Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds
Antigua en Barbuda,
het Gemenebest van de Bahama's,
Barbados,
Belize,
het Gemenebest Dominica,
de Dominicaanse Republiek,
Grenada,
de Republiek Guyana,
de Republiek Haïti,
Jamaica,
Saint Christopher en Nevis,
Saint Lucia,
Saint Vincent en de Grenadines,
de Republiek Suriname,
de Republiek Trinidad en Tobago,
hierna de „Cariforum-staten” genoemd,
enerzijds, en
het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
de Republiek Hongarije,
Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd,
en
de Europese Gemeenschap,
anderzijds,
Gelet op het Herziene Verdrag van Chaguaramas tot oprichting van de Caribische Gemeenschap, met inbegrip van de gemeenschappelijke markt en economie van de Caricom, het Verdrag van Basseterre tot oprichting van de Organisatie van Oost-Caribische staten en de Overeenkomst tot oprichting van een vrijhandelsgebied tussen de Caribische Gemeenschap en de Dominicaanse Republiek, enerzijds, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, anderzijds;
Gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de groep van Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en herzien op 25 juni 2005, hierna de „Overeenkomst van Cotonou” genoemd;
Opnieuw uitdrukking gevende aan hun engagement voor eerbiediging van de rechten van de mens, de democratische beginselen en de rechtsstaat, die de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou vormen, en goed bestuur, dat het fundamentele element van de Overeenkomst van Cotonou is;
Rekening houdende met de noodzaak de economische, culturele en sociale ontwikkeling van de Cariforumstaten te bevorderen, teneinde een bijdrage te leveren tot vrede en veiligheid en een stabiel en democratisch politiek klimaat te stimuleren;
Gezien het belang dat zij hechten aan de op internationaal vlak overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen en aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties;
Zich bewust van de noodzaak de economische en sociale ontwikkeling van hun bevolking te bevorderen op een wijze die verenigbaar is met een duurzame ontwikkeling, door inachtneming van de fundamentele arbeidsrechten in overeenstemming met hun verbintenissen in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie en door bescherming van het milieu in overeenstemming met de Verklaring van Johannesburg van 2002;
Vastbesloten samen te werken om de doelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou, waaronder de uitroeiing van armoede, duurzame ontwikkeling en de geleidelijke integratie van de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS-staten) in de wereldeconomie, te verwezenlijken;
Wensende de tenuitvoerlegging van de Ontwikkelingsvisie van de Caricom te vergemakkelijken;
Gelet op hun engagement voor de beginselen en regels voor de internationale handel, en met name die welke zijn opgenomen in de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);
Rekening houdende met het verschil in de mate van economische en sociale ontwikkeling tussen de Cariforum-staten en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten;
Zich bewust van het belang van de bestaande traditionele relaties, en met name de nauwe historische, politieke en economische banden met elkaar;
Overwegende dat zij deze banden willen versterken en duurzame relaties willen aangaan die zijn gebaseerd op partnerschap en wederzijdse rechten en plichten, ondersteund door een regelmatige dialoog die is gericht op verbetering van kennis van en begrip voor elkaar;
Wensende het kader voor de economische en handelsbetrekkingen met elkaar te versterken door de instelling van een economische partnerschapsovereenkomst die kan dienen als instrument voor de ontwikkeling van de Cariforum-staten;
Strevende naar verruiming van hun economische betrekkingen en, in het bijzonder, hun handels- en investeringsstromen, daarbij voortbouwend op de huidige mate van preferentiële markttoegang tot de Europese Gemeenschap voor de Cariforum-staten en deze verbeterend;
Vastbesloten het regionale integratieproces tussen de Cariforum-staten te steunen, en in het bijzonder de regionale economische integratie te stimuleren als een belangrijk instrument om hun integratie in de wereldeconomie te bevorderen en hen te helpen de uitdagingen van de mondialisering aan te gaan en de economische groei en sociale vooruitgang te bereiken die verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling die zij nastreven;
Zich ervan bewust dat de opbouw van capaciteiten en de aanpak van leveringsmoeilijkheden in de Cariforum-staten noodzakelijk zijn om volledig profijt te hebben van de grotere handelsmogelijkheden en de voordelen van hervormingen van de handel te maximaliseren, en
Opnieuw uitdrukking gevend aan de essentiële rol die ontwikkelingshulp, waaronder hulp op handelsgebied, kan hebben voor de ondersteuning van de Cariforum-staten bij de uitvoering en benutting van deze overeenkomst;
Eraan herinnerend dat de Europese Unie (EU) zich ertoe heeft verbonden de ontwikkelingshulp, waaronder hulp voor handel, te vergroten en erop toe te zien dat een aanzienlijk deel van de verbintenissen van de Europese Gemeenschap en van de lidstaten van de EU voor de ACS-landen bestemd wordt;
Vastbesloten ervoor te zorgen dat de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Gemeenschap voor regionale economische samenwerking en integratie, zoals voorzien in de Overeenkomst van Cotonou, op zodanige wijze ten uitvoer wordt gelegd dat de verwachte voordelen van deze overeenkomst zo groot mogelijk zijn;
Zich verbindend tot samenwerking, in overeenstemming met de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, de EU-consensus over ontwikkeling en het EU-Caribisch partnerschap voor groei, stabiliteit en ontwikkeling, ter bevordering van de steun van de EU-lidstaten en van andere donoren voor de inspanningen van de Cariforum-staten om de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken;
Ervan overtuigd dat de economische partnerschapsovereenkomst een nieuw, gunstiger klimaat voor hun relaties op het gebied van handel en investeringen tot stand zal brengen en nieuwe, dynamische mogelijkheden voor groei en ontwikkeling zal bieden,
Zijn als volgt overeengekomen1)[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in Pb. EU 2008 L 289.]:
DEEL I. HANDELSPARTNERSCHAP VOOR DUURZAME ONTWIKKELING
Artikel 1. Doelstellingen
De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:
- a. bijdragen aan het terugdringen en uiteindelijk het uitroeien van armoede door de instelling van een handelspartnerschap dat in overeenstemming is met het doel van een duurzame ontwikkeling, de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en de Overeenkomst van Cotonou;
- b. bevordering van regionale integratie, economische samenwerking en een goed bestuur om op deze manier een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regelgevend kader voor handel en investeringen tussen de partijen en binnen het Cariforum-gebied tot stand te brengen en ten uitvoer te leggen;
- c. bevordering van de geleidelijke integratie van de Cariforumstaten in de wereldeconomie, in overeenstemming met hun politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten;
- d. verbetering van de capaciteit van de Cariforum-staten op het gebied van handelsbeleid en handelsvraagstukken;
- e. hulp bij het creëren van de voorwaarden voor een toename van de investeringen en van initiatieven van de particuliere sector en verruiming van de leveringscapaciteit, het concurrentievermogen en de economische groei in het Cariforum-gebied;
- f. versterking van de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijdse belangen. Om dit te bereiken, intensiveert de overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen, geeft zij steun aan een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen door middel van de geleidelijke, asymmetrische liberalisering van de onderlinge handel en versterkt, verruimt en verdiept zij de samenwerking op alle gebieden die voor de handel en de investeringen van belang zijn, daarbij rekening houdend met het respectieve ontwikkelingspeil van de partijen en in overeenstemming met de WTO-verplichtingen.
Artikel 2. Beginselen
Deze overeenkomst is gebaseerd op de grondbeginselen, de essentiële elementen en het fundamentele element van de Overeenkomst van Cotonou, neergelegd in, respectievelijk, artikel 2 en artikel 9 van die overeenkomst. Deze overeenkomst bouwt voort op de Overeenkomst van Cotonou en op eerdere ACS-EG-partnerschapsovereenkomsten op het gebied van regionale samenwerking en integratie en van economische en commerciële samenwerking.
De partijen komen overeen de Overeenkomst van Cotonou en deze overeenkomst zo uit te voeren dat zij elkaar aanvullen en wederzijds versterken.
Artikel 3. Duurzame ontwikkeling
De partijen bevestigen dat de doelstelling van een duurzame ontwikkeling op elk niveau van hun economisch partnerschap moet worden toegepast, ter uitvoering van de overkoepelende verplichtingen in de artikelen 1, 2 en 9 van de Overeenkomst van Cotonou, en met name van de algemene verplichting armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te roeien op een wijze die in overeenstemming is met de doelstellingen van een duurzame ontwikkeling.
Voor de toepassing van deze economische partnerschapsovereenkomst vatten de partijen deze doelstelling op als een verplichting om:
- a. bij de toepassing van deze overeenkomst ten volle rekening te houden met de belangen van hun respectieve bevolking en van toekomstige generaties op menselijk, cultureel, economisch, sociaal, gezondheids- en milieugebied;
- b. bij de besluitvorming methoden toe te passen die aansluiten bij de grondbeginselen van eigen inbreng, deelneming en dialoog.
De partijen komen daarom overeen gezamenlijk te werken aan de verwezenlijking van een duurzame ontwikkeling waarbij de mens als voornaamste begunstigde centraal staat.
Artikel 4. Regionale integratie
De partijen erkennen dat regionale integratie een integraal element van hun partnerschap is en een krachtig instrument voor het bereiken van de doelstellingen van deze overeenkomst.
De partijen erkennen en bekrachtigen het belang van regionale integratie tussen de Cariforum-staten als mechanisme om hen in staat te stellen grotere economische kansen te benutten, hun politieke stabiliteit te vergroten en hun effectieve integratie in de wereldeconomie te stimuleren.
De partijen erkennen de inspanningen van de Cariforumstaten om onderlinge regionale en subregionale integratie te stimuleren door middel van het Herziene Verdrag van Chaguaramas tot oprichting van de Caribische Gemeenschap, met inbegrip van de gemeenschappelijke markt en economie van de Caricom, het Verdrag van Basseterre tot oprichting van de Organisatie van Oost-Caribische staten en de Overeenkomst tot oprichting van een vrijhandelsgebied tussen de Caribische Gemeenschap en de Dominicaanse Republiek.
De partijen erkennen verder dat, onverminderd de in deze overeenkomst neergelegde verbintenissen, het tempo en de inhoud van de regionale integratie aangelegenheden zijn die uitsluitend worden bepaald door de Cariforum-staten in de uitoefening van hun soevereine rechten en in het licht van hun huidige en toekomstige politieke ambities.
De partijen zijn het erover eens dat hun partnerschap voortbouwt op en gericht is op verdieping van de regionale integratie, en zij verbinden zich ertoe dit partnerschap verder te ontwikkelen, waarbij zij rekening houden met de mate van ontwikkeling van de partijen en met hun behoeften, geografische realiteit en strategieën voor een duurzame ontwikkeling, alsmede met de prioriteiten die de Cariforum-staten voor zichzelf hebben vastgesteld en met de verplichtingen die voortvloeien uit de in lid 3 genoemde bestaande regionale integratieovereenkomsten.
De partijen verplichten zich tot samenwerking, teneinde de uitvoering van deze overeenkomst te bevorderen en de regionale integratie in het kader van Cariforum te ondersteunen.
Artikel 5. Monitoring
De partijen verbinden zich ertoe de functionering van deze overeenkomst voortdurend te volgen door middel van hun respectieve participatieve processen en participerende instellingen en die welke in het kader van deze overeenkomst zijn ingevoerd, teneinde erop toe te zien dat de doelstellingen van de overeenkomst worden verwezenlijkt, de overeenkomst correct wordt uitgevoerd en dit partnerschap mannen, vrouwen, jongeren en kinderen zoveel mogelijk voordelen biedt. De partijen verbinden zich er voorts toe elkaar onverwijld te raadplegen wanneer zich problemen mochten voordoen.
Artikel 6. Samenwerking in internationale fora
De partijen streven naar samenwerking in alle internationale fora waar aangelegenheden worden besproken die betrekking hebben op dit partnerschap.
Artikel 7. Ontwikkelingssamenwerking
De partijen erkennen dat ontwikkelingssamenwerking een uiterst belangrijk element van hun partnerschap is en een essentiële factor voor de verwezenlijking van de in artikel 1 genoemde doelstellingen van deze overeenkomst. Deze samenwerking kan financiële en niet-financiële vormen aannemen.
De ontwikkelingssamenwerking ter bevordering van regionale economische samenwerking en integratie, zoals voorzien in de Overeenkomst van Cotonou, wordt zodanig ten uitvoer gelegd dat de verwachte voordelen van deze overeenkomst zo groot mogelijk zijn. In de afzonderlijke hoofdstukken van deze overeenkomst wordt in voorkomend geval uiteengezet op welke gebieden er sprake zal zijn van samenwerking en technische bijstand. De samenwerking vindt plaats op de in dit artikel bedoelde wijze, wordt permanent getoetst en wordt zo nodig herzien overeenkomstig artikel 246 van deze overeenkomst.
De financiering door de Europese Gemeenschap van de ontwikkelingssamenwerking tussen Cariforum en de Europese Gemeenschap ter ondersteuning van de uitvoering van deze overeenkomst vindt plaats in het kader van de voorschriften en de desbetreffende procedures die zijn neergelegd in de Overeenkomst van Cotonou, met name de programmeringsprocedures van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), en in het kader van de desbetreffende instrumenten die uit de algemene begroting van de Europese Unie worden gefinancierd. In dit verband is steun bij de uitvoering van deze overeenkomst een van de prioriteiten.
Overeenkomstig hun respectieve rol en verantwoordelijkheden nemen de Europese Gemeenschap en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten alle maatregelen die nodig zijn om de terbeschikkingstelling, de toewijzing en het gebruik van middelen te waarborgen die bestemd zijn voor de bevordering van de in deze overeenkomst bedoelde ontwikkelingssamenwerkingsactiviteiten.
De lidstaten van de Europese Unie verbinden zich gezamenlijk tot steun, door middel van hun respectieve ontwikkelingsbeleid en -instrumenten, aan ontwikkelingssamenwerkingsactiviteiten voor regionale economische samenwerking en integratie en voor de uitvoering van deze overeenkomst in Cariforum-staten en op regionaal niveau, in overeenstemming met de beginselen van complementariteit en de doeltreffendheid van de hulp.
De partijen werken samen om de deelneming te bevorderen van andere donoren die bereid zijn de in lid 5 bedoelde samenwerkingsactiviteiten en de inspanningen van de Cariforum-staten om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken, te ondersteunen.
Artikel 8. Samenwerkingsprioriteiten
De in artikel 7 bedoelde ontwikkelingssamenwerking is voornamelijk gericht op de volgende gebieden, die verder worden uitgewerkt in de afzonderlijke hoofdstukken van deze overeenkomst:
- i. het verlenen van technische hulp om in de Cariforum-staten een menselijke, juridische en institutionele capaciteit op te bouwen, zodat het voor hen gemakkelijker is de in deze overeenkomst neergelegde verbintenissen na te leven;
- ii. het verlenen van hulp bij de institutionele en capaciteitsopbouw ten behoeve van belastinghervormingen, teneinde de belastingdiensten te versterken en de inning van belastingen te verbeteren, zodat er een verschuiving mogelijk is van tarieven en andere rechten en heffingen naar andere vormen van indirecte belastingen;
- iii. steunmaatregelen om de ontwikkeling van de particuliere sector en van ondernemingen, en met name van kleine marktdeelnemers, te bevorderen, het internationale concurrentievermogen van Cariforum-bedrijven te vergroten en de Cariforum-economieën meer te diversifiëren;
- iv. de diversificatie van de uitvoer van goederen en diensten door Cariforum, door nieuwe investeringen en de ontwikkeling van nieuwe sectoren;
- v. verruiming van de technologische en onderzoekscapaciteiten van de Cariforum-staten, ter bevordering van de ontwikkeling en inachtneming van internationaal erkende sanitaire en fytosanitaire maatregelen en technische normen en internationaal erkende arbeids- en milieunormen;
- vi. de ontwikkeling van innovatiesystemen binnen Cariforum, met inbegrip van de ontwikkeling van technologische capaciteit;
- vii. steun bij de ontwikkeling van de voor de handel benodigde infrastructuur in de Cariforum-staten.
De prioriteiten van de ontwikkelingssamenwerking, die in lid 1 in grote lijnen zijn uiteengezet en in de afzonderlijke hoofdstukken van deze overeenkomst nader worden gespecificeerd, worden ten uitvoer gelegd volgens de in artikel 7 uiteengezette modaliteiten.
De partijen zijn het erover eens dat een regionaal, op de belangen van alle Cariforum-staten gericht ontwikkelingsfonds van voordeel is voor de terbeschikkingstelling en kanalisering van het EOF en eventuele andere donoren afkomstige ontwikkelingsmiddelen die verband houden met de economische partnerschapsovereenkomst. De Cariforum-staten streven ernaar binnen twee jaar na de datum van ondertekening van deze overeenkomst een dergelijk fonds op te richten.
DEEL II. HANDEL EN HANDELSGERELATEERDE VRAAGSTUKKEN
TITEL I. HANDEL IN GOEDEREN
HOOFDSTUK 1. DOUANERECHTEN
Artikel 9. Werkingssfeer
De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle goederen van oorsprong uit de EG of uit een van de Cariforumstaten.2)Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, hebben de termen „goederen” en „producten” dezelfde betekenis.
Artikel 10. Oorsprongsregels
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als „van oorsprong” beschouwd de goederen die aan de oorsprongsregels in protocol 1 voldoen. Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst evalueren de partijen de bepalingen van dat protocol in het licht van de ontwikkelingsbehoeften van de Cariforum-staten met het oog op een verdere vereenvoudiging van de begrippen en de methoden die voor de vaststelling van de oorsprong worden gebruikt. Bij deze evaluatie houden de partijen rekening met de ontwikkeling van technologieën en productieprocessen en met alle andere factoren die een wijziging van de bepalingen van protocol I nodig kunnen maken. Dergelijke wijzigingen worden vastgesteld bij besluit van de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG.
Artikel 11. Douanerechten
Onder douanerechten worden verstaan alle rechten en heffingen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen, die worden opgelegd in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met uitzondering van:
- a. interne belastingen of andere interne heffingen die in overeenstemming met artikel 27 worden opgelegd;
- b. antidumpingmaatregelen, compenserende maatregelen en vrijwaringsmaatregelen die in overeenstemming met hoofdstuk 2 van deze titel worden toegepast;
- c. vergoedingen en andere heffingen die in overeenstemming met artikel 13 worden opgelegd.
Artikel 12. Indeling van goederen
Goederen die onder deze overeenkomst vallen, worden ingedeeld overeenkomstig het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS), in overeenstemming met de indelingsregels die daarop van toepassing zijn. Alle vraagstukken betreffende de indeling van goederen die in het kader van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst rijzen, worden behandeld door het in artikel 36 genoemde Speciaal Comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering.
Artikel 13. Vergoedingen en andere heffingen
De in artikel 11 bedoelde vergoedingen en andere heffingen blijven beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten en beogen geen indirecte bescherming van binnenlandse producten of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden. Zij gaan de werkelijke waarde van de verleende dienst niet te boven. Voor consulaire diensten worden geen vergoedingen en heffingen verlangd.
Artikel 14. Afschaffing van uitvoerrechten op producten van oorsprong
Op producten van oorsprong uit de Cariforum-staten die in de EG worden ingevoerd, en vice versa, worden geen uitvoerrechten geheven.
In afwijking van lid 1 schaffen de in bijlage I genoemde overeenkomstsluitende Cariforum-staten de uitvoerrechten op de in die bijlage genoemde producten binnen drie jaar na ondertekening van deze overeenkomst af.
Artikel 15. Invoerrechten op producten van oorsprong uit de Cariforum-staten
Producten van oorsprong uit de Cariforum-staten worden vrij van rechten in de EG ingevoerd; dit geldt niet voor de in bijlage II opgenomen producten onder de daar genoemde voorwaarden.
Artikel 16. Invoerrechten op producten van oorsprong uit de EG
Producten van oorsprong uit de EG worden bij invoer in de Cariforum-staten niet onderworpen aan hogere douanerechten dan die welke zijn vermeld in bijlage III.
Producten van oorsprong uit de EG worden bij invoer in de Cariforum-staten vrijgesteld van alle douanerechten in de zin van artikel 11, met uitzondering van die welke zijn vermeld in bijlage III.
Tot tien jaar na de ondertekening van deze overeenkomst kunnen de Cariforum-staten douanerechten in de zin van artikel 11, met uitzondering van die welke zijn vermeld in bijlage III, blijven toepassen op de invoer van producten van oorsprong uit de EG, mits deze rechten al op de datum van ondertekening van deze overeenkomst op deze producten van toepassing waren en dezelfde rechten ook gelden voor soortgelijke producten die uit alle andere landen worden ingevoerd.
De overeenkomstsluitende Cariforum-staten behoeven in de eerste zeven jaar na de ondertekening van deze overeenkomst nog niet te beginnen met de gefaseerde afschaffing van de in lid 2 bedoelde douanerechten, met uitzondering van die welke worden vermeld in bijlage III. Dit proces gaat gepaard met steun bij de noodzakelijke belastinghervorming als bedoeld in artikel 22.
Met het oog op de transparantie worden dergelijke rechten binnen zes maanden na de datum van ondertekening van deze overeenkomst gemeld aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG. Ook de afschaffing ervan wordt onverwijld aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG gemeld.
In geval van ernstige problemen in verband met de invoer van een bepaald product, kan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG in gemeenschappelijk overleg het tijdschema voor de vermindering en afschaffing van douanerechten wijzigen. Een wijziging kan er niet toe leiden dat de in het schema voor het betrokken product genoemde tijdsduur waarvan wijziging is gevraagd, wordt verlengd tot na de maximale overgangsperiode voor vermindering of afschaffing van het recht voor dat product, zoals voorzien in bijlage III.
Indien het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG binnen dertig dagen na een verzoek om wijziging van het tijdschema geen besluit heeft genomen, kunnen de Cariforumstaten het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar.
Artikel 17. Wijziging van tariefverbintenissen
In het licht van de speciale ontwikkelingsbehoeften van Antigua en Barbuda, Belize, het Gemenebest Dominica, Grenada, de Republiek Guyana, de Republiek Haïti, Saint Christopher en Nevis, Saint Lucia en Saint Vincent en de Grenadines kunnen de partijen in het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG besluiten tot wijziging van de hoogte van de in bijlage III neergelegde douanerechten, die bij invoer in de Cariforum-staten op een product van oorsprong uit de EG mogen worden toegepast. De partijen zien erop toe dat een dergelijke wijziging er niet toe leidt dat deze overeenkomst niet meer in overeenstemming is met de eisen van artikel XXIV van de GATT 1994. De partijen kunnen er in voorkomend geval tegelijkertijd ook toe besluiten om de in bijlage 3 neergelegde douanerechtverbintenissen met betrekking tot andere uit de EG ingevoerde goederen aan te passen.
Artikel 18. Goederenverkeer
De partijen erkennen dat het einddoel is dat op producten van oorsprong die in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten worden ingevoerd, slechts eenmaal douanerechten worden geheven. Zolang de noodzakelijke regelingen om dit doel te bereiken nog niet zijn vastgesteld, spannen de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zich in om dit te verwezenlijken. De EG verleent de technische bijstand die voor het bereiken van dit doel nodig is.
Artikel 19. Gunstiger behandeling als gevolg van vrijhandelsovereenkomsten
Wat de onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden betreft, kent de EG de Cariforum-staten in voorkomend geval een gunstiger behandeling toe wanneer die toepasselijk wordt doordat de EG na de ondertekening van deze overeenkomst partij wordt bij een vrijhandelsovereenkomst met derde partijen.
Wat de onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden betreft, kennen de Cariforum-staten of elke overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG in voorkomend geval een gunstiger behandeling toe wanneer die toepasselijk wordt doordat de Cariforum-staten of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat na de ondertekening van deze overeenkomst partij worden/wordt bij een vrijhandelsovereenkomst met een belangrijke handelsmacht.
De bepalingen van dit hoofdstuk worden niet zo uitgelegd dat de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat verplicht is tot een uitbreiding tot de andere partij van preferentiële behandelingen die van toepassing zijn als gevolg van het feit dat de EG of een overeenkomstsluitende Cariforumstaat op de datum van ondertekening van deze overeenkomst partij is bij een vrijhandelsovereenkomst met derde partijen.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „belangrijke handelsmacht” verstaan elk ontwikkeld land of elk land of gebied dat in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde vrijhandelsovereenkomst een aandeel van meer dan één (1) procent in de mondiale uitvoer van goederen had, of elke groep landen die individueel, collectief of via een vrijhandelsovereenkomst in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde vrijhandelsovereenkomst een aandeel van meer dan anderhalf (1,5) procent in de mondiale uitvoer van goederen had3)Voor deze berekening wordt gebruikgemaakt van officiële WTO-gegevens over leidende exporteurs in de mondiale handel in goederen (met uitzondering van de intra-EU-handel). .
Wanneer een overeenkomstsluitende Cariforum-staat partij wordt bij een vrijhandelsovereenkomst met een derde partij, als bedoeld in lid 2, en die vrijhandelsovereenkomst de derde partij een gunstiger behandeling toekent dan die welke de overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG uit hoofde van deze overeenkomst toekent, treden de partijen hierover in overleg. De partijen kunnen beslissen of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG de gunstiger behandeling uit de vrijhandelsovereenkomst mag ontzeggen. De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG kan de nodige maatregelen treffen om de bepalingen van deze overeenkomst aan te passen.
Artikel 20. Speciale bepalingen over administratieve samenwerking
De partijen zijn het erover eens dat administratieve samenwerking essentieel is voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de preferentiële behandeling die op grond van deze titel wordt verleend, en zij benadrukken hun vastberadenheid om onregelmatigheden en fraude in douane- en aanverwante aangelegenheden te bestrijden.
Wanneer een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat op basis van objectieve informatie tot de conclusie is gekomen dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of gevallen van fraude hebben voorgedaan, kan de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat de preferentiële regeling ten aanzien van de betrokken producten overeenkomstig dit artikel tijdelijk schorsen.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het niet verlenen van administratieve medewerking onder meer verstaan:
- a. het herhaaldelijk niet nakomen van de verplichting om de oorsprong van het betrokken product of de betrokken producten te controleren;
- b. het herhaaldelijk weigeren de controle achteraf van het bewijs van oorsprong uit te voeren en/of de resultaten daarvan mee te delen, of onnodige vertraging daarbij;
- c. het herhaaldelijk weigeren van toestemming voor missies in het kader van de administratieve samenwerking ter controle van de echtheid van documenten of de juistheid van gegevens die van belang zijn voor het verlenen van een preferentiële behandeling, of onnodige vertraging daarbij.
Voor de toepassing van dit artikel kunnen onregelmatigheden of fraude onder meer worden vastgesteld wanneer de invoer van goederen snel stijgt, zonder dat daarvoor een bevredigende verklaring is, die invoer de gebruikelijke productie- en uitvoercapaciteit van de andere partij te boven gaat, en de stijging in verband kan worden gebracht met objectieve informatie betreffende onregelmatigheden of fraude.
Voor een tijdelijke schorsing moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a. de partij of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat die op grond van objectieve informatie tot de conclusie is gekomen dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of gevallen van fraude hebben voorgedaan, stelt het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG onverwijld in kennis van zijn conclusies en van de objectieve informatie, en pleegt in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG op basis van alle relevante informatie en objectief vastgestelde conclusies overleg, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden;
- b. wanneer de partijen als hierboven beschreven overleg hebben gepleegd in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG en het niet binnen drie maanden na de kennisgeving eens zijn geworden over een aanvaardbare oplossing, kan de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat de preferentiële regeling voor het betrokken product of de betrokken producten tijdelijk schorsen. Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG wordt van een tijdelijke schorsing onverwijld in kennis gesteld;
- c. tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel blijven beperkt tot wat nodig is ter bescherming van de financiële belangen van de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat. Zij zijn beperkt tot zes maanden, waarna verlenging mogelijk is. Tijdelijke schorsingen worden onmiddellijk na goedkeuring ervan gemeld aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG. Binnen het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG vindt hierover periodiek overleg plaats, met name om tot beëindiging ervan te komen zodra de omstandigheden die aanleiding gaven tot toepassing ervan, niet meer gelden.
Tegelijk met de kennisgeving aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG overeenkomstig lid 4, onder a), publiceert de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat in haar officiële publicatieblad een kennisgeving voor importeurs. In deze kennisgeving wordt voor het betrokken product aangegeven dat op grond van objectieve informatie is geconcludeerd dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat er sprake is van onregelmatigheden of fraude.
Artikel 20 bis
Ter bevordering van de inspanningen van de partijen om een aanvaardbare oplossing te vinden voor de in artikel 20, lid 2, bedoelde aangelegenheden, kan de partij of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waartegen een conclusie ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG is gebracht, ook, in overeenstemming met artikel 205, leden 2 tot en met 5, een beroep doen op een bemiddelaar. Het advies van de bemiddelaar wordt binnen de in artikel 20, lid 4, onder b), bedoelde periode van drie maanden gemeld.
Artikel 21. Behandeling van administratieve fouten
Indien de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregeling fouten hebben gemaakt, en met name indien zij protocol I onjuist hebben toegepast, en deze fouten gevolgen hebben voor de invoerrechten, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd, het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG verzoeken na te gaan of passende maatregelen te kunnen worden genomen om de situatie te herstellen.
Artikel 22. Samenwerking
De partijen erkennen het belang van samenwerking om de belastingdiensten te versterken en de belastinginning te verbeteren.
Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:
- a. technische bijstand op het gebied van belastinghervormingen, zodat er een verschuiving mogelijk is van tarieven en andere rechten en heffingen naar andere vormen van indirecte belastingen, en
- b. institutionele en capaciteitsopbouw ten behoeve van de onder a) bedoelde maatregelen.
HOOFDSTUK 2. HANDELSBESCHERMINGSINSTRUMENTEN
Artikel 23. Antidumpingrechten en compenserende rechten
Behoudens het bepaalde in dit artikel staat geen enkele bepaling in deze overeenkomst de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, individueel of collectief, in de weg om in overeenstemming met de desbetreffende WTO-overeenkomsten antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen vast te stellen. Voor de toepassing van dit artikel wordt de oorsprong vastgesteld in overeenstemming met de niet-preferentiële oorsprongsregels van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten.
Alvorens definitieve antidumpingrechten of compenserende rechten op te leggen voor uit Cariforum-staten ingevoerde producten, overweegt de EG de mogelijkheid van constructieve oplossingen als bedoeld in de desbetreffende WTO-overeenkomsten.
Wanneer namens twee of meer overeenkomstsluitende Cariforum-staten door een regionale of subregionale instantie een antidumpingmaatregel of een compenserende maatregel is opgelegd, is er een enkele instantie voor de rechterlijke toetsing, met inbegrip van een hogere voorziening.
Een overeenkomstsluitende Cariforum-staat past geen antidumpingmaatregel of compenserende maatregel toe op een product wanneer dit binnen de werkingssfeer van een regionale of subregionale maatregel ten aanzien van hetzelfde product valt.
Evenzo zien de Cariforum-staten erop toe dat een regionale of subregionale maatregel ten aanzien van een product niet van toepassing is op een overeenkomstsluitende Cariforum-staat die een dergelijke maatregel op hetzelfde product toepast.
De EG stelt de overeenkomstsluitende Cariforum-staten van uitvoer in kennis van de ontvangst van een terdege gedocumenteerde klacht voordat zij een onderzoek opent.
Dit artikel is van toepassing op alle onderzoeken die na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden geopend.
Dit artikel is niet onderworpen aan de bepalingen in deze overeenkomst over geschillenbeslechting.
Artikel 24. Multilaterale vrijwaringsmaatregelen
Behoudens het bepaalde in dit artikel staat geen enkele bepaling in deze overeenkomst de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG in de weg om maatregelen te nemen overeenkomstig artikel XIX van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994, de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw, die een bijlage vormt bij de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie. Voor de toepassing van dit artikel wordt de oorsprong vastgesteld in overeenstemming met de niet-preferentiële oorsprongsregels van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten.
Gezien de algemene ontwikkelingsdoelstellingen van deze overeenkomst en de kleine omvang van de economieën van de Cariforum-staten, sluit de EG, in afwijking van lid 1, de invoer uit een Cariforum-staat uit van maatregelen die zij neemt uit hoofde van artikel XIX van de GATT 1994, de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw.
Lid 2 geldt voor een periode van vijf jaar, te beginnen op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst. Uiterlijk 120 dagen voor het eind van deze periode beoordeelt de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG de werking van deze bepalingen in het licht van de ontwikkelingsbehoeften van de Cariforum-staten, teneinde te kunnen vaststellen of de toepassing ervan moet verlengd.
Lid 1 is niet onderworpen aan de bepalingen in deze overeenkomst over geschillenbeslechting.
Artikel 25. Vrijwaringsclausule
Niettegenstaande artikel 24 kan een partij, na alternatieve oplossingen te hebben onderzocht, vrijwaringsmaatregelen van beperkte duur vaststellen die afwijken van artikel 15 of 16, naargelang van het geval, op de voorwaarden van en in overeenstemming met de procedures in dit artikel.
De in lid 1 bedoelde vrijwaringsmaatregelen kunnen worden getroffen wanneer een product dat van oorsprong is uit een van de partijen op het grondgebied van de andere partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat:
- a. zij op het grondgebied van de invoerende partij ernstige schade veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten, of
- b. zij leiden tot of dreigen te leiden tot verstoring van een economische sector, met name wanneer hierdoor grote sociale problemen of moeilijkheden ontstaan die tot een ernstige verslechtering van de economische situatie van de invoerende partij kunnen leiden, of
- c. zij verstoring van de markten voor soortgelijke of rechtstreeks concurrerende landbouwproducten4)Voor de toepassing van dit artikel wordt onder landbouwproducten verstaan de producten die vallen onder bijlage I van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw. of van de mechanismen tot regeling van die markten veroorzaken of dreigen te veroorzaken.
De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen mogen niet verder reiken dan wat nodig is om de in lid 2 bedoelde ernstige schade of verstoringen te verhelpen of te voorkomen. De vrijwaringsmaatregelen van de invoerende partij mogen alleen uit één of meer van de volgende maatregelen bestaan:
- a. schorsing van de verdere verlaging van het invoerrecht op het betrokken product, zoals voorzien in deze overeenkomst,
- b. verhoging van het douanerecht op het betrokken product tot een niveau dat het voor andere WTO-leden geldende recht niet overschrijdt, en
- c. invoering van tariefcontingenten voor het betrokken product.
Onverminderd de leden 1 tot en met 3 kan de EG, wanneer een product van oorsprong uit één of meer overeenkomstsluitende Cariforum-staten wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat hierdoor voor één of meer ultraperifere gebieden van de EG een van de in lid 2, onder a), b) of c), genoemde situaties ontstaat of dreigt te ontstaan, volgens de in de leden 6 tot en met 9 neergelegde procedures toezicht- of vrijwaringsmaatregelen nemen die beperkt zijn tot het gebied of de gebieden in kwestie.
- a. Onverminderd de leden 1 tot en met 3 kan een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, wanneer een product van oorsprong uit de EG wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat hierdoor voor die overeenkomstsluitende Cariforum-staat een van de in lid 2, onder a), b) of c), genoemde situaties ontstaat of dreigt te ontstaan, volgens de in de leden 6 tot en met 9 neergelegde procedures toezicht- of vrijwaringsmaatregelen nemen die beperkt zijn tot zijn grondgebied.
- b. Een overeenkomstsluitende Cariforum-staat kan vrijwaringsmaatregelen nemen wanneer een product van oorsprong uit de EG op zijn grondgebied wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat hierdoor voor een opkomende industrie die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt, verstoringen ontstaan of dreigen te ontstaan. Deze bepaling geldt slechts voor een periode van tien jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. Maatregelen moeten worden genomen volgens de in de leden 6 tot en met 9 neergelegde procedure.
- a. De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen worden slechts zolang gehandhaafd als nodig is om ernstige schade of verstoringen als omschreven in de leden 2, 4 en 5 te vermijden of te verhelpen.
- b. De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen worden niet langer dan twee jaar toegepast. Wanneer de omstandigheden die de instelling van vrijwaringsmaatregelen rechtvaardigden, blijven bestaan, kunnen deze maatregelen worden verlengd voor nog eens maximaal twee jaar. Wanneer de Cariforum-staten of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat een vrijwaringsmaatregel toepast, of wanneer de EG een maatregel toepast die beperkt is tot één of meer van haar ultraperifere gebieden, kunnen deze maatregelen evenwel voor een periode van niet meer dan vier jaar worden toegepast en, wanneer de omstandigheden die de instelling van vrijwaringsmaatregelen rechtvaardigden, blijven bestaan, kan deze periode worden verlengd met nog eens vier jaar.
- c. In dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen die langer dan één jaar van kracht blijven, bevatten duidelijke elementen die geleidelijk leiden tot beëindiging van die maatregelen, uiterlijk aan het einde van de vastgestelde periode.
- d. Ten aanzien van de invoer van een product waartegen al eerder vrijwaringsmaatregelen zijn genomen, mogen gedurende een periode van ten minste één jaar na het verstrijken van deze maatregelen niet opnieuw vrijwaringsmaatregelen als bedoeld in dit artikel worden genomen.
Voor de tenuitvoerlegging van de leden 1 tot en met 6 gelden de volgende bepalingen:
- a. wanneer een partij van oordeel is dat een van de in de leden 2, 4 en 5 bedoelde omstandigheden zich voordoet, verwijst zij de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek naar het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG;
- b. het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG kan elke aanbeveling doen die nodig is om in de gerezen omstandigheden uitkomst te bieden. Indien het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG daartoe geen aanbeveling heeft gedaan, of indien er binnen 30 dagen nadat de aangelegenheid aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG werd voorgelegd geen bevredigende oplossing is bereikt, kan de invoerende partij overeenkomstig dit artikel passende maatregelen vaststellen om de problemen op te lossen;
- c. alvorens een in dit artikel bedoelde maatregel te nemen, of, in de gevallen waarin lid 8 van toepassing is, zo spoedig mogelijk, verstrekt de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG alle informatie ter zake die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een oplossing te zoeken die voor alle betrokken partijen aanvaardbaar is;
- d. bij de keuze van vrijwaringsmaatregelen krachtens dit artikel moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die het functioneren van deze overeenkomst het minst verstoren;
- e. alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG gebracht en in dat comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder met het doel een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.
Wanneer wegens uitzonderlijke omstandigheden onmiddellijk actie moet worden ondernomen, kan de betrokken invoerende partij, of dit nu de EG is, de Cariforum-staten of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, voorlopig de in de leden 3, 4 en/of 5 bedoelde maatregelen nemen zonder de eisen van lid 7 in acht te nemen. Een dergelijke actie mag worden gehandhaafd voor een periode van maximaal 180 dagen, wanneer de maatregelen door de EG zijn genomen, of van maximaal 200 dagen, wanneer de maatregelen door de Cariforum-staten of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat zijn genomen of wanneer de door de EG genomen maatregelen beperkt zijn tot het grondgebied van één of meer ultraperifere gebieden. De duur van een voorlopige maatregel wordt meegerekend als deel van de initiële periode en van eventuele verlengingen als bedoeld in de lid 6. Wanneer voorlopige maatregelen worden genomen, wordt rekening gehouden met de belangen van alle betrokken partijen. De betrokken invoerende partij stelt de andere betrokken partij in kennis en verwijst de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek naar het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG.
Indien een invoerende partij de invoer van een product onderwerpt aan een administratieve procedure die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de tendens van handelsstromen die aanleiding kunnen geven tot de in dit artikel bedoelde problemen, stelt zij het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG daarvan onverwijld in kennis.
De WTO-bepalingen over geschillenbeslechting zijn niet van toepassing op krachtens dit artikel vaststelde vrijwaringsmaatregelen.
HOOFDSTUK 3. NON-TARIFAIRE MAATREGELEN
Artikel 26. Verbod op kwantitatieve beperkingen
Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden op producten van oorsprong geen invoer- of uitvoerverboden of invoer- of uitvoerbeperkingen, afgezien van douanerechten en belastingen en de in artikel 13 bedoelde vergoedingen en andere heffingen, gehandhaafd, ongeacht of deze de vorm hebben van contingenten, in- of uitvoervergunningen of andere maatregelen.
Er worden geen nieuwe maatregelen van die aard ingevoerd. Dit artikel doet geen afbreuk aan de artikelen 23 en 24.
Artikel 27. Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving
Ingevoerde producten van oorsprong worden direct noch indirect aan hogere interne belastingen of andere interne heffingen van die aard onderworpen dan die welke direct of indirect op soortgelijke binnenlandse producten van toepassing zijn. Bovendien passen de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ook anderszins geen interne belastingen of andere interne heffingen toe om soortgelijke binnenlandse producten te beschermen.
Ingevoerde producten van oorsprong worden, wat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en vereisten met betrekking tot hun verkoop, aanbieding tot verkoop, aankoop, vervoer, distributie of gebruik op de interne markt betreft, niet minder gunstig behandeld dan soortgelijke binnenlandse producten. Het bepaalde in dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële binnenlandse vervoerstarieven die uitsluitend berusten op de economische exploitatie van het vervoersmiddel en niet op de oorsprong van het product.
De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voeren geen interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in specifieke hoeveelheden of verhoudingen in die direct of indirect vereisen dat een specifieke hoeveelheid of een specifiek percentage van een onder de regeling vallend product uit het binnenland afkomstig moet zijn; evenmin handhaven zij dergelijke regelingen. Bovendien mag een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat niet op andere wijze interne kwantitatieve regelingen toepassen om de binnenlandse productie te beschermen.
Het bepaalde in dit artikel vormt geen beletsel voor de toekenning van subsidies aan uitsluitend nationale producenten, met inbegrip van betalingen aan nationale producenten uit de opbrengsten van interne belastingen of heffingen die overeenkomstig dit artikel worden geheven en van subsidies in de vorm van aankopen van binnenlandse producten door de overheid.
Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, procedures of praktijken inzake overheidsopdrachten, die uitsluitend onder de bepalingen in titel IV, hoofdstuk 3, vallen.
Dit artikel doet geen afbreuk aan artikel 23.
Artikel 28. Uitvoersubsidies voor landbouwproducten
De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voeren geen nieuwe programma's voor uitvoersubsidies in, noch verhogen zij bestaande uitvoersubsidies voor landbouwproducten die voor het grondgebied van de andere partij bestemd zijn5)Voor de toepassing van lid 1 worden wijzigingen van subsidiebetalingen uit hoofde van bestaande subsidieprogramma's als gevolg van gewijzigde marktomstandigheden niet aangemerkt als nieuw subsidieprogramma of verhoging van een subsidie. .
Ten aanzien van in lid 3 gedefinieerde producten waarvoor de Cariforum-staten zich hebben verbonden de douanerechten af te schaffen, verplicht de EG zich ertoe alle bestaande subsidies op de uitvoer van de desbetreffende producten naar het grondgebied van de Cariforum-staten geleidelijk af te schaffen. De wijze waarop deze geleidelijke afschaffing plaatsvindt, wordt vastgesteld door het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG.
Dit artikel is van toepassing op producten die vallen onder bijlage I bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.
Dit artikel doet geen afbreuk aan de toepassing door de Cariforum-staten van artikel 9, lid 4, van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw en artikel 27 van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.
HOOFDSTUK 4. DOUANE EN HANDELSBEVORDERING
Artikel 29. Doelstellingen
De partijen erkennen het belang van de douane en van handelsbevordering in het zich ontwikkelende mondiale handelsstelsel en voor de ontwikkeling van de intra-Cariforum-handel en de handel tussen de partijen.
De partijen komen overeen de samenwerking op dit gebied te bevorderen teneinde ervoor te zorgen dat de wetgeving en procedures ter zake, alsook de bestuurlijke capaciteit van de desbetreffende diensten, voldoen aan de doelstellingen van een effectieve controle en de stimulering van handelsbevordering en helpen bij de bevordering van de ontwikkeling en de regionale integratie van de Cariforum-staten.
De partijen erkennen dat bij de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk legitieme doelstellingen van openbaar beleid, met inbegrip van die met betrekking tot de veiligheid en de fraudebestrijding, op generlei wijze in het gedrang mogen komen.
Artikel 30. Samenwerking op administratief en douanegebied
Met het oog op de naleving van de bepalingen in deze titel en om doeltreffend in te spelen op de in artikel 29 genoemde doelstellingen, nemen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de volgende maatregelen:
- a. uitwisseling van informatie over douanewetgeving en -procedures;
- b. ontwikkeling van gemeenschappelijke initiatieven op onderling overeengekomen gebieden;
- c. waar mogelijk vaststelling van gemeenschappelijke standpunten over douaneaangelegenheden bij internationale organisaties als de WTO en de Werelddouaneorganisatie (WDO);
- d. bevordering van samenwerking tussen instanties met vergelijkbare functies.
De partijen verlenen elkaar administratieve bijstand op douanegebied overeenkomstig de bepalingen in protocol II.
Artikel 31. Douanewetgeving en -procedures
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat internationale instrumenten en normen op douane- en handelsgebied, met inbegrip van de materieelrechtelijke elementen van de herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de WDO, het gegevensmodel van de WDO en het GS-verdrag het uitgangspunt voor hun respectieve wet- en regelgeving en procedures op handels- en douanegebied moeten zijn.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat hun respectieve wet- en regelgeving en procedures op handels- en douanegebied moeten worden gebaseerd op:
- a. de noodzaak de handel te beschermen en te bevorderen door handhaving en inachtneming van wettelijke vereisten en de noodzaak extra faciliteiten te verlenen aan handelaren die de voorschriften zeer goed naleven;
- b. de noodzaak erop toe te zien dat de eisen voor de marktdeelnemers redelijk zijn, niet discrimineren, waarborgen tegen fraude bieden en niet leiden tot de toepassing van buitensporige straffen voor geringe inbreuken op douanevoorschriften of procedurele eisen;
- c. de noodzaak een enkel administratief document of elektronisch equivalent daarvan toe te passen in respectievelijk de EG en Cariforum. De Cariforum-staten blijven inspanningen ter zake doen, teneinde hieraan in een vroeg stadium na de inwerkingtreding van deze overeenkomst te voldoen. Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zal de situatie gezamenlijk worden onderzocht;
- d. de noodzaak moderne douanetechnieken toe te passen, zoals een risicobeoordeling, vereenvoudigde procedures bij in- en uitvoer, controles na vrijgave van de goederen en objectieve procedures voor toegelaten handelaren. De procedures moeten transparant, doeltreffend en eenvoudig zijn, teneinde de kosten te verminderen en de betrouwbaarheid voor de marktdeelnemers te vergroten;
- e. de noodzaak erop toe te zien dat de eisen en procedures die van toepassing zijn op de in- en uitvoer en op goederen in doorvoer niet discriminerend zijn, hoewel zendingen wel verschillend mogen worden behandeld op grond van objectieve criteria voor de risicobeoordeling;
- f. de noodzaak te zorgen voor transparantie. Hiertoe komen de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten overeen een systeem van bindende voorschriften over douaneaangelegenheden, en met name over de tariefclassificatie en de oorsprongsregels, in te voeren, in overeenstemming met de voorschriften die in hun respectieve wetgeving zijn neergelegd;
- g. de noodzaak systemen, met inbegrip van die welke zijn gebaseerd op informatietechnologie, geleidelijk verder te ontwikkelen, teneinde de elektronische uitwisseling van gegevens tussen handelaren, douanediensten en hiermee verbonden instanties te vergemakkelijken;
- h. de noodzaak doorvoer te vergemakkelijken;
- i. transparante en niet-discriminerende voorschriften met betrekking tot het verlenen van vergunningen aan douane-expediteurs, en het niet-verplicht stellen van het beroep op onafhankelijke douane-expediteurs;
- j. de noodzaak verplichte inspecties vóór verzending of vergelijkbare maatregelen te vermijden, zonder afbreuk te doen aan hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de WTO-overeenkomst inzake inspecties vóór verzending. De partijen bespreken de kwestie binnen het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG en kunnen vervolgens overeenkomen af te zien van de mogelijkheid gebruik te maken van verplichte inspecties vóór verzending of van vergelijkbare maatregelen.
Om de werkmethoden te verbeteren en ervoor te zorgen dat hun optreden niet-discriminerend, transparant, doeltreffend, integer en verantwoordelijk is, nemen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de volgende maatregelen:
- a. verdere stappen op weg naar vermindering, vereenvoudiging en standaardisering van gegevens en documentatie;
- b. waar mogelijk vereenvoudiging van eisen en formaliteiten, teneinde goederen snel vrij te geven en in te klaren;
- c. zorgen voor doeltreffende, snelle, niet-discriminerende en gemakkelijk toegankelijke procedures die de uitoefening van het recht van beroep tegen administratieve maatregelen, uitspraken en besluiten van de douane betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen mogelijk maken. Eventuele heffingen moeten in overeenstemming zijn met de kosten van de beroepsprocedures;
- d. erop toezien dat de strengste normen op het gebied van integriteit worden nageleefd, door toepassing van maatregelen overeenkomstig de beginselen van de desbetreffende internationale overeenkomsten en instrumenten.
Artikel 32. Relaties met het bedrijfsleven
De EG en de ondertekenende Cariforum-staten zijn het erover eens:
- a. erop toe te zien dat alle wetgeving, procedures, tarieven en vergoedingen, alsmede waar mogelijk de toelichtingen ter zake, algemeen bekend worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg;
- b. dat tijdig en regelmatig overleg met de marktdeelnemers over wetgevingsvoorstellen met betrekking tot douane- en handelsprocedures noodzakelijk is;
- c. dat wanneer nieuwe of gewijzigde wetgeving of procedures worden ingevoerd, de marktdeelnemers hierover waar mogelijk vooraf in kennis moeten worden gesteld. De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geven algemene bekendheid aan administratieve berichten ter zake, met inbegrip van eisen in verband met douaneexpediteurs, procedures bij binnenkomst van de goederen, openingsuren en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten, en adressen voor het inwinnen van informatie, teneinde het voor bedrijven gemakkelijker te maken de douaneverplichtingen na te leven en goederen tijdig te vervoeren;
- d. samenwerking te stimuleren tussen de marktdeelnemers en de diensten die voor hen van belang zijn, en een eerlijke concurrentie tussen handelaren te bevorderen door niet-arbitraire en algemeen toegankelijke procedures, zoals intentieverklaringen, toe te passen, waarbij een passend gebruik wordt gemaakt van de door de WDO vastgestelde procedures;
- e. dat deze samenwerking ook gericht moet zijn op bestrijding van illegale praktijken en op de bescherming van de staatsveiligheid en de veiligheid van de burgers, alsmede op de belastinginning;
- f. erop toe te zien dat bij hun respectieve eisen en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden goede praktijken worden gevolgd, waardoor de handel zo weinig mogelijk wordt beperkt.
Artikel 33. Douanewaarde
In de handel tussen de partijen is op de voorschriften inzake de douanewaarde de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT (1994) van toepassing.
De partijen werken samen aan een gemeenschappelijke aanpak van kwesties met betrekking tot de douanewaarde.
Artikel 34. Regionale integratie
De partijen bevorderen waar mogelijk regionale integratie op douanegebied en streven naar de ontwikkeling van regionale douanewetgeving, -procedures en -eisen, in overeenstemming met de internationale normen ter zake.
Het in artikel 36 bedoelde Speciaal Comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering houdt permanent toezicht op de tenuitvoerlegging van dit artikel.
Artikel 35. Samenwerking
De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van maatregelen inzake douane en handelsbevordering, teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken.
Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:
- a. toepassing van moderne douanetechnieken, zoals risicobeoordeling, bindende uitspraken vooraf, vereenvoudigde procedures voor de binnenkomst en de vrijgave van goederen, controles na de vrijgave en methoden voor de controle van bedrijfsboekhoudingen;
- b. invoering van procedures en praktijken die, voor zover dit haalbaar is, in overeenstemming zijn met internationale instrumenten en normen op het gebied van douane en handel, met inbegrip van WTO-voorschriften en instrumenten en normen van de WDO, zoals de herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures en het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de WDO;
- c. automatisering van douane- en andere handelsprocedures.
Artikel 36. Speciaal Comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering
De partijen komen overeen een Speciaal Comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering op te richten dat bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. Dit comité komt bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld. Het voorzitterschap van dit comité rouleert jaarlijks tussen de partijen. Het comité brengt verslag uit aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG.
Het comité heeft onder meer de volgende taken:
- a. het uitoefenen van toezicht op de tenuitvoerlegging en het beheer van de bepalingen van dit hoofdstuk;
- b. het uitvoeren van de in protocol I vermelde taken en functies;
- c. het bieden van een forum voor overleg tussen de partijen over de in protocol II neergelegde verplichtingen;
- d. het verbeteren van de samenwerking en de dialoog tussen de partijen op het gebied van de tariefaangelegenheden, douanewetgeving en -procedures, wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, oorsprongsregels en administratieve samenwerking;
- e. het bespreken van vraagstukken met betrekking tot technische bijstand.
HOOFDSTUK 5. LANDBOUW EN VISSERIJ
Artikel 37. Doelstellingen
De partijen zijn het erover eens dat de basisdoelstelling van deze overeenkomst de duurzame ontwikkeling en de uitroeiing van armoede in de Cariforum-staten is, alsmede de geleidelijke, harmonieuze integratie van deze economieën in de wereldeconomie. Op het gebied van landbouw en visserij draagt deze overeenkomst bij aan een toename van het concurrentievermogen van de productie en verwerking van en de handel in landbouw- en visserijproducten, zowel in de traditionele als in de niet-traditionele sector, tussen de partijen, in overeenstemming met het duurzame beheer van natuurlijke hulpbronnen.
De partijen erkennen het economische en sociale belang voor de Cariforum-staten van activiteiten die verband houden met de visserij en het gebruik van de levende rijkdommen van de zee, en de noodzaak die voordelen zoveel mogelijk te benutten voor factoren als voedselzekerheid, werkgelegenheid, verlichting van armoede, inkomsten aan deviezen en sociale stabiliteit van de visserijgemeenschappen.
De partijen erkennen dat de visserij en de mariene ecosystemen van de Cariforum-staten een rijke biologische diversiteit hebben, maar complex en fragiel zijn, en dat daarmee bij de exploitatie ervan rekening moet worden gehouden door een doeltreffende instandhouding en een doeltreffend beheer van de visbestanden en de daarmee verbonden ecosystemen, op basis van gedegen wetenschappelijk advies en op het voorzorgsbeginsel, zoals dat is gedefinieerd in de Gedragscode voor een verantwoorde visserij van de FAO.
De partijen erkennen dat het waarborgen van de voedselzekerheid en het bieden van meer middelen van bestaan van essentieel belang zijn voor de uitroeiing van armoede en het streven naar een duurzame ontwikkeling. Bijgevolg erkennen zij de noodzaak belangrijke verstoringen van de markten voor landbouw- en visserijproducten en voedingsmiddelen in de Cariforum-staten te voorkomen.
De partijen komen overeen ten volle rekening te houden met de diversiteit van de economische, sociale en milieukenmerken en -behoeften en met de ontwikkelingsstrategieën van de Cariforum-staten.
Artikel 38. Regionale integratie
De partijen erkennen dat de integratie van de sectoren landbouw, voeding en visserij van de Cariforum-staten door de geleidelijke verwijdering van de resterende belemmeringen en het creëren van een passend regelgevend kader zal bijdragen tot de verdieping van het proces van regionale integratie en de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk.
Artikel 39. Flankerend beleid
De Cariforum-staten verbinden zich ertoe beleid en institutionele hervormingen vast te stellen en uit te voeren om de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk mogelijk te maken en te vergemakkelijken.
Artikel 40. Voedselzekerheid
De partijen erkennen dat de verwijdering van belemmeringen van de handel tussen de partijen, zoals beoogd in deze overeenkomst, grote uitdagingen kan meebrengen voor de Cariforum-producenten in de sectoren landbouw, voeding en visserij en voor de consumenten, en zij komen overeen met elkaar over deze onderwerpen te beraadslagen.
Wanneer naleving van de bepalingen in deze overeenkomst aanleiding geeft tot problemen met de beschikbaarheid van of de toegang tot voedingsmiddelen en andere producten die van wezenlijk belang zijn voor de voedselzekerheid van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat en wanneer deze situatie tot grote moeilijkheden voor die staat leidt of dreigt te leiden, kan deze in overeenstemming met artikel 25, lid 7, onder b) tot en met d), en de leden 8 en 9, passende maatregelen nemen.
Artikel 41. Uitwisseling van informatie en overleg
De partijen komen overeen ervaringen, informatie en goede praktijken uit te wisselen en overleg te plegen over alle onderwerpen die verband houden met het nastreven van de doelstellingen van dit hoofdstuk en van belang zijn voor de handel tussen de partijen.
De partijen zijn het erover eens dat dialoog bijzonder nuttig is op de volgende gebieden:
- a. de uitwisseling van informatie over de productie en de consumptie van en de handel in landbouwproducten en over de marktontwikkelingen voor landbouw- en visserijproducten;
- b. de bevordering van investeringen in de sectoren landbouw, voeding en visserij in de Cariforum-staten, met inbegrip van kleinschalige activiteiten;
- c. de uitwisseling van informatie over het beleid en de wet- en regelgeving op het gebied van landbouw, plattelandsontwikkeling en visserij;
- d. een discussie over de veranderingen in het beleid en de institutionele veranderingen die nodig zijn om de omschakeling van de landbouw- en de visserijsector te onderbouwen, en over de opstelling en uitvoering van regionaal beleid op het gebied van landbouw, voedselvoorziening, plattelandsontwikkeling en visserij met het oog op de regionale integratie;
- e. de uitwisseling van meningen over nieuwe technologieën en over beleid en maatregelen ter bevordering van kwaliteit.
Artikel 42. Traditionele landbouwproducten
De partijen verbinden zich ertoe vooraf overleg te plegen over ontwikkelingen van het handelsbeleid die van invloed kunnen zijn op de concurrentiepositie van traditionele landbouwproducten, zoals bananen, rum, rijst en suiker, op de EG-markt.
De EG streeft ernaar om binnen het multilaterale handelssysteem voor deze producten van oorsprong uit de Cariforumstaten zo lang dit haalbaar is een beduidende preferentiële toegang te handhaven en erop toe te zien dat elke onvermijdelijke vermindering van de preferentie over een zo lang mogelijke periode wordt gespreid.
Artikel 43. Samenwerking
De partijen erkennen het belang van de sectoren landbouw, voeding en visserij voor de economie van de Cariforum-staten, en van samenwerking ter bevordering van de omschakeling van deze sectoren, met het doel hun concurrentievermogen te verbeteren en hun capaciteit om toegang tot kwalitatief ontwikkelde markten te verkrijgen, te vergroten, en eventueel een bijdrage te leveren aan de duurzame ontwikkeling van de Cariforum-staten. Zij erkennen de noodzaak de aanpassing van de sectoren landbouw, voeding en visserij en de plattelandseconomie aan de geleidelijke veranderingen die deze overeenkomst teweeg zal brengen, te vergemakkelijken en daarbij aandacht te besteden aan kleinschalige activiteiten.
Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:
- a. verbetering van het concurrentievermogen van de potentieel levensvatbare productie en verwerking van landbouw- en visserijproducten door innovatie, scholing, bevordering van netwerken en andere ondersteunende activiteiten, zowel voor de traditionele als voor de niet-traditionele exportsector;
- b. ontwikkeling van de capaciteit voor op de uitvoer gerichte marketing, met inbegrip van marktonderzoek, zowel wat de handel tussen Cariforum-staten als wat de handel tussen de partijen betreft, alsmede vaststelling van mogelijkheden tot verbetering van de marketinginfrastructuur en het vervoer en van de financierings- en samenwerkingsmogelijkheden voor producenten en handelaren;
- c. naleving en vaststelling van kwaliteitsnormen voor de productie en marketing van voedingsmiddelen, met inbegrip van normen inzake milieuvriendelijke en sociaal verantwoorde landbouwpraktijken en biologische en niet-genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen;
- d. bevordering van particuliere investeringen in en publiekprivate partnerschappen op het gebied van potentieel levensvatbare productie;
- e. verbetering van het vermogen van de marktdeelnemers uit de Cariforum-staten om de nationale, regionale en internationale technische, gezondheids- en kwaliteitsnormen voor vis en visserijproducten in acht te nemen;
- f. opbouw en versterking op regionaal niveau van de wetenschappelijke en technische capaciteiten van personen en instellingen met het oog op een duurzame handel in visserijproducten, met inbegrip van de aquicultuur;
- g. de in artikel 41 bedoelde dialoog.
HOOFDSTUK 6. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN
Artikel 44. Multilaterale verplichtingen
De partijen bevestigen dat zij vastbesloten zijn om de rechten en verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, hierna „TBT-Overeenkomst van de WTO” genoemd, in acht te nemen.
Artikel 45. Doelstellingen
Dit hoofdstuk heeft ten doel:
- a. het goederenverkeer tussen de partijen te vergemakkelijken en tegelijkertijd de capaciteit van de partijen tot bescherming van de gezondheid, de veiligheid, de consumenten en het milieu, te behouden en te versterken;
- b. de capaciteit van de partijen te verbeteren om onnodige belemmeringen van de handel tussen de partijen als gevolg van door hen gehanteerde technische voorschriften, normen of conformiteitsbeoordelingsprocedures te signaleren, te voorkomen en uit de weg te ruimen;
- c. de capaciteit van de partijen te versterken om de naleving van internationale normen en elkaars technische voorschriften en normen te waarborgen.
Artikel 46. Werkingssfeer en definities
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op in de TBT-Overeenkomst van de WTO omschreven technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, voor zover zij van invloed zijn op de handel tussen de partijen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de in de TBT-Overeenkomst van de WTO gebruikte definities van toepassing.
Artikel 47. Regionale samenwerking en integratie
De partijen zijn het erover eens dat samenwerking tussen nationale en regionale autoriteiten die bevoegd zijn voor normalisatie, accreditatie en andere technische handelsbelemmeringen, belangrijk is voor de bevordering van de intraregionale handel en de handel tussen de partijen, alsmede voor het algehele proces van regionale integratie in het kader van Cariforum en zij verbinden zich ertoe om met het oog hierop samen te werken.
Artikel 48. Transparantie
De partijen bevestigen dat zij vastbesloten zijn de in de TBT-Overeenkomst van de WTO neergelegde bepalingen inzake transparantie uit te voeren. Voorts streven zij ernaar elkaar in een vroeg stadium in kennis te stellen van voorstellen tot wijziging of invoering van technische voorschriften en normen die in het bijzonder van belang zijn voor de handel tussen de partijen.
Artikel 49. Uitwisseling van informatie en overleg
De partijen komen overeen bij de voorlopige toepassing van deze overeenkomst contactpunten aan te wijzen ten behoeve van de uitwisseling van informatie in het kader van dit hoofdstuk. Zij komen overeen om hun uitwisseling van informatie zoveel mogelijk via regionale contactpunten te doen plaatsvinden.
De partijen komen overeen hun communicatie en uitwisseling van informatie over kwesties die binnen de werkingssfeer van dit hoofdstuk vallen, te verbeteren, met name waar het gaat om mogelijkheden om de naleving van elkaars technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures te bevorderen en om onnodige belemmeringen voor het onderlinge goederenverkeer uit de weg te ruimen.
Wanneer er zich in verband met technische voorschriften, normen of conformiteitsbeoordelingsprocedures een bepaald probleem voordoet dat de handel tussen de partijen ongunstig kan beïnvloeden, stellen de partijen elkaar daarvan zo spoedig mogelijk in kennis en plegen zij daarover overleg om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.
De partijen komen overeen elkaar schriftelijk in kennis te stellen van maatregelen die zijn of zullen worden getroffen om de invoer van goederen te beletten wegens een probleem in verband met de gezondheid, de veiligheid en het milieu; zij doen dit zodra dit redelijkerwijs mogelijk is nadat het besluit daartoe is genomen.
De partijen komen overeen producten aan te geven waarover zij informatie zullen uitwisselen, teneinde er gezamenlijk op toe te zien dat deze producten voldoen aan de vereiste technische voorschriften en normen om tot elkaars markt te kunnen worden toegelaten. Tot dergelijke informatie kunnen ook de vaststelling van de benodigde capaciteit en voorstellen om hierin te voorzien behoren.
Artikel 50. Samenwerking in internationale instellingen
De partijen komen overeen om samen te werken in internationale normalisatie-instellingen, onder meer door de deelname van vertegenwoordigers van de Cariforum-staten aan de vergaderingen en de werkzaamheden van deze instellingen te bevorderen.
Artikel 51. Samenwerking
De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordeling om de doelstellingen van dit hoofdstuk te verwezenlijken.
Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:
- a. vaststelling van passende regelingen voor de uitwisseling van expertise, met inbegrip van een passende scholing waardoor wordt voorzien in een adequate en duurzame technische competentie van de instanties voor normalisatie, metrologie, accreditatie, markttoezicht en conformiteitsbeoordeling, met name van die in de Cariforum-regio;
- b. opbouw van expertisecentra binnen de Cariforum-staten voor de beoordeling van goederen die bestemd zijn voor de EG-markt;
- c. ontwikkeling van de capaciteit van ondernemingen, met name die uit de Cariforum-staten, om aan de regelgeving en marktvereisten te voldoen;
- d. ontwikkeling en vaststelling van geharmoniseerde technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures die gebaseerd zijn op de desbetreffende internationale normen.
HOOFDSTUK 7. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN
Artikel 52. Multilaterale verplichtingen
De partijen bevestigen vastbesloten te zijn de rechten en plichten uit hoofde van de WTO-Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, hierna „de SPS-Overeenkomst van de WTO” genoemd, in acht te nemen. De partijen bevestigen ook hun rechten en plichten uit hoofde van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (IPCC), de Codex Alimentarius en de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE).
Artikel 53. Doelstellingen
Dit hoofdstuk heeft ten doel:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)