← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Geldende tekst a fecha 2007-08-14

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Canada,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid, veiligheid en handel van hun staten;

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en belastingen die bij invoer of uitvoer worden geïnd en van het waarborgen van een juiste handhaving van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van de douanewetgeving van hun staten;

Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen, bedreigde dier- en plantensoorten, gevaarlijke stoffen en andere verboden goederen of aan voorschriften of toezicht onderworpen goederen een bijzonder gevaar voor de samenleving vormt;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties;

Gelet op de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand, de Verklaring inzake verbetering van douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand (Verklaring van Cyprus) en de Resolutie inzake veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten, aangenomen door de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Werelddouaneorganisatie, in respectievelijk december 1953, juli 2000 en juni 2002;

Tevens gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag:

HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 2
1.

De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen.

2.

Bijstand uit hoofde van dit Verdrag wordt door de Verdragsluitende Partijen verleend in overeenstemming met hun nationale wetgeving en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van hun douaneadministraties.

3.

Dit Verdrag laat onverlet de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge de wetgeving van de Europese Unie inzake zijn huidige en toekomstige verplichtingen als lidstaat van de Europese Unie en alle wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen na te komen, alsmede zijn huidige en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie.

4.

De douaneadministratie van het Koninkrijk der Nederlanden informeert de douaneadministratie van Canada over verplichtingen als bedoeld in het derde lid die ontstaan na de datum van ondertekening van dit Verdrag en gevolgen zouden kunnen hebben voor de uit dit Verdrag voortvloeiende verplichtingen.

5.

Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen; particulieren kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen informatie te verkrijgen, bewijsmateriaal te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten.

6.

Indien bijstand ter zake van in dit Verdrag geregelde aspecten dient te worden verleend in overeenstemming met een andere geldende samenwerkingsovereenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen, geeft de aangezochte administratie aan welke autoriteiten het betreft.

HOOFDSTUK III. REIKWIJDTE VAN DE BIJSTAND

Artikel 3

De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie en inlichtingen ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:

HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel 4

De aangezochte administratie verstrekt de verzoekende administratie op haar verzoek de volgende informatie:

Artikel 5

Op verzoek houdt de aangezochte administratie, voor zover mogelijk, toezicht op en verstrekt zij de verzoekende administratie informatie en inlichtingen over:

Artikel 6
1.

De douaneadministraties verstrekken elkaar op verzoek of uit eigen beweging informatie en inlichtingen over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten die een inbreuk op de douanewetgeving vormen of lijken te vormen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

2.

In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare veiligheid, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van de ene Verdragsluitende Partij met zich kunnen brengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld informatie of inlichtingen.

Artikel 7

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 21, tweede lid, automatisch informatie en inlichtingen verstrekken die onder dit Verdrag vallen.

Artikel 8

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 21, tweede lid, specifieke informatie en inlichtingen verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 9

De douaneadministraties kunnen, overeenkomstig hun nationale wetgeving, met wederzijdse instemming, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het grondgebied van hun respectieve staten van goederen die betrokken zijn bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan. Indien de douaneadministratie niet bevoegd is bedoelde toestemming te verlenen, tracht die administratie samenwerking te bewerkstelligen met de nationale autoriteiten die daartoe wel bevoegd zijn of draagt zij de zaak aan hen over.

HOOFDSTUK V. DESKUNDIGEN EN GETUIGEN

Artikel 10
1.

De ene douaneadministratie kan op verzoek van de andere douaneadministratie haar functionarissen machtigen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij als getuige of deskundige in gerechtelijke of administratieve procedures te verschijnen en de dossiers, documenten of ander materiaal of gewaarmerkte kopieën daarvan die kunnen worden beschouwd als zijnde essentieel voor de procedure, over te leggen.

2.

Wanneer getuigen of deskundigen in de in het eerste lid genoemde omstandigheden verschijnen in gerechtelijke of administratieve procedures, genieten zij de volledige bescherming van de wet van de verzoekende Verdragsluitende Partij inzake getuigenissen die gevrijwaard zijn van gerechtelijke toetsing of getuigenissen van vertrouwelijke aard die kunnen worden beschermd tegen openbaarmaking ingevolge die wet.

HOOFDSTUK VI. TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel 11
1.

Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk of elektronisch, rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, die zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd dienen te worden, of, indien beide douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch.

2.

Verzoeken ingevolge het eerste lid bevatten de volgende gegevens:

3.

De douaneadministratie van de aangezochte Verdragsluitende Partij voldoet aan een verzoek bij het beantwoorden van een verzoek een bepaalde methode of techniek te hanteren, tenzij die methode of techniek in strijd zou zijn met de wet- en regelgeving, het beleid of de uitvoeringspraktijk van de aangezochte Verdragsluitende Partij.

HOOFDSTUK VII. INFORMATIE EN INLICHTINGEN

Artikel 12

Een douaneadministratie verzoekt uitsluitend om originele informatie in gevallen waarin niet met afschriften kan worden volstaan en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden. De rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake van dergelijke originele informatie blijven onverlet.

HOOFDSTUK VIII. UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel 13
1.

Indien de aangezochte administratie de aangewezen autoriteit is en niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te verkrijgen in overeenstemming met haar nationale wetgeving.

2.

Indien de aangezochte administratie onder de gegeven omstandigheden niet de aangewezen autoriteit is, zal zij, in overeenstemming met haar nationale wetgeving, hetzij:

Artikel 14

Ten behoeve van onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving kunnen door de verzoekende administratie speciaal hiertoe aangewezen functionarissen, met instemming van de aangezochte administratie en onder voorwaarden die laatstgenoemde hieraan kan verbinden, op schriftelijk verzoek:

Artikel 15

Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat functionarissen van de verzoekende administratie aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij de verzoekende administratie uitnodigen daartoe functionarissen ter beschikking te stellen, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden.

Artikel 16

Indien functionarissen van de douaneadministratie van de ene Verdragsluitende Partij aanwezig zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij uit hoofde van dit Verdrag, dienen zij te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en officiële hoedanigheid aan te tonen.

HOOFDSTUK IX. VERTROUWELIJK KARAKTER VAN INFORMATIE

Artikel 17
1.

Alle uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie of inlichtingen mogen slechts voor de doeleinden van dit Verdrag en door de douaneadministraties worden gebruikt, behalve in gevallen waarin de douaneadministratie die deze informatie of inlichtingen heeft verstrekt, uitdrukkelijk haar goedkeuring hecht aan het gebruik daarvan voor andere doeleinden of door andere autoriteiten; in dat geval is dat gebruik onderworpen aan eventuele beperkingen die zijn vastgelegd door de douaneadministratie die de informatie of inlichtingen heeft verstrekt.

2.

Informatie of inlichtingen die uit hoofde van dit Verdrag worden ontvangen mogen slechts bij strafrechtelijke vervolgingen worden gebruikt nadat het openbaar ministerie of de rechterlijke autoriteiten op het grondgebied van de verstrekkende Verdragsluitende Partij met dit gebruik hebben ingestemd.

3.

Uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie of inlichtingen worden vertrouwelijk behandeld en daarvoor geldt dezelfde bescherming als die welke voor soortgelijke informatie of inlichtingen geldt krachtens de nationale wetgeving van de ontvangende Verdragsluitende Partij.

4.

Het verstrekken van informatie of inlichtingen aan de Europese Commissie of de douaneadministraties van de lidstaten van de Europese Unie ingevolge de in artikel 2 van dit Verdrag genoemde verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden geschiedt uitsluitend voor zover dit nodig is. Wanneer informatie of inlichtingen ingevolge dit lid gedeeld worden, wordt Canada voorafgaand aan het delen van de informatie daarover geïnformeerd.

Artikel 18
1.

Uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens vallen onder een beschermingsniveau dat gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat door de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt, wordt gehanteerd.

2.

De Verdragsluitende Partijen verschaffen elkaar alle wetgeving en administratieve bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens in hun respectieve staten welke van belang zijn voor dit artikel.

3.

Persoonsgegevens worden niet uitgewisseld voordat de Verdragsluitende Partijen overeenkomstig artikel 21, tweede lid, van dit Verdrag zijn overeengekomen dat het beschermingsniveau op hun grondgebieden gelijkwaardig is.

HOOFDSTUK X. ONTHEFFING

Artikel 19
1.

In gevallen waarin de bijstand uit hoofde van dit Verdrag een inbreuk zou vormen op de soevereiniteit, veiligheid, openbare orde of een ander wezenlijk belang van een Verdragsluitende Partij of tot schending van een industrieel of een commercieel, dan wel een beroepsgeheim zou leiden, of strijdig zou zijn met haar nationale wetgeving, kan een Verdragsluitende Partij bijstand weigeren.

2.

Indien de verzoekende administratie niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte administratie in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte administratie.

3.

De bijstand kan door de aangezochte administratie worden uitgesteld op grond van het feit dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte administratie overleg met de verzoekende administratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte administratie verlangt.

4.

Ingeval de bijstand wordt geweigerd of uitgesteld, dienen de redenen voor de weigering of het uitstel te worden gegeven.

HOOFDSTUK XI. KOSTEN

Artikel 20
1.

Met inachtneming van het tweede lid zien de douaneadministraties af van alle vorderingen tot vergoeding van ter uitvoering van dit Verdrag gemaakte kosten.

2.

Indien met de uitvoering van het verzoek aanmerkelijke kosten of kosten van buitengewone aard zijn of zullen zijn gemoeid, plegen de Verdragsluitende Partijen overleg om de voorwaarden te bepalen waaronder het verzoek zal worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop de kosten worden gedragen.

HOOFDSTUK XII. UITVOERING VAN HET VERDRAG

Artikel 21
1.

De douaneadministraties nemen maatregelen opdat hun met het onderzoek of de bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving belaste functionarissen persoonlijke en rechtstreekse betrekkingen met elkaar kunnen onderhouden.

2.

De douaneadministraties besluiten over nadere regelingen ter vergemakkelijking van de uitvoering van dit Verdrag.

3.

De douaneadministraties streven ernaar eventuele problemen of twijfels naar aanleiding van de uitlegging of toepassing van dit Verdrag op te lossen.

HOOFDSTUK XIII. TOEPASSING

Artikel 22
1.

Wat Canada betreft, is dit Verdrag van toepassing op het grondgebied waarop de Canadese douanewetgeving van toepassing is.

2.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op zijn grondgebied in Europa. Het kan evenwel, hetzij in zijn geheel, hetzij met de nodige wijzigingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen of tot Aruba.

3.

De in het tweede lid bedoelde uitbreiding wordt met wederzijds goedvinden van de Verdragsluitende Partijen van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, met inbegrip van voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, die nader worden vastgesteld en overeengekomen bij diplomatieke notawisseling.

HOOFDSTUK XIV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 23

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de Verdragsluitende Partijen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de grondwettelijke of nationale vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

Artikel 24
1.

Dit Verdrag wordt in beginsel voor onbepaalde tijd gesloten, maar elk van beide Verdragsluitende Partijen kan het te allen tijde door middel van een kennisgeving langs diplomatieke weg opzeggen.

2.

De beëindiging wordt van kracht één maand na de datum van de kennisgeving van opzegging aan de andere Verdragsluitende Partij. Lopende procedures op het tijdstip van beëindiging mogen niettemin worden voltooid in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 25

De Verdragsluitende Partijen komen op verzoek bijeen om het Verdrag te herzien.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Ottawa op 14 augustus 2007, in tweevoud in de Nederlandse, de Engelse en de Franse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

K.P.M. DE BEER

Voor de Regering van Canada

A. JOLICOEUR