Verdrag van de Wereld Meteorologische Organisatie
Gelet op de noodzaak van duurzame ontwikkeling, terugdringing van het aantal dodelijke slachtoffers en de materiële schade ten gevolge van natuurrampen en andere catastrofale gebeurtenissen die verband houden met weer, klimaat en water, alsmede het veiligstellen van het milieu en het wereldomvattende klimaat voor de huidige en toekomstige generaties,
Het belang onderkennend van een geïntegreerd internationaal systeem voor het bestuderen, verzamelen, verwerken en verspreiden van meteorologische, hydrologische en daarmee verband houdende gegevens en producten,
Opnieuw het grote belang bevestigend van het doel van nationale meteorologische, hydrometeorologische en hydrologische diensten bij het waarnemen en doorgronden van weer en klimaat en bij het verlenen van meteorologische, hydrologische en daarmee verband houdende diensten ter ondersteuning van relevante nationale behoeften die de volgende terreinen zou moeten omvatten:
bescherming van leven, have en goed,
bescherming van het milieu,
bijdragen aan duurzame ontwikkeling,
bevorderen van het doen van langetermijnwaarnemingen en het verzamelen van meteorologische, hydrologische en klimatologische gegevens, met inbegrip van daarmee verband houdende milieugegevens,
bevorderen van nationale capaciteitsopbouw,
voldoen aan internationale verplichtingen,
bijdragen aan internationale samenwerking.
Voorts erkennend dat de Leden moeten samenwerken ten behoeve van de coördinatie, standaardisatie en de verbetering en de bevordering van de efficiëntie bij de onderlinge uitwisseling van meteorologische, klimatologische, hydrologische en daarmee verband houdende informatie ter ondersteuning van menselijke activiteiten,
Overwegend dat meteorologie het best op internationaal niveau door één verantwoordelijke internationale organisatie kan worden gecoördineerd,
Voorts gelet op de behoefte aan nauwe samenwerking met andere internationale organisaties die eveneens actief zijn op het gebied van hydrologie, klimaat en milieu,
Komen de Verdragsluitende Staten overeen omtrent het navolgende Verdrag:
De Engelse tekst van het Verdrag is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1951/236. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1951/236. Het Verdrag is in werking getreden op 12 oktober 1951, zie Trb. 1951/141. Het Verdrag is gewijzigd volgens Trb. 1961/51, Trb. 1964/110, Trb. 1967/193, Trb. 1975/129, Trb. 1980/120 en Trb. 1995/258.
Het Verdrag is oorspronkelijk door Trb. 1951/141 in werking getreden op 12 november 1951.
DEEL I. OPRICHTING
Artikel 1
De Wereld Meteorologische Organisatie (hierna te noemen „de Organisatie”) wordt hierbij opgericht.
DEEL II
Artikel 2. Doeleinden
De Organisatie stelt zich ten doel:
- a. het vergemakkelijken van mondiale samenwerking bij het oprichten van een netwerk van stations voor het verrichten van meteorologische alsmede hydrologische en andere geofysische waarnemingen die verband houden met de meteorologie, en het bevorderen van de oprichting en instandhouding van centra, die belast zijn met het leveren van meteorologische en daarmee verband houdende diensten;
- b. het bevorderen van de oprichting en instandhouding van systemen voor een snelle uitwisseling van meteorologische en daarmee verband houdende gegevens;
- c. het bevorderen van de standaardisatie van meteorologische en daarmee verband houdende waarnemingen en het waarborgen van een uniforme publicatie van waarnemingen en statistieken;
- d. het bevorderen van de toepassing van meteorologie bij luchtvaart, scheepvaart, waterproblematiek, landbouw en andere menselijke activiteiten;
- e. het bevorderen van activiteiten op het gebied van de operationele hydrologie en het stimuleren van nauwe samenwerking tussen meteorologische en hydrologische diensten; en
- f. het aanmoedigen van wetenschappelijk onderzoek en opleiding in de meteorologie en, indien van toepassing, op daarmee verband houdende terreinen, en het verlenen van ondersteuning bij het coördineren van de internationale aspecten van onderzoek en opleiding.
DEEL III. LIDMAATSCHAP
Artikel 3. Leden
Overeenkomstig de in dit Verdrag omschreven procedure kan Lid worden van de Organisatie:
- a. Elke Staat, vertegenwoordigd op de Conferentie van directeuren van de Internationale Meteorologische Organisatie, bijeengekomen te Washington D.C. op 22 september 1947, als vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage I, die dit Verdrag ondertekent en bekrachtigt overeenkomstig artikel 32, of die daartoe toetreedt overeenkomstig artikel 33;
- b. Elk Lid van de Verenigde Naties dat over een meteorologische dienst beschikt en dat overeenkomstig artikel 33 tot dit Verdrag toetreedt;
- c. Elke Staat die volledig verantwoordelijk is voor het beleid inzake zijn internationale betrekkingen, die over een meteorologische dienst beschikt en die niet vermeld is in Bijlage I van dit Verdrag, en geen Lid is van de Verenigde Naties, nadat een verzoek tot lidmaatschap is ingediend bij het Secretariaat van de Organisatie, waarover door tweederde van de Leden van de Organisatie gunstig is beslist, als bedoeld in de paragrafen a, b en c van dit artikel, door toetreding tot dit Verdrag overeenkomstig artikel 33;
- d. Elk gebied dat of elke groep van gebieden die zijn eigen meteorologische dienst onderhoudt, vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage II, wanneer dit Verdrag namens hem wordt toegepast overeenkomstig paragraaf a van artikel 34 door de Staat of Staten verantwoordelijk voor zijn buitenlandse betrekkingen en die vertegenwoordigd was/waren op de Conferentie van directeuren van de Internationale Meteorologische Organisatie bijeengeroepen te Washington D.C., op 22 september 1947, als vermeld in Bijlage I van dit Verdrag;
- e. Elk gebied dat of elke groep van gebieden die, niet vermeld in Bijlage II van dit Verdrag, zijn eigen meteorologische dienst onderhoudt, maar niet verantwoordelijk is voor het beleid inzake zijn internationale betrekkingen, ten aanzien waarvan dit Verdrag van toepassing is overeenkomstig paragraaf b van artikel 34, mits het verzoek tot lidmaatschap wordt ingediend door het Lid dat verantwoordelijk is voor zijn internationale betrekkingen en over dat verzoek gunstig wordt beslist door tweederde van de Leden van de Organisatie, als bedoeld in de paragrafen a, b en c van dit artikel;
- f. Elk trustgebied dat of elke groep van trustgebieden die zijn eigen meteorologische dienst onderhoudt en beheerd wordt door de Verenigde Naties, en waarop de Verenigde Naties dit Verdrag overeenkomstig artikel 34 toepassen.
Elk verzoek tot lidmaatschap van de Organisatie vermeldt overeenkomstig welke paragraaf van dit artikel het lidmaatschap wordt gevraagd.
DEEL IV. ORGANISATIE
Artikel 4
a. De Organisatie omvat:
-
- het Congres van de Wereld Meteorologische Organisatie (hierna te noemen „het Congres”);
-
- de Uitvoerende Raad;
-
- regionale meteorologische verbanden (hierna te noemen „de regionale verbanden”
-
- technische commissies;
-
- het Secretariaat.
b. De Organisatie heeft een Voorzitter en drie Vice-voorzitters, die tevens Voorzitter en Vice-voorzitters zijn van het Congres en van de Uitvoerende Raad.
Artikel 5
De Leden van de Organisatie beslissen over de werkzaamheden en de belangen van de Organisatie.
- a. Dergelijke beslissingen worden gewoonlijk genomen tijdens een zitting van het Congres.
- b. Met uitzondering van aangelegenheden die in het Verdrag zijn voorbehouden aan beslissingen door het Congres, kunnen Leden evenwel ook schriftelijk beslissingen nemen indien tussen de zittingen van het Congres spoedeisende maatregelen noodzakelijk zijn. Een dergelijke stemming geschiedt nadat de Secretaris-Generaal een verzoek daartoe van een meerderheid van de Leden van de Organisatie ontvangen heeft of indien daartoe besloten wordt door de Uitvoerende Raad.
Schriftelijke stemmingen vinden plaats in overeenstemming met de artikelen 11 en 12 van het Verdrag en met het Algemeen Reglement (hierna te noemen „het Reglement”).
DEEL V. FUNCTIONARISSEN VAN DE ORGANISATIE EN LEDEN VAN DE UITVOERENDE RAAD
Artikel 6
a. De verkiesbaarheid tot de functies van Voorzitter en Vice-voorzitter van de Organisatie, van Voorzitter en Vice-voorzitter van de regionale verbanden en voor lidmaatschap van de Uitvoerende Raad, met inachtneming van artikel 13, c, onder ii, van het Verdrag, moet beperkt worden tot personen die door de Leden van de Organisatie voor de toepassing van dit Verdrag zijn benoemd als directeuren van hun meteorologische of hydrometeorologische diensten, zoals voorzien in het Reglement;
b. Bij de vervulling van hun taak treden de functionarissen van de Organisatie en de leden van de Uitvoerende Raad op als vertegenwoordiger van de Organisatie en niet als vertegenwoordiger van bepaalde Leden daarvan.
DEEL VI. HET CONGRES VAN DE WERELD METEOROLOGISCHE ORGANISATIE
Artikel 7. Samenstelling
a. Het Congres is de algemene vergadering van afgevaardigden die Leden vertegenwoordigen en is als zodanig het hoogste orgaan van de Organisatie;
b. Elk Lid zal een van zijn afgevaardigden, die directeur van zijn meteorologische of hydrometeorologische dienst behoort te zijn, aanwijzen als zijn eerste afgevaardigde bij het Congres;
c. Teneinde de ruimst mogelijke technische vertegenwoordiging te verzekeren, kan elke directeur van een meteorologische of hydrometeorologische dienst of elke andere persoon door de Voorzitter worden uitgenodigd om, in overeenstemming met de bepalingen van het Reglement, aanwezig te zijn bij en deel te nemen aan de besprekingen van het Congres.
Artikel 8. Functies
Naast de functies vervat in de overige artikelen van het Verdrag zijn de primaire functies van het Congres:
- a. het vaststellen van het algemene beleid ten behoeve van het vervullen van de doelstellingen van de Organisatie zoals vervat in artikel 2;
- b. het doen van aanbevelingen aan de Leden ter zake van aangelegenheden die vallen binnen de doelstellingen van de Organisatie;
- c. het voorleggen van aangelegenheden, waarop de bepalingen van het Verdrag van toepassing zijn, aan het ter zake bevoegde orgaan van de Organisatie;
- d. het vaststellen van reglementen met de procedures voor de verschillende organen van de Organisatie, in het bijzonder het algemene, het technische, het financiële en het personeelsreglement;
- e. het bestuderen van de verslagen en werkzaamheden van de Uitvoerende Raad en het in verband daarmee nemen van passende maatregelen;
- f. het instellen van regionale verbanden in overeenstemming met de bepalingen van artikel 18; het bepalen van hun geografische grenzen, het coördineren van hun werkzaamheden en het overwegen van hun aanbevelingen;
- g. het instellen van technische commissies in overeenstemming met de bepalingen van artikel 19; het bepalen van hun bevoegdheden, het coördineren van hun werkzaamheden en het overwegen van hun aanbevelingen;
- h. het instellen van aanvullende organen die het nodig mocht achten;
- i. het vaststellen van de standplaats van het Secretariaat van de Organisatie;
- j. het kiezen van de Voorzitter en de Vice-voorzitters van de Organisatie en de leden van de Uitvoerende Raad niet zijnde de voorzitters van de regionale verbanden.
Het Congres kan ook alle andere passende maatregelen nemen ter zake van aangelegenheden die de Organisatie betreffen.
Artikel 9. Uitvoering van de beslissingen van het Congres
a. Alle Leden zullen al het mogelijke doen om de beslissingen van het Congres uit te voeren;
b. Indien echter enig Lid het ondoenlijk acht uitvoering te geven aan een vereiste van een door het Congres aangenomen technische resolutie, zal dit Lid aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie mededelen of deze onmogelijkheid tijdelijk dan wel definitief is en de redenen daarvan opgeven.
Artikel 10. Zittingen
a. Het Congres wordt gewoonlijk bijeengeroepen met tussenpozen van vier jaar, op een door de Uitvoerende Raad vast te stellen plaats en datum;
b. Een buitengewoon Congres kan bij beslissing van de Uitvoerende Raad bijeen worden geroepen;
c. Na ontvangst van verzoeken om een buitengewoon Congres van een derde van de Leden van de Organisatie organiseert de Secretaris-Generaal een schriftelijke stemming en indien een gewone meerderheid van de Leden vóór stemt wordt een buitengewoon Congres bijeengeroepen.
Artikel 11. Stemmen
a. Elk Lid heeft één stem tijdens een Congres. Alleen Leden van de Organisatie die Staten zijn (hierna te noemen „Leden die Staten zijn”) zijn gerechtigd te stemmen of mee te beslissen over de volgende onderwerpen:
-
- wijziging of uitlegging van het Verdrag of voorstellen voor een nieuw verdrag;
-
- verzoeken tot het lidmaatschap van de Organisatie;
-
- betrekkingen met de Verenigde Naties en andere intergouvernementele organisaties;
-
- het kiezen van de Voorzitter en de Vice-voorzitters van de Organisatie en de leden van de Uitvoerende Raad, niet zijnde de voorzitters van de regionale verbanden.
b. Beslissingen worden genomen met een tweederde meerderheid van de vóór en tegen uitgebrachte stemmen, behoudens bij verkiezingen van personen om in de Organisatie een functie te bekleden, die met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen plaatshebben. De bepalingen van deze paragraaf zijn echter niet van toepassing op beslissingen, genomen ingevolge de artikelen 3, 10 paragraaf c, 25, 26 en 28 van het Verdrag.
Artikel 12. Quorum
De aanwezigheid van een meerderheid van vertegenwoordigers van de Leden zal vereist zijn om een quorum te vormen voor vergaderingen van het Congres. Voor die vergaderingen van het Congres, waarin beslissingen worden genomen over de onderwerpen genoemd in paragraaf a van artikel 11, is een meerderheid van Leden die Staten zijn vereist om een quorum te vormen.
DEEL VII. DE UITVOERENDE RAAD
Artikel 13. Samenstelling
De Uitvoerende Raad bestaat uit:
- a. de Voorzitter en de Vice-voorzitters van de Organisatie;
- b. de Voorzitters van de regionale verbanden of hun plaatsvervangers, zoals voorzien in de het Reglement, indien Voorzitters niet aanwezig kunnen zijn;
- c. 27 directeuren van meteorologische of hydrometeorologische diensten van Leden van de Organisatie of hun plaatsvervangers, met dien verstande dat
- i. dit de plaatsvervangers zijn zoals voorzien in het Reglement;
- ii. ten hoogste negen en niet minder dan vier leden van de Uitvoerende Raad, bestaande uit de Voorzitter en Vice-voorzitters van de Organisatie, de Voorzitters van de regionale verbanden en de 27 gekozen directeuren, uit één regio afkomstig mogen zijn, waarbij de regio per lid wordt bepaald in overeenstemming met het Reglement.
Artikel 14. Functies
De Uitvoerende Raad is het uitvoerend orgaan van de Organisatie en legt aan het Congres verantwoording af over de afstemming van de programma’s van de Organisatie en voor de aanwending van de begrotingsmiddelen in overeenstemming met de beslissingen van het Congres.
Naast de functies vervat in de overige artikelen van het Verdrag zijn de primaire functies van de Uitvoerende Raad:
- a. het uitvoeren van de beslissingen genomen door de Leden van de Organisatie, hetzij tijdens het Congres hetzij schriftelijk, en het leiden van de werkzaamheden van de Organisatie overeenkomstig deze beslissingen;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.