← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag inzake bedingen van forumkeuze

Geldende tekst a fecha 2015-10-01

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,

Geleid door de wens de internationale handel en investeringen te bevorderen door de samenwerking tussen gerechtelijke instanties te versterken,

Ervan overtuigd dat de samenwerking kan worden versterkt door uniforme regels inzake rechterlijke bevoegdheid en inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen in burgerlijke of handelszaken,

Ervan overtuigd dat voor een versterkte samenwerking in het bijzonder een internationaal regelstelsel vereist is dat zekerheid biedt en de effectiviteit waarborgt van exclusieve forumkeuzebedingen tussen partijen bij handelstransacties en dat de erkenning en tenuitvoerlegging beheerst van beslissingen, gegeven in op basis van deze bedingen gevoerde procedures,

Hebben besloten dit Verdrag te sluiten en zijn de volgende bepalingen overeengekomen:

HOOFDSTUK I. TOEPASSINGSGEBIED EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1. Toepassingsgebied
1.

Dit Verdrag is in internationale situaties van toepassing op exclusieve forumkeuzebedingen die zijn gemaakt in burgerlijke of handelszaken.

2.

Voor de toepassing van Hoofdstuk II is een situatie internationaal tenzij de partijen in dezelfde Verdragsluitende Staat hun verblijfplaats hebben en de betrekkingen tussen de partijen en alle andere voor het geschil terzake doende elementen, ongeacht de plaats van het aangewezen gerecht, uitsluitend met die Staat verbonden zijn.

3.

Voor de toepassing van Hoofdstuk III is een situatie internationaal wanneer om erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlandse beslissing wordt verzocht.

Artikel 2. Uitsluitingen van het toepassingsgebied
1.

Dit Verdrag is niet van toepassing op exclusieve forumkeuzebedingen:

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op de volgende aangelegenheden:

3.

In afwijking van het tweede lid zijn procedures niet uitgesloten van het toepassingsgebied van dit Verdrag wanneer een volgens dat lid uitgesloten aangelegenheid louter als voorvraag opkomt en niet als onderwerp van de procedures. In het bijzonder sluit het enkele feit dat een aangelegenheid die volgens het tweede lid is uitgesloten bij wijze van verweer wordt aangevoerd, een procedure uit hoofde van het Verdrag niet uit indien die aangelegenheid geen onderwerp van de procedure is.

4.

Dit Verdrag is niet van toepassing op arbitrage en daarop betrekking hebbende procedures.

5.

Een procedure wordt niet van het toepassingsgebied van dit Verdrag uitgesloten op grond van het enkele feit dat een Staat, met inbegrip van een regering, een overheidsinstantie of een voor een Staat optredende persoon, daarbij partij is.

6.

Dit Verdrag laat onverlet de voorrechten en immuniteiten van Staten of van internationale organisaties, ten aanzien van henzelf of van hun goederen.

Artikel 3. Exclusieve forumkeuzebedingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 4. Overige begripsomschrijvingen
1.

In dit Verdrag wordt onder „beslissing” verstaan een beslissing ten gronde van een gerecht, ongeacht de daaraan gegeven benaming, met inbegrip van een beschikking of een bevel, en een vaststelling van de gerechtskosten door het gerecht (met inbegrip van de griffier van het gerecht), mits de vaststelling betrekking heeft op een beslissing ten gronde die ingevolge dit Verdrag kan worden erkend of ten uitvoer kan worden gelegd. Een voorlopige of bewarende maatregel is geen beslissing.

2.

Ten behoeve van dit Verdrag wordt een entiteit of persoon niet zijnde een natuurlijke persoon geacht zijn verblijfplaats te hebben in de Staat:

HOOFDSTUK II. RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID

Artikel 5. Bevoegdheid van het aangewezen gerecht
1.

Het gerecht of de gerechten van een Verdragsluitende Staat die in een exclusief forumkeuzebeding zijn aangewezen, zijn bevoegd kennis te nemen van een geschil waarop het beding van toepassing is, tenzij het beding volgens het recht van die Staat nietig is.

2.

Een gerecht dat ingevolge het eerste lid bevoegd is, mag de uitoefening van die bevoegdheid niet afwijzen op grond van het feit dat een gerecht van een andere Staat van het geschil kennis zou moeten nemen.

3.

De voorgaande leden laten onverlet regels:

Artikel 6. Verplichtingen van een niet aangewezen gerecht

Elk gerecht van een andere Verdragsluitende Staat dan die van het aangewezen gerecht schorst een procedure of verklaart de vordering niet-ontvankelijk wanneer bij hem een geschil waarop een exclusief forumkeuzebeding van toepassing is, aanhangig wordt gemaakt, tenzij:

Artikel 7. Voorlopige en bewarende maatregelen

Dit Verdrag is niet van toepassing op voorlopige en bewarende maatregelen. Dit Verdrag verlangt niet de toekenning, de afwijzing of de opheffing van voorlopige en bewarende maatregelen door een gerecht van een Verdragsluitende Staat, noch sluit het deze uit. Het laat onverlet de mogelijkheid voor een partij om om zodanige maatregelen te verzoeken en de vrijheid van een gerecht om deze toe te staan, af te wijzen of op te heffen .

HOOFDSTUK III. ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING

Artikel 8. Erkenning en tenuitvoerlegging
1.

Een beslissing van een gerecht van een Verdragsluitende Staat dat in een exclusief forumkeuzebeding is aangewezen, wordt in overeenstemming met dit Hoofdstuk in andere Verdragsluitende Staten erkend en ten uitvoer gelegd. De erkenning of de tenuitvoerlegging kan uitsluitend worden geweigerd op de in dit Verdrag vermelde gronden.

2.

Onverminderd het onderzoek dat nodig is voor de toepassing van de bepalingen van dit Hoofdstuk, wordt de juistheid van de beslissing van het gerecht van herkomst niet onderzocht. Het aangezochte gerecht is gebonden aan de feitelijke bevindingen op grond waarvan het gerecht van herkomst zijn bevoegdheid heeft aangenomen, tenzij de beslissing bij verstek is gegeven.

3.

Een beslissing wordt alleen erkend indien zij rechtsgevolg heeft in de Staat waarin zij is gegeven, en wordt uitsluitend ten uitvoer gelegd indien zij uitvoerbaar is in de Staat waarin zij is gegeven.

4.

Erkenning of tenuitvoerlegging kan worden opgeschort of geweigerd indien tegen de beslissing in de Staat waarin zij is gewezen, een rechtsmiddel is ingesteld of indien de termijn voor het instellen van een gewoon rechtsmiddel nog niet is verstreken. Een zodanige weigering vormt geen belemmering voor een hernieuwd verzoek om erkenning of tenuitvoerlegging van de beslissing.

5.

Dit artikel is eveneens van toepassing op een beslissing van een gerecht van een Verdragsluitende Staat na verwijzing van de zaak door het in die Verdragsluitende Staat aangewezen gerecht, als voorzien in artikel 5, derde lid. Wanneer het aangewezen gerecht evenwel de vrijheid had om een zaak naar een ander gerecht te verwijzen, kan de erkenning of de tenuitvoerlegging worden geweigerd ten aanzien van een partij die in de Staat waar de beslissing is gegeven tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de verwijzing.

Artikel 9. Weigering van erkenning of tenuitvoerlegging

Erkenning of tenuitvoerlegging kan worden geweigerd indien:

Artikel 10. Voorvragen
1.

Wanneer een aangelegenheid die ingevolge artikel 2, tweede lid, of ingevolge artikel 21 uitgesloten is, als voorvraag aan de orde is gesteld, wordt de uitspraak met betrekking tot die aangelegenheid niet op grond van dit Verdrag erkend of ten uitvoer gelegd.

2.

De erkenning of de tenuitvoerlegging van een beslissing kan worden geweigerd indien en voor zover die beslissing is gebaseerd op een beslissing over een aangelegenheid die ingevolge artikel 2, tweede lid, is uitgesloten.

3.

In het geval van een uitspraak over de geldigheid van een intellectuele-eigendomsrecht anders dan een auteursrecht of een verwant recht, kan de erkenning of de tenuitvoerlegging ingevolge het voorgaande lid evenwel uitsluitend worden geweigerd of opgeschort indien:

4.

De erkenning of de tenuitvoerlegging van een beslissing kan worden geweigerd indien en voor zover de beslissing is gebaseerd op een uitspraak in een aangelegenheid die ingevolge een door de aangezochte Staat krachtens artikel 21 afgelegde verklaring uitgesloten is.

Artikel 11. Schadevergoeding
1.

De erkenning of de tenuitvoerlegging van een beslissing kan worden geweigerd indien en voor zover in de beslissing schadevergoeding wordt toegekend, met inbegrip van schadevergoeding bij wijze van voorbeeld of bij wijze van sanctie, waarbij een partij niet schadeloos wordt gesteld voor het feitelijk geleden verlies of de feitelijk geleden schade.

2.

Het aangezochte gerecht houdt rekening met de vraag of en in welke mate de door het gerecht van herkomst toegekende schadevergoeding dient ter dekking van de proceskosten.

Artikel 12. Gerechtelijke schikkingen

Gerechtelijke schikkingen die door een in een exclusief forumkeuzebeding aangewezen gerecht zijn goedgekeurd of die ten overstaan van dat gerecht in de loop van een procedure tot stand zijn gekomen, en die in de Staat waarin de gerechtelijke schikking is goedgekeurd, op dezelfde wijze ten uitvoer kunnen worden gelegd als een beslissing, worden op grond van dit Verdrag op dezelfde wijze ten uitvoer gelegd als een beslissing.

Artikel 13. Over te leggen stukken
1.

De partij die om erkenning of tenuitvoerlegging verzoekt, dient de volgende stukken over te leggen:

2.

Indien de inhoud van de beslissing het voor het aangezochte gerecht niet mogelijk maakt na te gaan of aan de voorwaarden van dit Hoofdstuk is voldaan, kan dat gerecht elk benodigd stuk verlangen.

3.

Een verzoek om erkenning of tenuitvoerlegging kan vergezeld gaan van een stuk dat is afgegeven door een gerecht (met inbegrip van een functionaris van het gerecht) van de Staat waar de beslissing is gegeven, in een door de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht aanbevolen en gepubliceerde vorm.

4.

Indien de in dit artikel bedoelde stukken niet in een officiële taal van de aangezochte Staat zijn gesteld, moeten zij vergezeld gaan van een gewaarmerkte vertaling in een officiële taal, tenzij het recht van de aangezochte Staat anders bepaalt.

Artikel 14. Procedure

De procedure voor de erkenning, de uitvoerbaarheid of de registratie voor tenuitvoerlegging, en de tenuitvoerlegging van de beslissing worden beheerst door het recht van de aangezochte Staat behoudens voor zover in dit Verdrag anders is bepaald. Het aangezochte gerecht treedt voortvarend op.

Artikel 15. Deelbaarheid

Erkenning of tenuitvoerlegging van een scheidbaar deel van een beslissing wordt toegestaan wanneer om erkenning of tenuitvoerlegging van dat deel wordt verzocht of wanneer slechts een deel van de beslissing op grond van dit Verdrag kan worden erkend of ten uitvoer gelegd.

HOOFDSTUK IV. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 16. Overgangsbepalingen
1.

Dit Verdrag is van toepassing op exclusieve forumkeuzebedingen die zijn gemaakt nadat het Verdrag voor de Staat waarvan het gerecht is aangewezen in werking is getreden.

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op procedures die aanhangig zijn gemaakt voordat het Verdrag ten aanzien van de Staat waarvan het gerecht waarbij de zaak aanhangig is gemaakt in werking is getreden.

Artikel 17. Verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten
1.

Procedures uit hoofde van een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst zijn niet van het toepassingsgebied van dit Verdrag uitgesloten op grond van het feit dat de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst betrekking heeft op een aangelegenheid waarop dit Verdrag niet van toepassing is.

2.

De erkenning en de tenuitvoerlegging van een beslissing met betrekking tot aansprakelijkheid uit hoofde van een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst kan niet worden beperkt of geweigerd op grond van het feit dat de aansprakelijkheid uit hoofde van die overeenkomst mede omvat de schadeloosstelling van de verzekerde of herverzekerde ter zake van:

Artikel 18. Geen legalisatie

Alle ingevolge dit Verdrag verzonden of overgelegde stukken zijn vrijgesteld van legalisatie of enige andere soortgelijke formaliteit, met inbegrip van een Apostille.

Artikel 19. Verklaringen ter beperking van de rechterlijke bevoegdheid

Een Staat kan verklaren dat zijn gerechten kunnen weigeren van geschillen kennis te nemen waarop een exclusief forumkeuzebeding van toepassing is indien er, behoudens de plaats van het aangewezen gerecht, geen band is tussen die Staat en de partijen of het geschil.

Artikel 20. Verklaringen ter beperking van de erkenning en de tenuitvoerlegging

Een Staat kan verklaren dat zijn gerechten kunnen weigeren een door een gerecht van een andere Verdragsluitende Staat gegeven beslissing te erkennen of ten uitvoer te leggen indien de partijen in de aangezochte Staat hun verblijfplaats hadden en de betrekkingen tussen de partijen en alle andere voor het geschil ter zake doende elementen, behoudens de plaats van het aangewezen gerecht, uitsluitend met de aangezochte Staat verbonden waren.

Artikel 21. Verklaringen ten aanzien van specifieke aangelegenheden
1.

Wanneer een Staat er groot belang bij heeft dit Verdrag niet op een bijzondere aangelegenheid toe te passen, kan die Staat verklaren het Verdrag niet op die aangelegenheid toe te zullen passen. De Staat die een dergelijke verklaring aflegt, ziet erop toe dat deze verklaring niet ruimer is dan nodig en dat de bijzondere aangelegenheid die wordt uitgesloten duidelijk en nauwkeurig wordt omschreven.

2.

Ten aanzien van die aangelegenheid is het Verdrag niet van toepassing:

Artikel 22. Wederzijdse verklaringen inzake niet-exclusieve forumkeuzebedingen
1.

Een Verdragsluitende Staat kan verklaren dat zijn gerechten beslissingen zullen erkennen en ten uitvoer zullen leggen die zijn gegeven door gerechten van andere Verdragsluitende Staten die zijn aangewezen in een door twee of meer partijen gemaakt exclusief forumkeuzebeding dat voldoet aan de vereisten van artikel 3, onderdeel c, en waarin, met het oog op de kennisneming van geschillen die in verband met een bepaalde rechtsbetrekking zijn gerezen of zouden kunnen rijzen, een of meer gerechten van een of meer Verdragsluitende Staten zijn aangewezen (een niet-exclusief forumkeuzebeding).

2.

Wanneer om erkenning of tenuitvoerlegging van een in een Verdragsluitende Staat die een dergelijke verklaring heeft afgelegd, gegeven beslissing wordt verzocht in een andere Verdragsluitende Staat die een dergelijke verklaring heeft afgelegd, wordt de beslissing op grond van dit Verdrag erkend en ten uitvoer gelegd, indien:

Artikel 23. Uniforme uitlegging

Bij de uitlegging van dit Verdrag dient rekening te worden gehouden met het internationale karakter ervan alsmede met de noodzaak de uniforme toepassing ervan te bevorderen.

Artikel 24. Toetsing van de werking van het Verdrag

De Secretaris-Generaal van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht neemt periodiek maatregelen om:

Artikel 25. Niet-geünificeerde rechtsstelsels
1.

Ten aanzien van een Verdragsluitende Staat die op het gebied van enige bij dit Verdrag geregelde aangelegenheid twee of meer rechtsstelsels heeft die binnen verschillende territoriale eenheden van toepassing zijn:

2.

In afwijking van het voorgaande lid is een Verdragsluitende Staat met twee of meer territoriale eenheden waarin verschillende rechtsstelsels gelden, niet gehouden dit Verdrag toe te passen op gevallen waarbij uitsluitend die verschillende territoriale eenheden betrokken zijn.

3.

Een gerecht in een territoriale eenheid van een Verdragsluitende Staat met twee of meer territoriale eenheden waarin verschillende rechtsstelsels gelden, is niet gehouden een beslissing van een andere Verdragsluitende Staat te erkennen of ten uitvoer te leggen uitsluitend omdat de beslissing op grond van dit Verdrag in een andere territoriale eenheid van dezelfde Verdragsluitende Staat is erkend of ten uitvoer gelegd.

4.

Dit artikel is niet van toepassing op een Regionale Organisatie voor Economische Integratie.

Artikel 26. Verhouding tot andere internationale instrumenten
1.

Dit Verdrag dient op zodanige wijze te worden uitgelegd dat het voor zover mogelijk verenigbaar is met andere voor de Verdragsluitende Staten van kracht zijnde verdragen, ongeacht of deze voor of na dit Verdrag zijn gesloten.

2.

Dit Verdrag laat onverlet de toepassing door een Verdragsluitende Staat van een verdrag, ongeacht of het voor of na dit Verdrag is gesloten, in gevallen waarin geen van de partijen verblijfplaats heeft in een Verdragsluitende Staat die geen partij bij dat verdrag is.

3.

Dit Verdrag laat onverlet de toepassing door een Verdragsluitende Staat van een verdrag dat is gesloten voordat dit Verdrag voor die Verdragsluitende Staat van kracht werd, indien de toepassing van dit Verdrag onverenigbaar zou zijn met de verplichtingen van die Verdragsluitende Staat jegens enige andere Staat die geen Partij is bij dit Verdrag. Dit lid is ook van toepassing op verdragen die een verdrag dat voor de inwerkingtreding van dit Verdrag voor die Verdragsluitende Staat werd gesloten, herzien of vervangen, behoudens voor zover de herziening of vervanging nieuwe strijdigheden met dit Verdrag meebrengt.

4.

Dit Verdrag laat onverlet de toepassing door een Verdragsluitende Staat van een verdrag, ongeacht of dit voor of na dit Verdrag is gesloten, met het oog op de erkenning of de tenuitvoerlegging van een beslissing die is gegeven door een gerecht van een Verdragsluitende Staat die eveneens partij bij dat verdrag is. De beslissing mag evenwel niet in geringere mate worden erkend of ten uitvoer worden gelegd dan op grond van dit Verdrag het geval zou zijn.

5.

Dit Verdrag laat onverlet de toepassing door een Verdragsluitende Staat van een verdrag dat, met betrekking tot een bijzondere aangelegenheid, de rechterlijke bevoegdheid of de erkenning of de tenuitvoerlegging van beslissingen regelt, zelfs al is het na dit Verdrag gesloten en zelfs al zijn alle betrokken Staten Partij bij dit Verdrag. Dit lid is uitsluitend van toepassing indien de Verdragsluitende Staat ingevolge dit lid een verklaring met betrekking tot dat verdrag heeft afgelegd. Indien een dergelijke verklaring wordt afgelegd, zijn de andere Verdragsluitende Staten niet verplicht dit Verdrag op die bijzondere aangelegenheid toe te passen voor zover er sprake mocht zijn van onverenigbaarheid, wanneer een exclusief forumkeuzebeding de gerechten, of een of meer bepaalde gerechten van de Verdragsluitende Staat die de verklaring heeft afgelegd, aanwijst.

6.

Dit Verdrag laat onverlet de toepassing van de regels van een Regionale Organisatie voor Economische Integratie die Partij bij dit Verdrag is, ongeacht of deze voor of na dit Verdrag zijn aangenomen:

HOOFDSTUK V. SLOTBEPALINGEN

Artikel 27. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding
1.

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door alle Staten.

2.

Dit Verdrag dient door de ondertekenende Staten te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.

3.

Dit Verdrag staat open voor toetreding door alle Staten.

4.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden, depositaris van het Verdrag.

Artikel 28. Verklaringen ten aanzien van niet-geünificeerde rechtsstelsels
1.

Indien een Staat twee of meer territoriale eenheden heeft waarin verschillende rechtsstelsels van toepassing zijn betreffende in dit Verdrag geregelde aangelegenheden, kan hij op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat dit Verdrag op al deze territoriale eenheden of slechts op een of meer daarvan van toepassing is en kan hij deze verklaring te allen tijde wijzigen door een nieuwe verklaring af te leggen.

2.

Elke verklaring wordt ter kennis gebracht van de depositaris en daarin worden uitdrukkelijk de territoriale eenheden vermeld waarop het Verdrag van toepassing is.

3.

Indien een Staat geen verklaring aflegt krachtens dit artikel, is het Verdrag van toepassing op alle territoriale eenheden van die Staat.

4.

Dit artikel is niet van toepassing op een Regionale Organisatie voor Economische Integratie.

Artikel 29. Regionale Organisaties voor Economische Integratie
1.

Een Regionale Organisatie voor Economische Integratie die uitsluitend is samengesteld uit soevereine Staten en die bevoegd is ter zake van sommige of alle aangelegenheden die in dit Verdrag worden geregeld, kan dit Verdrag eveneens ondertekenen, aanvaarden, goedkeuren of hiertoe toetreden. De Regionale Organisatie voor Economische Integratie heeft in dat geval de rechten en verplichtingen van een Verdragsluitende Staat voor zover de organisatie bevoegd is ter zake van de aangelegenheden waarop dit Verdrag van toepassing is.

2.

De Regionale Organisatie voor Economische Integratie doet, op het tijdstip van ondertekening, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, de depositaris schriftelijk mededeling van de in dit Verdrag geregelde aangelegenheden ter zake waarvan de bevoegdheid door haar lidstaten aan die organisatie is overgedragen. De organisatie doet de depositaris onverwijld mededeling van wijzigingen van haar bevoegdheid als vermeld in de meeste recente kennisgeving ingevolge dit lid.

3.

Ten behoeve van de inwerkingtreding van dit Verdrag telt een akte die wordt nedergelegd door een Regionale Organisatie voor Economische Integratie niet mee, tenzij de Regionale Organisatie voor Economische Integratie in overeenstemming met artikel 30 verklaart dat haar lidstaten geen Partij bij dit Verdrag zullen zijn.

4.

Alle verwijzingen naar een „Verdragsluitende Staat” of een „Staat” in dit Verdrag zijn in voorkomend geval eveneens van toepassing op een Regionale Organisatie voor Economische Integratie die Partij bij het Verdrag is.

Artikel 30. Toetreding door een Regionale Organisatie voor Economische Integratie zonder de lidstaten ervan
1.

Op het tijdstip van ondertekening, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag of van toetreding ertoe kan een Regionale Organisatie voor Economische Integratie verklaren dat zij de bevoegdheid uitoefent ter zake van alle aangelegenheden waarop dit Verdrag van toepassing is en dat haar lidstaten geen Partij bij dit Verdrag zullen zijn, maar gebonden zullen zijn door ondertekening, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door de organisatie.

2.

In het geval dat een Regionale Organisatie voor Economische Integratie een verklaring in overeenstemming met het eerste lid heeft afgelegd, zijn alle verwijzingen naar een „Verdragsluitende Staat” of „Staat” in dit Verdrag in voorkomend geval eveneens van toepassing op de lidstaten van de organisatie.

Artikel 31. Inwerkingtreding
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een termijn van drie maanden na de nederlegging van de tweede akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, bedoeld in artikel 27.

2.

Vervolgens treedt dit Verdrag in werking:

Artikel 32. Verklaringen
1.

De in de artikelen 19, 20, 21, 22 en 26 bedoelde verklaringen kunnen worden afgelegd bij de ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding of op enig tijdstip daarna, en kunnen te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken.

2.

Van verklaringen, wijzigingen en intrekkingen wordt aan de depositaris mededeling gedaan.

3.

Een verklaring die is afgelegd op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding wordt van kracht op het tijdstip waarop het Verdrag voor de betrokken Staat in werking treedt.

4.

Een op een later tijdstip afgelegde verklaring, en elke wijziging of intrekking van een verklaring, worden van kracht op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop de kennisgeving door de depositaris is ontvangen.

5.

Een verklaring ingevolge de artikelen 19, 20, 21 en 26 is niet van toepassing op exclusieve forumkeuzebedingen die zijn gemaakt voordat de verklaring van kracht wordt.

Artikel 33. Opzegging
1.

Dit Verdrag kan worden opgezegd door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris. De opzegging kan worden beperkt tot bepaalde territoriale eenheden van een niet-geünificeerd rechtsstelsel waarop dit Verdrag van toepassing is.

2.

De opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een termijn van twaalf maanden na de datum waarop de kennisgeving door de depositaris is ontvangen. Wanneer in de kennisgeving een langere opzegtermijn is aangegeven, wordt de opzegging van kracht na het verstrijken van deze langere termijn, na de datum waarop de kennisgeving door de depositaris is ontvangen.

Artikel 34. Kennisgevingen door de depositaris

De depositaris geeft de Leden van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht en andere Staten en Regionale Organisaties voor Economische Integratie die in overeenstemming met de artikelen 27, 29 en 30 zijn overgegaan tot ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, kennis van het volgende:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at The Hague, on 30 June 2005, in the English and French languages, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Government of the Kingdom of the Netherlands, and of which a certified copy shall be sent, through diplomatic channels, to each of the Member States of the Hague Conference on Private International Law as of the date of its Twentieth Session and to each State which participated in that Session.