Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
Preambule
De landen die dit Statuut aanvaarden, vastbesloten het algemeen welzijn te bevorderen door het stimuleren van afzonderlijke en collectieve maatregelen ten behoeve van:
verhoging van het voedingspeil en de levensstandaard van de volken die tot hun rechtsgebied behoren;
verbetering van de doeltreffendheid van de productie en distributie van alle voedings- en landbouwproducten;
verbetering van de positie van de plattelandsbevolking;
en daarmee bijdragend aan groei van de wereldeconomie en vrijwaring van de mensheid tegen honger;
richten hierbij de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties op, hierna te noemen „de Organisatie”, door tussenkomst waarvan de Leden aan elkaar verslag uitbrengen over de genomen maatregelen en de vorderingen die zijn gemaakt op de bovengenoemde terreinen.
De Engelse tekst van het Statuut is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. I 77. De vertaling is gepubliceerd in Stb. I 77. Het Statuut is gewijzigd door Trb. 1948/77, Trb. 1964/103, Trb. 1967/5, Trb. 1968/136, Trb. 1972/121, Trb. 1974/56, Trb. 1976/24, Trb. 1978/57 en Trb. 1980/55.
Het Statuut is oorspronkelijk door Trb. 1964/103 in werking getreden op 16 oktober 1945.
Artikel 1. Taken van de Organisatie
De Organisatie verzamelt, analyseert, interpreteert en verspreidt informatie die betrekking heeft op voeding, voedsel en landbouw. In dit Statuut worden onder de uitdrukking „landbouw” en de afgeleiden daarvan mede verstaan visserij, mariene producten, bosbouw en primaire bosbouwproducten.
De Organisatie bevordert en doet indien nodig aanbevelingen voor nationale en internationale maatregelen ten behoeve van:
- a. wetenschappelijk, technologisch, sociaal en economisch onderzoek met betrekking tot voeding, voedsel en landbouw;
- b. het verbeteren van onderwijs en bestuur op het gebied van voeding, voedsel en landbouw en het verspreiden van kennis onder het publiek over voedings- en landbouwwetenschappen en de praktijk;
- c. het behoud van natuurlijke hulpbronnen en het invoeren van verbeterde agrarische productiemethoden;
- d. het verbeteren van de bewerking, afzet en distributie van voedsel- en landbouwproducten;
- e. het aannemen van maatregelen voor de verstrekking van adequate nationale en internationale landbouwkredieten;
- f. het aannemen van internationaal beleid ter zake van agrarische grondstoffenovereenkomsten.
Het is tevens de taak van de Organisatie:
- a. de technische hulp te verlenen waar regeringen om kunnen verzoeken;
- b. in samenwerking met betrokken regeringen de missies te organiseren die nodig mochten zijn om hun behulpzaam te zijn bij het nakomen van hun verplichtingen die voortvloeien uit de aanvaarding van de aanbevelingen van de VN-Conferentie over Voedsel en Landbouw en uit dit Statuut; en
- c. in het algemeen alle noodzakelijke en passende maatregelen te nemen voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de Organisatie zoals vervat in de preambule.
Artikel II. Lidmaatschap en geassocieerd lidmaatschap
De oorspronkelijke Leden van de Organisatie zijn de in Bijlage I genoemde landen die dit Statuut aanvaarden, met inachtneming van de bepalingen van artikel XXI.
De Conferentie kan bij een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen, mits een meerderheid van de Leden van de Organisatie aanwezig is, besluiten als nieuw Lid van de Organisatie toe te laten elk land dat een verzoek om lidmaatschap heeft ingediend en in een akte een verklaring heeft nedergelegd dat het de verplichtingen uit het Statuut, zoals dat op het tijdstip van toelating van kracht is, aanvaardt.
De Conferentie kan bij een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen, mits een meerderheid van de Leden van de Organisatie aanwezig is, besluiten als Lid van de Organisatie toe te laten elke regionale organisatie voor economische integratie die voldoet aan de criteria vervat in het vierde lid van dit artikel, die een verzoek om lidmaatschap heeft ingediend en in een akte een verklaring heeft nedergelegd dat zij de verplichtingen uit het Statuut, zoals dat op het tijdstip van toelating van kracht is, aanvaardt. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, worden overeenkomstig het achtste lid van dit artikel onder Leden uit hoofde van dit Statuut mede verstaan organisaties die Lid zijn.
Om ingevolge het derde lid van dit artikel in aanmerking te komen voor het lidmaatschap van de Organisatie, dient een regionale organisatie voor economische integratie een organisatie te zijn die uit soevereine staten bestaat, waarvan de meerderheid Lid is van de Organisatie en waaraan de lidstaten van die organisatie de bevoegdheid over een aantal aangelegenheden binnen het raamwerk van de Organisatie hebben overgedragen, met inbegrip van de bevoegdheid om voor de lidstaten ten aanzien van die aangelegenheden bindende besluiten te nemen.
Elke regionale organisatie voor economische integratie die een verzoek om lidmaatschap van de Organisatie indient, dient bij het indienen van een dergelijk verzoek een verklaring van bevoegdheid in te dienen waarin de aangelegenheden zijn vermeld ter zake waarvan de bevoegdheid door haar lidstaten aan haar is overgedragen.
De lidstaten van een organisatie die Lid is, worden verondersteld de bevoegdheid te behouden over alle aangelegenheden ter zake waarvan de overdracht van bevoegdheid niet specifiek is gemeld of waarvan niet specifiek kennisgeving is gedaan aan de Organisatie.
Elke verandering in de verdeling van de bevoegdheden tussen de organisatie die Lid is en haar lidstaten wordt door de organisatie die Lid is of door haar lidstaten gemeld aan de Directeur-Generaal, die deze informatie doet toekomen aan de overige Leden van de Organisatie.
Een organisatie die Lid is, oefent, afwisselend met haar lidstaten die Lid van de Organisatie zijn, de lidmaatschapsrechten uit op hun respectieve gebied van bevoegdheid en in overeenstemming met de door de Vergadering vastgestelde regels.
Tenzij anders voorzien in dit artikel, is een organisatie die Lid is, gerechtigd, ter zake van aangelegenheden die binnen haar bevoegdheid vallen, deel te nemen aan elke vergadering van de Organisatie, met inbegrip van vergaderingen van de Raad of een ander orgaan, met uitzondering van de hieronder bedoelde organen waarvoor beperkingen gelden ten aanzien van het lidmaatschap, waaraan elk van haar lidstaten mag deelnemen. Een organisatie die Lid is, kan niet worden gekozen of worden benoemd in een dergelijk orgaan en kan evenmin worden gekozen of benoemd in een tezamen met andere organisaties ingesteld orgaan. Een organisatie die Lid is, heeft niet het recht deel te nemen aan organen waarvoor beperkingen gelden ten aanzien van het lidmaatschap, zoals omschreven in de door de Vergadering aangenomen regels.
Tenzij in dit Statuut of in de door de Vergadering vastgestelde regels anders is voorzien, en niettegenstaande artikel III, vierde lid, kan een organisatie die Lid is, ter zake van aangelegenheden die binnen haar bevoegdheid vallen tijdens een vergadering van de Organisatie waaraan zij mag deelnemen, een aantal stemmen uitbrengen dat gelijk is aan het aantal van haar lidstaten die het recht hebben een stem uit te brengen in die vergadering. Wanneer de organisatie die Lid is haar stemrecht uitoefent, oefenen haar lidstaten hun stemrecht niet uit, en omgekeerd.
De Vergadering kan, onder dezelfde voorwaarden ten aanzien van de vereiste meerderheid en het quorum als omschreven in het tweede lid van dit artikel, beslissen als Geassocieerd Lid tot de Organisatie toe te laten elk grondgebied dat of elke groep grondgebieden die niet verantwoordelijk is voor het beleid inzake zijn internationale betrekkingen, na een aanvraag daartoe namens hem door het Lid dat of de autoriteit die verantwoordelijk is voor zijn internationale betrekkingen, mits dat Lid of die autoriteit een akte met een verklaring heeft nedergelegd namens het voorgestelde Geassocieerde Lid de verplichtingen uit het Statuut, zoals van kracht op het tijdstip van toelating, te zullen aanvaarden en met betrekking tot het Geassocieerde Lid de verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de naleving van de bepalingen van artikel VIII, vierde lid, artikel XVI, eerste en tweede lid, en artikel XVIII, tweede en derde lid, van dit Statuut.
De aard en de reikwijdte van de rechten en verplichtingen van Geassocieerde Leden zijn omschreven in de desbetreffende bepalingen van dit Statuut en in de regels en voorschriften van de Organisatie.
Het lidmaatschap en geassocieerde lidmaatschap vangen aan op de datum waarop de Vergadering de aanvraag goedkeurt.
Artikel III. De Vergadering
Er is een Vergadering van de Organisatie waarin elk Lid en elk Geassocieerd Lid wordt vertegenwoordigd door één afgevaardigde. Geassocieerde Leden hebben het recht deel te nemen aan de beraadslagingen van de Vergadering, maar bekleden geen functies en hebben geen stemrecht.
Elk Lid en elk Geassocieerd Lid kan plaatsvervangende afgevaardigden, toegevoegde afgevaardigden en adviseurs voor zijn afgevaardigde aanwijzen. De Vergadering kan voorwaarden vaststellen voor de deelname door plaatsvervangende afgevaardigden, toegevoegde afgevaardigden en adviseurs aan haar werkzaamheden, maar zij hebben daarbij geen stemrecht, met uitzondering van plaatsvervangende afgevaardigden, toegevoegde afgevaardigden of adviseurs die deelnemen in plaats van een afgevaardigde.
Geen enkele afgevaardigde is gerechtigd meer dan één Lid of Geassocieerd Lid te vertegenwoordigen.
Elk Lid brengt slechts één stem uit. Een Lid dat achterstallig is met de betaling van zijn financiële bijdragen aan de Organisatie, kan in de Vergadering geen stemrecht uitoefenen, indien het bedrag van zijn achterstalligheid gelijk is aan of hoger is dan dat van de bijdragen door hem verschuldigd over de voorgaande twee kalenderjaren. De Vergadering kan een dergelijk Lid desalniettemin toestaan zijn stem uit te brengen, indien zij ervan overtuigd is dat het verzuim te betalen te wijten is aan omstandigheden buiten de macht van het Lid.
De Vergadering kan elke internationale organisatie met verantwoordelijkheden die verband houden met die van de Organisatie uitnodigen zich te laten vertegenwoordigen tijdens haar zittingen op de door de Vergadering vast te stellen voorwaarden. Vertegenwoordigers van dergelijke organisaties hebben geen stemrecht.
De Vergadering komt eenmaal per twee jaar in gewone zitting bijeen. Zij komt in bijzondere zitting bijeen:
- a. indien de Vergadering tijdens een gewone zitting bij een meerderheid van de uitgebrachte stemmen besluit het volgende jaar bijeen te komen;
- b. indien de Raad dat opdraagt aan de Directeur-Generaal of indien ten minste een derde van de Leden daarom verzoekt.
De Vergadering kiest haar eigen functionarissen.
Tenzij in dit Statuut of in de door de Vergadering opgestelde regels uitdrukkelijk anders is bepaald, wordt over alle beslissingen van de Vergadering bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen beslist.
Artikel IV. Taken van de Vergadering
De Vergadering stelt het beleid vast en keurt de begroting van de Organisatie goed en oefent de andere bevoegdheden uit die aan haar zijn verleend bij dit Statuut.
De Vergadering neemt het Algemeen Reglement en het Financieel Reglement voor de Organisatie aan.
De Vergadering kan bij een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen aanbevelingen doen aan Leden en Geassocieerde Leden inzake aangelegenheden die verband houden met voedsel en landbouw, ter overweging met het oog op implementatie door middel van nationale maatregelen.
De Vergadering kan aanbevelingen doen aan internationale organisaties betreffende aangelegenheden die in verband staan met de doelstellingen van de Organisatie.
De Vergadering kan elke door de Raad of door een commissie of comité van de Vergadering of Raad of hulporganen daarvan genomen beslissing toetsen.
Artikel V. De Raad van de Organisatie
De Raad van de Organisatie bestaande uit negenenveertig Leden wordt gekozen door de Vergadering. Elk Lid van de Raad heeft één vertegenwoordiger en ten hoogste één stem. Elk Lid van de Raad kan plaatsvervangende afgevaardigden, toegevoegde afgevaardigden en adviseurs voor zijn vertegenwoordiger aanwijzen. De Raad kan de voorwaarden vaststellen voor de deelname door plaatsvervangende afgevaardigden, toegevoegde afgevaardigden en adviseurs aan haar werkzaamheden, maar zij hebben daarbij geen stemrecht, met uitzondering van plaatsvervangende afgevaardigden, toegevoegde afgevaardigden of adviseurs die deelnemen in plaats van een afgevaardigde. Een vertegenwoordiger mag ten hoogste één Lid van de Raad vertegenwoordigen. De ambtstermijn en andere voorwaarden verbonden aan het ambt van Lid van de Raad zijn onderworpen aan door de Vergadering opgestelde regels.
De Vergadering benoemt voorts een onafhankelijke voorzitter van de Raad.
De Raad heeft de bevoegdheden die de Vergadering aan hem kan delegeren, maar de Vergadering kan niet de bevoegdheden delegeren die zijn vervat in artikel II, tweede, derde en elfde lid, artikel IV, artikel VII, eerste lid, artikel XII, artikel XIII, vierde lid, artikel XIV, eerste en zesde lid, en artikel XX van dit Statuut.
De Raad benoemt zijn functionarissen met uitzondering van de voorzitter en neemt onder voorbehoud van beslissingen van de Vergadering zijn eigen reglement van orde aan.
Tenzij in dit Statuut of in de door de Vergadering of de Raad opgestelde regels uitdrukkelijk anders is bepaald, wordt over alle beslissingen van de Raad bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen beslist.
Bij de uitvoering van zijn taken wordt de Raad bijgestaan door een programmacommissie, een financiële commissie, een commissie voor constitutionele en juridische aangelegenheden, een commissie voor grondstoffenproblematiek, een commissie voor visserij, een commissie voor bosbouw, een commissie voor landbouw en een commissie voor de wereldwijde voedselzekerheid. Deze commissies rapporteren aan de Raad en op hun samenstelling en mandaat zijn de door de Vergadering aangenomen regels van toepassing.
Artikel VI. Commissies, comités, conferenties, werkgroepen en consultaties
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.