Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Bahrein tot wederzijdse vrijstelling met betrekking tot belastingen naar inkomsten en winsten verkregen uit het internationale luchtvervoer

Type Verdrag
Publication 2011-07-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van het Koninkrijk Bahrein,

Geleid door de wens een verdrag te sluiten tot wederzijdse vrijstelling met betrekking tot belastingen naar inkomsten en winsten verkregen uit het internationale luchtvervoer;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
1.

Dit Verdrag is van toepassing op bestaande belastingen naar inkomsten en winsten die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven door één van beide Verdragsluitende Staten of door één van hun staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen.

2.

Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van dit Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten delen elkaar de wezenlijke wijzigingen mede die zijn aangebracht in de in dit artikel bedoelde belastingen.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen
1.

In dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:

2.

Voor de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag op enig moment door een Verdragsluitende Staat heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving die in die Verdragsluitende Staat van kracht is met betrekking tot de belastingen die het onderwerp van dit Verdrag uitmaken.

Artikel 3. Wederzijdse vrijstelling
1.

Inkomsten en winsten verkregen uit de exploitatie van luchtvaartuigen in internationaal verkeer door een luchtvaartonderneming van een Verdragsluitende Staat zijn, ongeacht de wijze van heffing, vrijgesteld van belasting in de andere Verdragsluitende Staat.

2.

Inkomsten en winsten verkregen uit de vervreemding van luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd door een luchtvaartonderneming van een Verdragsluitende Staat en van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze luchtvaartuigen zijn, ongeacht de wijze van heffing, vrijgesteld van belasting in de andere Verdragsluitende Staat.

3.

Voor de toepassing van dit artikel betekenen inkomsten en winsten verkregen door een luchtvaartonderneming van een Verdragsluitende Staat uit de exploitatie van luchtvaartuigen in internationaal verkeer, inkomsten en winsten uit het vervoer van personen, bagage, dieren, goederen of post, door een luchtvaartonderneming van een Verdragsluitende Staat, daaronder begrepen de verkoop van plaatsbewijzen of soortgelijke bescheiden voor dat vervoer. Deze inkomsten en winsten omvatten mede inkomsten en winsten verkregen door die luchtvaartonderneming met activiteiten die rechtstreeks samenhangen met de exploitatie van luchtvaartuigen en die van bijkomstige aard zijn, in het bijzonder:

4.

De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn ook van toepassing op inkomsten en winsten uit de deelneming in een „pool”, een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap.

5.

Beloning verkregen door een werknemer van een luchtvaartonderneming van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd, is slechts in die Staat belastbaar.

6.

Een natuurlijke persoon die in een van de Verdragsluitende Staten technische ervaring dan wel beroeps- of bedrijfservaring opdoet met betrekking tot de exploitatie van luchtvaartuigen als werknemer van een luchtvaartonderneming van de andere Verdragsluitende Staat die luchtdiensten onderhoudt in het internationale verkeer wordt voor een periode van drie jaar vrijgesteld van belasting in de eerstgenoemde Staat met betrekking tot zijn voor dat doel van de voornoemde luchtvaartonderneming ontvangen beloning.

Artikel 4. Douanerechten
1.

Luchtvaartuigen die in internationaal verkeer door een luchtvaartonderneming van een Verdragsluitende Staat worden geëxploiteerd, alsmede hun normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden brandstof en smeermiddelen en boordproviand (waaronder etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord bevinden, alsmede reclame- en promotiemateriaal aan boord van zodanige luchtvaartuigen, zijn bij binnenkomst in de andere Verdragsluitende Staat vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en soortgelijke nationale of lokale heffingen en belastingen, mits genoemde uitrusting en voorraden aan boord van het luchtvaartuig blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.

2.

Ten aanzien van normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden brandstof en smeermiddelen en boordproviand die in een Verdragsluitende Staat worden gebracht door of namens een luchtvaartonderneming van de andere Verdragsluitende Staat, of aan boord worden genomen van een luchtvaartuig dat wordt geëxploiteerd door een zodanige luchtvaartonderneming en uitsluitend zijn bestemd voor gebruik aan boord tijdens de exploitatie van internationale diensten, gelden geen heffingen en belastingen, waaronder douanerechten en inspectiekosten, die door de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat worden opgelegd, zelfs niet wanneer deze voorraden worden gebruikt op delen van het traject die worden afgelegd boven de Verdragsluitende Staat waarop zij aan boord zijn genomen. Ten aanzien van de hierboven genoemde zaken kan worden verlangd dat zij onder toezicht en controle van de douane worden gehouden. De bepalingen van dit lid mogen niet zodanig worden uitgelegd, dat een Verdragsluitende Staat ertoe kan worden verplicht reeds op de hierboven genoemde artikelen geheven douanerechten terug te betalen.

3.

De normale boorduitrustingsstukken, reservedelen, voorraden brandstof en smeermiddelen en boordproviand die zich aan boord bevinden van luchtvaartuigen van een luchtvaartonderneming van een Verdragsluitende Staat kunnen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van laatstgenoemde Staat, die kunnen verlangen dat die goederen onder hun toezicht worden geplaatst totdat zij weer worden uitgevoerd of hierover anderszins wordt beschikt overeenkomstig de douanevoorschriften.

Artikel 5. Consortiums

Indien een luchtvaartonderneming van één van beide Verdragsluitende Staten en van een derde Staat zijn overeengekomen om gezamenlijk een luchtvaartonderneming in de vorm van een consortium uit te oefenen, dan is artikel 3 van toepassing op dat gedeelte van voordelen van het consortium uit de exploitatie van luchtvaartuigen in internationaal verkeer en van het vermogen van dat consortium dat overeenkomt met de deelname in dat consortium door een luchtvaartonderneming die inwoner is van een Verdragsluitende Staat.

Artikel 6. Teruggaaf

Indien in strijd met de bepalingen van dit Verdrag belasting is geheven en geïnd door een Verdragsluitende Staat, dienen verzoeken om teruggaaf van belasting te worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van die Staat binnen een periode van drie jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven en wordt de aldus geïnde belasting binnen zes maanden na de datum van zulk een verzoek teruggegeven.

Artikel 7. Regeling voor onderling overleg

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag in onderling overleg op te lossen. Overleg waarom door een bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat is verzocht, vangt aan binnen 90 dagen na de datum van ontvangst van zulk een verzoek.

Artikel 8. Uitbreiding tot andere gebieden
1.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft kan dit Verdrag hetzij in zijn geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen of Aruba of tot beide landen, indien het desbetreffende land belastingen heft die in wezen gelijksoortig zijn aan de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Zulk een uitbreiding wordt van kracht met ingang van de datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, waaronder begrepen voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.

2.

Tenzij anders is overeengekomen, brengt de beëindiging van dit Verdrag niet met zich mede, dat tevens de toepasselijkheid van dit Verdrag ten aanzien van het gebied of land waartoe zij ingevolge dit artikel is uitgebreid, wordt beëindigd.

Artikel 9. Inwerkingtreding
1.

Elke Verdragsluitende Staat stelt de andere langs diplomatieke weg in kennis van de voltooiing van de voor de inwerkingtreding van dit Verdrag wettelijk vereiste procedures. Het Verdrag treedt in werking dertig dagen na de laatste van deze kennisgevingen.

2.

Luchtvaartondernemingen van een Verdragsluitende Staat worden met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde belastingen in de andere Verdragsluitende Staat niet in de belastingheffing betrokken ter zake van in artikel 3 bedoelde inkomsten en winsten uit perioden voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.

Artikel 10. Beëindiging

Dit Verdrag blijft voor onbepaalde tijd van kracht, maar elk van de Verdragsluitende Staten kan het beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het vijfde jaar dat volgt op dat van de inwerkingtreding langs diplomatieke weg een kennisgeving van beëindiging te zenden. In dat geval houdt dit Verdrag op van toepassing te zijn vanaf de eerste dag van januari van het tweede kalenderjaar dat volgt op dat waarin de kennisgeving is gedaan.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Manama on this 5th day of February 2007 in duplicate in the English, Dutch and Arabic languages, all texts being equally authentic. In case of any divergence of interpretation the English text shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

C. G. J. VAN HONK

For the Government of the Kingdom of Bahrain

AHMED BIN MOHAMMED AL KHALIFA

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.