Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds
Preambule
Gelet op de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, die op 23 juni 2000 te Cotonou werd ondertekend en op 25 juni 2005 te Luxemburg werd herzien, hierna de „Overeenkomst van Cotonou” genoemd,
Ervan overtuigd dat de economische partnerschapsovereenkomst (EPO) een nieuw, gunstiger klimaat voor hun relaties op het gebied van economisch bestuur, handel en investeringen tot stand zal brengen en nieuwe mogelijkheden voor groei en ontwikkeling zal bieden,
Overwegende dat de liberalisering van de handel in goederen en diensten en van het vestigingsrecht tussen de partijen gebaseerd moet zijn op de regionale integratie van de Centraal-Afrikaanse staten, dat deze tot doel moet hebben hun geleidelijke, harmonieuze integratie in de wereldeconomie te bevorderen, daarbij lettend op hun politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten, en dat daarbij moet worden voldaan aan de voorwaarden van de overeenkomsten van de Wereldhandelsorganisatie,
Overwegende dat de partijen buitenlandse directe investeringen niet zullen aanmoedigen door afzwakking van hun binnenlandse wet- en regelgeving inzake milieu, arbeid, gezondheid op het werk of veiligheid of door versoepeling van hun binnenlandse arbeidswet- en regelgeving of van voorschriften om culturele diversiteit te beschermen en te bevorderen. De partijen bevestigen daarom opnieuw dat zij zich ertoe verbinden deze binnenlandse wet- en regelgeving na te leven of de naleving ervan aan te bieden, teneinde de vestiging, verwerving, uitbreiding of handhaving van een investering of investeerder op hun gebied aan te moedigen,
Zijn als volgt overeengekomen1)[Red: Bijlage III bij de Overeenkomst ligt ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en is te vinden op http://eur-lex.europa.eu/nl/index.htm.]:
TITEL I. DOELSTELLINGEN
Artikel 1. Tijdelijke overeenkomst
Bij deze overeenkomst wordt een initieel kader voor een economische partnerschapsovereenkomst, hierna „EPO” genoemd, vastgesteld.
Onder „initieel kader” wordt door de partijen verstaan een tijdelijke overeenkomst over, enerzijds, daadwerkelijke verbintenissen die in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst kunnen worden uitgevoerd, en, anderzijds, onderhandelingen over aanvullende elementen, teneinde een volledige EPO in overeenstemming met de Overeenkomst van Cotonou te sluiten.
Artikel 2. Algemene doelstellingen en werkingssfeer
De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:
- a. bijdragen aan het terugdringen en uiteindelijk het uitroeien van armoede door de instelling van een handelspartnerschap dat in overeenstemming is met het doel van een duurzame ontwikkeling, de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en de Overeenkomst van Cotonou;
- b. bevordering van een beter concurrerende en meer gediversifieerde regionale economie in Centraal-Afrika en van constantere groei;
- c. bevordering van regionale integratie, economische samenwerking en goed bestuur in de Centraal-Afrikaanse regio;
- d. bevordering van de geleidelijke integratie van Centraal-Afrika in de wereldeconomie, in overeenstemming met zijn politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten;
- e. verbetering van de capaciteit van Centraal-Afrika op het gebied van handelsbeleid en handelsgerelateerde vraagstukken;
- f. totstandbrenging en tenuitvoerlegging van een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regionaal regelgevend kader voor handel en investeringen in de Centraal-Afrikaanse regio, ter ondersteuning van de voorwaarden voor een toename van de investeringen en van initiatieven van de particuliere sector en verruiming van de leveringscapaciteit voor producten en diensten, het concurrentievermogen en de economische groei in de regio;
- g. versterking van de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijds belang. Om dit te bereiken, verbetert de overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen, geeft zij steun aan een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen door middel van de geleidelijke, asymmetrische liberalisering van de onderlinge handel en versterkt, verruimt en verdiept zij de samenwerking op alle gebieden die voor de handel van belang zijn, met inachtneming van de WTO-verplichtingen;
- h. bevordering van de ontwikkeling van de particuliere sector en van werkgelegenheidsgroei.
Artikel 3. Specifieke doelstellingen
Overeenkomstig de artikelen 34en 35 van de Overeenkomst van Cotonou heeft deze overeenkomst de volgende doelstellingen:
- a. leggen van de grondslagen voor onderhandelingen over een EPO die bijdraagt tot terugdringing van de armoede, die de regionale integratie, economische samenwerking en een goed bestuur in Centraal-Afrika bevordert en die de productie-, uitvoer- en leveringscapaciteit van Centraal-Afrika, alsmede zijn vermogen om buitenlandse investeringen aan te trekken en zijn capaciteit inzake handelsbeleid en handelsgerelateerde vraagstukken verbetert;
- b. bevordering van de geleidelijke, harmonieuze integratie van Centraal-Afrika in de wereldeconomie, in overeenstemming met zijn politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten;
- c. versterking van de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijds belang;
- d. totstandbrenging van een overeenkomst die in overeenstemming met de WTO-voorschriften is;
- e. leggen van de grondslagen voor onderhandelingen en tenuitvoerlegging van een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regionaal regelgevend kader voor handel, investeringen, mededinging, intellectuele eigendom, overheidsopdrachten en duurzame ontwikkeling in de Centraal-Afrikaanse regio, ter ondersteuning van de voorwaarden voor een toename van de investeringen en van initiatieven van de particuliere sector en verruiming van de leveringscapaciteit voor producten en diensten, het concurrentievermogen en de economische groei in de regio;
- f. vaststelling van een routekaart voor onderhandelingen over de onder e) genoemde gebieden waarvoor de onderhandelingen in 2007 niet konden worden afgesloten.
TITEL II. PARTNERSCHAP VOOR ONTWIKKELING
Artikel 4. Kader voor de capaciteitsopbouw in Centraal-Afrika
De partijen bevestigen hun voornemen de verschillende hun ter beschikking staande instrumenten in te zetten om tot capaciteitsopbouw en economische modernisering in Centraal-Afrika bij te dragen, met name door met behulp van de instrumenten van het handelsbeleid en de in artikel 7 bedoelde samenwerkingsinstrumenten op nationaal en regionaal niveau een economisch en institutioneel kader tot stand te brengen dat de groei van een concurrerende economische bedrijvigheid in Centraal-Afrika begunstigt.
Artikel 5. Prioriteiten bij de capaciteitsopbouw en modernisering
In partnerschap met de EG en met behulp van de in artikel 7 bedoelde samenwerkingsinstrumenten zal de Centraal-Afrikaanse regio een kwantitatieve en kwalitatieve groei van de door haar geproduceerde en uitgevoerde goederen en diensten bevorderen, en dat met name op de volgende gebieden:
- a. ontwikkeling van de regionale basisinfrastructuur:
- –. vervoer;
- –. energie;
- –. telecommunicatie;
- b. landbouw en voedselzekerheid:
- –. landbouwproductie;
- –. agro-industrie;
- –. visserij;
- –. veeteelt;
- –. aquicultuur en visbestanden;
- c. industrie, diversificatie en concurrentievermogen van de economie:
- –. modernisering van ondernemingen;
- –. industrie;
- –. normen en certificering (sanitaire en fytosanitaire maatregelen, kwaliteit, zoötechnische normen enz.);
- d. verdieping van de regionale integratie:
- –. ontwikkeling van de regionale gemeenschappelijke markt;
- –. belastingen en douane;
- e. verbetering van het ondernemingsklimaat:
- –. harmonisatie van het nationale handelsbeleid.
Bij de tenuitvoerlegging van dit partnerschap baseren de partijen zich op het gezamenlijk oriënterend document dat aan bijlage I bij deze overeenkomst is gehecht.
In het kader van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst bevestigen de partijen hun voornemen de modernisering van de onder deze overeenkomst vallende productiesectoren in Centraal-Afrika met behulp van de in artikel 7 bedoelde samenwerkingsinstrumenten te bevorderen.
Artikel 6. Randvoorwaarden voor het bedrijfsleven
De partijen zijn van oordeel dat de voor het bedrijfsleven geldende randvoorwaarden een essentieel instrument voor economische ontwikkeling zijn en dat deze overeenkomst derhalve tot dit gemeenschappelijke doel moet bijdragen. De overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten, die ook het verdrag tot oprichting van de Organisatie voor de harmonisatie van het bedrijfsrecht in Afrika (OHADA) hebben ondertekend, verbinden zich ertoe dit verdrag op niet-discriminerende en doeltreffende wijze toe te passen en uit te voeren.
Artikel 7. Samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering
De bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou betreffende regionale economische samenwerking en integratie worden zodanig ten uitvoer gelegd dat de verwachte voordelen van deze overeenkomst zo groot mogelijk zijn.
De financiering door de Europese Gemeenschap1)Exclusief de lidstaten. van de ontwikkelingssamenwerking tussen Centraal-Afrika en de Europese Gemeenschap ter ondersteuning van de uitvoering van deze overeenkomst vindt plaats in het kader van de voorschriften en passende procedures die zijn neergelegd in de Overeenkomst van Cotonou, met name de programmeringsprocedures van het Europees Ontwikkelingsfonds, en in het kader van de desbetreffende instrumenten die uit de algemene begroting van de Europese Unie worden gefinancierd. Steun bij de uitvoering van deze overeenkomst is een van de prioriteiten in dit verband.
De lidstaten van de Europese Gemeenschap verbinden zich er gezamenlijk toe ontwikkelingsacties ten behoeve van regionale economische samenwerking en de uitvoering van deze overeenkomst, zowel op nationaal als op regionaal niveau, door middel van hun respectieve ontwikkelingsbeleid en -instrumenten, waaronder hulp voor handel, in overeenstemming met de beginselen van doeltreffendheid en complementariteit van de hulp te steunen.
De partijen werken samen om hulp te bevorderen van andere donoren die bereid zijn de inspanningen van Centraal-Afrika om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken, te ondersteunen.
De partijen erkennen het nut van specifieke regionale financieringsmechanismen ter ondersteuning van de uitvoering van deze overeenkomst en geven hun steun aan de desbetreffende inspanningen van de regio.
Artikel 8. Steun voor de uitvoering van handelsgerelateerde voorschriften
De partijen komen overeen dat de uitvoering van handelsgerelateerde voorschriften, waarvoor de samenwerkingsgebieden in de desbetreffende hoofdstukken van deze overeenkomst zijn gepreciseerd, bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst. De samenwerking op dit gebied geschiedt in overeenstemming met de uitvoeringsbepalingen van artikel 7.
Artikel 9. Financiering van het partnerschap
De partijen komen overeen dat door en voor de Centraal-Afrikaanse regio een regionaal EPO-fonds wordt opgericht, dat tot doel heeft de steun voor een efficiënte financiering van de prioritaire acties ter verbetering van de productiecapaciteit van de Centraal-Afrikaanse staten, zoals bedoeld in artikel 5, en van de in artikel 10 bedoelde maatregelen te coördineren. De voorschriften voor de werking en het beheer van het regionale EPO-fonds worden uiterlijk eind 2008 door de regio vastgesteld. De EG gebruikt deze periode om haar beoordeling van die voorschriften af te sluiten.
Het regionale EPO-fonds wordt gefinancierd uit door de partijen verstrekte middelen, en met name uit bijdragen van het EOF, bijdragen van de lidstaten van de Europese Unie en eventuele bijdragen van andere donoren.
In afwijking van de leden 1 en 2 verbindt de Europese Gemeenschap zich ertoe haar steun te verlenen via de financieringsmechanismen van de regio zelf of via die welke door de staten die deze tussentijdse overeenkomst sluiten, met inachtneming van de voorschriften en procedures van de Overeenkomst van Cotonou en in overeenstemming met het beginsel van doeltreffendheid van de hulp daartoe zijn aangewezen.
De partijen werken samen om bijdragen van andere donoren aan het regionale EPO-fonds te bevorderen.
Artikel 10. Samenwerking bij de begrotingsaanpassing
De partijen zijn zich bewust van de uitdagingen waarvoor de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten zich gesteld zien bij de afschaffing of forse verlaging van de douanerechten ingevolge deze overeenkomst; zij komen overeen hierover overleg te voeren en op dit gebied samen te werken.
Gelet op het door de partijen in deze overeenkomst overeengekomen tijdschema voor de geleidelijke rechtenafschaffing komen deze overeen uitgebreid overleg te voeren over de fiscale aanpassingsmaatregelen die nodig zijn om het begrotingsevenwicht uiteindelijk te herstellen.
Met het oog op de leden 1 en 2 komen de partijen overeen om in het kader van artikel 7 samen te werken en verbinden zij zich ertoe op de volgende gebieden technische en financiële bijstand te verlenen:
- a. hulp bij het opvangen van de netto fiscale impact in volledige complementariteit met de fiscale hervormingen;
- b. steun bij de fiscale hervorming in samenhang met het overleg hierover.
De partijen komen overeen zo spoedig mogelijk in het kader van het EPO-comité overeenstemming te bereiken over de methode voor het schatten van de netto fiscale impact. Het is de bedoeling dat de partijen vervolgens ook overeenstemming over de vereiste aanvullende studies en acties bereiken.
Artikel 11. Samenwerking in internationale fora
De partijen streven naar samenwerking in alle internationale fora waar aangelegenheden worden besproken die betrekking hebben op dit partnerschap.
Artikel 12. Nadenken over partnerschap voor ontwikkeling
De partijen komen overeen om het debat over het bij deze titel ingestelde partnerschap voor ontwikkeling, met inbegrip van de desbetreffende uitvoeringsbepalingen, in 2008 nader uit te diepen.
TITEL III. HANDELSREGELING VOOR PRODUCTEN
HOOFDSTUK 1. DOUANERECHTEN EN NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN
Artikel 13. Oorsprongsregels
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als „van oorsprong” beschouwd de goederen die voldoen aan de oorsprongsregels die op 1 januari 2008 op het gebied van de partijen van toepassing zijn.
Een wederkerige gemeenschappelijke regeling inzake de oorsprongsregels wordt door het EPO-comité aan deze overeenkomst gehecht en wordt van kracht op de datum van voorlopige toepassing van deze overeenkomst.
Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst herzien de partijen de bepalingen betreffende de oorsprongsregels om de voor de vaststelling van de oorsprong gebruikte begrippen en methoden in het licht van de ontwikkelingsdoelstellingen voor Centraal-Afrika te vereenvoudigen. Bij deze herziening houden de partijen rekening met de technologische ontwikkeling, de productieprocessen en alle andere factoren, met inbegrip van de lopende hervormingen van de oorsprongsregels, die een wijziging van de overeengekomen wederkerige regeling nodig kunnen maken. Het EPO-comité besluit over wijziging of vervanging van de oorsprongsregels.
Artikel 14. Douanerechten
Onder douanerechten worden verstaan alle rechten of heffingen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen, die worden opgelegd bij of in verband met de invoer of uitvoer van producten. Douanerechten omvatten niet:
- a. interne belastingen of andere interne heffingen die worden opgelegd in overeenstemming met artikel 23;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.