Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentale plat
De Staten-Partijen bij dit Protocol,
Als partijen bij het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de zeevaart,
Erkennend dat de redenen waarom het Verdrag werd opgesteld ook gelden voor vaste platforms op het continentale plat,
Rekening houdend met de bepalingen van dat Verdrag,
Bevestigend dat aangelegenheden die niet door dit Protocol worden geregeld, beheerst blijven door de regelen en beginselen van algemeen internationaal recht,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1
De bepalingen van artikel 1, eerste lid, sub c, d, e, f, g, h, en tweede lid, sub a, en van de artikelen 2bis, 5, 5bis, 5, 5bis en 7, en van de artikelen 10 tot en met 16, met inbegrip van de artikelen 11bis, 11ter en 12bis van het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart, zoals gewijzigd bij het Protocol van 2005 bij het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart zijn van overeenkomstige toepassing op de strafbare feiten omschreven in de artikelen 2, 2bis en 2ter van dit Protocol, indien deze strafbare feiten worden gepleegd aan boord van of tegen vaste platforms op het continentale plat.
Ingeval dit Protocol niet van toepassing is op grond van het eerste lid, is het niettemin van toepassing indien de dader of de vermoedelijke dader wordt aangetroffen op het grondgebied van een andere Staat-Partij dan de Staat in de binnenwateren of de territoriale zee waarvan het vaste platform zich bevindt.
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder „vast platform”: een kunstmatig eiland, installatie of inrichting die permanent met de zeebodem is verbonden ten behoeve van de exploratie of exploitatie van rijkdommen of voor andere economische doeleinden.
Artikel 2
Aan een strafbaar feit maakt zich schuldig hij die wederrechtelijk en opzettelijk:
- (a). door geweld, bedreiging met geweld of enige andere vorm van vreesaanjaging een vast platform in zijn macht brengt of houdt; of
- (b). een daad van geweld begaat tegen een persoon aan boord van een vast platform, indien daardoor de veiligheid van dat platform in gevaar kan worden gebracht; of
- (c). een vast platform vernielt of daaraan schade toebrengt waardoor de veiligheid ervan in gevaar kan worden gebracht; of
- (d). op een vast platform, op welke wijze dan ook, een voorwerp of substantie plaatst of doet plaatsen waarmee het vaste platform kan worden vernield of de veiligheid ervan in gevaar kan worden gebracht.
Aan een strafbaar feit maakt zich eveneens schuldig hij die dreigt, al dan niet gepaard gaand met een voorwaarde zoals voorzien in de nationale wetgeving, teneinde een natuurlijke persoon of een rechtspersoon te dwingen tot het verrichten of zich onthouden van een handeling, een van de in het eerste lid, sub b en c omschreven strafbare feiten te plegen, indien door deze dreiging de veiligheid van het vaste platform in gevaar kan worden gebracht.
Artikel 3
Elke Staat-Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om zijn rechtsmacht te vestigen met betrekking tot de in artikelen 2, 2bis en 2ter omschreven strafbare feiten, wanneer het strafbare feit wordt gepleegd:
- a. tegen of aan boord van een vast platform dat is gelegen op het continentale plat van die Staat; of
- b. door een onderdaan van die Staat.
Een Staat-Partij kan eveneens zijn rechtsmacht met betrekking tot genoemde strafbare feiten vastleggen, wanneer:
- (a). het feit wordt gepleegd door een staatloze die in die Staat zijn gewone verblijfplaats heeft; of
- (b). tijdens het plegen van het feit een onderdaan van die Staat wordt vastgehouden, bedreigd, verwond of gedood; of
- (c). het feit wordt gepleegd in een poging die Staat te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling.
Elke Staat-Partij die zijn rechtsmacht bedoeld in het tweede lid heeft gevestigd, stelt de Secretaris-Generaal daarvan in kennis. Indien een Staat-Partij daarna zijn rechtsmacht ter zake intrekt, stelt hij de Secretaris-Generaal daarvan in kennis.
Elke Staat-Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om zijn rechtsmacht te vestigen met betrekking tot de in artikel 2, 2bis en 2ter omschreven strafbare feiten in gevallen waarin de vermoedelijke dader zich op zijn grondgebied bevindt en hij deze persoon niet uitlevert aan een Staat-Partij die zijn rechtsmacht heeft gevestigd in overeenstemming met het eerste en tweede lid.
Dit Protocol sluit geen enkele krachtens de nationale wetgeving uitgeoefende rechtsmacht in strafrechtelijke aangelegenheden uit.
Artikel 4
De regelen van internationaal recht met betrekking tot vaste platforms gelegen op het continentale plat worden op generlei wijze door dit Protocol aangetast.
Artikel 5
Dit Protocol staat voor ondertekening open te Rome op 10 maart 1988 en op de zetel van de Internationale Maritieme Organisatie (hierna te noemen „de Organisatie”) van 14 maart 1988 tot 9 maart 1989 door alle Staten die het Verdrag hebben ondertekend. Daarna blijft het openstaan voor toetreding.
Staten kunnen van hun instemming door dit Protocol te worden gebonden doen blijken door middel van:
- (a). ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- (b). ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- (c). toetreding.
Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door middel van nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal.
Slechts een Staat die het Verdrag zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring heeft ondertekend, of het heeft bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd, dan wel daartoe is toegetreden, kan Partij bij dit Protocol worden.
Artikel 6
Dit Protocol treedt in werking negentig dagen na de datum waarop drie Staten het hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd. Dit Protocol treedt evenwel niet in werking voordat het Verdrag in werking is getreden.
Voor een Staat die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Protocol heeft nedergelegd nadat aan de voorwaarden voor inwerkingtreding is voldaan, treedt de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding in werking negentig dagen na de datum van nederlegging.
Artikel 7
Dit Protocol kan door elke Staat-Partij te allen tijde worden opgezegd na het verstrijken van een jaar na de datum waarop het Protocol voor die Staat in werking is getreden.
Opzegging geschiedt door middel van nederlegging van een akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal.
Een opzegging wordt van kracht één jaar, of zoveel later als aangegeven in de akte van opzegging, na de ontvangst van de akte van opzegging door de Secretaris-Generaal.
Opzegging van het Verdrag door een Staat-Partij wordt beschouwd als opzegging van het Protocol door die Partij.
Artikel 8
Door de Organisatie kan een conferentie worden belegd met het oog op herziening of wijziging van dit Protocol.
Op verzoek van een derde der Staten-Partijen, of van vijf Staten-Partijen, naargelang van welk aantal het grootst is, belegt de Secretaris-Generaal een conferentie van de Staten-Partijen bij dit Protocol ter herziening of wijziging van dit Protocol.
Een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding die is nedergelegd na de datum van inwerkingtreding van een wijziging van dit Protocol wordt geacht van toepassing te zijn op het gewijzigde Protocol.
Artikel 9
Dit Protocol wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal.
De Secretaris-Generaal:
- (a). doet alle Staten die dit Protocol hebben ondertekend of hiertoe zijn toegetreden en alle leden van de Organisatie mededeling van:
- (i). elke nieuwe ondertekening of nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, alsook de datum daarvan;
- (ii). de datum van inwerkingtreding van dit Protocol;
- (iii). de nederlegging van een akte van opzegging van dit Protocol, alsook de datum waarop deze werd ontvangen en de datum waarop de opzegging van kracht wordt;
- (iv). de ontvangst van elke verklaring of kennisgeving uit hoofde van dit Protocol, of uit hoofde van het Verdrag met betrekking tot dit Protocol;
- (b). doet alle Staten die dit Protocol hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van dit Protocol toekomen.
Terstond na inwerkingtreding van dit Protocol zendt de Depositaris een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift hiervan aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.
Artikel 10
Dit Protocol is opgesteld in één oorspronkelijk exemplaar in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde elke tekst gelijkelijk authentiek.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments for that purpose, have signed this Protocol.
DONE at Rome this tenth day of March one thousand nine hundred and eighty-eight.
Artikel 2bis
Aan een strafbaar feit in de zin van dit Protocol maakt zich schuldig hij die wederrechtelijk en opzettelijk, indien het doel van de gedraging door haar aard of context is een bevolking te intimideren of een regering of internationale organisatie te dwingen tot het verrichten of zich onthouden van enige handeling:
- a. tegen, op of vanaf een vast platform een explosief, radioactief materiaal of een biologisch, chemisch of nucleair wapen doet vrijkomen op een wijze die leidt of kan leiden tot de dood of ernstig letsel of ernstige schade; of
- b. van een vast platform olie, vloeibaar gemaakt aardgas of een andere schadelijke of gevaarlijke stof doet vrijkomen waarop sub a niet van toepassing is en wel in een zodanige hoeveelheid of concentratie dat dit leidt of kan leiden tot de dood of ernstig letsel of ernstige schade; of
- c. al dan niet gepaard gaand met een voorwaarde zoals voorzien in de nationale wetgeving dreigt met het plegen van een strafbaar feit zoals voorzien in sub a of b.
Artikel 2ter
Aan een strafbaar feit in de zin van dit Protocol maakt zich tevens schuldig hij die:
- a. wederrechtelijk en opzettelijk een ander verwondt of doodt in verband met het plegen van een van de strafbare feiten omschreven in artikel 2, eerste lid, of in artikel 2bis; of
- b. poogt een strafbaar feit te plegen omschreven in artikel 2, eerste lid, artikel 2bis, sub a of b, of sub a van dit artikel; of
- c. als medeplichtige deelneemt aan een strafbaar feit omschreven in artikel 2, artikel 2bis of sub a of b van dit artikel; of
- d. het plegen van een strafbaar feit omschreven in artikel 2, artikel 2bis of sub a of b van dit artikel organiseert of anderen opdracht geeft een van deze strafbare feiten te plegen; of
- e. bijdraagt tot het plegen van een of meer van de strafbare feiten omschreven in artikel 2, artikel 2bis of sub a of b van dit artikel, door een groep personen die opzettelijk, met een gemeenschappelijk doel handelt en:
- i. hetzij met het oog op de bevordering van de criminele activiteit of het criminele doel van de groep, wanneer een dergelijke activiteit of het doel het plegen van een strafbaar feit inhoudt zoals omschreven in artikel 2 of 2bis;
- ii. hetzij met de wetenschap van het doel van de groep een strafbaar feit te plegen zoals omschreven in artikel 2 of 2bis.
Artikel 4bis. Slotbepalingen van het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentale plat van 2005
De slotbepalingen van het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentale plat van 2005 zijn de artikelen 8 tot en met 13 van het Protocol van 2005 bij het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentale plat. Verwijzingen in dit Protocol naar Staten-Partijen verwijzen naar Staten die Partij zijn bij het Protocol van 2005.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments for that purpose, have signed this Protocol.
DONE at Rome this tenth day of March one thousand nine hundred and eighty-eight.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.