Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en van Roemenië tot de Europese Unie

Type Verdrag
Publication 2007-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

Ierland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

De Republiek Hongarije,

Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

(hierna „lidstaten van de Europese Gemeenschap” genoemd), vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie,

en

De Europese Gemeenschap, (hierna „de Gemeenschap” genoemd), vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie en de Commissie,

enerzijds, en

Het Koninkrijk Marokko, (hierna „Marokko” genoemd),

anderzijds

Overwegende hetgeen volgt:

De Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, hierna „Euro-mediterrane overeenkomst” genoemd, is op 26 februari 1996 te Brussel ondertekend en op 1 maart 2000 in werking getreden.

Het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en van Roemenië tot de Europese Unie (hierna „toetredingsverdrag” genoemd) is op 25 april 2005 in Luxemburg ondertekend en op 1 januari 2007 in werking getreden.

Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de toetredingsakte wordt de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de Euro-mediterrane overeenkomst geregeld door sluiting van een protocol bij die overeenkomst.

Marokko heeft besloten de in de overeenkomst vastgelegde tariefafbraak voor bepaalde producten versneld door te voeren. De overeenkomst moet dus worden aangepast aan de reeds verlaagde tarieven. Aangezien Marokko heeft laten weten dat de tariefafbraak in de toekomst ook kan worden versneld, zou hiervoor een bijzonder mechanisme moeten worden ingesteld. De versnelde tariefafbraak vormt geen wijziging van de aard van de bepalingen van de overeenkomst, maar maakt het juist mogelijk de doelstellingen van de overeenkomst versneld te verwezenlijken; daarom zou het Associatiecomité deze wijzigingen moeten formaliseren.

Het in artikel 23, lid 2, van de Euro-mediterrane overeenkomst bedoelde overleg heeft plaatsgevonden teneinde rekening te kunnen houden met de wederzijdse belangen van de Gemeenschap en Marokko,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

De Republiek Bulgarije en Roemenië worden partij bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, en dienen, op dezelfde wijze als de andere lidstaten van de Gemeenschap, de teksten van de overeenkomst alsmede de gemeenschappelijke verklaringen, verklaringen en briefwisselingen respectievelijk goed te keuren en er nota van te nemen.

HOOFDSTUK I. WIJZIGINGEN VAN DE TEKST VAN DE EURO-MEDITERRANE OVEREENKOMST EN DE BIJLAGEN EN PROTOCOLLEN DAARBIJ

Artikel 2. Oorsprongsregels

Wijzigt de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko; Brussel, 26 februari 1996.

Artikel 3. Versnelde tariefafbraak

De in de aanhangsels I en II vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden definitief geschrapt uit bijlage 4 bij de Euro-mediterrane overeenkomst.

De in aanhangsel I vermelde producten worden vrijgesteld van douanerechten en heffingen van gelijke werking. Voor de lijst van producten in aanhangsel II worden de douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer in Marokko van producten van oorsprong uit de Gemeenschap afgebouwd volgens het tijdschema zoals vermeld in het aanhangsel; uiterlijk 1 maart 2010 moeten ze zijn afgeschaft.

Als Marokko opnieuw overgaat tot versnelde tariefafbraak anders dan beschreven in artikel 11 van de Euro-mediterrane overeenkomst, worden de voorwaarden daarvoor, de lijst van producten en het tijdschema vastgesteld door het Associatiecomité.

HOOFDSTUK II. OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 4. Bewijs van oorsprong en administratieve samenwerking
1.

Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze door Marokko of een van de nieuwe lidstaten zijn afgegeven in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die deze landen onderling toepassen, worden in de betrokken landen aanvaard, mits:

Indien goederen vóór de datum van toetreding ten invoer zijn aangegeven in Marokko of een van de nieuwe lidstaten op grond van op dat tijdstip tussen Marokko en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen achteraf op grond van die overeenkomsten of regelingen afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd.

2.

Marokko en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur” is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits:

Deze vergunningen moeten uiterlijk één jaar na de datum van toetreding worden vervangen door nieuwe vergunningen die volgens de voorwaarden van de overeenkomst zijn afgegeven.

3.

Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen tussen Marokko en de nieuwe lidstaten kunnen door de bevoegde douaneautoriteiten van Marokko en de nieuwe lidstaten worden ingediend en worden door die autoriteiten aanvaard gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong.

Artikel 5. Goederen in doorvoer
1.

De Euro-mediterrane overeenkomst kan worden toegepast op goederen die uit Marokko naar een van de nieuwe lidstaten of uit een van de nieuwe lidstaten naar Marokko worden uitgevoerd, die voldoen aan de bepalingen van protocol 4 en die op de datum van toetreding onderweg zijn of in tijdelijke opslag zijn in een douane-entrepot of een vrije zone in Marokko of in die nieuwe lidstaat.

2.

In dergelijke gevallen kan preferentiële behandeling worden verleend, mits binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten van het land van invoer een bewijs van oorsprong wordt ingediend dat achteraf is afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer.

HOOFDSTUK III. ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 6

Bij dit protocol wordt overeengekomen dat naar aanleiding van de uitbreiding van de Gemeenschap geen claims, verzoeken of beroepen kunnen worden ingediend of concessies kunnen worden gewijzigd of ingetrokken uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994.

Artikel 7

Dit protocol is een integrerend onderdeel van de Euro-mediterrane overeenkomst. De aanhangsels bij dit protocol zijn een integrerend onderdeel van dit protocol.

Artikel 8
1.

Dit protocol wordt door de Gemeenschap, door de Raad van de Europese Unie namens de lidstaten en door het Koninkrijk Marokko volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

2.

De akten van goedkeuring worden neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel 9
1.

Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op de datum waarop de laatste akte van goedkeuring is neergelegd.

2.

Dit protocol is voorlopig van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 10

Dit protocol is opgesteld in tweevoud in elk van de officiële talen van de overeenkomstsluitende partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 11

De tekst van de Euro-mediterrane overeenkomst, met inbegrip van de bijlagen en protocollen die ervan een integrerend onderdeel zijn, alsmede de slotakte en de daaraan gehechte verklaringen, worden opgesteld in de Bulgaarse en de Roemeense taal, en deze teksten zijn evenzeer authentiek als de oorspronkelijke teksten.

De Associatieraad keurt de Bulgaarse en Roemeense taalversies van deze teksten goed.

GEDAAN te Luxemburg, de dertiende oktober tweeduizend acht.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.