een andere Verdragsluitende Staat, zijn de autoriteiten van de Staat van de nieuwe gewone verblijfplaats bevoegd.
Artikel 6
Ten aanzien van volwassen vluchtelingen en volwassenen die ten gevolge van onlusten die in hun land plaatsvinden naar een ander land zijn verplaatst, hebben de autoriteiten van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan deze volwassenen ten gevolge van hun verplaatsing aanwezig zijn, de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid van artikel 5.
Het bepaalde in het vorige lid is eveneens van toepassing op volwassenen van wie de gewone verblijfplaats niet kan worden vastgesteld.
Artikel 7
Behalve ten aanzien van volwassen vluchtelingen of volwassenen die ten gevolge van onlusten die in hun land plaatsvinden, naar een ander land zijn verplaatst, zijn de autoriteiten van een Verdragsluitende Staat waarvan de volwassene de nationaliteit heeft, bevoegd maatregelen te nemen ter bescherming van de persoon of het vermogen van de volwassene, indien zij van oordeel zijn dat zij beter in staat zijn de belangen van de volwassene te beoordelen, en nadat zij de autoriteiten die ingevolge artikel 5 of artikel 6, tweede lid, bevoegd zijn, daarvan mededeling hebben gedaan.
Deze bevoegdheid wordt niet uitgeoefend indien de autoriteiten die ingevolge artikel 5, artikel 6, tweede lid, of artikel 8 bevoegd zijn, de autoriteiten van de Staat waarvan de volwassene de nationaliteit heeft, hebben medegedeeld, dat zij de door de omstandigheden vereiste maatregelen hebben genomen, of dat zij hebben besloten dat geen maatregelen moeten worden genomen dan wel dat een procedure bij hen aanhangig is.
De maatregelen die ingevolge het eerste lid zijn genomen, houden op van kracht te zijn zodra de autoriteiten die ingevolge artikel 5, artikel 6, tweede lid, of artikel 8 bevoegd zijn, de door de omstandigheden vereiste maatregelen hebben genomen of hebben besloten dat geen maatregelen moeten worden genomen. Deze autoriteiten doen dienovereenkomstig mededeling aan de autoriteiten die de maatregelen in overeenstemming met het eerste lid hebben genomen.
Artikel 8
De autoriteiten van een Verdragsluitende Staat die ingevolge de artikelen 5 of 6 bevoegd zijn, kunnen, indien zij van oordeel zijn dat zulks in het belang is van de volwassene, uit eigen beweging of op verzoek van de autoriteit van een andere Verdragsluitende Staat, de autoriteiten van een van de in het tweede lid genoemde Staten verzoeken maatregelen te nemen ter bescherming van de persoon of het vermogen van de volwassene. Het verzoek kan betrekking hebben op alle of bepaalde aspecten van deze bescherming.
De Verdragsluitende Staten wier autoriteiten op de in het vorige lid bedoelde wijze kunnen worden aangezocht, zijn:
- a. een Staat waarvan de volwassene de nationaliteit heeft;
- b. de Staat waar de volwassene zijn vorige gewone verblijfplaats had;
- c. een Staat waar vermogen van de volwassene is gelegen;
- d. de Staat waarvan de autoriteiten schriftelijk zijn gekozen door de volwassene om maatregelen te nemen die strekken tot zijn of haar bescherming;
- e. de Staat van de gewone verblijfplaats van een persoon die een nauwe band met de volwassene heeft en bereid is zorg te dragen voor zijn of haar bescherming;
- f. de Staat op het grondgebied waarvan de volwassene aanwezig is, waar het betreft de bescherming van diens persoon.
Artikel 9
De autoriteiten van een Verdragsluitende Staat waar vermogen van de volwassene is gelegen, zijn bevoegd beschermende maatregelen te nemen ten aanzien van dat vermogen, voorzover deze maatregelen verenigbaar zijn met de maatregelen genomen door de ingevolge de artikelen 5 tot en met 8 bevoegde autoriteiten.
Artikel 10
In alle spoedeisende gevallen zijn de autoriteiten van iedere Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de volwassene of het vermogen van de volwassene zich bevindt, bevoegd om alle noodzakelijke beschermende maatregelen te nemen.
De maatregelen die ingevolge het voorgaande lid zijn genomen ten aanzien van een volwassene die zijn gewone verblijfplaats heeft in een Verdragsluitende Staat vervallen zodra de ingevolge de artikelen 5 tot en met 9 bevoegde autoriteiten de door de omstandigheden vereiste maatregelen hebben genomen.
De maatregelen die ingevolge het eerste lid zijn genomen ten aanzien van een volwassene die zijn gewone verblijfplaats heeft in een niet-Verdragsluitende Staat vervallen in elke Verdragsluitende Staat zodra de door de omstandigheden vereiste maatregelen, welke zijn genomen door de autoriteiten van een andere Staat, in de betrokken Verdragsluitende Staat worden erkend.
De autoriteiten die ingevolge het eerste lid maatregelen hebben genomen, doen daarvan zo mogelijk mededeling aan de autoriteiten van de Verdragsluitende Staat waar de volwassene zijn gewone verblijfplaats heeft.
Artikel 11
Bij wijze van uitzondering zijn de autoriteiten van een Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de volwassene zich bevindt, bevoegd om ter bescherming van diens persoon tijdelijke maatregelen te nemen waarvan de territoriale werking beperkt is tot die Staat, voor zover dergelijke maatregelen verenigbaar zijn met maatregelen die reeds door de ingevolge de artikelen 5 tot en met 8 bevoegde autoriteiten zijn genomen en na daarvan mededeling te hebben gedaan aan de ingevolge artikel 5 bevoegde autoriteiten.
De ingevolge het voorgaande lid genomen maatregelen ten aanzien van een volwassene die zijn gewone verblijfplaats heeft in een Verdragsluitende Staat, houden op van kracht te zijn zodra de ingevolge de artikelen 5 tot en met 8 bevoegde autoriteiten zich hebben uitgesproken over de door de omstandigheden mogelijk vereiste maatregelen.
Artikel 12
Onverminderd het bepaalde in artikel 7, derde lid, blijven de maatregelen die met toepassing van de artikelen 5 tot en met 9 zijn genomen van kracht overeenkomstig het daarin bepaalde, ook indien een verandering in de omstandigheden de grond waarop de bevoegdheid was gebaseerd, heeft weggenomen, zolang de ingevolge het Verdrag bevoegde autoriteiten deze maatregelen niet hebben gewijzigd, vervangen of beëindigd.
HOOFDSTUK III –. TOEPASSELIJK RECHT
Artikel 13
De autoriteiten van de Verdragsluitende Staten oefenen de bevoegdheid die hun ingevolge het bepaalde in Hoofdstuk II is toegekend uit onder toepassing van hun eigen recht.
Zij kunnen echter, voorzover de bescherming van de persoon of het vermogen van de volwassene dit vereist, bij wijze van uitzondering het recht van een andere Staat waarmee de omstandigheden nauw verband houden, toepassen of daarmee rekening houden.
Artikel 14
Indien een in een Verdragsluitende Staat genomen maatregel in een andere Verdragsluitende Staat wordt uitgevoerd, wordt de wijze van uitvoering ervan beheerst door het recht van die andere Staat.
Artikel 15
Het bestaan, de omvang, de wijziging en het tenietgaan van vertegenwoordigingsbevoegdheden die zijn verleend door een volwassene, hetzij bij een overeenkomst, hetzij bij een eenzijdige rechtshandeling, teneinde te worden uitgeoefend wanneer deze volwassene niet in staat zal zijn om zijn belangen te behartigen, worden beheerst door het recht van de Staat waar de volwassene op het tijdstip van de overeenkomst of de rechtshandeling zijn gewone verblijfplaats heeft, tenzij een van de in het tweede lid genoemde rechtsstelsels uitdrukkelijk schriftelijk is aangewezen.
De Staten waarvan het recht kan worden aangewezen, zijn:
- a. een Staat waarvan de volwassene de nationaliteit bezit;
- b. een Staat waar de volwassene eerder zijn gewone verblijfplaats had;
- c. een Staat waar vermogen van de volwassene is gelegen, met betrekking tot dat vermogen;
De wijze waarop deze vertegenwoordigingsbevoegdheden worden uitgeoefend, wordt beheerst door het recht van de Staat waarin zij worden uitgeoefend.
Artikel 16
Wanneer vertegenwoordigingsbevoegdheden als bedoeld in artikel 15 niet worden uitgeoefend op een wijze die de bescherming van de persoon of het vermogen van de volwassene voldoende verzekert, kunnen zij worden ingetrokken of gewijzigd door maatregelen, genomen door een autoriteit die ingevolge het Verdrag bevoegd is. Wanneer dergelijke vertegenwoordigings-bevoegdheden worden ingetrokken of gewijzigd, dient zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met het ingevolge artikel 15 aangewezen recht.
Artikel 17
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.