Verdrag inzake internationale zakelijke rechten op mobiel materieel
De Partijen bij dit Verdrag,
Zich bewust van de behoefte mobiel materieel met een hoge waarde of van bijzonder economisch belang te verwerven en te gebruiken en de financiering van de verwerving en het gebruik van dit materieel op doelmatige wijze te bevorderen,
Erkennend de voordelen van financiering en leasing tegen onderpand van activa voor dit doel en verlangend dit soort transacties te bevorderen door duidelijke regels vast te stellen waardoor deze transacties worden beheerst,
Indachtig de behoefte te waarborgen dat de zakelijke rechten op dit materieel wereldwijd worden erkend en beschermd,
Verlangend brede wederzijdse economische voordelen voor alle betrokken partijen te verschaffen,
Van mening dat dergelijke regels een weerspiegeling moeten zijn van de grondbeginselen van financiering en leasing tegen onderpand van activa en de voor dit soort transacties benodigde autonomie van partijen moeten bevorderen,
Zich bewust van de behoefte een juridisch kader te scheppen voor internationale zakelijke rechten op dit materieel en te dien einde een internationaal inschrijvingsstelsel in het leven te roepen voor de bescherming van deze zakelijke rechten,
In aanmerking nemend de doeleinden en beginselen vervat in bestaande verdragen met betrekking tot dit materieel,
Zijn de volgende bepalingen overeengekomen:
HOOFDSTUK I. TOEPASSINGSBEREIK EN ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit Verdrag worden, behoudens wanneer de context anders vereist, de volgende termen gebruikt met de hieronder omschreven betekenis:
- a. „overeenkomst”: een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht, een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom of een lease-overeenkomst;
- b. „cessie”: een contract waarbij, al dan niet tot zekerheid, de cessionaris geassocieerde rechten verwerft met of zonder een overdracht van het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht;
- c. „geassocieerde rechten”: alle rechten op betaling of andere prestatie door een schuldenaar uit hoofde van een overeenkomst, die worden gedekt door of geassocieerd zijn met de zaak;
- d. „aanvang van de insolventieprocedure”: het tijdstip waarop de insolventieprocedure krachtens het op de insolventie toepasselijke recht wordt geacht aan te vangen;
- e. „voorwaardelijke koper”: een koper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom;
- f. „voorwaardelijke verkoper”: een verkoper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom;
- g. „verkoopcontract”: een contract voor de verkoop van een zaak door een verkoper aan een koper dat geen overeenkomst is als omschreven in onderdeel a hierboven;
- h. „gerecht”: een door een Verdragsluitende Staat ingesteld rechtscollege, administratief rechtscollege of arbitraal scheidsgerecht;
- i. „schuldeiser”: een nemer van een zakelijk recht uit hoofde van een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht, een voorwaardelijke verkoper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom of een verhuurder (lessor) uit hoofde van een lease-overeenkomst;
- j. „schuldenaar”: een gever van een zakelijk recht uit hoofde van een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht, een voorwaardelijke koper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom of een huurder (lessee) uit hoofde van een lease-overeenkomst of een persoon wiens recht op een zaak is belast met een inschrijfbaar buitencontractueel recht of zakelijk recht;
- k. „curator”: een persoon die bevoegd is een sanering of liquidatie te leiden, met inbegrip van een tijdelijk bevoegde persoon; een curator omvat mede een schuldenaar die niet uit het beheer van zijn goederen is ontzet, indien het op de insolventie toepasselijke recht zulks toestaat;
- l. „insolventieprocedure”: faillissement, liquidatie of een andere collectieve gerechtelijke of administratieve procedure, met inbegrip van een voorlopige procedure, waarbij de activa en activiteiten van de schuldenaar worden onderworpen aan beheer of toezicht door een gerecht ten behoeve van sanering of liquidatie;
- m. „belanghebbenden”:
- i. de schuldenaar;
- ii. iedere persoon die, tot zekerheid van de nakoming van ieder van de verplichtingen jegens de schuldeiser een borgstelling of betalingsgarantie of een standby letter of credit of andere vorm van kredietverzekering geeft of afgeeft;
- iii. iedere andere persoon die ten aanzien van de zaak rechten heeft;
- n. „interne transactie”: een soort transactie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met c waarbij het centrum van de primaire zakelijke rechten van alle partijen bij een dergelijke transactie alsmede de betrokken zaak (zoals nader omschreven in het Protocol) op het tijdstip van het sluiten van het contract zijn gelegen in dezelfde Verdragsluitende Staat en waarbij het door de transactie gevestigde zakelijk recht is ingeschreven in een nationaal register in die Verdragsluitende Staat en deze een verklaring overeenkomstig artikel 50, eerste lid, heeft afgelegd;
- o. „internationaal zakelijk recht”: een zakelijk recht van een schuldeiser waarop artikel 2 van toepassing is;
- p. „Internationaal Register”: de internationale inschrijvingsfaciliteiten die zijn ingesteld ten behoeve van dit Verdrag of het Protocol;
- q. „lease-overeenkomst”: een overeenkomst waarbij een persoon (de verhuurder/lessor) een recht van bezit van of zeggenschap over een zaak (met of zonder koopoptie) verleent aan een andere persoon (de huurder/lessee) tegen betaling van huur of een andere vergoeding;
- r. „nationaal zakelijk recht”: een zakelijk recht van een schuldeiser ten aanzien van een zaak, gevestigd door middel van een interne transactie waarop een verklaring uit hoofde van artikel 50, eerste lid, van toepassing is;
- s. „buitencontractueel recht of zakelijk recht”: een recht of zakelijk recht, toegekend ingevolge het recht van een Verdragsluitende Staat die een verklaring uit hoofde van artikel 39 heeft afgelegd, om de nakoming van een verplichting, met inbegrip van een verplichting tegenover een Staat, een orgaan daarvan of een intergouvernementele of private organisatie, te waarborgen;
- t. „kennisgeving van een nationaal zakelijk recht”: een in het Internationaal Register ingeschreven of nog in te schrijven kennisgeving dat een nationaal zakelijk recht is gevestigd;
- u. „zaak”: een zaak van een categorie waarop artikel 2 van toepassing is;
- v. „reeds bestaand recht of zakelijk recht”: elk recht of zakelijk recht ten aanzien van een zaak gevestigd of ontstaan voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag zoals omschreven in artikel 60, tweede lid, onderdeel a;
- w. „opbrengsten”: geldelijke of andere opbrengsten van een zaak voortvloeiende uit de volledige of gedeeltelijke teloorgang of fysieke vernietiging van de zaak of de volledige of gedeeltelijke inbeslagname, verbeurdverklaring of opeising ervan;
- x. „toekomstige cessie”: een cessie die men beoogt tot stand te brengen in de toekomst, wanneer zich een bepaalde gebeurtenis voordoet, ongeacht of de gebeurtenis zich met zekerheid zal voordoen;
- y. „toekomstig internationaal zakelijk recht”: een zakelijk recht dat men als een internationaal zakelijk recht op een zaak beoogt te vestigen of te voorzien in de toekomst, wanneer zich een bepaalde gebeurtenis voordoet (waaronder begrepen de verwerving van een recht op de zaak door de schuldenaar), ongeacht of de gebeurtenis zich met zekerheid zal voordoen;
- z. „toekomstige verkoop”: een verkoop die men beoogt tot stand te brengen in de toekomst, wanneer zich een bepaalde gebeurtenis voordoet, ongeacht of de gebeurtenis zich met zekerheid zal voordoen;
- aa. „Protocol”: ten aanzien van alle categorieën zaken en geassocieerde rechten waarop dit Verdrag van toepassing is, het Protocol ten aanzien van een van die categorieën zaken en geassocieerde rechten;
- bb. „ingeschreven”: ingeschreven in het Internationaal Register overeenkomstig Hoofdstuk V;
- cc. „ingeschreven zakelijk recht”: een internationaal zakelijk recht, een inschrijfbaar buitencontractueel recht of zakelijk recht of een nationaal zakelijk recht omschreven in een kennisgeving van een nationaal zakelijk recht dat overeenkomstig Hoofdstuk V is ingeschreven;
- dd. „inschrijfbaar buitencontractueel recht of zakelijk recht”: een buitencontractueel recht of zakelijk recht dat inschrijfbaar is ingevolge een overeenkomstig artikel 40 neergelegde verklaring;
- ee. „Bewaarder”: ten aanzien van het Protocol, de persoon of instantie die door dat Protocol is aangewezen of krachtens artikel 17, tweede lid, onderdeel b, is aangesteld;
- ff. „reglement”: krachtens het Protocol door de Toezichthoudende Autoriteit gegeven of goedgekeurd reglement;
- gg. „verkoop”: een overdracht van de eigendom van een zaak uit hoofde van een verkoopcontract;
- hh. „zekergestelde verplichting”: een verplichting die is gedekt door een zakelijk recht;
- ii. „overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht”: een overeenkomst waarbij een gever van een zakelijk recht een nemer van een zakelijk recht een zakelijk recht (met inbegrip van een eigendomsrecht) ten aanzien van een zaak verleent of overeenkomt dit te verlenen, ter verzekering van de nakoming van een bestaande of toekomstige verplichting van de gever van een zakelijk recht of van een derde;
- jj. „ zakelijk recht”: een zakelijk recht dat wordt gevestigd door een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht;
- kk. „Toezichthoudende Autoriteit”: ten aanzien van het Protocol, de in artikel 17, eerste lid, bedoelde Toezichthoudende Autoriteit;
- ll. „overeenkomst tot voorbehoud van eigendom”: een overeenkomst tot verkoop van een zaak op voorwaarde dat de eigendom niet overgaat voordat de in de overeenkomst vervatte vereisten zijn vervuld;
- mm. „niet ingeschreven zakelijk recht”: een contractueel zakelijk recht of buitencontractueel recht of zakelijk recht (anders dan een zakelijk recht waarop artikel 39 van toepassing is) en dat niet is ingeschreven, ongeacht of het krachtens dit Verdrag inschrijfbaar is; en
- nn. „schriftelijk”: een drager van informatie (met inbegrip van via telecommunicatie verstuurde informatie) in tastbare of andere vorm die bij een latere gelegenheid in tastbare vorm kan worden gereproduceerd en waarin met redelijke middelen de goedkeuring van de informatie door een persoon wordt vermeld.
Artikel 2. Het internationale zakelijk recht
Dit Verdrag regelt de vestiging en rechtsgevolgen van een internationaal zakelijk recht op bepaalde categorieën mobiel materieel en geassocieerde rechten.
- a. door de gever van een zakelijk recht krachtens een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht verleend;
- b. gehouden door een persoon die de voorwaardelijke verkoper is krachtens een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom; of
- c. gehouden door een persoon die de verhuurder (lessor) is krachtens een lease-overeenkomst.
Een zakelijk recht dat valt onder onderdeel a valt niet eveneens onder de onderdelen b of c.
De in de voorgaande leden bedoelde categorieën zijn:
- a. vliegtuigcasco’s, vliegtuigmotoren en helikopters;
- b. rijdend spoorwegmaterieel; en
- c. ruimteobjecten.
De toepasselijke wet bepaalt of een belang waarop het tweede lid van toepassing is, valt onder onderdeel a, b of c van dat lid.
Een internationaal zakelijk recht ten aanzien van een zaak strekt zich uit tot de opbrengsten van die zaak.
Artikel 3. Toepassingsbereik
Dit Verdrag is van toepassing wanneer, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst waarbij het internationale zakelijk recht wordt gevestigd of voorzien, de schuldenaar zich in een Verdragsluitende Staat bevindt.
Het feit dat de schuldeiser zich in een niet-Verdragsluitende Staat bevindt, laat de toepasselijkheid van dit Verdrag onverlet.
Artikel 4. Waar de schuldenaar zich bevindt
Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, bevindt de schuldenaar zich in een Verdragsluitende Staat:
- a. krachtens wiens recht hij is opgericht of gevormd;
- b. waar hij zijn maatschappelijke of statutaire zetel heeft;
- c. waar hij zijn bestuurlijk centrum heeft; of
- d. waar hij zijn plaats van bedrijfsuitoefening heeft.
Een verwijzing in het voorgaande lid, onderdeel d, naar de plaats van bedrijfsuitoefening van de schuldenaar betekent, indien hij meer dan een plaats van bedrijfsuitoefening heeft, zijn voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening of, indien hij geen plaats van bedrijfsuitoefening heeft, zijn gewone verblijfplaats.
Artikel 5. Uitleg en toepasselijk recht
Bij de uitleg van dit Verdrag moeten de in de preambule vervatte doeleinden, de internationale aard en de noodzaak bij de toepassing ervan uniformiteit en voorspelbaarheid te bevorderen, in acht worden genomen.
Vraagstukken met betrekking tot aangelegenheden die door dit Verdrag worden beheerst en die daarin niet uitdrukkelijk worden geregeld, moeten worden opgelost overeenkomstig de algemene beginselen waarop het Verdrag is gebaseerd of, bij gebreke van dergelijke beginselen, overeenkomstig het toepasselijke recht.
Verwijzingen naar het toepasselijke recht zijn verwijzingen naar het interne recht dat toepasselijk is krachtens de regels van internationaal privaatrecht van de Staat van de geadieerde rechter.
Indien een Staat meerdere territoriale eenheden omvat, waarvan elk zijn eigen recht heeft ten aanzien van de voorliggende kwestie, en geen relevante territoriale eenheid is aangewezen, bepaalt het recht van die Staat van welke territoriale eenheid het recht toepasselijk is. Bij gebreke van een dergelijke regel is het recht van de territoriale eenheid waarmee de kwestie het nauwst verband houdt, toepasselijk.
Artikel 6. Verhouding tussen het Verdrag en het Protocol
Dit Verdrag en het Protocol worden gezamenlijk als één akte gelezen en uitgelegd.
HOOFDSTUK II. VESTIGING VAN EEN INTERNATIONAAL ZAKELIJK RECHT
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.