Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Type Verdrag
Publication 2009-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Republiek Korea,

hierna te noemen de ‘‘Verdragsluitende Partijen’’,

Gelet op het belang van de juiste vaststelling van de douanerechten en andere belastingen die bij invoer of uitvoer worden geïnd en van het waarborgen van een juiste handhaving van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving hun economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid en handel schaden;

Overwegend dat de grensoverschrijdende handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, gevaarlijke stoffen, bedreigde dier- en plantensoorten en giftig afval een gevaar voor de samenleving vormt;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneautoriteiten op basis van duidelijke internationaalrechtelijke bepalingen;

Gelet op de van belang zijnde instrumenten van de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Werelddouaneorganisatie, in het bijzonder de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand van 5 december 1953;

Tevens gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag,

HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 2
1.

De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneautoriteiten administratieve bijstand onder de in dit Verdrag vervatte voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op de douanewetgeving.

2.

Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een van de Verdragsluitende Partijen wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneautoriteit.

3.

Dit Verdrag laat onverlet de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge de wetgeving van de Europese Unie inzake zijn huidige en toekomstige verplichtingen als lidstaat van de Europese Unie en alle wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen na te komen, alsmede zijn huidige en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie.

4.

Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen.

5.

Dit Verdrag laat onverlet de regelgeving inzake wederzijdse bijstand in strafzaken. Indien wederzijdse bijstand dient te worden verleend in overeenstemming met een ander geldend verdrag tussen de Verdragsluitende Partijen, geeft de aangezochte autoriteit aan welke autoriteiten het betreft.

HOOFDSTUK III. REIKWIJDTE VAN DE BIJSTAND

Artikel 3
1.

De douaneautoriteiten verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie met het oog op de juiste toepassing van de douanewetgeving en het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving.

2.

Elk van beide douaneautoriteiten handelt bij het instellen van een onderzoek ten behoeve van de andere douaneautoriteit alsof het onderzoek werd ingesteld ten behoeve van haarzelf of op verzoek van een andere autoriteit van haar eigen staat.

Artikel 4
1.

De aangezochte autoriteit verstrekt, op verzoek, alle informatie over de in die Verdragsluitende Partij toepasselijke douanewetgeving en -regelingen die van belang is voor het onderzoek met betrekking tot een inbreuk op de douanewetgeving.

2.

Elk van beide douaneautoriteiten verstrekt, uit eigen beweging en onverwijld, alle beschikbare informatie met betrekking tot:

HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel 5

De aangezochte autoriteit verstrekt de verzoekende autoriteit op haar verzoek met name de volgende informatie:

Artikel 6

De aangezochte autoriteit houdt op verzoek bijzonder toezicht op:

Artikel 7
1.

De douaneautoriteiten verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie over verrichte of voorgenomen transacties die een inbreuk op de douanewetgeving vormen of lijken te vormen.

2.

In ernstige gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare veiligheid of enig ander vitaal belang van de ene Verdragsluitende Partij met zich zouden kunnen brengen, verstrekt de douaneautoriteit van de andere Verdragsluitende Partij waar mogelijk onverwijld en uit eigen beweging informatie.

Artikel 8

Op verzoek neemt de aangezochte autoriteit in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen alle noodzakelijke maatregelen teneinde:

die onder de reikwijdte van dit Verdrag vallen, af te leveren bij respectievelijk mede te delen aan een geadresseerde die op haar nationale grondgebied woont of gevestigd is.

HOOFDSTUK V. INFORMATIE

Artikel 9
1.

Om originele informatie wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften kan worden volstaan, en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden; de rechten van de aangezochte autoriteit of van derden terzake blijven onverlet.

2.

Alle ingevolge dit Verdrag uit te wisselen informatie gaat vergezeld van alle gegevens die van belang zijn om deze te interpreteren of te gebruiken.

HOOFDSTUK VI. DESKUNDIGEN EN GETUIGEN

Artikel 10
1.

De aangezochte autoriteit kan op verzoek haar ambtenaren machtigen om ter zake van de toepassing van douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechterlijke instantie van de andere Verdragsluitende Partij.

2.

Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel dienen duidelijk aan te geven voor welke zaak en in welke hoedanigheid de ambtenaar verzocht wordt te verschijnen.

HOOFDSTUK VII. TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel 11
1.

Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk of elektronisch en vergezeld van nuttig geachte documenten, rechtstreeks aan de douaneautoriteit van de andere Verdragsluitende Partij gericht. De aangezochte autoriteit kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken ook mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd.

2.

Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:

3.

Een verzoek van een van de douaneautoriteiten om een bepaalde handelwijze te volgen wordt ingewilligd, met inachtneming van de wettelijke en administratieve bepalingen van de aangezochte Verdragsluitende Partij.

4.

De in dit Verdrag bedoelde informatie wordt alleen aan ambtenaren toegezonden die door elke douaneautoriteit hiertoe zijn aangewezen in overeenstemming met artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag.

HOOFDSTUK VIII. UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel 12

Indien de aangezochte autoriteit niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te verkrijgen in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen. Dit onderzoek kan mede omvatten het optekenen van verklaringen van personen van wie informatie wordt verlangd in verband met een inbreuk op de douanewetgeving en van getuigen en deskundigen.

Artikel 13
1.

Door de verzoekende autoriteit aangewezen ambtenaren kunnen, met instemming van de aangezochte autoriteit en onder voorwaarden die laatstgenoemde hieraan kan verbinden, ten behoeve van onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving, op schriftelijk verzoek:

2.

Wanneer ambtenaren van de douaneautoriteit van de ene Verdragsluitende Partij aanwezig zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij uit hoofde van dit Verdrag, dienen zij te allen tijde in staat te zijn hun ambtelijke hoedanigheid aan te tonen.

HOOFDSTUK IX. VERTROUWELIJK KARAKTER VAN INFORMATIE

Artikel 14
1.

Alle uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie mag slechts voor de doeleinden van dit Verdrag en door de douaneautoriteiten worden gebruikt, behalve in gevallen waarin de douaneautoriteit die deze informatie heeft verstrekt, uitdrukkelijk haar goedkeuring hecht aan het gebruik daarvan voor andere doeleinden of door andere autoriteiten. In dat geval is dat gebruik onderworpen aan eventuele beperkingen die zijn vastgelegd door de douaneautoriteit die de informatie heeft verstrekt. Deze informatie mag, indien de wetgeving van de verstrekkende Verdragsluitende Partij dat voorschrijft, slechts bij strafrechtelijke vervolgingen worden gebruikt nadat het openbaar ministerie of de rechterlijke autoriteiten van de verstrekkende Verdragsluitende Partij met dit gebruik hebben ingestemd.

2.

Voor alle uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie gelden ten minste dezelfde bescherming en vertrouwelijkheid als die welke voor soortgelijke informatie gelden krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar deze wordt ontvangen.

3.

Indien informatie moet worden verstrekt aan de Europese Commissie of de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie ingevolge de in artikel 2 van dit Verdrag genoemde verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden, wordt de douaneautoriteit van de Republiek Korea vooraf op de hoogte gesteld.

Artikel 15
1.

Op uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens is een beschermingsniveau van toepassing dat gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat door de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt, wordt gehanteerd.

2.

De Verdragsluitende Partijen verschaffen elkaar alle wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens in hun respectieve staten welke van belang is voor dit artikel.

3.

Persoonsgegevens worden niet uitgewisseld voordat de Verdragsluitende Partijen overeenkomstig artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag zijn overeengekomen dat het beschermingsniveau in beide Verdragsluitende Partijen gelijkwaardig is.

HOOFDSTUK X. ONTHEFFING

Artikel 16
1.

De aangezochte autoriteit is niet verplicht de in dit Verdrag voorziene bijstand te verlenen indien deze de openbare orde of enig ander wezenlijk belang van de aangezochte Verdragsluitende Partij zou kunnen schaden of tot een schending van een industrieel of een commercieel geheim, dan wel van een beroepsgeheim zou kunnen leiden.

2.

Indien de verzoekende autoriteit niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte autoriteit in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte autoriteit.

3.

De bijstand kan door de aangezochte autoriteit worden uitgesteld op grond van het feit dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hierdoor wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden of omstandigheden die de aangezochte autoriteit kan verlangen.

4.

Ingeval de bijstand wordt geweigerd of uitgesteld, dienen de redenen voor de weigering of het uitstel te worden gegeven.

HOOFDSTUK XI. KOSTEN

Artikel 17
1.

De douaneautoriteiten zien af van alle vorderingen tot vergoeding van ter uitvoering van dit Verdrag gemaakte kosten, met uitzondering van bedragen en vergoedingen betaald aan deskundigen en getuigen alsook de kosten van tolken die niet in dienst zijn van de regering, welke worden gedragen door de verzoekende autoriteit.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.