Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bermuda (zoals gemachtigd door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot ondernemingen die schepen of luchtvaartuigen exploiteren in het internationale verkeer

Type Verdrag
Publication 2010-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Regering van Bermuda (zoals gemachtigd door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland),

Geleid door de wens het Verdrag inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen, heden op 8 juni 2009 gesloten, aan te vullen door het sluiten van een Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot ondernemingen die schepen of luchtvaartuigen exploiteren in het internationale verkeer,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:

2.

Wat betreft de toepassing van het Verdrag op enig moment door een verdragsluitende partij heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die partij met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die partij aan die uitdrukking wordt gegeven.

Artikel 2. Vermijden van dubbele belasting
1.

Een onderneming van een verdragsluitende partij die schepen of luchtvaartuigen exploiteert in het internationale verkeer is in de andere verdragsluitende partij vrijgesteld van belasting van elke soort en benaming naar daaruit voortvloeiende inkomsten, ongeacht de wijze van heffing.

2.

Een onderneming van een verdragsluitende partij die schepen of luchtvaartuigen exploiteert in het internationale verkeer is in de andere verdragsluitende partij vrijgesteld van belasting van elke soort en benaming naar winst verkregen uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen of van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van de schepen of luchtvaartuigen, ongeacht de wijze van heffing.

3.

De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn ook van toepassing op inkomsten, voordelen en winst door een onderneming van een verdragsluitende partij verkregen uit de deelneming in een „pool”, een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap.

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt de plaats van de werkelijke leiding van de huidige Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. (KLM N.V.) geacht in Nederland te zijn gelegen, zolang Nederland een exclusieve heffingsbevoegdheid heeft ter zake van KLM N.V. uit hoofde van het tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Franse Republiek gesloten belastingverdrag.

Artikel 3. Regeling voor onderling overleg
1.

De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van het Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen. Het overleg waar de bevoegde autoriteit van een verdragsluitende partij om heeft verzocht, vangt aan binnen 90 dagen na de datum van ontvangst van het desbetreffende verzoek.

2.

De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde overeenstemming als bedoeld in het voorgaande lid te bereiken.

3.

Wanneer moeilijkheden of twijfelpunten die zijn gerezen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van het Verdrag niet binnen een periode van twee jaar nadat de vraag is gerezen opgelost kunnen worden door de bevoegde autoriteiten van de partijen in een regeling voor onderling overleg ingevolge de voorgaande leden van dit artikel, kan het geval op verzoek van een van de partijen, worden voorgelegd voor arbitrage, echter slechts nadat de procedures die beschikbaar zijn op grond van het eerste en tweede lid van dit artikel volledig zijn uitgeput en mits de betrokken belastingplichtige of belastingplichtigen er schriftelijk mee instemt of instemmen te zijn gebonden door de beslissing van de arbitragecommissie.

De beslissing van de arbitragecommissie in een bepaald geval is voor dat geval bindend voor beide partijen en de betrokken belastingplichtige of belastingplichtigen.

Artikel 4. Uitbreiding tot andere gebieden
1.

Dit Verdrag kan, hetzij in zijn geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen en Aruba, of tot de Nederlandse Antillen of Aruba afzonderlijk, indien het desbetreffende land belastingen heft die in wezen gelijksoortig zijn aan de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is. Een dergelijke uitbreiding wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, daaronder begrepen voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.

2.

Tenzij anders overeengekomen, wordt door de beëindiging van het Verdrag niet tevens de uitbreiding van het Verdrag tot enig land waartoe het ingevolge dit artikel is uitgebreid, beëindigd.

Artikel 5. Inwerkingtreding
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop beide partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden partijen grondwettelijk vereiste formaliteiten is voldaan.

2.

Onverminderd het eerste lid van dit artikel, treedt het Verdrag uitsluitend in werking indien het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bermuda inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen van kracht is voor zowel strafrechtelijke als civiele belastingzaken.

Artikel 6. Beëindiging
1.

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een van de verdragsluitende partijen wordt beëindigd. Elk van de partijen kan het Verdrag beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een periode van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag schriftelijk kennis te geven van de beëindiging. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn voor belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan.

2.

Onverminderd het eerste lid van dit artikel, wordt dit Verdrag zonder kennisgeving van beëindiging beëindigd op de datum van beëindiging van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bermuda inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at London this 8th day of June 2009, in duplicate, in the English language.

For the Kingdom of the Netherlands,

J. C. DE JAGER

For Bermuda,

PAULA A. COX

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.