Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee, 1979
De Verdragsluitende Partijen,
Gelet op het grote belang dat in diverse verdragen wordt gehecht aan het verlenen van hulp aan personen die op zee in nood verkeren, en aan het treffen door elke kuststaat van passende en doeltreffende maatregelen voor het houden van kustwacht en voor diensten voor opsporing en redding,
Voorts gelet op Aanbeveling 40, aanvaard door de Internationale Conferentie inzake de beveiliging van mensenlevens op zee, 1960, waarin de wenselijkheid wordt erkend de werkzaamheden met betrekking tot de veiligheid op en boven zee tussen een aantal intergouvernementele organisaties te coördineren,
Verlangend deze werkzaamheden te verbeteren en te bevorderen door een internationaal plan voor opsporing en redding op zee op te stellen, dat beantwoordt aan de behoeften van het scheepvaartverkeer, met betrekking tot de redding van in nood verkerende personen op zee,
Geleid door de wens de samenwerking te bevorderen tussen de organisaties op het gebied van opsporing en redding over de gehele wereld en tussen degenen die deelnemen aan opsporings- en reddingsacties op zee,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1. Algemene verplichtingen krachtens het Verdrag
De Partijen verbinden zich ertoe, alle wettelijke of andere passende maatregelen te nemen die nodig zijn voor de volledige uitvoering van het Verdrag en de bijbehorende Bijlage, die een integrerend deel van het Verdrag vormt. Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, houdt een verwijzing naar het Verdrag tevens een verwijzing naar de Bijlage daarbij in.
Artikel II. Andere verdragen en interpretatie
Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de codificering en ontwikkeling van het zeerecht door de Conferentie van de Verenigde Naties inzake het zeerecht, bijeengeroepen ingevolge Resolutie 2750 (XXV) van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, noch aan de huidige of toekomstige aanspraken en rechtsopvattingen van een staat met betrekking tot het zeerecht en de aard en de omvang van de jurisdictie van kuststaten en vlagstaten.
Geen enkele bepaling in dit Verdrag mag zodanig worden opgevat, alsof deze afbreuk doet aan verplichtingen of rechten van schepen, vervat in andere internationale akten.
Artikel III. Wijzigingen
Dit Verdrag kan worden gewijzigd volgens één van de twee hierna in het tweede en het derde lid aangegeven procedures.
Wijziging na behandeling binnen de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie (hierna te noemen: de „Organisatie”):
- (a). Een wijziging, voorgesteld door een Partij en ingediend bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie (hierna te noemen: de „Secretaris-Generaal”), of een door de Secretaris-Generaal noodzakelijk geoordeelde wijziging als gevolg van een wijziging in een overeenkomstige bepaling van Bijlage 12 van het Verdrag inzake de burgerluchtvaart, wordt aan alle Leden van de Organisatie en aan alle Partijen ten minste zes maanden vóór de behandeling ervan door de Maritieme Veiligheidscommissie van de Organisatie toegezonden.
- (b). Ongeacht of zij al dan niet lid zijn van de Organisatie, zijn Partijen gerechtigd deel te nemen aan de werkzaamheden van de Maritieme Veiligheidscommissie met betrekking tot de behandeling en aanneming van wijzigingen.
- (c). De wijzigingen worden aangenomen met een tweederde meerderheid van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de Maritieme Veiligheidscommissie, mits ten minste eenderde van de Partijen aanwezig is op het tijdstip van aanneming van de wijziging.
- (d). Wijzigingen die overeenkomstig het bepaalde onder (c) zijn aangenomen, worden door de Secretaris-Generaal ter kennis gebracht van alle Partijen ten einde aanvaarding te verkrijgen.
- (e). Een verwijzing van een artikel of van het bepaalde in 2.1.4, 2.1.5, 2,1.7, 2.1.10, 3.1.2 of 3.1.3 van de Bijlage wordt geacht te zijn aanvaard op de datum waarop de Secretaris-Generaal een akte van aanvaarding heeft ontvangen van tweederde van de Partijen.
- (f). Een verwijzing van de Bijlage anders dan van het bepaalde in 2.1.4, 2.1.5, 2.1.7, 2.1.10, 3.1.2 of 3.1.3 wordt geacht te zijn aanvaard aan het eind van één jaar, te rekenen vanaf de datum waarop deze ter kennis van de Partijen werd gebracht ten einde aanvaarding te verkrijgen. Indien echter binnen dit tijdvak van één jaar meer dan eenderde van de Partijen de Secretaris-Generaal ervan in kennis stelt dat zij bezwaar hebben tegen de wijziging, wordt deze wijziging geacht niet te zijn aanvaard.
- (g). Een wijziging van een artikel of van het bepaalde in 2.1.4, 2.1.5, 2.1.7, 2.1.10, 3.1.2 of 3.1.3 van de Bijlage wordt van kracht:
- (i). ten aanzien van die Partijen die de wijziging hebben aanvaard, zes maanden na de datum waarop deze wordt geacht te zijn aanvaard;
- (ii). ten aanzien van die Partijen die de wijziging aanvaarden nadat aan de onder (e) genoemde voorwaarde is voldaan en vóór de wijziging van kracht wordt, op de datum waarop de wijziging van kracht wordt;
- (iii). ten aanzien van die Partijen die de wijziging aanvaarden na de datum waarop de wijziging van kracht wordt, dertig dagen na de nederlegging van de akte van aanvaarding,
- (h). Een wijziging van de Bijlage anders dan van het bepaalde in 2.1.4, 2.1.5, 2.1.7, 2.1.10, 3.1.2 of 3.1.3 wordt van kracht ten aanzien van alle Partijen, met uitzondering van die welke bezwaar hebben gemaakt tegen de wijziging ingevolge het bepaalde onder (f) en die hun bezwaren niet hebben ingetrokken, zes maanden na de datum waarop de wijziging wordt geacht te zijn aanvaard. Vóór de datum, vastgesteld voor de inwerkingtreding, kan een Partij de Secretaris-Generaal er echter van in kennis stellen, dat zij zich onthoudt van het geven van uitvoering aan deze wijziging voor een tijdvak van niet langer dan een jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding ervan, of voor een langer tijdvak, vast te stellen met een tweederde meerderheid van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de Maritieme Veiligheidscommissie op het tijdstip van aanneming van de wijziging.
Wijziging door een conferentie:
- (a). Op verzoek van een Partij, waarmede door ten minste één derde van de Partijen wordt ingestemd, wordt door de Organisatie een conferentie van Partijen bijeengeroepen ten einde wijzigingen van het Verdrag te bestuderen. De voorgestelde wijzigingen worden door de Secretaris-Generaal aan alle Partijen toegezonden ten minste zes maanden vóór de bestudering ervan door de conferentie.
- (b). Wijzigingen worden door deze conferentie aangenomen met een tweederde meerderheid van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, mits ten minste eenderde van de Partijen aanwezig is op het tijdstip van aanneming van de wijziging. Aldus aangenomen wijzigingen worden door de Secretaris-Generaal ter kennis gebracht van alle Partijen ten einde aanvaarding te verkrijgen.
- (c). Tenzij de conferentie anders beslist, wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard en wordt zij van kracht overeenkomstig de aangegeven procedures in het tweede lid, onder (e), (f), (g) en (h), met dien verstande dat de verwijzingen in het tweede lid, onder (h), naar de overeenkomstig het tweede lid, onder (b), uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie worden verstaan als verwijzingen naar de conferentie.
Een verklaring van aanvaarding van, of bezwaar tegen, een wijziging of een kennisgeving, gedaan krachtens het bepaalde in het tweede lid, onder (h), wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal, die alle Partijen in kennis stelt van een zodanige kennisgeving en van de datum van ontvangst ervan.
De Secretaris-Generaal stelt alle Staten in kennis van alle wijzigingen die van kracht worden, alsmede van de data waarop deze wijzigingen van kracht worden.
Artikel IV. Ondertekening bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
Dit Verdrag staat open voor ondertekening op het hoofdkantoor van de Organisatie van 1 november 1979 tot 31 oktober 1980 en staat daarna open voor toetreding.
Staten kunnen partij bij dit Verdrag worden door:
- (a). ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of
- (b). ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of
- (c). toetreding.
Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door nederlegging van een hiertoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal.
De Secretaris-Generaal stelt alle Staten in kennis van iedere ondertekening of van de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, alsmede van de datum van nederlegging ervan.
Artikel V. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop vijftien Staten partij daarbij zijn geworden overeenkomstig het bepaalde in artikel IV.
Voor Staten die dit Verdrag bekrachtigen, aanvaarden, goedkeuren of ertoe toetreden overeenkomstig het bepaalde in artikel IV, nadat aan de in het eerste lid gestelde voorwaarde is voldaan en voordat dit Verdrag in werking treedt, geldt als datum van inwerkingtreding de dag waarop dit Verdrag in werking treedt.
Voor Staten die dit Verdrag bekrachtigen, aanvaarden, goedkeuren of ertoe toetreden na de datum waarop dit Verdrag in werking treedt, treedt dit Verdrag in werking dertig dagen na de datum van nederlegging van een akte overeenkomstig het bepaalde in artikel IV.
ledere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, nedergelegd na de datum waarop een wijziging van het Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel III van kracht is geworden, heeft betrekking op dit Verdrag, zoals gewijzigd, en dit Verdrag, zoals gewijzigd, treedt in werking voor een Staat die een zodanige akte nederlegt, dertig dagen na de nederlegging ervan.
De Secretaris-Generaal stelt alle Staten in kennis van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.
Artikel VI. Opzegging
Dit Verdrag kan te allen tijde door een Partij worden opgezegd na verloop van vijf jaar na de datum waarop dit Verdrag voor die Partij in werking is getreden.
Opzegging geschiedt door nederlegging van een akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal, die de Staten in kennis stelt van iedere ontvangen akte van opzegging en van de datum van ontvangst ervan, alsmede van de datum waarop deze opzegging van kracht wordt.
Een opzegging wordt van kracht één jaar, of zulk een langere periode als is aangegeven in de akte van opzegging, na ontvangst ervan door de Secretaris-Generaal.
Artikel VII. Nederlegging en registratie
Dit Verdrag wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften ervan toezendt aan de Staten.
Zodra dit Verdrag in werking treedt, zendt de Secretaris-Generaal de tekst ervan toe aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voor registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.
Artikel VIII. Talen
Dit Verdrag is opgesteld in een exemplaar in de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, waarbij iedere tekst gelijkelijk authentiek is. Er zullen officiële vertalingen in de Arabische, de Duitse en de Italiaanse taal worden vervaardigd en nedergelegd bij het ondertekende origineel.
HOOFDSTUK 1
TERMEN EN OMSCHRIJVINGEN
HOOFDSTUK 2
ORGANISATIE EN COÖRDINATIE
HOOFDSTUK 3
SAMENWERKING TUSSEN STATEN
HOOFDSTUK 4
WERKPROCEDURES
HOOFDSTUK 5
MELDINGSSYSTEMEN VOOR SCHEPEN
DONE at Hamburg this twenty-seventh day of April one thousand nine hundred and seventy-nine.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments for that purpose, have signed the Convention.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.